In deze tekst wordt ingegaan op één van de belangrijkste gevolgen van pijn tijdens gemeenschap, namelijk verminderde seksuele opwinding en daarmee verminderde vaginale lubricatie wat op zich weer meer pijn geeft.

Fasen in het verloop van het seksuele contact

Seks verloopt in 4 fases, in iedere fase spelen gedachten een belangrijke rol.

Fase 1 (Zin krijgen in vrijen en seks):

De eerste aanzet om aan seks te denken komt vaak voort uit een seksuele prikkel van buiten uzelf. Het kan gaan om een aanraking, een veelbetekenende blik, een aantrekkelijke man/vrouw die voorbij loopt, een intense tongzoen in een film of het lezen van een erotisch verhaal. Dit kan bij u de gedachte aan vrijen oproepen, lichte gevoelens van seksuele prikkeling oproepen en u laten verlangen naar seksuele opwinding.

Fase 2 (Seksueel opgewonden worden):

Als u positief denkt over de seksuele prikkeling en u bent in de gelegenheid om opgewonden te raken, dan begint uw lichaam met het geven van seksuele prikkels van binnenuit. Uw lichaam raakt opgewonden. U kunt kriebels in uw buik voelen en uw vagina wordt vochtig.

Figuur 1. Fases in het verloop van de seksuele respons

Het signaleren van seksuele reacties van uw lichaam, kan op zich ook weer prikkelend zijn en leiden tot meer seksuele opwinding. Wanneer u deze prikkels als prettig/positief ervaart, dan kunt u de volgende stap zetten door actief op zoek te gaan naar meer seksuele prikkeling, bijvoorbeeld door het strelen van uzelf of uw partner.

Fase 3 (Seksueel gedrag):

Door elkaar en uzelf intensiever aan te raken kan uw opwinding toenemen. Het gaat hierbij vooral om het aanraken/stimuleren van de geslachtsdelen of andere plezierig gevoelige plekken van uzelf of uw partner. Voor vrouwen is het stimuleren van de clitoris van belang voor seksuele opwinding.

Er worden tijdens de fase van ‘seksueel gedrag’ twee ‘subfases onderscheiden. Tijdens de ‘duo- of interactie’ fase bent u vooral samen bezig met aanraken en stimuleren. Na de duo-fase volgt de ‘solo-fase’. Tijdens de solo-fase kunt u het hoogtepunt van uw opwinding bereiken en klaarkomen (orgasme) (zie Figuur 2). Tijdens hoge opwinding heeft u alleen aandacht voor uw eigen lichaam en seksuele gevoelens, in deze fase sluit u waarschijnlijk uw ogen en verliest u even het contact met uw partner. Deze focus op eigen lichamelijke sensaties is nodig om sterke opwinding en eventueel een orgasme te kunnen bereiken. Hoe het orgasme precies aanvoelt verschilt per keer en is erg verschillend tussen vrouwen, van nauwelijks voelbaar tot een intens hoogtepunt.

Fase 4 (Ontspanning):

Na het orgasme zakt de opwinding en kan er een korte periode van seksuele ongevoeligheid optreden (‘herstel fase’). Tijdens deze fase keert uw lichaam weer terug in de oorspronkelijke toestand en kunt u een gevoel van ontspanning en bevrediging ervaren. U kunt hiervan genieten alleen of samen met uw partner. Tijdens deze fase is het vaak niet plezierig om seksueel gestimuleerd te worden, soms zelfs pijnlijk. Er vindt vaak wel lichamelijk intiem contact plaats. De duur van de herstel periode varieert van enkele seconden tot uren en verschilt per persoon. Na deze fase kan er in principe opnieuw seksuele opwinding worden ervaren.

Figuur 2. Grafische voorstelling van de verschillende fasen die mensen tijdens seksuele opwinding doormaken

Tijdens al deze fases spelen gedachten en opvattingen over wat u voelt en doet een rol. Positieve opvattingen over seksuele prikkels, over uw lichamelijke reacties, over de seksuele handelingen die u bij uzelf en met uw partner doet kunnen het fijne gevoel van seksuele opwinding versterken. Negatieve opvattingen of gedachten over wat er gebeurt of mogelijk kan gebeuren, zullen negatieve gevoelens oproepen, en het moeilijk maken om door te gaan en zorgen dat de opwinding minder wordt. Hier zijn twee voorbeelden hoe de gedachte aan pijn de opwinding negatief kan beïnvloeden.

