Het kan gebeuren dat u door uw lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat bent uw belangen te behartigen. Bijvoorbeeld als u buiten bewustzijn bent. Dan is er sprake van wilsonbekwaamheid.

Wilsonbekwaamheid

De hulpverlener moet bij wilsombekwaamheid uw vertegenwoordiger informeren over uw gezondheidstoestand. De hulpverlener zal deze persoon vragen om toestemming voor behandeling of onderzoek. U kunt zelf vooraf schriftelijk een vertegenwoordiger aanwijzen. Als er een wettelijk vertegenwoordiger is (bijvoorbeeld een curator of mentor) is dit niet nodig.

en vertegenwoordiger aanwijzen. Als er geen wettelijk vertegenwoordiger is aangesteld en u zelf niet iemand heeft aangewezen, zal uw partner/echtgenoot optreden als uw vertegenwoordiger. En anders een ouder, kind, broer of zus. De Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) regelt de relatie tussen de patiënt en de zorgverlener.

De rechten van minderjarigen staan ook in deze wet. Voor minderjarige patiënten gelden, verschillende regels over hun vertegenwoordiging. Dit is afhankelijk van de leeftijd.

Rechten van minderjarigen

Patiënten jonger dan 12 jaar

  • Deze patiënten hebben wettelijk vertegenwoordigers, meestal de ouders of verzorgers. De arts informeert de ouders over de behandeling of het onderzoek dat hun kind zal ondergaan. Hierbij staat het belang van het kind altijd voorop. De ouders moeten toestemming geven. De arts informeert het kind afhankelijk van zijn mogelijkheden.

Patiënten tussen de 12 en 16 jaar oud

  • De arts moet zowel de patiënt als de ouder(s) informeren. Beiden moeten toestemming geven voor behandeling of onderzoek.
  • Op deze hoofdregel bestaan twee uitzonderingen. In deze gevallen is op verzoek van de jongere, alleen diens toestemming nodig.

  • Eerste uitzondering: ernstig nadeel
    Als het niet doen van de behandeling ernstig nadeel voor de jongere geeft. Dan kan de hulpverlener volstaan met toestemming van de jongere. Voorbeelden hiervan zijn de behandeling van een geslachtsziekte, het geven van een vaccinatie en het voorschrijven van de pil. De hulpverlener is in deze gevallen niet verplicht om de ouders/voogden in te lichten. Ook hoeft de hulpverlener aan hen geen toestemming te vragen.

  • Tweede uitzondering: weloverwogen wens
    Als dit de weloverwogen wens van de jongere is, dan kan de hulpverlener de jongere behandelen. Dit kan dan zonder toestemming van de ouders/voogden. De hulpverlener kan een eventuele weigering van de ouders/voogden in dat geval naast zich neerleggen. Voorbeelden zijn een abortus provocatus en een vaccinatie. Hierbij moet de hulpverlener meestal wel overleggen met de ouders/voogden.

Wilsbekwame patiënten van 16 jaar en ouder

  • Jongeren boven de 16 jaar geven zelfstandig toestemming voor behandeling en onderzoek. Toestemming de ouders/voogden is dan niet meer nodig. Als de ouders/voogden het er niet mee eens zijn, wordt de minderjarige op zijn/haar verzoek behandeld. De hulpverlener moet zich houden aan het beroepsgeheim, ook naar de ouders/voogden.

Wilsonbekwame patiënten van 12 tot 18 jaar oud

  • Als patiënten van 12 jaar en ouder niet voor zichzelf kunnen opkomen, dan is deze wilsonbekwaam. De ouder(s)/verzorger(s) zijn dan de vertegenwoordigers. De patiënt wordt wel zoveel mogelijk, binnen zijn mogelijkheden, geïnformeerd.

Als uw kind of uzelf geen toestemming geeft, is het belangrijk dat duidelijk kenbaar te maken aan de arts. Wilt u meer informatie over toestemming door kinderen, dan verwijzen we u naar de website Stichting Kind en Ziekenhuis.

Toestemming van beide ouders

Vaak zal één van beide ouders met de minderjarige meekomen. Wij gaan er vanuit dat deze ouder ook toestemming geeft namens de andere ouder. In bijzondere situaties zullen we vragen om de expliciete toestemming van beide ouders. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als het gaat om een zeer ingrijpende behandeling.

Wettelijke vertegenwoordiging

Als na een scheiding beide ouders het gezag hebben over hun kind, hebben beide ouders recht op informatie. Wij gaan er ook in deze situatie van uit dat ouders elkaar informeren. Heeft één van beide ouders het gezag? Dan beslist de andere ouder niet meer mee over de behandeling.

De niet-gezagdragende ouder heeft wel het recht om belangrijke informatie over de gezondheidstoestand van het kind te krijgen. De niet-gezagdragende ouder kan hier zelf om vragen.

Vertegenwoordiging bij wilsonbekwaamheid

U beslist zelf dat u een onderzoek of een behandeling in Amsterdam UMC ondergaat. Maar als u wilsonbekwaam bent, zal iemand anders namens u moeten beslissen. U bent wilsonbekwaam :

  • als u bewusteloos bent of in coma.
  • bij een ernstige psychische stoornis
  • bij een verstandelijke beperking
  • in het geval van gevorderde dementie

Als u wilsonbekwaam bent, neemt een vertegenwoordiger uw rechten en bevoegdheden over. U kunt zelf iemand schriftelijk machtigen.

Het kan zo zijn dat een patiënt die wilsonbekwaam was, later weer zelf beslissingen kan nemen. In dat geval komt er uiteraard een einde aan de taak van de vertegenwoordiger. De patient beslist zelf weer over het wel of niet ondergaan van een onderzoek of een behandeling.

