Revalidatiegeneeskunde

REVALIDATIEBOEK

voor patiënten met Covid-19

DIT REVALIDATIEBOEK IS EIGENDOM VAN:

Amsterdam UMC in samenwerking met

INHOUDSOPGAVE

Voorwoord 3

  1. Inleiding 4
  2. Hoe lang duurt uw herstel? 4
  3. Wat kunnen de klachten zijn? 4
    1. Spierzwakte en verminderd uithoudingsvermogen 4
    2. Kortademigheid en benauwdheid 5
    3. Vermoeidheid 5
    4. Verminderde eetlust 5
    5. Psychische verwerking na uw ziekenhuisopname 6
    6. Cognitieve klachten 7
    7. Overige klachten 7
  4. Oefeningen voor thuis 8

Week 1 10

Week 2 14

Week 3 19

Week 4 24

Week 5 28

Week 6 32

Nawoord 36VOORWOORD

Geachte heer, mevrouw,

U krijgt dit revalidatieboek omdat u in het ziekenhuis opgenomen was met COVID-19.

Met dit boek willen we u informeren over de periode na de ziekenhuisopname en tevens willen we u handvatten geven om het herstel te bevorderen.

Quarantaine en besmettelijkheid
Volg de informatie en adviezen van het RIVM.

Herstel
Hoe lang de herstelperiode duurt na een ziekenhuisopname is afhankelijk van verschillende factoren. Het herstel van COVID-19 kan in sommige gevallen maanden duren. Van belang is om zo snel mogelijk aan de slag te gaan met bewegen en het opbouwen van conditie, eventueel samen met een fysiotherapeut. In dit revalidatieboek kunt u meer informatie vinden over de meest voorkomende klachten en tevens vindt u tips over hoe u het herstel kunt bevorderen. U vindt in het revalidatieboek ook een overzicht van betrouwbare websites waar u informatie kunt vinden over COVID-19 en ziekenhuisopnames in het algemeen.

Klachten
Als u na ontslag klachten ervaart, kunt u contact opnemen met uw huisarts. Deze kan bepalen of het noodzakelijk is om contact met ons te hebben.

Mijn Dossier
‘Mijn Dossier’ is uw medische dossier online. Hier vindt u uitslagen van onderzoeken en brieven die naar de huisarts zijn verzonden. Via ‘Mijn Dossier’ kunt u ook informatie naar ons toe sturen, bijvoorbeeld via vragenlijsten over uw herstel.

Indien Mijn Dossier nog niet actief is, verzoeken wij u om dit alsnog te activeren. Dit kunt u doen door contact op te nemen met Digipunt via 020 - 444 3336 of te mailen naar Digipunt@amsterdamumc.nl

Wij hopen dat wij u met deze brief en het revalidatieboek een overzicht kunnen geven over wat u kunt verwachten van de periode na ziekenhuisopname met COVID-19.

Met vriendelijke groet,

Het gehele COVID-team1. INLEIDING

Dit revalidatieboek is gemaakt voor iedereen die was opgenomen in het ziekenhuis vanwege een corona-infectie. Dit boek kan u helpen in uw herstel na het ontslag uit het ziekenhuis.

2. HOE LANG DUURT UW HERSTEL?

Hoe lang uw herstelperiode duurt, hangt af van verschillende factoren. Belangrijk is onder andere hoe ernstig ziek u bent geweest. Maar ook hoe lang uw opname geduurd heeft.

Geef uzelf de tijd om te herstellen. Bespreek aanhoudende klachten met uw huisarts of bij de telefonische controle afspraak met het ziekenhuis. Als het nodig is kunt u aanvullend onderzoek krijgen. Er kan bijvoorbeeld een extra behandeling volgen. Dat kan bij een fysiotherapeut, ergotherapeut, diëtist, logopedist of medisch psycholoog zijn.

3. WAT KUNNEN DE KLACHTEN ZIJN?

Een opname in het ziekenhuis is voor de meeste mensen en hun familieleden een ingrijpende gebeurtenis. Het ziektebeeld kan klachten geven. Maar ook de noodzakelijke behandeling en medicijnen kunnen klachten veroorzaken. Deze lichamelijke en geestelijke klachten kunnen uw herstel tegenhouden. Ze kunnen ook de kwaliteit van uw dagelijks leven beïnvloeden.

Hieronder leest u een aantal klachten die u misschien herkent. Als u ze herkent kunt deze altijd bespreken met uw huisarts of bij de telefonische controle afspraak van het ziekenhuis.

3.1 Spierzwakte en verminderd uithoudingsvermogen

Door de ziekte zelf maar ook door een periode van ‘niet-bewegen’ verliezen mensen tijdens een ziekenhuisopname spierkracht en spiermassa. Daarom is het belangrijk om te bewegen. Probeer dit zo snel mogelijk te doen. Eenvoudige activiteiten als opstaan, (trap)lopen en fietsen kunnen voor u zwaar voelen.

Advies: Luister naar uw lichaam. Probeer stapje voor stapje uw dagelijkse activiteiten op te bouwen. En neem voldoende rust. Probeer elke dag te bewegen. Bij punt 4 vindt u weekprogramma’s voor oefeningen die u thuis kunt doen.

Als het nodig is kunt u extra begeleiding krijgen bij uw herstel:

Fysiotherapie kan helpen om uw kracht en uithoudingsvermogen te trainen en de soepelheid van uw gewrichten te behouden.

Ergotherapie kan helpen bij:

  • het makkelijker uitvoeren van dagelijkse activiteiten;
  • bij het omgaan met vermoeidheidklachten;
  • opbouw van activiteiten in het dagelijks leven.

Diëtetiek kan helpen om uw voeding te verbeteren. Om te herstellen hebt u genoeg energie en eiwitten nodig. Eiwitten zijn de bouwstenen voor het lichaam en vooral voor de spieren.

