Deze folder schetst een beeld van de gecombineerde behandeling van borstkanker met doelgerichte therapie en chemotherapie genaamd T-DM1 (Trastuzumab – Emtansine (Kadcyla®).Hoe gaat zoiets in zijn werk? Wat gebeurt er met uw lichaam? Wat zijn de bijwerkingen van de verschillende middelen en hoe kunt u daar het best mee omgaan?

Dit middel T-DM1 genaamd, is een combinatie van doelgerichte therapie waaraan chemotherapie gekoppeld is.

  • Trastuzumab is het doelgerichte deel
  • Emtansine is het chemotherapie deel.

Waarom doelgerichte therapie?

Borstkankerpatiënten die in aanmerking komen voor een behandeling met Trastuzumab hebben te maken met een overmaat aan HER2 in het tumorweefsel. HER2 (Human Epidermal Growth Factor Receptor-2) is een eiwit dat op het oppervlak van sommige kankercellen voorkomt en een belangrijke rol speelt bij de groei van borstkanker.

Trastuzumab is een monoklonaal antilichaam gericht tegen HER2.

Wat zijn monoklonale antilichamen?

Monoklonale antilichamen zijn kunstmatig gemaakte eiwitten die specifiek andere eiwitten kunnen herkennen, zoals die op kankercellen. Wanneer deze antilichamen zich aan de kankercellen hechten, kunnen ze de celdeling stoppen en de kankercellen helpen vernietigen.

Waarom chemotherapie?

Chemotherapie is de behandeling van kanker met medicijnen - zogenoemde cytostatica - die de celdeling remmen. Na toediening komen ze in het bloed terecht en worden zo door het lichaam verspreid en kunnen zij kankercellen vrijwel overal in het lichaam bereiken.

Het hele lichaam wordt aangepakt, inclusief het gezonde deel. Maar de gezonde cellen herstellen zich aanzienlijk sneller dan de kwaadaardige. Daar maakt de chemotherapie gebruik van. Het is erop gericht om kwaadaardige cellen te vernietigen, met optimaal behoud van de gezonde cellen.

Voor het krijgen van chemotherapie moet het lichaam in goede conditie zijn. Vooral het bloedbeeld moet in orde zijn, met name de verschillende soorten bloedcellen die in het beenmerg worden aangemaakt (rode - en witte bloedcellen en de bloedplaatjes). Daarom wordt tijdens de behandeling steeds uw bloed gecontroleerd. Als dat niet voldoende hersteld is, of als er andere klachten zijn die een bezwaar vormen voor de toediening van chemotherapie, kan de arts besluiten de kuur uit te stellen of de dosering van de chemotherapie te verlagen.

T-DM1 is een bijzonder medicijn omdat het bestaat uit 2 stoffen die aan elkaar gekoppeld zijn:

  1. Trastuzumab (doelgerichte therapie): dit is een stof die zich richt op de kankercellen die het HER2-eiwit hebben. Het helpt het lichaam om de kankercellen te herkennen.
  2. DM1 (chemotherapie): dit is een krachtige chemotherapie die de kankercellen vernietigt.

Bij T-DM1, zitten deze 2 stoffen aan elkaar vast. Dit betekent dat wanneer Trastuzumab zich aan de kankercel bindt, het ook de DM1-stof direct naar de cel brengt. Zo kan DM1 de kankercel van binnenuit aanvallen en vernietigen, zonder dat het gezonde cellen in het lichaam beschadigt.

Het is moeilijk te voorspellen of u veel of weinig last van de chemotherapie ondervindt. Sommige mensen merken nauwelijks iets van bijwerkingen. Anderen voelen zich een paar dagen niet lekker, of zijn echt ziek. Ook kan het zo zijn dat u zich na de ene kuur goed voelt, en na de andere kuur meer klachten heeft.

In de ‘rust’ tussen de kuren kunt u lichamelijk en geestelijk weer op krachten komen en voelt u zich aanzienlijk beter.