Rol van de vertegenwoordiger

Uw vertegenwoordiger krijgt alle informatie die nodig is om in uw belang een beslissing te nemen. Dit geldt voor situaties waarin u dat zelf niet (meer) kunt. De vertegenwoordiger zal beslissingen nemen met wat hij weet over uw wensen en opvattingen. Het is daarom verstandig om uw wensen en opvattingen met uw naasten te bespreken, als u dit nog kunt.

Neemt de vertegenwoordiger namens u een beslissing? Dan moeten de medewerkers van Amsterdam UMC die beslissing in de eerste plaats volgen. Zij mogen die beslissing alleen naast zich neerleggen als de vertegenwoordiger een onredelijke of onbegrijpelijke beslissing neemt.

Schriftelijke wilsverklaring

Als u zelf niet meer kunt aangeven wat uw wensen zijn dan is een wilsverklaring belangrijk. U kunt zelf een wilsverklaring opstellen. Daarin geeft u aan welke behandelingen u in een toekomstige situatie wel en niet wilt ondergaan. Het is belangrijk dat u of uw naasten de verpleegkundigen en artsen op de hoogte stellen van uw wilsverklaring. Bij opname in het ziekenhuis, kunt u dat al doen bij het opnamegesprek.

De arts moet een schriftelijke wilsverklaring respecteren. Behalve als er redenen zijn om aan de geldigheid van de verklaring te twijfelen. Hiervan kan bijvoorbeeld in de volgende gevallen sprake zijn:

  • De verklaring is oud.
  • In de verklaring zijn wijzigingen aangebracht.
  • Na het opstellen van de verklaring zijn er belangrijke veranderingen opgetreden in uw medische situatie.
  • Na het opstellen van de verklaring zijn er belangrijke veranderingen opgetreden in de behandelingsmogelijkheden.

Als uit uw schriftelijke wilsverklaring niet (meteen) duidelijk is wat u bedoelt, bespreken wij dit met uw naasten. Wij proberen uw wilsverklaring zo goed mogelijk te begrijpen.

Het is belangrijk om uw wilsverklaring regelmatig met uw (huis)arts door te nemen. U zet dan ook een nieuwe datum op de wilsverklaring.

Behandelingsbeperking

U krijgt behandelingen die nodig zijn om het leven te behouden. En om ziekte of gebrek te voorkomen of ervan te herstellen. Behandeling is uiteraard alleen mogelijk met uw toestemming. Behalve wanneer er sprake is van een spoedeisende situatie. Er is dan vaak geen tijd om de toestemming te vragen (zie: ‘Informatie over Rechten en Plichten: Uw behandeling’). Dan moet de arts snel behandelen om ernstig nadeel te voorkomen.

Er kunnen zich omstandigheden voordoen waarbij het niet goed is om door te gaan met behandelen. In dat geval wordt er een zogenoemde behandelingsbeperking ingesteld. Dit kan zowel op aangeven van de patiënt als van de behandelend arts gebeuren.

Behandelingsbeperking op verzoek van de patiënt

Voorbeelden van een behandelingsbeperking op verzoek van de patiënt zijn:

  • Het weigeren van een bloedtransfusie door geloofsovertuiging;
  • Het weigeren van een operatie;
  • Het weigeren van een opname op de intensive care afdeling;
  • Het weigeren van een reanimatie.

Als uw wensen voor een behandelingsbeperking weloverwogen zijn, dan zal uw behandelend arts deze respecteren. De arts zal uw wensen in uw medisch dossier vastleggen. Uw behandelend arts zal proberen om u te helpen bij het zo duidelijk mogelijk formuleren van uw wensen.

Zo nodig zal hij op een later tijdstip bij u navragen of uw wensen nog gelden. Vanzelfsprekend staat het u altijd vrij om terug te komen op een eerder ingenomen standpunt.

Wanneer bij uw behandeling meer artsen betrokken zijn, zal uw hoofdbehandelaar de afspraken maken over een behandelingsbeperking. Alle andere bij de behandeling betrokken medewerkers moeten de gemaakte afspraken respecteren.

U kunt in een schriftelijke verklaring aangeven welke handelingen u niet wilt ondergaan. Op deze verklaring moet uw handtekening en de datum staan. De arts repecteert deze verklaring, behalve als er redenen zijn om aan de geldigheid van de verklaring te twijfelen.

Behandelingsbeperking op aangeven van de behandelend arts

De arts kan de eerste stap tot het instellen van een behandelingsbeperking nemen. Bijvoorbeeld als de arts vindt dat een bepaalde behandeling niet zinvol is. Of als behandeling niet meer het beoogde resultaat kan hebben.

Dit noemen wij een ‘behandelaanwijzing’. De arts komt tot een oordeel daarover door zijn deskundigheid en raadpleging van collega’s. Bij de oordeelsvorming houdt de arts ook rekening met uw standpunt of dat van uw vertegenwoordiger.

De arts motiveert en documenteert zijn oordeel in uw medisch dossier. De arts zal dit direct bespreken met u of uw vertegenwoordiger. Het oordeel van de arts is afhankelijk van de omstandigheden op dat moment. Als die omstandigheden veranderen kan hij zijn oordeel bijstellen. Ook dit wordt met u of uw vertegenwoordiger besproken.

De arts zet de behandelaanwijzing zettenschrijven in uw medisch dossier, metzogenoemde categorieaanduiding. Hierbij vermelden wij ook de geldigheidsduur. Deze aanduiding maakt deel uit van het algemene gedeelte van het medisch dossier. Dit gedeelte van uw dossier is zichtbaar voor alle medewerkers die toegang hebben tot het dossier.