3.2 Kortademigheid en benauwdheid

Het corona-virus kan voor een hevige longontsteking en longschade zorgen. Dit verschilt per persoon. Hierdoor kan u lange tijd kortademigheid en benauwdheid zijn. Dat kan ook nog aanhouden als u geen actieve corona-infectie meer heeft. Dit kan een angstig gevoel geven. Het Longfonds heeft veel informatie beschikbaar over het corona-virus en longproblemen: https://www.longfonds.nl/corona-en-longziekten/corona-en-je-longen

Advies: Bespreek benauwdheidsklachten met uw huisarts of longarts als u wilt. U kunt dan bespreken welke onderzoeken of behandeling u kunt krijgen.

Als het nodig is kunt u extra begeleiding krijgen bij uw herstel:

Fysiotherapie kan u helpen met ademhalingstechnieken en spierkrachtversterking voor uw ademhaling.

Logopedie kan helpen met ademhalingstechnieken bij het spreken.

3.3 Vermoeidheid

Vermoeidheid komt vaak voor na een ziekenhuisopname. Vermoeidheid kan meer oorzaken hebben. Het hangt ook af van uw conditie voor uw opname. U kunt merken dat het lastig is om activiteiten uit te voeren die verschillende stappen vragen. Het kan ook lastig zijn als u meer activiteiten tegelijk moet doen. En vaak kunt u niet zoveel activiteiten op een dag doen als u voorheen deed.

Advies: Breng een vaste structuur aan in uw dag. Verdeel de activiteiten over de dag. Wissel uw activiteiten af met pauzes. En zorg voor een goede nachtrust.

Als het nodig is kunt u extra begeleiding krijgen bij uw herstel:

Ergotherapie kan u adviezen geven:

  • hoe u zo verstandig mogelijk omgaat met uw verlaagde belastbaarheid;
  • hoe u uw dag op een goede manier indeelt;
  • hoe u uw activiteiten kunt opbouwen.

Diëtetiek kan helpen om het eten aan te passen aan de klachten die u hebt. Bijvoorbeeld als u minder eetlust heeft. Of als u vermoeid bent. Of als u een veranderde geur- en smaak heeft.

Logopedie kan u helpen:

  • om weer langere (telefoon)gesprekken te voeren zonder snel moe te worden;
  • hoe u uw stem kunt verheffen om iemand te roepen;
  • om weer te eten en drinken zonder dat u zich daarbij verslikt.

3.4 Verminderde eetlust

Het is belangrijk om extra aandacht te geven aan uw voeding. Daarmee herstelt u beter. Ook krijgt u dan weer meer kracht. En ook uw conditie wordt beter. Goede voeding met voldoende energie en eiwitten is de belangrijkste onderdelen voor uw herstel. Eiwitten zijn de bouwstoffen voor lichaamscellen. Deze bouwstoffen zijn nodig voor de opbouw, het onderhoud en het herstel van het lichaamsweefsel. U kunt dan denken aan spieren en organen. Bijvoorbeeld de longen. Voor uw herstel heeft u 1,5 tot 2 keer zoveel eiwitten nodig dan normaal. Door te weinig voeding kan vermoeidheid aanhouden. Het is dus belangrijk om goed te eten.

Advies:

  • Verdeel uw voeding over de hele dag, liefst in 6 eetmomenten of porties.
  • Neem vaker kleinere porties. Neem bijvoorbeeld elke twee uur iets te eten en/of te drinken.
  • Kies bij voorkeur bij elk eetmoment een eiwitrijk product. Bijvoorbeeld: vlees(waren), vis, gevogelte, zuivel (karne-/chocolade-) melk, yoghurt, vla, pap, kwark, kaas, eieren, noten, peulvruchten of soja.
  • Eet voor of na lichamelijke inspanning een eiwitrijk product.
  • Eet in de avond ook nog een eiwitrijk product. Bijvoorbeeld blokjes kaas of een handje nootjes. Uw lichaam krijgt dan ook in de nacht eiwitten om te herstellen.
  • Kies voor volle/energierijke producten. Neem geen magere of light producten

Wanneer is de hulp van een diëtist nodig?

  • Als eten niet meer lukt door benauwdheid of misselijkheid.
  • Als u al enige tijd weinig eetlust hebt en daardoor minder eet dan nodig is voor herstel en aansterken.
  • Als u meer dan 3 kg bent afgevallen door het ziek zijn.
  • Als u langer dan een week diarree heeft of misselijk bent.

3.5 Psychische verwerking na uw ziekenhuisopname

Een ziekenhuisopname kan een ingrijpende gebeurtenis zijn. Na uw ziekenhuisopname zult u verder in een revalidatiecentrum of thuis moeten herstellen. Nadat u ziek bent geweest kan het zijn dat u uw vertrouwen in uw eigen lichaam bent kwijtgeraakt. Het is logisch dat u daarbij nadenkt over de toekomst. Misschien maakt u zich zorgen over uw werk? En vraagt u zich af hoe u de draad van het leven weer kunt oppakken. Het kan zijn dat u zich hierover onzeker voelt. Beetje bij beetje kunt u het vertrouwen weer opbouwen. Niet te snel, maar ook niet te langzaam.

Na de ziekenhuisopname en de start van uw lichamelijk herstel begint ook de psychische verwerking van wat er allemaal is gebeurd. U kunt daarbij allerlei emoties voelen. Die kunnen negatief en positief zijn. Dat is heel normaal. Stop de gevoelens niet weg. Maak er ruimte voor. Besteed er op tijd aandacht aan. Uit uw emoties door er bijvoorbeeld over te praten of te schrijven.

