Binnenkort wordt u opgenomen in Amsterdam UMC, locatie VUmc, op afdeling 3B Gynaecologische Oncologie. Hier krijgt u een diagnostische laparoscopie operatie. Deze folder geeft algemene informatie over de operatie en over het verloop van de opname in het ziekenhuis. Deze folder is bedoeld als aanvulling op de informatie die u van de gynaecoloog en casemanager heeft gekregen.
- Heeft u nog vragen, neem dan gerust contact op met uw casemanager van de polikliniek of vraag het aan de verpleegkundige op de afdeling.
Wat is een diagnostische laparoscopie?
Een diagnostische laparoscopie is een kijkoperatie waarbij de arts de organen in de buikholte bekijkt. Zo kunnen de baarmoeder, eileiders, eierstokken, darmen, lever en het middenrif nauwkeurig worden onderzocht.
De gynaecoloog kan in de buik opereren zonder een grote snede te hoeven maken. Via 2 tot 4 kleine sneetjes in de buik worden instrumenten in de buik ingebracht waarmee de gynaecoloog de operatie kan uitvoeren. De kijkbuis is verbonden met een camera waardoor de gynaecoloog op een scherm de binnenkant van de buik goed kan zien en in de buik kan opereren. Dit geeft de arts informatie die andere soorten onderzoeken, zoals scans, niet kunnen geven.
Voor deze ingreep heeft u algehele narcose nodig. Vervolgens wordt de buik met een gas (CO2) opgeblazen waardoor de organen in de buik beter te zien zijn. De operatie duurt 30 tot 60 minuten.
Bij deze operatie wordt mogelijk weefsel afgenomen om te laten onderzoeken.
Opnamedag
U wordt de dag voor de operatie of op de dag van de operatie opgenomen op de verpleegafdeling. Op de dag van de ingreep mag u in principe in de loop van de dag met ontslag. Toch adviseren wij u om voor de zekerheid spullen mee te nemen voor een (extra) overnachting.
Wat neem ik mee naar het ziekenhuis
- voldoende schone nachtkleding (bij voorkeur met korte mouwen), ondergoed e.d.
- comfortabele kleding (bij voorkeur korte mouwen en wijde broeken) om overdag te dragen
- slippers/pantoffels
- toiletspullen
- boek/laptop/tablet/handwerkje
- uw eigen medicijnen in originele verpakking(en).
Opnamegesprek
Op de opnamedag volgt er een opnamegesprek met de verpleegkundige en de zaalarts. Er wordt geïnformeerd naar allergieën, uw algemene gezondheidstoestand en uw thuissituatie.
Verder noteren we de naam en het telefoonnummer van uw contactpersoon. Dit is de persoon die na de operatie gebeld wordt om te bevestigen dat de operatie achter de rug is. U kunt uw partner, familielid of goede vriend(in) opgeven als contactpersoon.
We vragen naar uw thuismedicatie en we leggen u uit wat voor medicatie u tijdens de opname krijgt.
Er wordt ook lichamelijk onderzoek gedaan. We doen een aantal metingen bij u (polsfrequentie, temperatuur, bloeddruk, zuurstofgehalte in het bloed, pijnscore, lengte en gewicht). We nemen ook bloed af.
Medicatie
Het is belangrijk dat u al uw medicijnen in de originele verpakking(en) meeneemt naar het ziekenhuis. Uw eigen medicatie mag u doorgebruiken, mits er anders is afgesproken door de anesthesioloog of arts. Medicatie-inname gaat altijd in overleg met uw verpleegkundige.
Avond voor de operatie
Tot middernacht mag u eten naar wens. Tot 2 uur voor de operatie mag u nog heldere vloeistoffen drinken (geen melk).
Dag van de operatie
Voor de operatie wordt u geadviseerd om te douchen. Van de verpleegkundige krijgt u operatiekleding aangereikt.
Sieraden, piercings, make-up, kunstnagels, nagellak en hoofddeksels dienen verwijderd te zijn. Als u een bril, contactlenzen of gebitsprothese heeft, moet u deze uitdoen voordat u naar de operatiekamer gaat.
Ter voorbereiding op de narcose krijgt u soms medicatie voor de operatie. Deze medicijnen zijn afgesproken met de anesthesioloog. Dit zijn medicijnen zoals pijnstillers en/of een tablet ter ontspanning/rust.