De behandeling in de praktijk

De kuur wordt gegeven via een infuus. De verpleegkundige verzorgt de toediening op de dagbehandeling, ziekenhuisopname is hiervoor niet nodig. Voor de therapie krijgt u steeds een afspraak op de dagbehandeling van de Oncologie. De dagbehandeling bevindt zich op verdieping W4/W5, in hetzelfde gebouw als waar de polikliniek Oncologie zich bevindt (W7).

Uitscheiding

Urine, ontlasting, bloed, braaksel, wond- en drainvocht zijn lichamelijke uitscheidingsproducten. In dit vocht (excreta genoemd) kan de eerste dagen na de behandeling kleine resten chemotherapie aanwezig zijn. Dit kan schadelijk zijn voor de omgeving. De verwachting is dat de aanwezigheid van chemotherapie in sperma en vaginaal vocht minimaal is, het is niet nodig om intimiteit te vermijden.

  • T-DM1: tot 7 dagen na de behandeling zijn er kleine resten aanwezig.

Wat kunt u doen?

  • Toilet gebruik:
  • voorkom spetteren of morsen ter verspreiding van resten chemotherapie. Trek tweemaal door met een gesloten deksel. Mannen wordt geadviseerd zittend te plassen.
  • Bevuilde kleding of linnengoed eerste dagen na de behandeling:
  • is uw kleding bevuild bijvoorbeeld door misselijkheidsklachten? Spoel uw kleding eerst met koud water af, hierna mag het meegewassen worden op een normaal programma van de wasmachine.
  • Zorg dat er tijdens een behandeling met chemotherapie geen zwangerschap kan ontstaan. Gebruik bij seksueel contact goede anticonceptiemiddelen zoals een condoom.

Gevolgen voor vruchtbaarheid en ongeboren kind

De behandeling van kanker invloed hebben op de vruchtbaarheid, zowel op korte als lange termijn. De mate van invloed hangt af van het type medicijnen, de combinatie van medicijnen, de dosering, het type kanker en de leeftijd van de patiënt.

Vrouwen

Vrouwen wordt afgeraden om tijdens de behandeling, en in sommige gevallen ook in een bepaalde periode daarna, zwanger te worden. Dit is omdat er gevaren kunnen zijn voor het ongeboren kind door de effecten van de behandeling.

Mannen

Voor mannen is het niet altijd volledig bekend wat de gevolgen kunnen zijn als er tijdens (of in een periode na) de behandeling een zwangerschap ontstaat.

Wat kunt u doen?

Bespreek voor u begint met de behandeling wat dit in uw situatie betekent. Of en hoelang u maatregelen moet nemen om een zwangerschap te voorkomen. En wat de gevolgen kunnen zijn voor kinderwens in de toekomst.

Behandelschema

U krijgt T-DM1 1 keer in de 3 weken toegediend. T-DM1 wordt gegeven via een infuus. De verpleegkundige verzorgt de toediening.

Medicatie

Dosering

Toediening

1x per 3 weken

dag/dagen

Combinatietherapie

1

2

3

4

5 - 21

TDM-1 *)

infuus

Vinkje met effen opvulling

Ondersteunende medicatie

Anti-emetica

(metoclopramide)

tegen de misselijkheid

oraal/infuus

Vinkje met effen opvulling

Anti-emetica

(metoclopramide)

oraal/rectaal

Vinkje met effen opvulling

Vinkje met effen opvulling

Vinkje met effen opvulling

  • *) De eerste kuur loopt in 90 minuten in. Vanaf kuur 2 loopt de TDM-1 in 30 minuten in.

Welke bijwerkingen kunnen optreden door de combinatietherapie TDM-1?

Het is moeilijk te voorspellen hoeveel last u heeft van de chemotherapie. Sommige patiënten merken weinig van de bijwerkingen. Anderen voelen zich een paar dagen niet lekker, of zijn echt ziek. In het volgende deel van deze tekst volgen de meest voorkomende bijwerkingen. Ze zijn gekoppeld aan manieren om ze te verzachten of voorkomen.

Minder eetlust en misselijkheid

Veel mensen hebben minder trek tijdens de chemotherapie. Soms verandert de smaak, waardoor plotseling voedsel niet lekker meer kan smaken, of zelfs tegenstaat. Misselijkheid kan optreden.

