Deze folder schetst een beeld van de behandeling van borstkanker met doelgerichte therapie en chemotherapie met de middelen: pertuzumab (Perjeta®), trastuzumab (Herceptin®), paclitaxel (Taxol®) en Carboplatin.Hoe gaat zoiets in zijn werk? Wat gebeurt er met uw lichaam? Wat zijn de bijwerkingen van de verschillende middelen en hoe kunt u daar het best mee omgaan?

Waarom doelgerichte therapie?

Borstkankerpatiënten die in aanmerking komen voor een behandeling met Trastuzumab en Pertuzumab, hebben te maken met een overmaat aan HER2 in het tumorweefsel. HER2 (Human Epidermal Growth Factor Receptor-2) is een eiwit dat op het oppervlak van sommige kankercellen voorkomt en een belangrijke rol speelt bij de groei van borstkanker.

Trastuzumab en Pertuzumab zijn beide medicijnen die werken als monoklonale antilichamen. Dit zijn speciale eiwitten die HER2 herkennen en zich eraan binden. Ze richten zich op verschillende delen van het HER2-eiwit en remmen het groeisignaal. Door deze werking kunnen de kankercellen zich niet meer blijven delen en groeien. In combinatie met chemotherapie kunnen de tumorcellen worden vernietigd.

Wat zijn monoklonale antilichamen?

Monoklonale antilichamen zijn kunstmatig gemaakte eiwitten die specifiek andere eiwitten kunnen herkennen, zoals die op kankercellen. Wanneer deze antilichamen zich aan de kankercellen hechten, kunnen ze de celdeling stoppen en de kankercellen helpen vernietigen.

Waarom chemotherapie?

Chemotherapie (Carboplatin en Paclitaxel) is de behandeling van kanker met medicijnen- zogenoemde cytostatica- die de celdeling remmen. Na toediening komen ze in het bloed terecht en worden zo door het lichaam verspreid en kunnen zij kankercellen vrijwel overal in het lichaam bereiken. Het hele lichaam wordt aangepakt, inclusief het gezonde deel. Maar de gezonde cellen herstellen zich aanzienlijk sneller dan de kwaadaardige. Daar maakt de chemotherapie gebruik van. Het is erop gericht om kwaadaardige cellen te vernietigen, met optimaal behoud van de gezonde cellen.

Voor het krijgen van chemotherapie moet het lichaam in goede conditie zijn. Vooral het bloedbeeld moet in orde zijn, met name de verschillende soorten bloedcellen die in het beenmerg worden aangemaakt (rode en witte bloedcellen en de bloedplaatjes). Daarom wordt tijdens de behandeling steeds uw bloed gecontroleerd. Als dat niet voldoende hersteld is, of als er andere klachten zijn die een bezwaar vormen voor de toediening van chemotherapie, kan de arts besluiten de kuur uit te stellen of de dosering van de chemotherapie te verlagen

Het is moeilijk te voorspellen of u veel of weinig last van de chemotherapie ondervindt. Sommige mensen merken nauwelijks iets van bijwerkingen. Anderen voelen zich een paar dagen niet lekker, of zijn echt ziek. Ook kan het zo zijn dat u zich na de ene kuur goed voelt, en na de andere kuur meer klachten heeft. In de ‘rust’ tussen de kuren kunt u lichamelijk en geestelijk weer op krachten komen en voelt u zich aanzienlijk beter

De behandeling in de praktijk

De kuur wordt gegeven via een infuus. De verpleegkundige verzorgt de toediening op de dagbehandeling, ziekenhuisopname is hiervoor niet nodig. Voor de therapie krijgt u steeds een afspraak op de dagbehandeling van de oncologie; deze bevindt zich op verdieping W4/W5, in hetzelfde gebouw als waar de polikliniek Oncologie zich bevindt (W7).

