Adjuvante behandeling met nivolumab bij melanoom

Deze folder schetst een beeld van de adjuvante behandeling met nivolumab bij melanoom. Adjuvante behandeling is een aanvullende of preventieve behandeling na een operatie, met als doel de kans op terugkeer van de ziekte te verkleinen en de kans op definitieve genezing te vergroten.

Hoe gaat zoiets in zijn werk? Wat gebeurt er met uw lichaam? Wat zijn de bijwerkingen en hoe kunt u daar het beste mee omgaan?

Waarom nivolumab

Bij immuuntherapie wordt het lichaamseigen afweersysteem ingezet om tumorcellen te bestrijden. Het doelgerichte medicijn nivolumab is een anti-PD1 antistof: een eiwit dat normaalgesproken door uw lichaam wordt gemaakt om lichaamsvreemde deeltjes op te sporen en te vernietigen. PD-1 is een eiwit aan de buitenkant van de afweercellen (T-cellen) en het speelt een rol bij het afremmen van het immuunsysteem. Nivolumab blokkeert PD-1 waardoor het uw afweersysteem kan aanzetten om de mogelijk nog aanwezige tumorcellen op te ruimen.

Uit onderzoek is gebleken dat een aanvullende behandeling met nivolumab de kans op terugkeer van de ziekte vermindert. Dit is vastgesteld in een internationale studie waaraan 900 melanoompatiënten hebben meegedaan, bij wie – voorafgaand aan de behandeling met nivolumab – uitzaaiingen in de lymfeklieren of elders volledig verwijderd waren. Deze patiënten hadden een relatief hoog risico op terugkeer van de ziekte. Het is belangrijk u te realiseren dat de ziekte ook weg kan blijven zònder aanvullende behandeling.

De behandeling met nivolumab

Nivolumab wordt elke 4 weken via een infuus toegediend op de dagbehandeling van de polikliniek Medische Oncologie. Voor elk infuus wordt uw bloed gecontroleerd en heeft u een

controleafspraak bij de oncoloog of verpleegkundig specialist. De toediening van nivolumab duurt een uur. Op de dagbehandeling is een bed of stoel voor u gereserveerd. U kunt iemand meenemen om u gezelschap te houden. Houd er rekening mee dat u een dagdeel in het ziekenhuis bent.

De behandeling wordt gedurende een jaar gegeven. De behandeling wordt eerder gestaakt als blijkt dat u deze niet verdraagt, of als zou blijken dat er sprake is van terugkeer van de ziekte. Voordat u begint met de adjuvante behandeling wordt een CT-scan van de borst- en buikholte gemaakt om uit te sluiten dat er uitzaaiingen zijn. Tijdens de behandeling wordt deze CT-scan elke 3-4 maanden herhaald om eventuele terugkeer van de ziekte te signaleren.

Risico’s:

In de periode dat u behandeld wordt kunnen er bijwerkingen optreden. De meeste patiënten hebben geen of weinig last van bijwerkingen. Over het algemeen zijn deze ook goed te behandelen; sommige kunnen blijvend zijn (zie verder).

Overgevoeligheidsreacties: Nivolumab is een eiwit en kan, hoewel zelden, aanleiding geven tot een overgevoeligheidsreactie. Dit kan tijdens of kort na het infuus zijn, maar ook later als u weer thuis bent. Reacties waaraan u moet denken zijn: koorts, lage bloeddruk, rillingen, huiduitslag, misselijkheid en/of braken of opvliegers. Als een reactie optreedt tijdens het infuus is het belangrijk dat u dit meldt aan de verpleegkundige. Er wordt tijdens en kort na toediening goed op u gelet. De reactie kan behandeld worden door het infuus langzamer toe te dienen, te stoppen of door het toedienen van extra medicijnen.

Wat kunt u doen

Wees alert tijdens toediening en waarschuw bij klachten direct een verpleegkundige of indien thuis neem contact op met uw behandelend oncoloog.