De periode die nu achter u ligt is ingrijpend voor u. Maar het kan ook ingrijpend zijn geweest voor uw naasten. De omstandigheden waren ook voor hen door het coronavirus bijzonder, abnormaal en misschien ook beangstigend. Zoek een manier om dit met elkaar te verwerken. Bedenk ook wat u zelf prettig vindt. Wees open naar anderen. Vertel waar u zich zorgen over maakt. En laat weten wat u van anderen verwacht. Vertel aan elkaar hoe je elkaar hierbij kunt steunen. Het kost tijd om een ingrijpende ziekenhuisopname te verwerken. Dit kan soms wel maanden duren. Dat is heel normaal. 

Advies: Neem de tijd voor uw gevoel. Uit uw emoties op een manier die bij u past (bijv. praten, schrijven). Geef uzelf de tijd om de ziekenhuisopname een plek te geven.

Als het nodig is kunt u extra begeleiding krijgen bij uw herstel.

Hebt u toch het gevoel dat u er zelf niet uitkomt of dat bepaalde negatieve emoties langer dan 6 weken in volle sterkte blijven aanhouden? Neem dan contact op met de huisarts of bespreek het bij de afspraak met het ziekenhuis. Vanuit daar kunt u verder op weg worden geholpen. U kunt ook als dat nodig is verwezen worden naar de juiste hulpverleners.

3.6 Cognitieve klachten

Een deel van de patiënten die in het ziekenhuis heeft gelegen herstelt goed. Toch kunnen patiënten soms onzichtbare gevolgen merken zoals:

  • Geheugenproblemen
  • Concentratieproblemen
  • Verminderde prikkelverwerking
  • Verminderde denksnelheid

Deze klachten kunnen uw dagelijkse leven beïnvloeden. U kunt dat bijvoorbeeld merken bij:

  • het regelen van uw geldzaken
  • het regelen van uw medicatie
  • boodschappen doen
  • huishouden
  • terugkeer naar werk

Niet iedereen heeft hier last van. Het kan zijn dat deze problemen pas duidelijk worden wanneer u weer thuis bent. Vaak herstellen deze klachten zich (grotendeels) in het eerste jaar. Maar soms blijven er hinderlijke beperkingen bestaan.

Advies: Neem voldoende slaap en rust. Geef uzelf de tijd om te herstellen. Als uw hoofd “te vol raakt”: neem een pauze. U kunt verder gaan met waar u mee bezig was als u uitgerust bent. Een rustige omgeving kan helpen met concentratie.

Als het nodig is kunt u extra begeleiding krijgen bij uw herstel:

Als deze klachten u blijven storen, vertel dit dan aan uw huisarts of bij de telefonische controle afspraak met het ziekenhuis. Als het nodig is kunt u dan een verwijzing krijgen naar een professional die u hiermee verder kan helpen. Hierbij kan een ergotherapeut geschoold in cognitieve revalidatie (CPCRT), GZ-psycholoog met kennis van neuropsychologie en/of revalidatiearts betrokken worden.

3.7 Overige klachten

Sommige patiënten hebben last van haaruitval, verandering van hun nagels en droge of jeukende huid. Dit zijn tijdelijke verschijnselen die kunnen optreden na het doormaken van een ziekte. In de loop van de tijd herstellen deze klachten meestal vanzelf.

4. OEFENINGEN VOOR THUIS

Op de volgende pagina’s vindt u weekprogramma’s met oefeningen voor thuis.

Het weekprogramma bestaat uit lichamelijke oefeningen, ontspanningsoefeningen en concentratieoefeningen.

  • Doe elke dag de oefeningen uit het oefenprogramma; u kunt de oefensessies ook splitsen in één in de ochtend en één in de namiddag of avond.
  • Doe ook de concentratie- en ontspanningsoefeningen als u daar behoefte aan hebt en volg de instructies.
  • De spierkrachtoefeningen starten met 10-15 herhalingen. Met elke week worden de oefeningen iets zwaarder (meer herhalingen). Ga pas over naar de volgende week, als u 15 keer een beweging achter elkaar kunt maken!

Borgschaal

Om aan te geven hoe zwaar de oefeningen voor u zijn, kunt u gebruik maken van de Borgschaal. Met de Borgschaal kunt u de zwaarte van lichamelijke inspanning en de mate van vermoeidheid schatten. Hiervoor gebruikt u een score op een schaal van 6 tot 20.

Score 6 staat voor ‘geen enkele inspanning’ (= rust) en 20 betekent ‘maximale inspanning’.

De schaal geeft bij de oneven scores een korte omschrijving van de intensiteit.

Het is de bedoeling om bij het gebruik van de Borgschaal de gevoelens die u bij een inspanning ervaart zo eerlijk mogelijk te omschrijven. Alleen uw eigen gevoel is belangrijk, niet wat andere mensen ervan vinden.

Oefenprogramma

Elke oefensessie bestaat uit 5 onderdelen met elk 2-4 oefeningen:

1. Warming-up

2. Spierkrachtoefeningen voor de armen

3. Spierkrachtoefeningen voor de benen

4. (Rek-)oefeningen voor rug en gewrichten

5. Oefeningen voor hart en longen (conditie)

  • Als de oefeningen voor u te zwaar zijn (op de Borgschaal is dat ‘14’ of hoger) kunt u (korte) pauzes inlassen tussen de verschillende oefeningen. U kunt ook de oefeningen herhalen van een week daarvoor.
  • Als de oefeningen te licht zijn (op de Borgschaal is dat minder dan ‘10’) volg dan het oefenschema van week 4 t/m 6.
  • Over het algemeen geldt dat u tijdens de oefeningen altijd moet kunnen blijven praten! Dan bent u echt aan het trainen, maar raakt u niet helemaal uitgeput.