Uitscheiding

Urine, ontlasting, bloed, braaksel, wond- en drainvocht zijn lichamelijke uitscheidingsproducten. In dit vocht ( excreta genoemd) kan de eerste dagen na de behandeling kleine resten chemotherapie aanwezig zijn. Dit kan schadelijk zijn voor de omgeving. De verwachting is dat de aanwezigheid van chemotherapie in sperma en vaginaal vocht minimaal is, het is niet nodig om intimiteit te vermijden.

  • Paclitaxel: tot 2 dagen na de behandeling zijn er kleine resten aanwezig.
  • Carboplatin: tot 4 dagen na de behandeling zijn er kleine resten aanwezig.

Wat kunt u doen?

  • Toilet gebruik: voorkom spetteren of morsen ter verspreiding van resten chemotherapie. Trek tweemaal door met een gesloten deksel. Mannen wordt geadviseerd zittend te plassen.
  • Bevuilde kleding of linnengoed eerste dagen na de behandeling: is uw kleding bevuild bijvoorbeeld door misselijkheidsklachten? Spoel uw kleding eerst met koud water af, hierna mag het meegewassen worden op een normaal programma van de wasmachine.
  • Zorg dat er tijdens een behandeling met chemotherapie geen zwangerschap kan ontstaan. Gebruik bij seksueel contact goede anticonceptiemiddelen zoals een condoom.

Gevolgen voor vruchtbaarheid en ongeboren kind

Vrouwen wordt afgeraden om tijdens de behandeling, en in sommige gevallen ook in een bepaalde periode daarna, zwanger te worden. Dit komt doordat er gevaren kunnen zijn voor het ongeboren kind door de effecten van de behandeling.

Voor mannen is het niet altijd volledig bekend wat de gevolgen kunnen zijn als er tijdens (of in een periode na) de behandeling een zwangerschap ontstaat.

Daarnaast kan de behandeling van kanker invloed hebben op de vruchtbaarheid, zowel op korte als lange termijn. De mate van invloed hangt af van het type medicijnen, de combinatie van medicijnen, de dosering, het type kanker en de leeftijd van de patiënt.

Wat kunt u doen?

Bespreek voor u begint met de behandeling wat dit in uw situatie betekent. Of en hoelang u maatregelen moet nemen om een zwangerschap te voorkomen. En wat de gevolgen kunnen zijn voor kinderwens in de toekomst.

Is er een kinderwens? Bespreek dan met uw behandelend arts de mogelijkheid van invriezen van sperma of eicellen vóór het starten van de behandeling.

Combinatiebehandeling

De behandeling bestaat uit vier verschillende middelen twee chemotherapie Paclitaxel, Carboplatin, 2 doelgerichte therapie middelen Pertuzumab en Trastuzumab. Na 9 cycli gaat u verder met Trastuzumab als monotherapie. Monotherapie betekent een middel.

Behandeling

  • De behandeling bestaat uit 9 kuren om de 3 weken Pertuzumab + Trastuzumab + Paclitaxel en Carboplatine. Op dag 1 wordt dit gevolgd door Paclitaxel 1x op dag 8 van elke cyclus. In totaal worden maximaal 9 cycli gegeven in deze samen stelling. De kuur duurt de eerst keer ongeveer 10 uur.
  • De dag (dag 8) wanneer u alleen de Paclitaxel krijgt duurt 2 uur.
  • Kuur 2 t/m 9 duren 5 uur.
  • Na deze 9 cycli gaat u door met 8 cycli Trastuzumab monotherapie om de 3 weken. Deze kuur duurt ongeveer 1 uur.

In sommige gevallen is een andere behandeling na de operatie nodig. De arts zal dat met u bespreken.

