Deze folder is bedoeld voor ouders en verzorgers van kinderen die een bloedtransfusie krijgen. In het kader van een behandeling of operatie kan het noodzakelijk zijn om uw kind bloed toe te dienen. Dit wordt een bloedtransfusie genoemd. Ook bij bepaalde bloedziekten of andere medische aandoeningen kan een transfusie onderdeel zijn van de behandeling.

In deze folder informeren wij u over wat een bloedtransfusie inhoudt, waarom deze mogelijk nodig is bij uw kind en wat u kunt verwachten tijdens het verblijf op de Emma dagbehandeling.

Wat is een bloedtransfusie?

Een bloedtransfusie is het toedienen van bloed via een infuus. Dit gebeurt wanneer het lichaam (tijdelijk) extra hulp nodig heeft om goed te kunnen functioneren.

Afhankelijk van de situatie krijgt uw kind:

  • Rode bloedcellen (bij bloedarmoede)
  • Bloedplaatjes (bij stollingsproblemen)
  • Plasma of stollingsfactoren (bij bepaalde ziektes of behandelingen)

Wat gebeurt er vooraf?

Voor een veilige transfusie zijn een paar voorbereidingen nodig waaronder het controleren van de bloedgroep. Naast de bloedgroep van uw kind is het ook belangrijk om te onderzoeken of er antistoffen in het bloed aanwezig zijn. Dit zijn afweerstoffen die het lichaam soms aanmaakt tegen bepaalde bloedcellen, bijvoorbeeld na een eerdere bloedtransfusie. Deze antistoffen kunnen ervoor zorgen dat het lichaam het donorbloed als ‘vreemd’ herkent en afweert.

Daarom wordt bij elke bloedtransfusie opnieuw gecontroleerd op de aanwezigheid van deze zogenoemde bloedgroep-antistoffen. Als blijkt dat uw kind antistoffen heeft is het extra belangrijk om bloed te geven dat hierbij passend is. Het vinden van geschikt (passend) donorbloed kan in dat geval meer tijd kosten.

Houd er dus rekening mee dat de voorbereiding op de transfusie soms wat langer kan duren, juist om ervoor te zorgen dat de bloedtransfusie zo veilig mogelijk verloopt.

Hoe verloopt een bloedtransfusie?

  • Uw kind krijgt een infuus in de arm of hand.
  • Het bloedproduct wordt via dit infuus toegediend. Dit duurt meestal 1 tot 4 uur.
  • Tijdens de transfusie controleren we regelmatig de hartslag, bloeddruk, temperatuur en hoe uw kind zich voelt.
  • Uw kind kan in de tussentijd rustig lezen, spelen of iets kijken. U mag uiteraard bij uw kind blijven.

Mogelijke (maar zeldzame) bijwerkingen:

  • Koorts of rillingen
  • Jeuk of huiduitslag
  • Vermoeidheid

Wanneer uw kind tijdens de transfusie één of meerdere klachten ervaart is het belangrijk dit meteen te melden aan de verpleegkundige. De verpleegkundige beoordeelt de situatie en zal, indien nodig, de transfusie (tijdelijk) stoppen.

Na de bloedtransfusie

De arts bepaald of u kind na de transfusie nog voor een korte tijd ter observatie blijf of dat u kind direct naar huis mag. U krijgt eventueel instructies mee voor thuis. Neem bij vragen of zorgen na afloop contact op met de dagbehandeling of de behandelend arts.

Praktische informatie

Nuchter zijn?

Voor een bloedtransfusie hoeft uw kind meestal niet nuchter te zijn. De verpleegkundige of arts zal dit met u bespreken als het wél nodig is.

School of andere activiteiten?

Afhankelijk van de reden voor de transfusie en hoe uw kind zich voelt, kan hij/zij vaak gewoon weer naar school of andere activiteiten.