Om misselijkheidsklachten zo beperkt mogelijk te houden, kunt u gewenst medicatie innemen. De dag waarop de toediening plaats vindt, krijgt u tabletten of medicatie Metoclopramide (Primperan®) via het infuus om misselijkheid te voorkomen. Metoclopramide tabletten of zetpillen 10mg mag u bij klachten 3 keer per dag gebruiken, bij voorkeur een half uur voor de maaltijd. Indien de misselijkheidsklachten hierbij blijven aanhouden, neem dan contact op met uw behandelend arts of verpleegkundig specialist.

Wat kunt u doen?

  • Zoek een rustige, frisse omgeving op, vermijd lichtprikkels en extreme geuren (kookluchtjes, parfum).
  • Probeer zoveel mogelijk rechtop te zitten. Vooral na een maaltijd is dit van belang
  • (30 tot 40 minuten).
  • Draag comfortabele, ruim zittende kleding.
  • Gebruik regelmatig kleine maaltijden (kleine beetjes op een groot bord), eet niet te vet, te warm of te sterk gekruid voedsel.
  • Drink in ieder geval goed, tenminste anderhalve liter per dag. Sommige mensen vinden koolzuurhoudende drankjes prettig.
  • Bij aanhoudende misselijkheid kan het verlichting geven wanneer u ieder uur enkele hapjes koude yoghurt (zonder suiker) neemt.
  • Lees op Kanker.nl de informatie ‘Voeding bij kanker’. Zo nodig kunt u zich laten adviseren door een diëtiste van het ziekenhuis.

Bijwerkingen medicijnen tegen misselijkheid

Metoclopramide (Primperan®) heeft als belangrijkste bijwerking sufheid en vermoeidheid en heeft daardoor een negatieve invloed op uw rijvaardigheid. Ook kunnen een onrustig of gejaagd gevoel en trekkingen in gezicht- en nekspieren optreden (zelden).

Wat kunt u doen?

In geval van slapeloosheid kunt u uw arts om slaapmedicatie vragen. Na het staken van de medicatie verdwijnen deze bijwerkingen.

Invloed op aanmaak van bloedcellen

Chemotherapie beïnvloedt niet alleen de remming van kankercellen, maar ook de productie van andere snel delende cellen, zoals de cellen in het beenmerg waaronder de erytrocyten, trombocyten en leukocyten.

  • Erytrocyten (rode bloedlichaampjes) zorgen voor zuurstoftransport in het lichaam. Een tekort leidt tot bloedarmoede. Klachten van moeheid, duizeligheid, bleek zien en/of kortademigheid kunnen optreden.
  • Trombocyten (bloedplaatjes) zijn van belang voor de bloedstolling. Te weinig trombocyten geven een verhoogde kans op bloedingen. Dat is bijvoorbeeld te merken aan ’blauwe plekken’.
  • Leukocyten (witte bloedcellen) spelen een rol bij de afweer. Onvoldoende leukocyten in het bloed leidt tot een verminderde weerstand. U bent dan sneller vatbaar voor infecties. Soms is het nodig dat u met antibioticum behandeld wordt.

Wat kunt u doen?

Zelf kunt u geen invloed uitoefenen op het herstel van het beenmerg, ook niet door voeding. Heeft u klachten zoals hierboven beschreven, meldt ze dan aan uw oncoloog. Wat betreft een verminderde afweer kunt u, indien mogelijk contact met verkouden of grieperige mensen vermijden. Als u denkt dat u verhoging of koorts heeft, controleer dan uw temperatuur.

! Neem bij koorts (temperatuur boven 38,5 ºC), bij voorkeur rectaal of met

de oorthermometer gemeten, contact op met de afdeling Medische oncologie.

Blaasproblemen

Door de behandeling kunt u last krijgen van uw blaas en heeft u een grotere kans op een blaasontsteking. Dit komt doordat het slijmvlies van de blaaswand beschadigd of geïrriteerd kan worden als gevolg van de behandeling. U kunt dan een branderig gevoel hebben bij het plassen, of het gevoel dat u vaker moet plassen. Uw urine kan sterk ruiken, of u kunt bloed bij de urine hebben.