Tabel1 - behandelschema Pertuzumab + Trastuzumab + Paclitaxel en Carboplatine

medicatie

dosering

toedien-ingswijze

cyclus 21 dagen (9 cycli totaal)

dag/dagen

doelgerichte therapie

1

2

3

4

5 - 7

8

9

10

11

12 -

21

Pertuzumab

via infuus

Trastuzumab

via infuus

Vinkje met effen opvulling

chemo-

therapie

Paclitaxel

via infuus

Vinkje met effen opvulling

Vinkje met effen opvulling

Carboplatin

via infuus

Vinkje met effen opvulling

ondersteunen-de medicatie

Cetirizine*

1 uur voor toediening

1dd 10mg

oraal

Vinkje met effen opvulling

Vinkje met effen opvulling

Dexamethason*

1 uur voor toediening

1dd 8mg

oraal

Vinkje met effen opvulling

Vinkje met effen opvulling

Loperamide**

4mg

zo nodig, max 16mg per dag

Anti-Emetica

(tegen misselijkheid)

via infuus

of oraal

Vinkje met effen opvulling

Vinkje met effen opvulling

Anti-Emetica

oraal of rectaal

Vinkje met effen opvulling

Vinkje met effen opvulling

Vinkje met effen opvulling

Vinkje met effen opvulling

Vinkje met effen opvulling

Vinkje met effen opvulling

* Als u de cetirizine/dexamethason vergeten bent in te nemen en de Paclitaxel pas na 60 - 90

minuten gegeven wordt, alsnog oraal in nemen.

* Als u de cetirizine/dexamethason vergeten bent in te nemen en de Paclitaxel binnen 60 - 90

minuten gegeven wordt, toediening via infuus. Cetirizine wordt dan Clemastine 2 mg via

infuus.

** De behandeling van diarree bestaat uit het innemen van loperamide: 1 capsule is 2 mg.

Starten met 2 capsules (= 4mg) vervolgens elke 2 uur (of na elke keer ontlasting als dat vaker

is dan iedere 2 uur), doorgaan tot 12 uur na de laatste dunne ontlasting; maximaal 16 mg

per dag.

Tabel 2 - behandelschema Trastuzumab Monotherapie Cyclus 1 t/m cyclus 8

medicatie

dosering

toedieningswijze

1x per 3 weken, 8 cycli

dag/dagen

Doelgerichte therapie

1

2

3

4

5 - 21

Trastuzumab

subcutaan (injectie)

Vinkje met effen opvulling

Ondersteunende medicatie

Anti–Emetica
(tegen de misselijkheid)

oraal

Vinkje met effen opvulling

Anti–Emetica (thuis)

oraal/rectaal

Vinkje met effen opvulling

Vinkje met effen opvulling

Vinkje met effen opvulling

Overgevoeligheidsreactie behandeling

Taxol wordt opgelost in het middel Cremophor. Cremophor kan in een enkel geval een overgevoeligheidsreactie veroorzaken. Dit kan de volgende klachten geven: bloeddrukdaling waardoor een gevoel van duizeligheid of flauwvallen kan ontstaan; benauwdheid; piepende ademhaling en huiduitslag.

Wat kunt u doen?

U kunt zelf niets doen. In het ziekenhuis krijgt u vaak medicijnen om de reacties zoveel mogelijk te beperken (zoals paracetamol of een middel tegen misselijkheid).

Wees alert tijdens de toediening en waarschuw bij klachten direct een verpleegkundige.

Bijwerkingen van de medicatie om een overgevoeligheidsreactie te voorkomen

Dexamethason

Van dexamethason zijn in deze dosering in het algemeen geen bijwerkingen te verwachten. Enkele patiënten kunnen op de dag van toediening een onrustig gevoel en/of warmte of roodheid in het gezicht ervaren of een hongergevoel. Sommige patiënten hebben de nacht na de toediening van dexamethason last van slapeloosheid. Daarnaast kan dexamethason invloed hebben op uw stemming.

Somberheid of opgewektheid in een mate die u niet van uzelf gewend bent, kunnen voorkomen. Ook kan uw lichaam vocht vasthouden in de weefsels met als gevolg gewichtstoename. Hierdoor kunt u een ‘voller’ gezicht krijgen. Indien u een gevoel van dorst heeft of veel moet plassen, kan dit komen door bloedsuikerspiegelschommelingen. Meld dit aan uw oncoloog.