Als u kortademig wordt, neem dan even pauze. Ga rechtop zitten en leun als het nodig is met uw armen op tafel of met uw handen op uw benen.Ontspanningsoefeningen

Als u zich gespannen voelt, kan dit uw herstel in de weg zitten. Met een aantal oefeningen kunt u leren uzelf te ontspannen. De oefeningen kosten weinig tijd. Wel is het belangrijk om ze regelmatig (liefst dagelijks) te doen. Spreek hiervoor met uzelf een vast tijdstip af. U zult merken dat, wanneer u eenmaal in staat bent zich lichamelijk te ontspannen, vanzelf ook uw gedachten tot rust komen. Bent u onder behandeling bij een fysiotherapeut? U kunt hem/haar vragen om samen met u een aantal ontspanningsoefeningen door te nemen.

In de eerste drie weken van het weekprogramma worden een aantal oefeningen beschreven. Die kunt u vervolgens ook in de daaropvolgende weken doen. Er zijn drie onderdelen in de oefeningen:

  • ademhalingsoefeningen
  • ontspanningsoefeningen
  • spierontspanningsoefeningen

Concentratieoefeningen

Wij weten dat sommige patiënten na ontslag uit het ziekenhuis moeite hebben om zich te concentreren. Soms kunnen patiënten ook moeilijk dingen onthouden. Uw hersenen zijn, net als uw lichaam, wat ‘ontwent’ geraakt om de hele dag te functioneren. Ze moeten weer getraind worden om goed te kunnen werken. De concentratieoefeningen aan het einde van elke oefenweek kunnen u hierbij helpen.

Het zijn maar voorbeelden. U kunt uiteraard ook zelf op zoek gaan naar concentratieoefeningen die bij u passen. Op het internet vindt u vele mogelijkheden. Ook regelmatig lezen is een goede manier om uw concentratie en geheugen te trainen.

OEFENPROGRAMMA WEEK ➀

Ontspanning: Ademhalingsoefening
Om te kunnen ontspannen is een juiste manier van ademhalen noodzakelijk. De beste manier is de buikademhaling. Oefen deze dagelijks, liefst meerdere malen per dag. Doe altijd eerst een paar ademhalingsoefeningen voordat u andere ontspanningsoefeningen doet.

  • Ga zo gemakkelijk mogelijk liggen en sluit uw ogen
  • Leg uw handen op uw buik; zo kunt u goed voelen hoe uw buik op en neer gaat.
  • Adem in: uw buik zet uit en wordt wat boller.
  • Adem uit en voel met uw handen dat uw buik weer platter wordt.
  • Adem in en tel in gedachten (eenentwintig, tweeëntwintig, enzovoort).
  • Adem uit en tel in gedachten even ver als bij het inademen. Dus als u 4 tellen inademt, ademt u ook in 4 tellen uit.
  • Na de uitademing is er een pauze, u gaat vanzelf weer inademen.
  • Probeer dit voor 10-20 ademhalingen te doen en neem dan even pauze.

Concentratieoefening

U kunt uw geheugen en concentratie trainen door elke dag een foto uit de krant uit te zoeken. Deze bekijkt u een aantal minuten goed. Leg nu de krant weg. Schrijf dan op wat u allemaal hebt gezien. Controleer dan wat u opgeschreven hebt met de foto. Kijk vooral naar wat u bent vergeten. Probeer iedere dag meer te onthouden. Zoek foto’s uit waar veel op staat.

OEFENPROGRAMMA WEEK ➁

Warming up

1.

Zittend op een stoel.

Maak cirkels met uw beide schouders. Eerst 10 keer van achteren naar voren en vervolgens 10 keer van voren naar achteren bewegen.

2.

Zittend op een stoel.

Draai uw hoofd rustig naar rechts, houd 3 tellen vast en draai weer terug. Draai uw hoofd vervolgens naar links en weer terug.

Herhaal 5 keer.

3.

Zittend op een stoel. Armen gekruist voor het lichaam met handen op tegenovergestelde schouder.

Draai rustig naar links en probeer hierbij over uw schouder naar achteren te kijken, houd 3 tellen vast en draai weer terug. Vervolgens naar de andere kant draaien.

Herhaal 5 keer.

4.

Basishouding

Staand achter een stoel.

Houdt u vast aan de leuning van de stoel en maak passen op de plaats gedurende 1 minuut.

Oefeningen voor de armen

1.

Zittend op een stoel of staand.

Buig uw rechterarm 15 keer (probeer hierbij met uw vingers uw schouders aan te raken). Doe dit vervolgens met de linkerarm.

Herhaal 2 keer.

2.

Zittend op een stoel.

Beweeg beide armen zijwaarts 15 keer naar boven (tot boven uw hoofd) en weer terug.

Herhaal 2 keer.

3.

Sta met handen steunend tegen de muur, armen gestrekt.

Leun 15 keer naar voren en buig hierbij de armen en duw u weer langzaam terug tot de armen gestrekt zijn.

Herhaal 2 keer.

Oefeningen voor de benen

1.

Sta met de voeten iets uit elkaar.

Buig 15 keer voorzichtig door de knieën en heupen, waarbij uw hielen op de grond blijven staan en strek uw benen vervolgens weer helemaal.

Herhaal 2 keer.

2.

Zit op een stoel.

Strek de knie volledig, houd 3 tellen vast en zet uw been weer op de vloer. Doe hetzelfde met het andere been.

Herhaal 2x15 keer.

3.

Oefeningen voor de heupspieren

Breng om en om uw linker en uw rechter hiel naar uw bil.

Herhaal 2x15 keer (elk been).

Til vervolgens uw knieën om de beurt zo hoog mogelijk op.

Herhaal 2x15 keer (elk been).

Oefeningen voor rug en gewrichten

1.

Zit op een stoel met de benen gestrekt. Buig langzaam voorover met de handen richting tenen.

Houd 3 tellen vast en kom weer rustig overeind.

Herhaal 3 keer.

2.

