Wat is het?

Een osteoblastoom is een goedaardige bottumor die langzaam groeit, maar zich op de plek waar hij zit wel agressief kan gedragen. De tumor zit vaak in de wervelkolom (meestal in het achterste deel van een wervel), maar kan ook in de bovenarm, het bekken of andere botten ontstaan. Osteoblastomen komen vooral voor bij jongeren en jongvolwassenen. De tumor lijkt op een osteoïd osteoom, maar is groter (meer dan 2 cm).

Klachten

Vaak een doffe, zeurende pijn op de plek van de tumor. De pijn reageert soms slecht op gewone pijnstillers. Bij een tumor in de wervelkolom kan de pijn uitstralen en kan een scheefstand van de rug (scoliose) ontstaan; de tumor kan dan ook op een zenuw drukken. Soms is er een zwelling.

Onderzoeken

Het onderzoek begint meestal met een röntgenfoto. Daarna volgt vaak een CT-scan (om het bot goed te beoordelen) en/of een MRI-scan (om de tumor en de omgeving in beeld te brengen). Om zeker te weten om welke tumor het gaat, wordt altijd een weefselonderzoek (biopsie) gedaan.

Behandeling

De behandeling is meestal een operatie. Daarbij wordt de tumor uit het bot geschraapt (curettage) of in zijn geheel verwijderd (resectie). Bij een tumor in de wervelkolom is er extra aandacht voor het sparen van de zenuwen. Soms kan de tumor via de huid met warmte of kou worden behandeld (thermale therapie, zoals RFA of cryo-ablatie); dit is een minder ingrijpende behandeling. In zeldzame gevallen, als opereren niet goed mogelijk is, kan bestraling (radiotherapie) worden overwogen. Na de behandeling kan de tumor soms terugkomen, vooral als hij niet helemaal is verwijderd.

Controles

Na de behandeling blijft u ongeveer 3 jaar onder controle met beeldvorming, om op tijd te zien of de tumor terugkomt. Daarna vinden controles alleen plaats als daar aanleiding toe is, bijvoorbeeld bij nieuwe klachten.

Chondrosarcoom (ORPHA 55880) | Amsterdam UMC