Wat kunt u doen?

Belangrijk is dat u voldoende drinkt; drink daarom tenminste 2 liter water (of andere dranken) per dag. Daarnaast is het belangrijk dat u regelmatig plast en op tijd naar het toilet gaat als u aandrang heeft om te plassen.

Nagelveranderingen

De chemotherapie kan van invloed zijn op de kwaliteit van uw nagels. Enkele weken na start van de behandeling kunnen de nagels veranderen van kleur. Soms groeien de nagels minder hard, worden ze droger of brozer en soms komen er witte lijnen op de nagels. In enkele gevallen breken de nagels af of laten ze los.

Een vervelende en pijnlijke bijwerking is een nagelriemontsteking. Uw vinger of teen is dan rood, pijnlijk en vaak ook warm en gezwollen, soms met pus gevuld. Meldt dit altijd aan uw behandelend arts of oncologieverpleegkundige, want vaak is er antibiotica nodig om de ontsteking tot rust te brengen.

Wat kunt u doen?

Knip de nagels recht af en zorg dat u ze niet te kort knipt. Scheur de nagels niet af, maar gebruik een vijl of een nagelschaartje om gebroken of gescheurde nagels bij te werken.

Gebruik van kunstnagels wordt afgeraden, omdat dit schade aan de nagels kan geven. U kunt de nagels wel gewoon lakken.

Hartproblemen

Tijdens de behandeling krijgt u een medicijn dat het hart kan beschadigen. Hierdoor kan de werking van de hartspier afnemen. Uw hart heeft dan een verminderde pompkracht of klopt onregelmatig. Deze bijwerking hangt af van de totale hoeveelheid van dit medicijn.

Voorbeelden van klachten zijn:

  • hartkloppingen
  • hartritmestoornis
  • hartfalen.

Of deze bijwerking optreedt, verschilt per patiënt. Loopt u door de behandeling risico, dan zal uw arts u regelmatig controleren.

Wat kunt u doen?

Als u een van de volgende klachten heeft, neem dan contact op met uw behandelend arts:

  • extreme vermoeidheid bij lichamelijke inspanning
  • pijn op de borst
  • kortademigheid
  • hartbonzen (vooral ‘s nachts)
  • een onregelmatige - of een erg snelle hartslag
  • vocht vasthouden in de benen (dikke enkels, onderbenen).

Matige haaruitval

Complete kaalheid als gevolg van de kuur zal niet optreden. Meestal zal de haaruitval beperkt blijven tot het dunner worden van het haar en zal het dragen van een pruik niet nodig zijn. Deze haaruitval is van tijdelijke aard en zal overgaan wanneer de behandeling stopt.

Wat kunt u doen?

  • Het is te overwegen om aan het begin van de behandeling het haar kort te laten knippen, zodat u minder last heeft van de uitvallende haren.
  • Als uw haar dunner wordt, kunt u bijvoorbeeld een pet of een hoed opzetten.
  • Wees tijdens de behandeling voorzichtig met uw haar. Verven of permanenten wordt afgeraden.
  • Zo nodig kunt u van uw arts een machtiging voor een vergoeding van een pruik krijgen. Deze machtiging kunt u bij uw ziektekostenverzekeraar inleveren.

Invloed op de slijmvliezen

Onder invloed van de chemotherapie kunnen uw slijmvliezen in de mond en het maag-darmstelsel beschadigd raken. Uw mond wordt droog en gevoelig, het mondslijmvlies ziet rood. Door een verminderde afweer kunnen het tandvlees en het slijmvlies gaan ontsteken en er kunnen blaartjes ontstaan. De mond wordt droog als gevolg van minder speekselproductie, de kans op cariës neemt daardoor toe. Er kunnen kloofjes ontstaan in de lippen en de mondhoeken.

Wanneer de slijmvliezen in het maag-darmstelsel beschadigd zijn, kunt u last krijgen van diarree.

Wat kunt u doen?

Verzorg de mond na iedere maaltijd. Gebruik een zachte tandenborstel, tandpasta met fluoride en en houten tandenstokers. Ga voorzichtig met het tandvlees om.