Voorbeeld 1 (tijdens fase 1): Gebeurtenis: U zit met uw partner op de bank, uw partner legt een hand op uw boven been en kijkt u betekenis vol aan. Gedachten: “O jee hij wil vast gaan vrijen, ik kan geen gemeenschap hebben, ik wil niet vrijen want dan moet ik hem weer teleurstellen”. Gevoel: bozig, verdrietig. Gedrag: U staat op om wat anders te gaan doen. In dit voorbeeld komt de seksuele zin en opwinding niet op gang.

Voorbeeld 2 (tijdens fase 3: seksueel gedrag): Gebeurtenis: U geniet van de aanrakingen van uw partner en u voelt zich erg opgewonden, uw vagina voelt warm en vochtig. U zegt tegen uw partner “Zullen we het proberen?” Gedachte: “O jee als het maar geen pijn zal doen…” Gevoel: angstig. Gedrag: U en uw partner gaan proberen gemeenschap te hebben en stoppen met dat wat prettig en opwindend was voor u. Uw seksuele opwinding is verdwenen en uw vagina is minder vochtig.

Seksuele opwinding bij mannen en vrouwen

In figuur 3 en 4 zijn enkele curves getekend die het verloop van de seksuele opwinding van de man en de vrouw weergeven. Zoals uit deze figuren blijkt, verschilt de seksuele opwindingscurve per situatie, als ook onderling tussen man en vrouw. Mannen worden vaak sneller opwonden en komen sneller klaar en vrouwen hebben vaak wat meer tijd nodig. Vrouwen kunnen makkelijker meerdere orgasmes ervaren dan mannen, oftewel de herstel periode is duidelijker korter. Omdat mannen sneller seksueel opgewonden raken komt het vaak voor dat bij aanvang van seksuele activiteit de man al in een andere fase zit dan de vrouw. De vrouw heeft dan tijd en seksuele (tactiele) stimulatie nodig om seksuele opwinding te laten ontstaan. Zo kan het zijn dat de vrouw nog in de ‘duo-fase’ zit, waarbinnen het samen bezig zijn en elkaar aanraken belangrijk zijn voor de seksuele opwinding terwijl haar partner in de solo-fase is aangekomen en dus vooral op zijn eigen opwinding gericht is en minder met de ander bezig is (zie Figuur 5). Het weten wat de ander prettig/opwindend vindt, kan helpen bij het op elkaar afstemmen van de fases. Overigens betekent het op elkaar afstemmen niet dat u moet proberen om gelijktijdig klaar te komen, want dat is zo lastig dat u het zichzelf daar wel erg moeilijk mee maakt.

Figuur 3: Verschillende seksuele opwindingscurven van de vrouw

Figuur 4: Verschillende seksuele opwindingscurven van de man

Figuur 5: Voorbeeld seksuele respons van een paar, waarbij de man al hoger begint dan de vrouw en de man in de solo fase komt, terwijl de vrouw nog in de interactie fase zit.

U kunt zelf, en samen met uw partner, aandacht besteden aan uw opwindingscurve en de opwindingscurve van uw partner. Welke fases gaan goed en waar ervaart u problemen? Zijn er specifieke niet-helpende gedachten die een rol spelen? En wat kunt u daaraan doen?

U wordt gestimuleerd om actief op zoek te gaan naar prikkeling die bij u seksuele opwinding kan oproepen en versterken en te onderzoeken welke voorwaarden u nodig heeft om samen met uw partner deze seksuele prikkeling stapsgewijs te exploreren in de seksuele situatie. Tijdens de behandeling wordt ook stil gestaan bij de overeenkomsten en verschillen in de seksuele wensen van u en van uw partner, en hoe u daar samen mee om kan gaan. Belangrijk is steeds dat u en uw partner op zoek gaan naar een vorm van vrijen die bij u beiden past.