In Nederland hebben ongeveer een op de vijf vrouwen regelmatig last van pijn bij het vrijen. Meestal gaat het om pijn bij de gemeenschap: het binnengaan van de penis in de vagina. De meeste vrouwen voelen de pijn bij de ingang van de vagina, en omschrijven het als een schurende, brandende pijn. Ook de huid rond de ingang van de vagina is pijnlijk bij aanraking. De combinatie van pijn tijdens de gemeenschap en pijnlijke huid bij de ingang van de vagina wordt Provoked Vestibulodynia (PVD) ook wel ‘lokale vulvodynie’ en in het verleden het ‘Vulvair Vestibulitis Syndroom’ (VVS) genoemd. Soms zijn er rode plekjes of kloofjes te zien bij de ingang van de vagina en houdt de pijn na het vrijen nog aan, vooral bij het plassen. Soms treedt de pijn ook op bij, het inbrengen van een tampon, fietsen of het dragen van een strakke broek. Sommige vrouwen voelen de pijn dieper in de vagina of onderbuik. Voor een aantal vrouwen is het vrijen altijd pijnlijk geweest, anderen voelen de pijn sinds een specifieke gebeurtenis of alleen in bepaalde situaties. Wanneer het onmogelijk is om iets in de vagina in te brengen (penis, vinger, tampon) wordt dit vaginisme of een vaginistische reactie genoemd. Voor veel vrouwen zijn bovenstaande klachten een reden om hulp te zoeken en naar een huisarts en gynaecoloog te gaan.

Vaak is de diagnose PVD door de gynaecoloog gesteld. Pijn bij de gemeenschap heeft gevolgen voor (bekkenbodem) spierspanning, seksuele opwinding, de manier van denken, de seksualiteit en de relatie. Uit onderzoek is bekend dat enkele gevolgen van pijn, zoals een verhoogde bekkenbodem spierspanning en verminderde opwinding op termijn zelfs kunnen leiden tot een verergering van pijn. Zo ontstaat er een vicieuze cirkel. Het doel van de behandeling is om de gevolgen van pijn te verminderen, door de vicieuze cirkels te doorbreken. Een voorbeeld van een cirkel staat hieronder beschreven.

Gevolgen van de pijn op het denken, de (bekkenbodem) spierspanning en seksuele opwinding

Wanneer de ­gemeenschap eenmaal als pijnlijk wordt ervaren, kan bij een volgende gemeenschapspoging al de ‘catastrofale’ gedachte dat het pijn zal gaan doen een gevoel van angst op roepen. De angst (voor pijn) leidt tot het aanspannen van de spieren waaronder ook de bekkenbodemspieren. Een andere belangrijke reactie op angst (voor pijn) is verminderde seksuele opwinding en daarmee het minder vochtig worden van de vagina (verminderde lubricatie). De combinatie van verhoogde bekkenbodemspierspanning en het minder vochtig worden van de vagina geeft meer frictie tussen penis en vulvaire huid, waardoor pijn en soms zelfs weefselbeschadiging kan ontstaan. Deze weefselbeschadiging of geïrriteerde huid kan op zichzelf weer pijn doen en zo de cirkel rondmaken (zie Figuur 1). Zoals u ziet kan in dit verklaringsmodel verminderde opwinding en/of bekkenbodemspierspanning zowel een gevolg als een oorzaak van het pijnprobleem zijn. Veel vrouwen die regelmatig pijn bij de gemeenschap ervaren, geven aan dat ze door de pijn minder zin in seks hebben gekregen, sommige hebben helemaal geen zin meer en vermijden seksueel contact liever helemaal.

Figuur 1: Het vicieuze cirkel model van pijn bij de gemeenschap

Seksuele en relationele gevolgen van de pijn

Veel vrouwen die regelmatig pijn bij de gemeenschap ervaren, geven aan dat ze zich steeds meer zorgen maken, aan zich zelf twijfelen, waarbij ze zich afvragen: “ben ik wel een goede partner? Hoe kan ik nu een fijne seksuele partner zijn, of zwanger worden en een kind baren als het zo’n pijn doet?” Veel vrouwen gaan, ondanks de pijn, door met het hebben van gemeenschap, bang om hun partner kwijt te raken. Sommige vrouwen vermijden de seksuele situatie zoveel mogelijk omdat ze bang zijn dat elk intiem contact ‘verwachtingen’ schept bij hun partner.

Ook voor de partner kan dit pijn probleem gevolgen hebben. Sommige partners vragen zich af: “doe ik het wel goed”, “houdt zij nog wel van mij omdat ze seksueel niets meer wil doen?” De meeste partners willen graag vrijen, maar willen hun partner geen pijn doen. Als beiden daar niet over durven te spreken dan kan dat gaandeweg problemen in de relatie geven.

Wat kunt u aan het pijnprobleem doen

Tijdens de behandeling worden adviezen gegeven om op een goede manier met de gevolgen van de pijn bij de gemeenschap om te gaan. De eerste stap om deze vicieuze cirkel van pijn tijdens de gemeenschap te doorbreken is een ‘pijn verbod’ met uw partner af te spreken. Alles wat pijn doet dient u zoveel mogelijk te voorkomen. In de meeste gevallen betekent dit: stoppen met gemeenschap voor (on)bepaalde tijd. U kunt dan wel seksueel contact hebben met uw partner, maar dan zonder gemeenschap. Daarnaast krijgt u specifieke adviezen hoe u de geïrriteerde vaginale huid kunt verzorgen, u leert verschillende manieren om uw (bekkenbodem)spieren te ontspannen, om vervolgens stapsgewijs te oefenen hoe u kunt ontspannen bij het naar binnengaan in uw vagina, u leert niet-helpende gedachten en opvattingen over pijn en seksualiteit te herkennen en hoe u deze kunt veranderen in helpende gedachten. Er is tijdens de behandeling ook aandacht voor het (weer) opbouwen van een plezierige seksuele relatie voor u en uw partner. Eerst zonder gemeenschap en wanneer dat mogelijk is leren u en uw partner stapsgewijs toe te werken naar een pijnloze en plezierige gemeenschap.

Wat kunt u van de behandeling verwachten

In sommige gevallen bestaat de klacht al jaren. Bij de een staat vooral de bekkenbodem spierspanning op de voorgrond, bij de ander zal vooral verminderde zin in seks op de voorgrond staan. Met behulp van de thuisoefeningen die u tijdens de behandeling krijgt, zal u beter met de gevolgen van de klacht om kunnen gaan.

Tijdens de behandeling wordt van u verwacht dat u intensief oefent met de thuisopdrachten. In eerste instantie zijn de oefeningen vaak gericht op uzelf, en in een later stadium gaat u thuis oefenen met uw eventuele partner. Zowel de behandelsessies als de thuisoefeningen hebben als doel dat u beter in staat bent om de gevolgen van de pijn te verminderen. Daarmee gaat u controle over de pijn ervaren. Indien u ook na de behandeling doorgaat met het toepassen van uw kennis zult u merken dat het steeds beter gaat.

De rol van de partner

Van uw partner wordt verwacht dat hij aanwezig is bij de behandelsessies en een actieve rol aanneemt. Gaandeweg de behandeling zijn er steeds meer opdrachten voor thuis om samen uit te voeren. Het effect van de behandeling wordt vergroot als de partner een steunende motiverende houding heeft.