U wordt met uw bed naar de wachtruimte van de operatiekamer gebracht, de verkoever. Een verpleegkundige neemt hier tijdelijk de zorg over. Vanuit de verkoever wordt u opgehaald door de anesthesioloog. In de operatiekamer staat een team van artsen en operatieassistenten klaar.
Op de operatiekamer
Op de operatiekamer worden de laatste veiligheidsprocedures nagelopen. Er worden u meermaals algemene vragen gesteld, zoals het noemen van uw naam en geboortedatum. U krijgt een infuus voor het toedienen van vocht en medicatie.
Tijdens de operatie bent u onder algehele narcose. Dit betekent dat u slaapt en niet bij bewustzijn bent. U bent aangesloten op een bewakingsmonitor die de vitale functies, zoals hartslag en bloeddruk controleert. Er wordt een beademingsbuisje in de keel ingebracht voor de beademing tijdens de operatie. Hierdoor kunt u nog enkele dagen last hebben van uw keel.
Aan het einde van de operatie neemt de gynaecoloog telefonisch contact op met de eerste contactpersoon om te informeren over het verloop van de operatie.
Na de operatie
Na de operatie wordt u terug naar de verkoever (uitslaapkamer) gebracht. Hier verblijft u enige tijd ter observatie. U bent aangesloten op bewakingsapparatuur en als het nodig is krijgt u extra zuurstof via een slangetje in de neus. Zodra uw lichamelijke situatie het toelaat, wordt u opgehaald door een verpleegkundige van de afdeling.
Periode na de operatie
Na de operatie kunt u het volgende verwachten
Infuus
Het infuus wordt verwijderd als u voldoende zelf kunt drinken en geen medicatie via het infuus meer nodig heeft.
Pijnbestrijding na de operatie
Na de ingreep kunt u wat milde pijn in uw buik ervaren en last hebben van uw schouder door restjes van het gas dat is achter gebleven. Dit gaat vanzelf weer weg. Voor de pijn krijgt u van de verpleegkundige pijnmedicatie.
Hechtingen
Als de huid is gesloten met onderhuidse hechtingen zijn deze oplosbaar en hoeven niet verwijderd te worden.
Eetlust
Na de operatie mag u direct eten. Afhankelijk van uw eetlust wordt uw dieet uitgebreid. Door de narcose en de verschillende soorten medicijnen kunt u misselijk worden.
Mobiliseren
Na de operatie is het van belang om zo snel mogelijk te starten met bewegen en uit bed gaan. Dit noemen we ook wel mobiliseren. De verpleegkundige helpt u hierbij.
Ontslag uit het ziekenhuis
De dag van het ontslag
Als het herstel zonder complicaties verloopt, kunt u dezelfde dag van de operatie met ontslag. Aan het einde van de dag komt uw dokter nog even bij u langs om te vertellen wat er is gezien en welk weefsel weggehaald is.
Ontslaggesprek
Bij het ontslag krijgt u een ontslaggesprek met de zaalarts. U krijgt een brief mee voor de huisarts en recept(en) voor medicatie. De arts en verpleegkundige zullen leefregels met u doornemen en aangeven wanneer u contact op moet nemen met het ziekenhuis.
Nazorg
Om u te ondersteunen bij uw herstel zal er na uw ontslag telefonisch contact met u worden opgenomen. Er wordt gevraagd hoe het met u gaat en als u vragen heeft worden deze beantwoord.
Uitslag van weefselonderzoek en nabehandeling
Ongeveer 10 tot 15 werkdagen na de operatie krijgt u de uitslag van weefselonderzoek. Wanneer u met ontslag gaat, krijgt u hier een (telefonische) afspraak voor.
Het weefsel dat bij de operatie is weggenomen, wordt op het pathologisch laboratorium onderzocht. Is de uitslag bekend? Dan volgt een overleg waarin wordt vastgesteld of een nabehandeling met radiotherapie (bestraling) en eventueel chemotherapie noodzakelijk is. Bij dit overleg zijn meerdere specialisten betrokken: de behandelend gynaecoloog, vaak ook andere gynaecologen, de internist en de radiotherapeut (bestralingsarts).
Is nabehandeling nodig? Dan verwijst de gynaecoloog u dan naar een radiotherapeut en eventueel een oncoloog door voor een verdere behandeling. In sommige gevallen is het mogelijk de aanvullende chemotherapie- en bestralingsbehandeling dichter bij uw huis te laten plaatsvinden.