Cetirizine

Cetirizine kan een gevoel van slaperigheid en sufheid teweeg. In principe mag u gewoon autorijden, maar indien u erg veel last van slaperigheid, sufheid en/of duizeligheid heeft, wordt autorijden afgeraden.

Wat kunt u doen?

Na de eerste kuren heeft u een idee hoe u op Cetirizine reageert, houd hier in uw planning rekening mee. Rij niet zelf naar huis!

Welke bijwerkingen kunnen optreden door de chemotherapie (Paclitaxel en Carboplatin)?

Minder eetlust en misselijkheid

Veel mensen hebben minder trek tijdens de chemotherapie. Soms verandert de smaak, waardoor plotseling voedsel niet lekker meer kan smaken of zelfs tegenstaat. Misselijkheid kan optreden.

Om misselijkheidsklachten zo beperkt mogelijk te houden, kunt u gewenst medicatie innemen. De dag waarop de toediening plaats vindt, krijgt u via het infuus medicatie om misselijkheid te voorkomen. Metoclopramide (Primperan) tabletten of zetpillen 10mg mag u bij klachten 3 keer per dag gebruiken, bij voorkeur een half uur voor de maaltijd. Indien de misselijkheidsklachten hierbij blijven aanhouden, neem dan contact op met uw behandelend arts of verpleegkundig specialist.

Wat kunt u doen?

  • Zoek een rustige, frisse omgeving op, vermijd lichtprikkels en extreme geuren (kookluchtjes, parfum).
  • Probeer zoveel mogelijk rechtop te zitten. Vooral na een maaltijd is dit van belang (30 tot 40 minuten). Draag comfortabele, ruim zittende kleding.
  • Gebruik regelmatig kleine maaltijden (kleine beetjes op een groot bord), eet niet te vet, te warm of te sterk gekruid voedsel.
  • Drink in ieder geval goed, tenminste anderhalve liter per dag. Sommige mensen vinden koolzuurhoudende drankjes prettig.
  • Bij aanhoudende misselijkheid kan het verlichting geven wanneer u ieder uur enkele hapjes koude yoghurt (zonder suiker) neemt.
  • U kunt de folder ‘Voeding bij kanker’ meenemen. Zo nodig kunt u zich laten adviseren door een diëtiste van het ziekenhuis.

Haaruitval

De behandeling die u krijgt, veroorzaakt haaruitval. De hoofdhuid kan ook gevoelig of zelfs pijnlijk worden. Niet alleen uw hoofdhaar, maar ook uw wenkbrauwen, wimpers, oksel-, lichaams- en schaambeharing kunnen uitvallen. Het uitvallen van veel haar tegelijk wordt door de meeste mensen als erg hinderlijk en confronterend ervaren. Uw haar van te voren kort knippen, kan dan helpen. In alle gevallen is het haaruitval ten gevolge van chemotherapie tijdelijk.

U kunt overwegen een pruik te nemen. Bij de oncoloog kunt u een machtiging krijgen zodat u (een deel van) de kosten van de pruik kunt declareren bij uw verzekering.

Het is aan te raden, voor het haar gaat uitvallen naar de kapper te gaan. Kleur en model van de pruik kunnen dan het beste op uw eigen haar worden afgestemd.

Er zijn ook alternatieven voor een pruik, bijvoorbeeld een mutsje, hoofddoek, pet of hoed. De oncologieverpleegkundige van de dagbehandeling kan u hier informatie over geven en voorbeelden van laten zien.

Aan het eind van de behandeling, na ongeveer een maand, begint uw haar weer te groeien. Meestal is er na enkele maanden weer een goed herstel van de haargroei. Wanneer uw haar weer aangroeit, kan het (vaak tijdelijk) verschil tonen met uw oorspronkelijke haar. Het kan anders zijn van kleur, sluiker zijn of juist meer slag hebben.

