Inleiding

Binnenkort start u met de behandeling van lanreotide (somatuline®). U kunt deze injectie zelf gaan toedienen of door iemand uit uw omgeving die hiervoor getraind is. In deze folder vindt u de instructies terug om de lanreotide injectie te zetten. Lees zorgvuldig alle instructies alvorens de injectie te starten. De injectie is een diep subcutane injectie die een specifieke techniek vereist die anders is dan gewone subcutane injecties. AutoSolution wordt geleverd in een voorgevulde spuit en is klaar voor gebruik. Deze voorgevulde spuit is uitgerust met een automatisch veiligheidssysteem. De naald wordt automatisch teruggetrokken na de volledige toediening van het product om prikincidenten met de naald te voorkomen.

Wijze van gebruik

1. Haal de spuit 30 minuten voor de toediening uit de koelkast. Injectie van koud geneesmiddel kan pijnlijk zijn. Houd het zakje gesloten tot vlak voor de injectie.

2. Controleer vóór het openen van het zakje of het intact is en of de houdbaarheidsdatum van de medicatie niet verstreken is.

Gebruik de voorgevulde spuit niet:

  • Als u de voorgevulde spuit laat vallen of beschadigt of als de voorgevulde spuit of het zakje zelfs de minste beschadiging vertoont.
  • Als het product over de houdbaarheidsdatum is: de houdbaarheidsdatum staat vermeld op de kartonnen doos en op het zakje.

3. Was uw handen met zeep.

4. Scheur het zakje open en haal de voorgevulde spuit eruit.

5. Kies een injectieplaats:

Wanneer een zorgverlener of iemand anders zoals een opgeleid familielid of vriend de injectie toedient:

  • Gebruik het buitenste (bovenste, buitenste) bovenkwadrant van de bilspier of de buitenkant van het bovenste deel van het bovenbeen (dij) voor injectie (figuur 1).
  • Wanneer u zichzelf injecteert: Gebruik de buitenkant van het bovenste deel van het bovenbeen (dij) (figuur 2).

Figuur 1 figuur 2

6. Kies afwisselend de linker- en rechterkant als injectieplaats telkens u een injectie met krijgt. Vermijd zones met moedervlekken, littekenweefsel, roodgekleurde huid of huid die hobbelig aanvoelt.

  1. 7. Maak de injectieplaats schoon
  2. 8. Verwijder het naalddopje door dit eraf te trekken en gooi het weg.

  1. 9. Houd de huid rond de injectieplaats vlak met de duim en wijsvinger van de hand, die de spuit niet vasthoudt, om de huid te strekken. Knijp niet in de huid.
  2. 10. Breng de naald snel, met een krachtige, rechte beweging alsof u een pijltje gooit, loodrecht t.o.v. de huid (hoek van 90°) volledig in de huid. Het is zeer belangrijk dat u de naald volledig inbrengt. U dient de naald niet te kunnen zien wanneer deze volledig is gebracht. Niet terugtrekken.

  1. 11. Laat de injectieplaats, die u met uw hand hebt vlakgestreken, los. Druk op de zuiger met een constante, zeer stevige druk. Het geneesmiddel is stroperig en wellicht moet u hierdoor harder op de zuiger drukken dan u zou verwachten. Meestal duurt dit 20 seconden.

Injecteer de volledige dosis en druk nog een laatste keer om er zeker van te zijn dat u de zuiger niet verder kan indrukken.

Opmerking: blijf met uw duim druk op de zuiger uitoefenen om te voorkomen dat het automatische veiligheidssysteem wordt geactiveerd.

  1. 12. Zonder de druk op de zuiger te verminderen, de naald uit de injectieplaats trekken.

  1. 13. Laat de druk op de zuiger gaan. De naald zal automatisch in de naaldhouder getrokken worden, waar deze permanent opgesloten blijft.

  1. 14. Voer lichte druk uit op de injectieplaats met een droog watje of steriel gaasje om eventueel bloeden te voorkomen. Na de injectie de huid rondom de injectieplaats niet masseren of wrijven.
  2. 15. Gooi de gebruikte spuit weg volgens de instructies van uw dokter of verpleegkundige. Dit geneesmiddel dient niet te worden weggegooid met het huishoudelijk afval

(Bron: Deze gebruiksaanwijzing is tot stand gekomen door middel van de patientenbijsluiter te vinden op geneesmiddelen databank, mei 2022). https://www.geneesmiddeleninformatiebank.nl/bijsluiters/h121494.pdf

Bereikbaarheid bij lichamelijke klachten

Levensbedreigende situatie: bel 1-1-2.

Bij vragen lichamelijke klachten 9.00-16.00: 020-444 05 22 (optie 1)

Bij vragen lichamelijke klachten buiten kantoortijden: 020-444 21 31

(Verpleegafdeling oncologie 3C)

Max den Holder

Verpleegkundig consulent neuro-endocriene tumoren 06-257 16 198

(maandag-dinsdag-vrijdag 8.30-15.30)

Email: net-amsterdam@amsterdamumc.nl