Ga op uw buik liggen (in bed of op de grond) en rek u helemaal uit. Span uw bilspieren aan en kom met uw bovenlichaam omhoog. Steun hierbij op uw onderarmen, kijk recht naar voren en trek de schouders naar benden. Houd 3 tellen vast en ga weer liggen.

Herhaal 3 keer.

Tip: probeer dagelijks een kwartier op uw buik te slapen of te rusten.

Hart en longen

Maak een wandeling van 10-15 minuten buitenshuis op een vlak terrein.

Ga verder met waar u in week ➀ bent geëindigd en breidt dit gedurende deze week uit naar 15 minuten. Probeer de ervaren mate van inspanning op de Borgschaal tussen 11-13 te houden.

Als het te zwaar wordt loop dan wat rustiger of neem tussendoor een korte pauze (1 minuut). Als het te licht aanvoelt loop dan wat steviger door.

Ontspanning: Progressieve relaxatie en spierontspanning

Progressieve Relaxatie of Spierontspanning is een ontspanningsoefening. Deze is ontwikkeld door de psycholoog Jacobson. Tijdens deze ontspanningsoefening spant u eerst uw spieren aan, daarna ontspant u ze weer en geniet. Uw spieren voelen dan zwaar aan waardoor ze zich ontspannen.

Wij raden u aan om de spierontspanningsoefening “Ontspanning via Aanspannen en Ontspannen” van Ton Mensink te downloaden via onderstaande link. De totale oefening duurt ongeveer 15 minuten.

Spierontspanningsoefeningen downloaden als MP3:

http://in-balans-met-onrust.blogspot.nl/2012/01/progressieve-spierontspanning-jacobson.html

Aandachtspunten bij de uitvoering van de ontspanningsoefeningen:

  • Trek gemakkelijke, niet-knellende kleren aan.
  • Zoek een comfortabele plek om te liggen waar u niet koud wordt. Bijvoorbeeld op bed of op de bank of op een yoga matje met een fleece-deken over u heen.
  • Zorg ervoor dat u gemakkelijk ligt. Alle lichaamsdelen moeten voldoende ondersteund worden. Leg bijvoorbeeld een kussen onder uw hoofd en een opgerolde handdoek onder uw knieën.
  • Zorg dat u niet gestoord wordt door huisgenoten en zet uw telefoon uit.
  • Iedere stap doet u eerst in gedachten. Let op wat de gedachte aan spierspanning alleen al met u doet. Welke gevoelens het oproept en hoe uw lichaam aanvoelt. Daarna spant u uw spieren daadwerkelijk aan.
  • Span vervolgens tijdens iedere stap in deze ontspanningsoefening uw spieren aan. U hoeft de spieren niet tot het uiterste te spannen. Een lichte tot matige spanning is voldoende. Span de spieren ook niet te plotseling aan. Voer de spanning langzaam op.
  • Ontspan uw spieren langzaam. Voel hoe de spanning wegstroomt. Hoe meer u uw spieren ontspant hoe zwaarder en prettiger ze voelen.
  • Houd uw aandacht bij de wisselende sensaties van spanning en ontspanning.
  • Het is niet de bedoeling dat u in slaap valt. Maar als dat toch gebeurd is het niet erg.
  • Denk ook bij de ontspanningsoefening en de spierontspanningsoefening, aan de ademhaling.
  • Door de oefeningen vaak te doen, ontspant u op den duur steeds gemakkelijker.

Concentratieoefening

Teken een voorwerp wat u elke dag gebruikt (zonder ernaar te kijken!) Het kan van alles zijn: uw horloge, uw tandenborstel, bestek, een eurobiljet, het bosje bloemen wat op de tafel staat. Controleer het hierna. Deze oefening leert u beter waarnemen. OEFENPROGRAMMA WEEK ➂

Warming up

1.

Zittend op een stoel.

Maak cirkels met uw beide schouders. Eerst 10 keer van achteren naar voren en vervolgens 10 keer van voren naar achteren bewegen.

2.

Zittend op een stoel.

Kijk recht vooruit en ga vervolgens met uw linker oor naar uw linker schouder. Houd dit enkele seconden vast en ga vervolgens met uw rechter oor naar uw rechter schouder.

Probeer hierbij de schouders laag te houden!

Herhaal 5 keer.

3.

Zittend op een stoel. Armen gekruist voor het lichaam met handen op tegenovergestelde schouder.

Draai rustig naar links en probeer hierbij over uw schouder naar achteren te kijken, houd 3 tellen vast en draai weer terug. Vervolgens naar de andere kant draaien.

Herhaal 5 keer.

4.

Basishouding

Staand achter een stoel. Met of zonder vasthouden aan de stoelleuning.

Maak passen op de plaats gedurende 2x1 minuut.

Oefeningen voor de armen

1.

Zittend op een stoel of staand.

Buig uw rechterarm 15 keer (probeer hierbij met uw vingers uw schouders aan te raken). Doe dit vervolgens met de linkerarm.

Herhaal 3 keer.

2.

Zit op een stoel.

Beweeg de armen zijwaarts 15 keer naar boven (tot boven uw hoofd) en weer terug.

Herhaal 3 keer.

3.

Sta met handen steunend tegen de muur, armen gestrekt.

Leun 15 keer naar voren en buig hierbij de armen en duw u weer langzaam terug tot de armen gestrekt zijn.

Herhaal 3 keer.

Oefeningen voor de benen

1.

Sta met de voeten iets uit elkaar.

Buig 15 keer voorzichtig door de knieën en heupen, waarbij uw hielen op de grond blijven staan en strek uw benen vervolgens weer helemaal.

Herhaal 3 keer.

2.

Zit op een stoel.

Strek de knie volledig, houd 3 tellen vast en zet uw been weer op de vloer. Doe hetzelfde met het andere been.

Herhaal 3x15 keer.

3.

Oefeningen voor de heupspieren

Breng om en om uw linker en uw rechter hiel naar uw bil.

