U wordt of u bent opgenomen op een van de afdelingen van Amsterdam UMC. Het kan zijn dat u in verband met diabetes mellitus bent opgenomen, maar deze ziekenhuisopname kan ook een andere reden hebben.Een goede diabetesinstelling draagt bij tot het herstel en een goede wondgenezing. Dit kan ook invloed hebben op de opnameduur in het ziekenhuis. Daarnaast heeft een goede instelling een gunstig effect op eventuele bijkomende (lange termijn) complicaties.

Voorbereiding

U wordt gevraagd het volgende mee te nemen wanneer u wordt opgenomen:

  • een overzicht van al uw medicatie
    • de apotheker kan dit voor u verzorgen, of neem uw medicijnen mee.
  • uw insuline en insulinepennen als u insuline injecteert
  • u bent vrij uw eigen bloedglucosemeter/bloedglucosesensor mee te nemen, als u naast
  • de dagelijkse standaard meettijden ook zelf wenst te controleren
  • uw diabetesdagboekje met de door u gemeten bloedglucosewaarden
  • de naam van de arts die uw diabetes behandelt.

Tijdens opname

Tijdens de opname wordt uw eigen diabetesmedicatie voortgezet. De afdelingsverpleegkundige meet de bloedglucose op de volgende tijden:

  • nuchter
  • rond 22.00 uur
  • rond 12.00 uur
  • indien nodig extra volgens een protocol.
  • rond 17.00 uur

Daarnaast staat het u vrij zelf ook de bloedglucose te meten met uw eigen bloedglucosemeter of bloedglucose sensor. U blijft zelf insuline (subcutaan) injecteren zolang uw toestand dat toelaat. In het ziekenhuis houden we als algemene bloedglucosewaarde een waarde tussen

4 en 10 mmol/l aan. Mocht de bloedglucose boven de 10 mmol/l uitkomen, dan corrigeert de afdelingsverpleegkundige dit door het (subcutaan) injecteren van extra, ultrakortwerkende insuline volgens protocol. Dit gebeurt ook als u nog geen insuline gebruikt. Hierna meet de afdelingsverpleegkundige nogmaals uw bloedglucose.

Zo nodig wordt uw diabetesbehandeling, tabletten en/of insuline in overleg met de arts bijgesteld.

Informatie als u opgenomen bent voor een operatie

Wat moet u doen als u geopereerd wordt en nuchter moet zijn?

U komt nuchter naar het ziekenhuis op de dag van de operatie

  • De dag voor de operatie neemt u alle diabetestabletten tot 24.00 uur in zoals u gewend bent.
  • U mag tot 6 uur voor de operatie eten.
  • Tot 2 uur voor de operatie mag u water drinken.
  • De dag van de operatie neemt u geen diabetestabletten in.
    • Als u insuline gebruikt,
  1. injecteert u de avond voor de operatie - rond 22.00 uur –
  2. ¾-deel van de eigen dosering middellang werkende of langwerkende insuline (*Abasaglar®, Levemir®, Lantus®, Humuline NPH®, Insuman® basal, Toujeo®, Tresiba®)
  3. of
  4. injecteert u de ochtend van de operatie de 1/2 van eigen dosering om 7.00 uur middellang werkende insuline of langwerkende insluline
  5. (*Abasaglar®, Levemir®, Lantus®, Humuline NPH®, Insuman® basal, Toujeo®, Tresiba®)
    • De anesthesist op de polikliniek heeft met u besproken welke en hoeveel insuline u injecteert voor de operatie.

U bent al opgenomen in het ziekenhuis

  • De avond voor de operatie, danwel in de ochtend voor de operatie, krijgt u in principe een waaknaald, waaraan ’s ochtends een infuus wordt aangesloten.
  • Tot 6 uur voor de operatie mag u eten.
  • Tot 2 uur voor de operatie mag u water drinken. Daarna bent u nuchter.

Ter voorbereiding op de operatie zijn de streefwaarden van de bloedglucose tussen

4 en 10 mmol/l, omdat u nuchter bent. Mocht de bloedglucose boven de 10 mmol/l uitkomen, dan corrigeert de afdelingsverpleegkundige dit door het injecteren van extra, ultrakortwerkende insuline, volgens protocol. Dit gebeurt ook als u nog geen insuline gebruikt. Na ongeveer 2 uur meet de afdelingsverpleegkundige nogmaals uw bloedglucose. Als u na de operatie weer mag eten, wordt uw diabetes behandeling in plaats van voor, na het eten hervat. Dit is uit veiligheidsredenen omdat het niet zeker is of u meteen in staat bent goed te eten.

Een te lage bloedglucose

Het kan zijn dat uw bloedglucose te laag wordt (een hypo, of hypoglykemie):

onder de 4 mmol/l. Gedurende uw ziekenhuisopname wordt een hypo opgelost met een glas limonade. Na ongeveer 15 minuten wordt uw bloedglucose weer gemeten. U krijgt nogmaals een glas limonade als de bloedglucose onvoldoende gestegen is.

Duurt het langer dan 1 à anderhalf uur voor u een geplande maaltijd gaat eten? Dan moet u naast de limonade ook een plakje ontbijtkoek of 1 stuk fruit of 1 Evergreen of 1 Sultana eten. Dit om te voorkomen dat uw bloedglucose weer gaat dalen.

Ontslag

Wanneer u met ontslag gaat, adviseren wij u om binnen een week contact op te nemen

met uw eigen diabetesbehandelaar om de diabetesinstelling te bespreken.

Vragen

Vragen voorafgaand aan uw opname kunt u bespreken met uw eigen behandelend arts.

Neem zo nodig contact op met de diabetesverpleegkundige van Amsterdam UMC

  • telefoonnummer (020) 566 26 94 - maandag t/m vrijdag