Binnenkort wordt u opgenomen in Amsterdam UMC, locatie VUmc, op afdeling 3B Gynaecologische Oncologie. Hier krijgt u een laserbandeling. Deze folder geeft u algemene informatie over de operatie en over het verloop van de opname in het ziekenhuis. Deze folder is bedoeld als aanvulling op de informatie die u van de gynaecoloog en casemanager heeft gekregen.

  • Heeft u nog vragen, neem dan gerust contact op met uw casemanager van de polikliniek of vraag het aan de verpleegkundige op de afdeling.

Wat is een laserbehandeling?

Bij een laserbehandeling worden VIN (afwijkingen op de vulva, oftewel schaamlippen) of VAIN (afwijkingen in de vagina) behandeld met een laser. Hierdoor ontstaat er een brandwond. Met name de eerste 1 - 2 weken kan dit pijnlijk zijn, als de wond op de vulva zit. De mate van pijn ter plaatse van de vulva hangt af van de grootte van het gebied wat gelaserd wordt. Ook de locatie van de afwijkingen kan de mate van pijn bepalen (bij een laserbehandeling van vagina is er meestal weinig tot geen pijn).

Doordat het wondgebied dicht bij de plasbuis en de anus zit, is de kans op ontsteking wat groter dan bij wonden op andere plekken van de huid.

Opnamedag

U wordt de dag voor de operatie of op de dag van de operatie opgenomen op de verpleegafdeling. Op de dag van de ingreep mag u in principe in de loop van de dag met ontslag. Wij adviseren u om spullen mee te nemen voor een (extra) overnachting.

Wat neem ik mee naar het ziekenhuis

  • voldoende schone nachtkleding (bij voorkeur met korte mouwen), ondergoed e.d.
  • comfortabele kleding (bij voorkeur korte mouwen en wijde broeken) om overdag te dragen
  • slippers/pantoffels
  • toiletspullen
  • boek/laptop/tablet/handwerkje
  • uw eigen medicijnen in originele verpakking(en).

Opnamegesprek

Op de opnamedag volgt er een opnamegesprek met de verpleegkundige en de zaalarts. Er wordt geïnformeerd naar allergieën, uw algemene gezondheidstoestand en uw thuissituatie.

Verder noteren we de naam en het telefoonnummer van uw contactpersoon. Dit is de persoon die na de operatie gebeld wordt om te bevestigen dat de operatie achter de rug is. U kunt uw partner, familielid of goede vriend(in) opgeven als contactpersoon.

We vragen naar uw thuismedicatie en leggen u uit wat voor medicatie u tijdens de opname krijgt. Er wordt lichamelijk onderzoek gedaan. We doen een aantal metingen bij u (hartslag, temperatuur, bloeddruk, zuurstofgehalte in het bloed, pijnscore, lengte en gewicht). We nemen ook bloed af.

Medicatie

Het is belangrijk dat u al uw medicijnen in de originele verpakking(en) meeneemt naar het ziekenhuis. Uw eigen medicatie mag u doorgebruiken, mits er anders is afgesproken door de anesthesioloog of arts. Medicatie-inname gaat altijd in overleg met uw verpleegkundige.

Avond voor de operatie

Tot middernacht mag u eten naar wens. Tot 2 uur voor de operatie mag u nog heldere vloeistoffen drinken (geen melk).

Dag van de operatie

Voor de operatie wordt u geadviseerd om te douchen. Van de verpleegkundige krijgt u operatiekleding om aan te trekken.

Sieraden, piercings, make-up, kunstnagels, nagellak en hoofddeksels dienen verwijderd te zijn. Als u een bril, contactlenzen of gebitsprothese heeft, moet u deze uitdoen voordat u naar de operatiekamer gaat.

Ter voorbereiding op de narcose krijgt u soms medicatie voor de operatie. Deze medicijnen zijn afgesproken met de anesthesioloog. Dit zijn medicijnen zoals pijnstillers en/of een tablet ter ontspanning/rust.

U wordt met uw bed naar de wachtruimte van de operatiekamer gebracht, de verkoever. Een verpleegkundige neemt hier tijdelijk de zorg over. Vanuit de verkoever wordt u opgehaald door de anesthesioloog. In de operatiekamer staat een team van artsen en operatieassistenten klaar.

Op de operatiekamer

Op de operatiekamer worden de laatste veiligheidsprocedures nagelopen. Er worden u meermaals algemene vragen gesteld, zoals het noemen van uw naam en geboortedatum. U krijgt een infuus voor het toedienen van vocht en medicatie. Deze operatie vindt meestal plaats onder narcose of met een ruggenprik.

Na de operatie

Na de operatie wordt u terug naar de verkoever (uitslaapkamer) gebracht. Hier verblijft u enige tijd ter observatie. U bent aangesloten op bewakingsapparatuur en als het nodig is krijgt u extra zuurstof via een slangetje in de neus. Zodra uw lichamelijke situatie het toelaat, wordt u opgehaald door een verpleegkundige van de afdeling.

Terug op de verpleegafdeling

Zodra u weer op de verpleegafdeling bent, mag u weer eten en drinken. Het infuus wordt verwijderd als u heeft geplast en niet misselijk bent.

Ontslag uit het ziekenhuis

De dag van het ontslag

Als u voldoende bent bijgekomen en de lichamelijke conditie dit toelaat mag u met ontslag. U krijgt, zo nodig, vervolgafspraken mee.

Ontslaggesprek

Bij het ontslag krijgt u een ontslaggesprek met de zaalarts. U krijgt een brief mee voor de huisarts en eventueel recept(en) voor medicatie. De arts en verpleegkundige zullen leefregels met u doornemen en aangeven wanneer u contact op moet nemen met het ziekenhuis.

Herstel

U dient de eerste dagen na de ingreep rustig aan te doen en kunt voorzichtig uw dagelijkse werkzaamheden weer oppakken.

Wondzorg

Als u een laserbehandeling van de vulva (schaamlippen) hebt ondergaan, dan kunnen de plekken die behandeld zijn aanvoelen als brandwonden. U kunt deze ter verlichting van de klachten insmeren met vette zalf en/of lidocaïne zalf. Dit krijgt u mee van uw arts. U kunt de wondjes afdekken met een absorberend verband, dit beschermt tegen schuren. Het is belangrijk dat u verband of inlegkruisjes gebruikt zonder kunststof of plastic (bijvoorbeeld kraamverband).

Als er een laserbehandeling van de vagina heeft plaatsgevonden, dan is er meestal weinig tot geen pijn na de behandeling.

Na zowel een laserbehandeling van de vulva als van de vagina kunt u last hebben van (weinig) bloedverlies of donkere afscheiding.

Verder is het belangrijk dat u de vulva 2x per dag schoon spoelt (bijvoorbeeld onder de douche) met lauw water.