  • Verwijder eenmaal daags zorgvuldig alle tandplak, ook uit de ruimte tussen de tanden, door uw tanden te poetsen en hulpmiddelen als ragers en tandenstokers te gebruiken.
  • Verzorg ook het slijmvlies door de mond 6 - 8 maal per dag krachtig te spoelen en te gorgelen met een zoutoplossing (1 afgestreken theelepel op een grote mok water of een kant en klare NaCl- oplossing).
  • Heeft u een gebitsprothese, dan is het belangrijk dit ook schoon te maken en deze bij het spoelen uit te doen, zodat de hele mond goed schoon wordt.
  • Voorkom kloofjes door lippen en mondhoeken vet te houden.
  • Moet u naar de tandarts, vertel dan dat u een behandeling met chemotherapie ondergaat. Dit kan betekenen dat sommige tandheelkundige ingrepen beter even kunnen wachten.
  • Bij diarree is het belangrijk goed te blijven drinken (minimaal 2,5 liter per dag).
    • Het zoutgehalte in uw lichaam kan door het vochtverlies verstoord raken. U kunt dit op peil houden door 2 tot 3 maal per dag een zakje ORS (oral rehydration salts) van Nutricia te gebruiken, mits dit geadviseerd wordt door uw behandelend arts. U kunt dit kopen bij de drogist of apotheek.
  • Vermijd sterk gekruid voedsel, uien, kool en dergelijke. Neem daarentegen wel vezels (bruin brood en dergelijke). Dit zorgt er voor dat u minder vocht verliest.

! Neem direct contact op met uw arts als u niet meer kunt drinken of uw medicijnen niet kunt

innemen. Ook wanneer de diarree langer aanhoudt dan 24 uur moet u contact opnemen met

de afdeling Oncologie.

Invloed op het zenuwstelsel

T-DM1 kan gevolgen hebben voor het zenuwstelsel. Dit kan zich uiten in een gevoel van spierzwakte en een verminderd - of veranderd gevoel in handen en voeten. Dit kan gepaard gaan met tintelingen en pijn (neuropathie). Autorijden wordt in dat geval afgeraden. Ook kunt u door een verminderde spieractiviteit last krijgen van verstopping in de darmen.

De pijn en tintelingen kunnen lang aanhouden, maar zijn meestal van voorbijgaande aard.

Wat kunt u doen?

  • Houd er rekening mee dat u tot minder in staat kunt zijn.
  • Bewegen en lopen kan minder soepel gaan.
  • Houd uw ontlastingspatroon in de gaten.
  • Pas uw voeding aan en drink tenminste 2½ liter per dag (mag ook via sonde).
  • Om verstopping te voorkomen kunt u zo nodig van uw arts een recept voor Movicolon krijgen. Dit middel zorgt ervoor dat er voldoende vocht aan de ontlasting wordt toegevoegd zodat deze soepel blijft. Gebruik dit in geval van verstopping 1 tot 2 maal per dag in overleg met uw oncoloog.

Irritatie van de bloedvaten

Irritatie kan ontstaan rond en/of boven de insteekopening van het infuus. Dit wordt veroorzaakt door de prikkelende werking van de chemotherapie op de wand van het vat. Het bloedvat kan ontstoken raken. De huid kan rood worden en het vat kan hard en pijnlijk aanvoelen.

Wat kunt u doen?

Wissel zo mogelijk de plaats van toediening af, zodat het bloedvat de kans krijgt te herstellen. Ontstaan thuis pijnklachten dan kan een verband, dat u met water vochtig en koel houdt, verlichting geven. Vaak verdwijnen de klachten vanzelf.

! Het is belangrijk deze klachten te melden voor de volgende toediening.

Vermoeidheid en lusteloosheid

Onder invloed van de chemotherapie kunt u zich moe en futloos voelen. Slap, tot niks in staat. U heeft nergens zin in. Soms begint dit al bij het begin van de behandeling, soms pas later. De vermoeidheid/lusteloosheid kan lang aanhouden, ook als de behandeling al achter de rug is.

Wat kunt u doen?

