Kern
Hooggradig maligne kleinrondcellig sarcoom met EWSR1-FLI1 (of variant FET-ETS) fusie. Piekincidentie 10 – 20 jaar. Typisch diafysair in lange pijpbeenderen, bekken, ribben. Hoog metastaserisico (longen, bot, beenmerg). Chemo- en radiosensitief. Diagnostiek en behandeling volgens Ewing-sarcoomrichtlijn.
Aandachtspunten zorgpad
- Diagnostiek: Lokaal röntgenfoto en MRI van het gehele aangedane bot, op indicatie aangevuld met CT-scan.
- Disseminatie middels PET/CT met diagnostische long en inclusief extremiteiten.
- Biopsie conform sarcoomprincipes. Histologisch wordt het Ewingsarcoom gekenmerkt door een monotone populatie van kleine ronde blauwe cellen met diffuse CD99-membraanexpressie, waarbij de diagnose wordt bevestigd middels moleculaire aantonen van een EWSR1-translocatie.
- Bespreking MDO Bot- en Wekedelentumoren vóór behandeling.
- Multimodale behandeling volgens Ewing-protocol: (neo)adjuvante chemotherapie en lokale therapie (chirurgie bij voorkeur; radiotherapie bij niet-resectabele lesies, of in aanvulling op een resectie).
- Chemotherapie (VDC-IE schema: Vincristine, Doxorubicine (Adriamycine) en Cyclofosfamide - Ifosfamide en Etoposide). Vaak wordt gestart met 18 weken vóór de lokale behandeling (operatie of bestraling), gevolgd door kuren na de ingreep.
- Radiotherapie: definitief bij niet-resectabele ziekte, zoals het axiale skelet, en in aanvulling op een resectie bij een groot volume (>200 ml).
- Bij kinderen: primaire behandeling in Prinses Máxima Centrum.
- Overweeg inclusie in (inter)nationale trials.
- Psychosociale ondersteunding aanbieden, maatschappelijk werk, psycholoog, huisarts.
- Jongeren en jongvolwassenen met kanker AYA ondersteuning.
- Fertiliteitspreservatie bij indicatie chemotherapie en/ of radiotherapie van of nabij voortplantingsorganen.
- Aandacht voor functioneel herstel en revalidatie na resectie.
Follow-up
- Bijlage C: 'Maligne met chemotherapie'.
- Follow-upduur: minimaal 10 jaar, op indicatie langer.
- Lange termijn chemo-effecten via oncoloog; reconstructies worden vervolgd door orthopedisch chirurg.
- Lokale controle: röntgenfoto lokaal, op indicatie MRI (o.a. bij tumorprothese: MARS-protocol).
- Longscreening: röntgenfoto thorax, op indicatie CT-thorax.
 intercollegiaal - informatie-0.png)