Herhaal 3x15 keer (elk been).

Til vervolgens uw knieën om de beurt zo hoog mogelijk op.

Herhaal 3x15 keer (elk been).

Oefeningen voor rug en gewrichten

1.

Zit op een stoel met de benen gestrekt. Buig langzaam voorover met de handen richting tenen.

Houd 3 tellen vast en kom weer rustig overeind.

Herhaal 3 keer.


2.

Ga op uw buik liggen (in bed of op de grond) en rek u helemaal uit. Span uw bilspieren aan en kom met uw bovenlichaam omhoog. Steun hierbij op uw onderarmen, kijk recht naar voren en trek de schouders naar beneden. Houd 3 tellen vast en ga weer liggen.

Herhaal 3 keer.

Tip: probeer dagelijks een kwartier op uw buik te slapen of te rusten.

Hart en longen

Maak een wandeling van 15-20 minuten buitenshuis op een vlak terrein.

Ga verder met waar u in week ➁ bent geëindigd en breid dit gedurende deze week uit naar 20 minuten. Probeer de ervaren mate van inspanning op de Borgschaal tussen 11-13 te houden.

Als het te zwaar wordt loop dan wat rustiger of neem tussendoor een korte pauze (van 1 minuut). Als het te licht aanvoelt loop dan wat steviger door.

Ontspanning: Spierontspanningsoefening in zittende positie

Behalve de ontspanningsoefeningen uit week 2 kunt u ongeveer dezelfde oefeningen ook zittend doen. Het is de bedoeling dat u let op het gevoel van een bepaalde spiergroep. Als u die spiergroep aanspant en vervolgens weer loslaat, concentreert u zich op het gevoel van ontspanning dat in die spiergroep ontstaat. Zo'n gevoel is voor iedereen anders. Soms lijkt het alsof die spieren wat zwaarder aanvoelen en soms alsof ze wat warmer zijn. Schat het genoemde aantal seconden door rustig te tellen (eenentwintig, tweeëntwintig, enzovoort).

  1. Begin met uw rechterbeen. Strek dit naar voren en span de spieren goed aan. Concentreer op het gevoel van spanning. Houd die spanning 5 tot 10 seconden vast. Laat dan die spieren geleidelijk los. Let op het verschil tussen spanning en ontspanning. Herhaal het spannen en ontspannen van deze spiergroep tweemaal.
  2. Richt de aandacht vervolgens op uw linkerbeen. Let op het verschil dat u voelt tussen de spieren van uw rechter- en linkerbeen. Span en ontspan vervolgens de spieren van uw linkerbeen, zoals u dat zoeven met uw rechterbeen hebt gedaan (2x). Voelt u een verschil tussen uw rechter- en linkerbeen?
  3. Concentreer u nu op uw rechterarm. Bal uw hand tot een vuist en strek uw arm voor u uit. Span de spieren van uw hand, arm en schouder goed aan. Let op het gevoel van spanning in uw rechterarm. Laat na 5 tot 10 seconden de spieren geleidelijk los. Let op het verschil tussen spanning en ontspanning. Herhaal het spannen en ontspannen van deze spiergroep tweemaal.
  4. Richt de aandacht vervolgens op uw linkerarm. Let op het verschil dat u voelt tussen de spieren van uw rechter- en linkerarm. Span en ontspan vervolgens de spieren van uw linkerarm, zoals u dat zoeven met uw rechterarm hebt gedaan (2x). Hoe voelen de spieren van beide armen nu aan – is er een verschil?

Concentratieoefening

Tel van 100 terug naar 1. Of neem eem willekeurig getal en trek er steeds 7 van af.

OEFENPROGRAMMA WEEK ➃

Warming up

1.

Zittend op een stoel.

Maak cirkels met uw beide schouders. Eerst 10 keer van achteren naar voren en vervolgens 10 keer van voren naar achteren bewegen.

2.

Zittend op een stoel.

Buig uw hoofd naar voren, en doe de kin op de borst. Uw rug moet recht blijven. Daarna uw hoofd voorzichtig achterover buigen, kijk naar het plafond.

Let op: als u duizelig wordt, moet u deze oefening niet meer doen!

Herhaal 5 keer.

3.

Zittend op een stoel. Armen gekruist voor het lichaam met handen op tegenovergestelde schouder.

Draai rustig naar links en probeer hierbij over uw schouder naar achteren te kijken, houd 3 tellen vast en draai weer terug. Vervolgens naar de andere kant draaien.

Herhaal 5 keer.

4.

Loop op de plaats gedurende 3x1 minuut (tussendoor ½ minuut uitrusten).

Probeer dit zonder vasthouden, maar ga wel in de buurt staan van een stoel of muur om steun te kunnen zoeken als dit nodig is.

Oefeningen voor de armen

1.

Zittend op een stoel of staand.

Neem een kleine fles gevuld met water (1/2 liter) in uw rechterhand en buig uw arm 10-15 keer. Doe dit vervolgens ook met de linkerarm.

Als het te zwaar is, vul de fles maar tot de helft!

2.

Ga staan en verstrengel uw vingers in elkaar. Strek de armen naar voren, zodat uw handpalmen naar voren wijzen. Duw uw handpalmen vervolgens van u af, houd 3 tellen vast, schouders laag, en ontspan.

Herhaal 5 keer.

Verstrengel uw vingers achter uw rug in elkaar. Duw uw armen naar achteren, houd 3 tellen vast, en laat ze weer zakken.

Herhaal 5 keer.

3.

Oefening voor de armen

Zit op een stoel.

Neem in beide handen een kleine fles (1/2 liter) gevuld met water en beweeg de armen 10-15 keer zijwaarts naar boven (tot boven uw hoofd).

Als het te zwaar is, vul de fles dan maar tot de helft!

Oefeningen voor de benen

1.