Tot voor kort werd vaak geadviseerd het rustig aan te doen tijdens de chemotherapie en vooral niet inspannend bezig te zijn. Uit onderzoek is nu gebleken dat dit rustig aan doen ernstige vermoeidheid niet kan voorkomen. Er is zelfs aangetoond dat bewegen tijdens de chemotherapie vermoeidheid beperkt en een positieve invloed heeft op het lichamelijke en emotioneel functioneren. Het advies is dus niet rust, maar juist bewegen.

Met bewegen wordt niet intensief sporten bedoeld maar lopen, fietsen, zwemmen, etc. Het is belangrijk te streven naar ongeveer 2,5 uur per week lichamelijk actief te zijn, bijvoorbeeld elke dag 20 - 30 minuten in eigen tempo. Voor iemand die al voldoet aan de streefwaarde is het advies om dit tijdens de chemotherapie ook zo lang mogelijk vol te houden.

De app ‘Untire Now’  helpt u tegen moe zijn bij kanker. In deze app krijgt u handige tips en adviezen die u kunnen helpen bij het omgaan met moe-zijn.

Effect op seksualiteit en vruchtbaarheid

Voor zowel mannen als vrouwen is het normaal dat door vermoeidheid tijdens de behandeling, behoefte aan geslachtsgemeenschap afneemt. Vermoeidheid kan tot lang na de behandeling aanhouden. De menstruatie kan van slag raken. Dit kan variëren van een keer overslaan tot helemaal wegblijven. Langer bloedverlies dan normaal komt ook voor. Bij vrouwen ouder dan veertig jaar kan de menstruatie definitief wegblijven. Ook kunnen vrouwen last hebben van een droge vagina, doordat de slijmvliezen worden aangetast.

Wat kunt u doen?

  • Goede anticonceptie is noodzakelijk omdat tijdens de behandeling zowel zaad- als eicellen
  • door de chemotherapie beschadigd worden.
  • Luister naar uw lichaam en forceer uzelf niet.
  • Licht uw partner in.
  • In geval van pijn bij het vrijen zijn er bij de drogist verschillende middelen verkrijgbaar
  • ter bevochtiging van het vaginaslijmvlies.

Wanneer contact met Amsterdam UMC – locatie VUmc?

Bij een kuur kunnen zich dus tal van ‘normale’ bijwerkingen voordoen. Deze kunnen vervelend zijn, maar vormen geen reden tot ongerustheid. Het is goed te weten dat de mate waarin de bijwerkingen optreden niets zegt over het uiteindelijke resultaat van de behandeling.

Uiteraard staat u niet alleen. U kunt rekenen op hulp en steun van Amsterdam UMC. Met vragen of problemen kunt u bij ons terecht. Doet zich iets ongewoons voor, dat u niet vertrouwt, aarzelt u dan niet om contact op te nemen, met de afdeling Medische oncologie.

Neem in ieder geval contact op bij:

  • koorts (temperatuur boven 38,5 ºC bij voorkeur rectaal of met de oorthermometer gemeten)
  • koude rillingen
  • spontane blauwe plekken
  • aanhoudend bloedverlies
  • aanhoudende diarree
  • ontstoken mondslijmvlies.

Ook bij elk ander nieuw verschijnsel waarvan u denkt dat het belangrijk kan zijn.

Wie kunt u bellen indien u contact moet opnemen of vragen heeft?

  • Voor alle vragen over kuurplanning, afspraken en klachten –
  • maandag t/m vrijdag van 8.30 -15.30 uur
  • Administratie polikliniek
  • telefoonnummer (020) 444 05 22
  • Voor acute vragen - ’s avonds, ’s nachts en in het weekend:
  • Verpleegafdeling 3C
  • telefoonnummer (020) 444 21 31

Informatie en voorlichting

U kunt bij de verpleegkundig specialist (Medische oncologie) terecht voor vragen over voorlichtingsmateriaal. Zij biedt folders aan van de afdeling, van Amsterdam UMC en van KWF Kankerbestrijding: betrouwbare informatie over ziektebeelden, leefstijl en andere relevante onderwerpen. Daarnaast kan zij u ook wijzen op websites en andere informatiebronnen.