Invloed op de bloedcellen

Chemotherapie beïnvloedt niet alleen de remming van kankercellen, maar ook de productie van andere snel delende cellen, zoals de cellen in het beenmerg waaronder de erytrocyten, trombocyten en leukocyten.

  • Erytrocyten (rode bloedlichaampjes): zorgen voor zuurstoftransport in het lichaam. Een tekort leidt tot bloedarmoede. Klachten van moeheid, duizeligheid, bleek zien en/of kortademigheid kunnen optreden.
  • Trombocyten (bloedplaatjes): zijn van belang voor de bloedstolling. Te weinig trombocyten geven een verhoogde kans op bloedingen. Dat is bijvoorbeeld te merken aan ’blauwe plekken’.
  • Leukocyten (witte bloedcellen): spelen een rol bij de afweer. Onvoldoende leukocyten in het bloed leidt tot een verminderde weerstand. U bent dan sneller vatbaar voor infecties. Soms is het nodig dat u met antibioticum behandeld wordt.

Wat kunt u doen?

Zelf kunt u geen invloed uitoefenen op het herstel van het beenmerg, ook niet door voeding. Heeft u klachten zoals hierboven beschreven, meldt ze dan aan uw oncoloog. Wat betreft een verminderde afweer kunt u, indien mogelijk contact met verkouden of grieperige mensen vermijden. Als u denkt dat u verhoging of koorts heeft, controleer dan uw temperatuur.

  • Neem bij koorts (temperatuur boven 38,5°C), bij voorkeur rectaal of met de oorthermometer gemeten, contact op met de afdeling Medische oncologie.

Last van de darmen

Door de behandeling kunt u last krijgen van uw darmen. Het is belangrijk dat uw stoelgang regelmatig is en niet te veel afwijkt van het patroon waaraan u gewend bent. We spreken van diarree als u meer dan twee keer per dag waterige dunne ontlasting heeft.

Wat kunt u doen?

Probeer prikkelende of scherpe voeding te vermijden. Eet geen grote maaltijden, geen vet, geen grove vezels en gasvormende producten. Als u last heeft van diarree is het belangrijk dat u veel drinkt.

  • Als de diarree langer aanhoudt dan 24 uur neemt u contact op met uw oncoloog.

Gevoelige huid

Door de chemotherapie kan uw huid droog aan gaan voelen en is de huid de eerste 6 tot 12 maanden gevoeliger voor zonlicht. Eerder bestraalde huid kan reageren met pijn en roodheid.

Wat kunt u doen?

Behandel uw huid met zorg; gebruik een goede crème, bijvoorbeeld met vitamine E. Zit niet in de volle zon, u kunt veel sneller verbranden dan u gewend bent.

Gevoelige mondholte

Treden er klachten op dan zijn de eerste symptomen een droge, gevoelige mond en rood

mondslijmvlies. Het tandvlees en slijmvlies kan door de verminderde afweer gaan ontsteken en

er kunnen blaartjes ontstaan. U kunt een droge mond krijgen door verminderde speeksel

productie en de kans op cariës neemt toe. Er kunnen kloofjes ontstaan in de lippen en

mondhoeken. Het eten kan hierdoor bemoeilijkt worden.

Wat kunt u doen?

  • Verzorg de mond na iedere maaltijd. Gebruik een zachte tandenborstel, tandpasta met fluoride en houten tandenstokers. Ga voorzichtig met het tandvlees om. Verwijder één maal daags zorgvuldig alle tandplak, ook uit de ruimten tussen de tanden. Verzorg ook het mondslijmvlies door de mond krachtig te spoelen en te gorgelen met een zoutoplossing (1 afgestreken theelepel zout op een grote mok water).
  • Heeft u een kunstgebit, dan is het belangrijk dit ook schoon te maken en het bij het spoelen uit te doen, zodat de hele mond goed schoon wordt.
  • Voorkom kloofjes door de lippen en mondhoeken vet te houden.
  • Moet u naar de tandarts, vertel dan dat u een behandeling met chemotherapie ondergaat. Dit kan betekenen dat sommige tandheelkundige ingrepen beter even kunnen wachten.