Oefening voor de spieren die de voet buigenOefening voor de spieren die de voet heffen

Sta achter een stoel.

Ga op uw tenen staan, houd 3 tellen vast en zet de hielen weer op de grond. Trek daarna uw beide voorvoeten op en blijf 3 tellen op uw hakken staan. Houd uw heupen gestrekt.

Herhaal 10-15 keer.

2.

Zit op een stoel.

Strek de knie volledig, hef uw gestrekte been iets van de stoel, laat uw been weer zakken en zet de voet neer op de vloer. Doe hetzelfde met het andere been.

Herhaal 10-15 keer (met elk been).

3.

MS-heupoefeningen

Sta achter een stoel en hef uw linker been

10-15 keer zijwaarts. Doe hetzelfde vervolgens met uw rechterbeen.

Oefeningen voor buik en gewrichten

1.

Ruglig op bed.

Til het hoofd op en beweeg het een beetje richting de knieën, houd 3 tellen vast en ontspan weer.

Herhaal 10-15 keer.

U kunt de oefening zwaarder maken door ook uw handen in richting van de knieën te bewegen.

2.

Ruglig op bed.

Trek met uw handen de knie van het ene been zo veel mogelijk naar de borst en houd tegelijk het andere been volkomen plat op bed.

Houd 5 tellen vast en wissel af met het andere been.

Herhaal 5 keer met elk been.

Hart en longen

Ga 20-30 minuten buitenshuis wandelen op een vlak terrein. Ga verder waar u in week ➂ bent geëindigd en breid dit gedurende deze week uit naar 30 minuten. Houd de ervaren mate van inspanning tussen 11-13 op de Borgschaal.

Als het te zwaar wordt ga dan wat rustiger lopen of neem af en toe een korte pauze (max. 1 minuut). Als het te licht voelt, probeer dan iets sneller te

lopen.

Ontspanning

Herhaal een van de oefeningen uit week 1 t/m 3.

Concentratieoefening

Concentreert u zich op een voorwerp. Het maakt niet uit wat het is. Het kan een deur zijn of een pen. Doe dit een minuut lang. Zet een streepje op een papier voor elk moment dat u afdwaalt. Neem elke dag een ander voorwerp. Voer de tijd voor de concentratie elke keer een beetje op. Kies bij voorkeur saaie voorwerpen. Hoe saaier het voorwerp, hoe lastiger de concentratie.

OEFENPROGRAMMA WEEK ➄

Warming up

1.

Sta rechtop.

Trek uw beide schouders naar achteren, ontspan en trek de schouders vervolgens naar voren.

Herhaal 10 keer.

2.

Kijk recht vooruit en ga vervolgens met uw linker oor naar uw linker schouder. Houd dit enkele seconden vast en ga vervolgens met uw rechter oor naar uw rechter schouder.

Probeer hierbij de schouders laag te houden!

Herhaal 10 keer.

3.

Zittend op een stoel. Armen gekruist voor het lichaam met handen op tegenovergestelde schouder.

Draai rustig naar links en probeer hierbij over uw schouder naar achteren te kijken, houd 3 tellen vast en draai weer terug. Vervolgens naar de andere kant draaien.

Herhaal 5 keer.

4.

Loop op de plaats gedurende 3x1 minuut (tussendoor ½ minuut uitrusten).

Probeer dit zonder vasthouden, maar ga wel in de buurt staan van een stoel of muur om steun te kunnen zoeken als dit nodig is.

Oefeningen voor de armen

1.

Zittend op een stoel of staand.

Neem een kleine fles gevuld met water (1/2 liter) in uw rechterhand en buig uw arm 15 keer. Doe dit vervolgens ook met de linkerarm.

Herhaal 2 keer.

Als het te zwaar is, vul de fles maar tot de helft!


2.

Zit op een stoel met armleuningen.

Plaats uw beide handen op de armleuningen en zet u af - ellebogen strekken en schouders naar beneden trekken. Houd 3 tellen vast en ga weer rustig zitten.

Herhaal 10-15 keer.

3.

Oefening voor de armen

Zit op een stoel.
Neem in beide handen een kleine fles (1/2 liter) gevuld met water en beweeg de armen 15 keer zijwaarts naar boven (tot boven uw hoofd).

Herhaal 2 keer.Als het te zwaar is, vul de fles dan maar tot de helft!

Oefeningen voor de benen

1.

Zit op een stoel.

Strek de knie volledig, hef uw gestrekte been iets van de stoel, laat uw been weer zakken en zet de voet neer op de vloer. Doe hetzelfde met het andere been.

2 series van 15 herhalingen met elk been.

2.

MS-heupoefeningen

Sta achter een stoel en hef uw linkerbeen

15 keer zijwaarts. Doe hetzelfde met uw rechterbeen.

Herhaal 2 keer.

3.

Ruglig met gebogen knieën en voeten plat op de grond. Armen zijwaarts langs het lichaam.

Zet af met beide voeten en til u billen zo hoog mogelijk van de grond; houd 3 tellen vast en leg weer neer.

Herhaal 10-15 keer.

Oefeningen voor buik en rug

1.

Ruglig op bed.

Til het hoofd op en beweeg het een beetje richting de knieën, houd 3 tellen vast en ontspan weer.

2 series van 15 herhalingen.

U kunt de oefening zwaarder maken door ook uw handen in richting van de knieën te bewegen.

2.

Ga “zitten” op handen en knieën. Uw rug is recht.

Maak uw rug bol, zodat uw hoofd naar beneden hangt. Maak vervolgens uw rug hol en til daarbij uw hoofd op. Overdrijf dit niet! Maak uw rug weer recht. Begin de beweging onderaan bij uw stuitje en voer de bewegingen rustig uit.

Herhaal 10-15 keer.

Hart en longen

Ga 20-30 minuten buitenshuis wandelen, bij voorkeur op oneffen terrein (bijv. in het bos, over een grasveld, door het zand).

