Uw kind wordt binnenkort in Amsterdam UMC opgenomen voor een operatie onder volledige narcose. Deze folder geeft u informatie over de gang van zaken rond de operatie en de wijze waarop uw kind en u in Amsterdam UMC worden voorbereid en begeleid.

Voor de operatie:

De anesthesioloog

De anesthesioloog is een arts die gespecialiseerd is in het toedienen van narcose. Hij/zij houdt

uw kind tijdens de operatie in de gaten en zorgt voor pijnbestrijding tijdens en na de operatie.

Bezoek anesthesioloog

Patiënten worden ruim voor de geplande operatiedatum gezien op de polikliniek pre-operatieve

screening anesthesiologie. Op deze polikliniek krijgt u een gezondheidsvragenlijst die voor

uw kind ingevuld moet worden. De anesthesioloog neemt deze lijst met u door, meet lengte

en gewicht van uw kind en verricht lichamelijk onderzoek. Aan de hand van deze gegevens en

de aard van de operatie wordt met u afgesproken welke aanvullende onderzoeken bij uw kind

gedaan worden. Bijvoorbeeld een bloedonderzoek, een urineonderzoek en/of een röntgenfoto.

Verder bespreekt de anesthesioloog een aantal zaken met u, zoals:

  • Uw toestemming voor het toedienen van narcose.
  • Of uw kind voor de operatie op de verpleegafdeling 'premedicatie' krijgt. Dit is een medicijn waardoor uw kind wat slaperig/rustiger wordt.
  • De wijze waarop narcose wordt toegediend, via een kapje of een infuus.
  • Vanaf welk moment uw kind nuchter moet zijn, dus niets meer mag eten en drinken (zie hiervoor ook de folder Nuchterbeleid).
  • De pijnbestrijding na de operatie.

Bij grote operatieve ingrepen komt de anesthesioloog vaak de dag voor de operatie bij uw kind

langs op de afdeling.

Voorbereiding

Een operatie onder narcose is voor uw kind en u een emotionele gebeurtenis. Uw kind wordt

daarom voorbereid en begeleid door een medisch pedagogische zorgverlener of verpleegkundige van de afdeling waar uw kind is opgenomen. Ze gebruiken hiervoor verschillende middelen.

Bijvoorbeeld een fotoboek, een pop of een film.

De operatie:

  • De afdeling krijgt van de operatieafdeling een telefoontje wanneer uw kind kan komen. Uw kind krijgt operatiekleding aan. Vervolgens brengen verpleegkundigen en soms een medisch pedagogische zorgverlener u en uw kind naar de operatiekamer.
  • De inleiding is het moment dat uw kind onder narcose wordt gebracht. Als u hierbij aanwezig wilt zijn, kunt u dit kenbaar maken aan de verpleegkundige die voor uw kind zorgt. Er mag in principe één ouder aanwezig zijn om zijn of haar kind te begeleiden bij de inleiding. Een verpleegkundige of medisch pedagogische zorgverlener begeleidt u tijdens de inleiding. Ook bij een spoedoperatie mag u mee naar de inleiding, maar wel altijd in overleg met de anesthesioloog. Als de moeder zwanger is, moet u eerst met de anesthesioloog overleggen of u bij de inleiding aanwezig kunt zijn. De anesthesioloog heeft de eindverantwoordelijkheid om te beoordelen of u – met het oog op maximale veiligheid van en kwaliteit van zorg voor uw kind – aanwezig kunt zijn bij de inleiding.
  • Als u meegaat met de inleiding mag u geen sieraden dragen en moet u operatiekleding aan. Uw mobiele telefoon moet uitgeschakeld zijn.
  • In de operatiekamer wordt uw kind aangesloten op apparatuur ter controle van de hartslag, bloeddruk en dergelijke. Vervolgens wordt uw kind onder narcose gebracht. Zodra dit is gebeurd, verlaat u de operatieafdeling.
  • Als u niet naar de operatiekamer mee kunt of wilt, kunt u mee tot aan de ingang van de operatieafdeling. Het is niet verplicht om met uw kind mee te gaan. Als u nerveus of emotioneel bent, kunt u met de medisch pedagogische zorgverlener of verpleegkundige overleggen wat u het best kunt doen.

Na de operatie:

De uitslaapkamer

Na de operatie laat de anesthesioloog uw kind uit de narcose komen. Uw kind wordt naar de

uitslaapkamer gebracht. De verpleegkundige van de uitslaapkamer belt naar de afdeling zodra

uw kind daar is. Eén ouder mag naar de uitslaapkamer komen.

De anesthesioloog bekijkt welke pijnmedicatie uw kind mag hebben, zodat uw kind zo min

mogelijk pijn heeft na de operatie. Daarnaast wordt informatie gegeven om de pijnbestrijding

thuis voort te zetten. Na de operatie heeft uw kind een infuus. Afhankelijk van de ingreep heeft

uw kind eventueel nog andere slangetjes, bijvoorbeeld om wondvocht weg te laten lopen. Dit is

van tevoren door de behandelend arts met u besproken.

Informatie over verloop van operatie

Na de operatie krijgt u zo spoedig mogelijk informatie over het verloop van de operatie. Soms

geeft een arts meteen na de ingreep telefonische informatie. De arts komt in elk geval langs op

de afdeling om te kijken hoe het met uw kind is en om u te vertellen hoe de operatie is verlopen.

Waar u verder rekening mee moet houden

  • De arts heeft meerdere operaties of onderzoeken op een dag. Daarom is het mogelijk dat u tot aan het eind van de middag moet wachten op inlichtingen van de arts over het verloop van de operatie.
  • Uw kind wordt door een medisch pedagogische zorgverlener of verpleegkundige voorbereid op het onderzoek of de ingreep. Daarnaast is het belangrijk dat u uw kind voorbereidt op de opname in het ziekenhuis. Meer hierover kunt u lezen in de brochure Opname in de kinderkliniek en op de website Emmakids.nl

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, kunt u deze stellen aan de afdelingsarts, de

anesthesioloog of aan de verpleegkundige. Ook tijdens het gesprek met de anesthesioloog kunt

u vragen stellen.

Verklarende woordenlijst:

Narcose: vorm van verdoving waarbij een patiënt volledig in slaap wordt gemaakt; tegenwoordig spreekt men van anesthesie.

Anesthesie: het geheel van maatregelen waardoor iemand van de eigenlijke operatie geen hinder ondervindt; betekent letterlijk gevoelloosheid.

Anesthesioloog: arts-specialist die bij operaties de verdoving van de patiënt verzorgt en allerlei lichaamsfuncties controleert.

Infuus: een kunstmatige toegang tot de bloedbaan, waardoor vocht en medicijnen kunnen

worden toegediend.

Inleiding: het moment dat de anesthesioloog uw kind onder narcose brengt.

Premedicatie: het toedienen van een of meer geneesmiddelen, ongeveer één uur voor de

operatie om de patiënt voor te bereiden op de anesthesie.