Vermoeidheid

Ernstige vermoeidheid kan een vervelend gevolg zijn van de chemotherapie.

Wat kunt u doen?

Tot voor kort werd vaak geadviseerd het rustig aan te doen tijdens de chemotherapie en vooral niet inspannend bezig te zijn. Uit onderzoek is nu gebleken dat dit rustig aan doen ernstige vermoeidheid niet kan voorkomen. Er is zelfs aangetoond dat bewegen tijdens de chemotherapie vermoeidheid beperkt en een positieve invloed heeft op het lichamelijke en emotioneel functioneren. Het advies is dus niet rust, maar juist bewegen. Met bewegen wordt niet intensief sporten bedoeld maar lopen, fietsen, zwemmen, etc. Het is belangrijk te streven naar ongeveer 2,5 uur per week lichamelijk actief te zijn, bijvoorbeeld elke dag

20 - 30 minuten in eigen tempo. Voor iemand die al voldoet aan de streefwaarde is het advies om dit tijdens de chemotherapie ook zo lang mogelijk vol te houden.

De app ‘Untire Now’ helpt u tegen moe zijn bij kanker. In deze app krijgt u handige tips en adviezen die u kunnen helpen bij het omgaan met moe zijn.

Gewrichts- en spierpijn

Enkele dagen na de behandeling met Paclitaxel kan gewrichtspijn, spierpijn of spierzwakte optreden. Deze klachten verdwijnen meestal binnen een week.

Wat kunt u doen?

Om deze klachten te verlichten kunt u tot (maximaal) 3 keer per dag 2 tabletten paracetamol 500 mg gebruiken. Wanneer dit onvoldoende effect heeft kunt u overleggen met uw oncoloog over andere mogelijkheden om de klachten te verlichten.

Invloed op het zenuwstelsel (neuropathie)

Paclitaxel kan invloed hebben op het zenuwstelsel. Dit kan zich uiten in een branderig, tintelend, pijnlijk gevoel in de handen en voeten en dan met name in de vingertoppen, in de tenen en de voetzolen. Er kan op deze plaatsen een ‘doof’ gevoel ontstaan. Deze klachten kunnen toenemen in de loop van de behandeling. Een doof gevoel in de vingers kan allerlei handelingen bemoeilijken. Een doof gevoel in de voeten kan u het gevoel geven dat u ‘zweeft’.

Wat kunt u doen?

Geef neuropathieklachten goed aan bij uw behandelend arts of verpleegkundig specialist. Wees voorzichtig met beschadigingen aan handen en voeten. Draag goed aansluitende, niet knellende schoenen. Bescherm uw handen en voeten tegen kou.

Effect op seksualiteit en vruchtbaarheid

Voor zowel mannen als vrouwen is het normaal dat door vermoeidheid tijdens de behandeling, behoefte aan geslachtsgemeenschap afneemt. Vermoeidheid kan tot lang na de behandeling aanhouden. De menstruatie kan van slag raken. Dit kan variëren van een keer overslaan tot helemaal wegblijven. Langer bloedverlies dan normaal komt ook voor. Bij vrouwen ouder dan veertig jaar kan de menstruatie definitief wegblijven. Ook kunnen vrouwen last hebben van een droge vagina, doordat de slijmvliezen worden aangetast.

Wat kunt u doen?

• Goede anticonceptie is noodzakelijk omdat tijdens de behandeling zowel zaad- als eicellen

door de chemotherapie beschadigd worden. De Cyclofosfamide kan zelfs tot infertiliteit

leiden (dosis- en leeftijdsafhankelijk).