Pagina 1 van 2 Amsterdam UMC - VUmc polikliniek / dagbehandeling oncologie / Februari 2020

Bijwerkingen:

De meest voorkomende bijwerkingen (> 10%) die bij de behandeling met nivolumab worden gezien, zijn: vermoeidheid, diarrhee, jeuk, huiduitslag, misselijkheid, gewrichtsklachten (pijnlijke of gezwollen gewrichten) en een trage werking van de schildklier. Hoofdpijn, buikpijn, verstoorde leverwaarden en koorts komen minder vaak voor. Andere stoornissen van de hormoonproducerende organen treden zelden op, maar hiervoor moeten soms - net zoals voor een trage schildklier - levenslang medicijnen gebruikt worden, zoals ingeval van een tekort aan bijnierhormoon of bij suikerziekte. Andere zeldzame bijwerkingen zijn leverontsteking, hoesten of longontsteking. Zeer zelden wordt een ontsteking van de hartspier gezien.

De meeste van deze bijwerkingen zijn mild en kunnen zonodig met medicatie worden behandeld. Bij ernstige afweerreacties tegen gezonde organen of weefsels is soms behandeling met prednison nodig om deze overmatige reactie te onderdrukken.

Huiduitslag:

Huiduitslag en jeuk komen soms voor, meestal in een lichte vorm. Medicijnen of een crème kunnen verlichtend werken.

Effect op seksualiteit en vruchtbaarheid: Indien u het vermoeden heeft dat u zwanger bent, of als er een verandering is in uw menstruatiecyclus of in uw anticonceptie- methode, dient u onmiddellijk contact op te nemen met uw behandelend oncoloog

Als man die nivolumab krijgt toegediend is het belangrijk dat u en uw partner een anticonceptiemethode toepassen of een condoom gebruiken tot tenminste een half jaar na de laatste toediening. Er is geen informatie beschikbaar over eventuele nadelige effecten van nivolumab voor het sperma die uiteindelijk schade zou kunnen berokkenen aan de foetus. U kunt de behandeling niet krijgen als u zwanger bent of van plan bent om zwanger te worden of als u borstvoeding geeft.

Mocht uw partner zwanger raken, dan wordt u verzocht uw oncoloog of verpleegkundig specialist te informeren.

Nivolumab en uitscheidingsproducten

In uitscheidingsproducten (urine, ontlasting, drain- en wondvocht en ook bloed) kunnen nog geruime tijd resten medicatie voorkomen. Bij

een behandeling met een monoklonaal antilichaam zoals nivolumab behoeft u, in tegenstelling tot een behandeling met chemotherapie, geen maatregelen te nemen.

Vaccinatie

Vier weken vóór tot en met 4 weken na de behandeling met nivolumab mag u niet gevaccineerd (ingeënt) worden, zoals tegen griep.

Wanneer contact opnemen?

Bij een behandeling met nivolumab kunnen zich diverse ‘normale’ bijwerkingen voordoen. Deze kunnen vervelend zijn, maar vormen geen reden tot ongerustheid. Uiteraard staat u niet alleen. U kunt rekenen op hulp en steun van het ziekenhuis. Doet zich iets ongewoons voor dat u niet vertrouwt, aarzelt u dan niet om contact op te nemen.

Neem in ieder geval contact op bij: Verandering bij het plassen, de ontlasting, of ernstige huidafwijkingen. U dient het uw oncoloog onmiddellijk te vertellen als u denkt dat u ongewone bijwerkingen hebt, zelfs als ze niet hier boven zijn vermeld, of als u een van de vermelde bijwerkingen of symptomen krijgt. Als u zich niet lekker voelt en/of ongerust bent wordt u ook dringend geadviseerd contact op te nemen.

Hoe kunt u contact met ons opnemen?

Werkdagen van 8.30 -16.00 uur

Poli oncologie - telefoon (020) 444 0522

’s Avonds, ’s nachts en in het weekend

zorgeenheid 3C - telefoon (020) 444 2131

Meer weten

Als u meer wilt weten of in contact wilt komen met andere patiënten met kanker, dan kunt u zich wenden tot de adressen die u vindt in de behandelwijzer en/of onderstaande adressen.

Stichting Melanoom https://www.stichtingmelanoom.nl/

Daarnaast kunt u de volgende folders van de afdeling voorlichting van het VU medisch centrum en van het Voorlichtingscentrum KWF Kankerbestrijding in de wachtruimte vinden of bij de verpleging opvragen: Melanoom - Doelgerichte therapie - Kanker in de familie

Pagina 2 van 2

Amsterdam UMC - VUmc polikliniek / dagbehandeling oncologie / Januari 2019