Houd de ervaren mate van inspanning tussen 11-13 op de Borgschaal. Als het te zwaar wordt ga dan wat rustiger lopen of neem af en toe een korte pauze (max. 1 minuut). Als het te licht voelt, probeer dan iets sneller te lopen.

Ontspanning

Herhaal een van de oefeningen uit week 1 t/m 3.

Concentratieoefening

Deze oefening doet u met zijn tweeën. Laat iemand een woord zeggen en spel het woord achterstevoren. Het vraagt goede concentratie. Verzin steeds langere en/of moeilijkere woorden. OEFENPROGRAMMA WEEK ➅

Warming up

1.

Sta rechtop.

Trek uw beide schouders naar achteren, ontspan en trek de schouders vervolgens naar voren.

Herhaal 10 keer.

2.

Zittend op een stoel.

Draai uw hoofd rustig naar rechts, houdt 3 tellen vast en draai weer terug naar voren. Draai uw hoofd vervolgens naar links en weer terug.

Herhaal 5 keer.

3.

Zittend op een stoel. Armen gekruist voor het lichaam met handen op tegenovergestelde schouder.

Draai rustig naar links en probeer hierbij over uw schouder naar achteren te kijken, houd 3 tellen vast en draai weer terug. Vervolgens naar de andere kant draaien.

Herhaal 5 keer.

4.

Loop op de plaats gedurende 3x1 minuut (tussendoor ½ minuut uitrusten).

Probeer dit zonder vasthouden, maar ga wel in de buurt staan van een stoel of muur om steun te kunnen zoeken als dit nodig is.

Oefeningen voor de armen

1.

Zittend op een stoel of staand.

Neem een kleine fles gevuld met water (1/2 liter) in uw rechterhand en buig uw arm 15 keer. Doe dit vervolgens ook met de linkerarm.

Herhaal 3 keer.

Als het te zwaar is, vul de fles maar tot de helft!


2.

Zit op een stoel met armleuningen.

Plaats uw beide handen op de armleuningen en zet u af - ellebogen strekken en schouders naar beneden trekken. Houd 3 tellen vast en ga weer rustig zitten.

2 series van 15 herhalingen.

3.

Oefening voor de armen

Zit op een stoel.
Neem in beide handen een kleine fles (1/2 liter) gevuld met water en beweeg de armen 15 keer zijwaarts naar boven (tot boven uw hoofd).

Herhaal 3 keer.

Als het te zwaar is, vul de fles dan maar tot de helft!

Oefeningen voor de benen

1.

Zit op een stoel.

Strek de knie volledig recht, hef uw gestrekte been iets van de stoel, laat uw been weer zakken en zet de voet neer op de vloer. Doe hetzelfde met het andere been.

3 series van 15 herhalingen met elk been.

2.

MS-heupoefeningen

Sta achter een stoel en hef uw linker been

15 keer zijwaarts. Doe hetzelfde vervolgens met uw rechter been.

Herhaal 3 keer.

3.

Ruglig met gebogen knieën en voeten plat op de grond. Armen zijwaarts langs het lichaam.

Zet af met beide voeten en til u billen zo hoog mogelijk van de grond; houd 3 tellen vast en leg weer neer.

2 series van 15 herhalingen.

Oefeningen voor buik en rug


1.

Ruglig op bed.

Til het hoofd op en beweeg het een beetje richting de knieën, houd 3 tellen vast en ontspan weer.

3 series van 15 herhalingen.

U kunt de oefening zwaarder maken door ook uw handen in richting van de knieën te bewegen.

2.

U ligt op uw rug, uw knieën opgetrokken maar uw voeten op de ondergrond, tegen elkaar aan. Uw armen liggen gespreid op de ondergrond.

Houd uw knieën goed bij elkaar en draai ze naar rechts. Draai tegelijk met uw hoofd naar links. Laat even liggen en kom dan rustig weer tot de uitgangspositie. Uw onderrug probeert u hierbij als eerste naar de grond te duwen, dan volgen uw bovenbenen en knieën. Doe dit ook de andere kant op.

Herhaal 10 keer.

Hart en longen

Ga dagelijks 30 minuten buiten wandelen (in het bos, in een park, in de duinen).

Houd de ervaren mate van inspanning tussen 11-13 op de Borgschaal. Ga even rust nemen als het te zwaar wordt of loop wat steviger door als u dit aankunt. Geniet vooral van de omgeving en de frisse lucht en zet het verstand even ‘op nul’.

Ontspanning

Herhaal een van de oefeningen uit week 1 t/m 3.

Concentratie oefening

Doe concentratietests die u kunt vinden op het internet. U kunt er verschillende vinden (bijv. Sudoko).

5. NAWOORD

Dit revalidatieboek is ontwikkeld door de afdeling Revalidatie van het Amsterdam UMC, locatie AMC en VUmc, met steun van het Revalidatiefonds. Er is voor het overzicht van de klachten gebruik gemaakt van informatie ontwikkeld door het Maasstad en het Van Weel Bethesda Ziekenhuis en informatie van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU).

Wij hopen dat dit revalidatieboek u helpt bij uw herstel en wensen u veel sterkte en succes hierbij!

Wij raden u aan, als u vragen of problemen heeft, deze op te schrijven. Houdt u ze bij de hand als u contact heeft met uw huisarts of bij uw telefonische controle afspraak met het ziekenhuis.

Mocht u al eerder vragen hebben over dit revalidatieboek, dan kunt u mailen met:

ICrevalidatie@amsterdamumc.nl

Vriendelijke groet,

Amsterdam UMC, locatie AMC en VUmc

Revalidatie

Longziekten

Diëtetiek en Voedingswetenschappen

Medische Psychologie

Medisch Maatschappelijk Werk

Patiëntenvoorlichting