• Luister naar uw lichaam en forceer uzelf niet.

• Licht uw partner in.

• In geval van pijn bij het vrijen zijn er bij de drogist verschillende middelen in de handel

ter bevochtiging van het vaginaslijmvlies.

Bijwerkingen Pertuzumab en Trastuzumab (Doelgerichte Therapie)

Behandelingen met Pertuzumab en Trastuzumab worden over het algemeen goed verdragen. Mogelijke bijwerkingen die kunnen optreden, zijn onder andere: vermoeidheid, misselijkheid, hoesten, huiduitslag, verstopping of diarree, gewrichtspijn, koorts, en hartgerelateerde klachten zoals hartfalen (vooral bij langdurig gebruik van Trastuzumab). De meeste bijwerkingen zijn mild en kunnen met gewone geneesmiddelen worden behandeld.

Huidirritatie

Door de behandeling kunt u huiduitslag krijgen. We spreken van uitslag wanneer er op de huid bepaalde veranderingen optreden zoals roodheid, vlekken, puisten, pukkels of blaasjes. Dit kan optreden over de gehele huid of in de vorm van een plaatselijke uitslag.

Een veel voorkomende vorm van huiduitslag is een allergische reactie op medicijnen. Netelroos is daar een voorbeeld van. Een ander woord voor netelroos is galbulten. De allergische reactie uit zich door een jeukende, rode uitslag. Deze huiduitslag is vergelijkbaar met de huiduitslag na contact met een brandnetel.

Klachten bij huiduitslag zijn:

  • roodheid van de huid
  • jeuk
  • bultjes
  • verdikte huid
  • overgevoeligheidsreactie/allergische reactie (in de vorm van gordelroos of netelroos).

Wat kunt u doen?

Huidreacties kunnen verergeren door de blootstelling aan zonlicht. Vermijd daarom fel licht op de huid en bescherm de huid met kleren en zonnebrandcrème.

Verzachtende en beschermende crèmes en zalven bevatten geen werkzame bestanddelen, maar houden de huid wel soepel en voorkomen verdere uitdroging van de huid.

Klachten als jeuk, schilfering, kloven en branderige plekken verminderen door deze middelen. Ze zijn zonder recept verkrijgbaar

  • voorbeelden voor een niet al te droge huid: lanettecrème en cetomacrogolcrème.
  • voorbeelden voor een erg droge huid: vaseline lanettecrème en vaseline cetomacrogolcrème.
  • metholgel kan de huid verkoeling geven.

Maag/darm klachten

Door de behandeling kunt u last krijgen van maag-darmklachten. Dit zijn klachten die te maken hebben met het spijsverteringskanaal. Deze loopt van de mond tot en met de anus. Klachten kunnen zijn: een ander ontlastingspatroon, maag- of buikpijn, opgeblazen gevoel of winderigheid.

Door de behandeling kunt u misselijk worden en overgeven. Het hangt af van de kankersoort en behandeling hoeveel last u hiervan heeft. De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • kokhalzen en overgeven
  • minder zin in eten
  • maagklachten, zoals een vol gevoel of pijn in de maag
  • buikpijn of buikkrampen
  • opgezette buik
  • diarree.

Wat kunt u doen?

Het is belangrijk dat u uw medicijnen altijd inneemt zoals u met uw zorgverlener hebt besproken. Houdt u aan de vaste tijden om uw medicijnen in te nemen, ook als u niet misselijk bent.

Door het overgeven verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.

Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.

Forceer het eten niet. Eet op momenten wanneer u minder misselijk bent en pauzeer bij hevige misselijkheid.

  • Uw zorgverlener kan samen met u kijken wat er mogelijk is. Dit hangt af van uw klachten. U kunt bijvoorbeeld extra medicijnen krijgen tegen het misselijk zijn.

Diarree

Diarree is waterige dunne ontlasting waarvoor u meer dan 3 keer per dag naar de wc moet. Bij diarree nemen de darmen minder vocht en voedingsstoffen op. Dit komt door irritatie van de darmen, waardoor de darmen minder goed werken. Vaak komt de aandrang plotseling. En is het ophouden van de diarree moeilijk of lukt het zelfs helemaal niet.

Wat kunt u doen?

Neem contact op met uw zorgverlener als de diarree langer dan 24 uur duurt, er bloed of slijm bij de ontlasting zit of als u moet overgeven en diarree heeft.

Houd bij hoe vaak en hoe veel ontlasting u heeft.

Door de diarree verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade. Varieer met zowel zoete als zoute dranken. Genoeg drinken kan in het begin lastig zijn, omdat u niet altijd dorst heeft. Het kan dan helpen om op te schrijven wat u heeft gedronken.

  • Neem nooit medicijnen, supplementen of probiotica (bacteriën die de darmen kunnen helpen) tegen diarree zonder dit met uw zorgverlener te bespreken.

Hartproblemen

Tijdens de behandeling krijgt u een medicijn dat het hart kan beschadigen. Hierdoor kan de werking van de hartspier afnemen. Uw hart heeft dan een verminderde pompkracht of klopt onregelmatig. Deze bijwerking hangt af van de totale hoeveelheid van dit medicijn. Voorbeelden van klachten zijn:

  • hartkloppingen
  • hartritmestoornis
  • hartfalen.

Of deze bijwerking optreedt, verschilt per patiënt. Loopt u door de behandeling risico, dan zal uw arts u regelmatig controleren.

Wat kunt u doen?

Als u een van de volgende klachten heeft, neem dan contact op met uw behandelend arts:

  • extreme vermoeidheid bij lichamelijke inspanning
  • pijn op de borst
  • kortademigheid
  • hartbonzen (vooral ‘s nachts), een onregelmatige hartslag of een erg snelle hartslag
  • vocht vasthouden in de benen (dikke enkels, onderbenen).

Wanneer contact met Amsterdam UMC – locatie VUmc?

Bij een kuur kunnen zich dus tal van ‘normale’ bijwerkingen voordoen.

Deze kunnen vervelend zijn, maar vormen geen reden tot ongerustheid. Het is goed te weten

dat de mate waarin de bijwerkingen optreden niets zegt over het uiteindelijke resultaat van de behandeling. Uiteraard staat u niet alleen. U kunt rekenen op hulp en steun van Amsterdam UMC. Met vragen of problemen kunt u bij ons terecht. Doet zich iets ongewoons voor, dat u niet vertrouwt, aarzelt u dan niet om contact op te nemen, met de afdeling Medische oncologie.

Neem in ieder geval contact op bij:

  • koorts (temperatuur boven 38,5°C bij voorkeur rectaal of met de oorthermometer gemeten)
  • koude rilling
  • spontane blauwe plekken
  • aanhoudend bloedverlies
  • aanhoudende diarree
  • ontstoken mondslijmvlies.

Ook bij elk ander nieuw verschijnsel waarvan u denkt dat het belangrijk kan zijn.

Wie kunt u bellen indien u contact moet opnemen of vragen heeft?

  • Verpleegafdeling 3C
  • telefoon 020 444 21 31 - voor acute vragen buiten kantooruren
  • Administratie polikliniek - werkdagen van 8.30 -15.30 uur
  • telefoon 020 444 05 22 - voor alle vragen over kuurplanning, afspraken en klachten.

Informatie en voorlichting

U kunt bij de verpleegkundig specialist (Medische oncologie) terecht voor vragen over voorlichtingsmateriaal. Zij biedt folders aan van de afdeling, van Amsterdam UMC en van KWF Kankerbestrijding. Dit is betrouwbare informatie over ziektebeelden, leefstijl en andere relevante onderwerpen. Daarnaast kan zij u ook wijzen op websites en andere betrouwbare bronnen waar u meer informatie kunt vinden.