Deze folder schetst een beeld van de behandeling van borstkanker met immunotherapie en chemotherapie. Hoe gaat zoiets in zijn werk? Wat gebeurt er met uw lichaam? Wat zijn de bijwerkingen van de verschillende middelen en hoe kunt u daar het best mee omgaan?

Waarom immunotherapie?

Immunotherapie met Pembrolizumab (Keytruda®) werkt door een specifiek eiwit op de afweercellen in het lichaam te blokkeren, het PD-1 eiwit. Dit eiwit is een soort rem op het afweersysteem en normaal gesproken zullen kankercellen deze rem actief maken, om zich te verbergen voor uw afweersysteem. Pembrolizumab voorkomt dat het PD-1 eiwit op de afweercel en het eiwit op de kankercel (PD-L1) zich aan elkaar binden. Hierdoor kan uw afweersysteem de kankercel weer herkennen en aanvallen. Het doel van deze behandeling is om uw eigen afweersysteem te helpen de kanker te bestrijden, met als mogelijk resultaat afname van de kanker.

Waarom chemotherapie?

Carboplatin en Paclitaxel(Taxol®) gevolgd door Doxorubicine (Adriamycine®) en Cyclofosfamide (Endoxan®).

Chemotherapie is de behandeling van kanker met medicijnen, zogenoemde cytostatica, die de celdeling remmen. Na toediening komen ze in het bloed terecht en worden zo door het lichaam verspreid en kunnen zij kankercellen vrijwel overal in het lichaam bereiken. Het hele lichaam wordt aangepakt, inclusief het gezonde deel. Maar de gezonde cellen herstellen zich aanzienlijk sneller dan de kwaadaardige. Daar maakt de chemotherapie gebruik van. Het is erop gericht om kwaadaardige cellen te vernietigen, met optimaal behoud van de gezonde cellen.

Voor het krijgen van chemotherapie moet het lichaam in goede conditie zijn. Vooral het bloedbeeld moet in orde zijn, met name de verschillende soorten bloedcellen die in het beenmerg worden aangemaakt (rode en witte bloedcellen en de bloedplaatjes). Daarom wordt tijdens de behandeling steeds uw bloed gecontroleerd. Als dat niet voldoende hersteld is, of als er andere klachten zijn die een bezwaar vormen voor de toediening van chemotherapie, kan de arts besluiten de kuur uit te stellen of de dosering van de chemotherapie te verlagen. Om ervoor te zorgen dat de witte bloedcellen op tijd hersteld zijn voor de volgende chemokuur, zult u tijdens het tweede gedeelte van uw behandeling (de AC-chemokuren) de dag na elke toediening een injectie (Pegfilgrastim*) krijgen met groeifactoren voor het beenmerg. Deze injectie (Pegfilgrastim*) kunt u zelf thuis toedienen (onder de huid). De apotheker legt u uit hoe dit moet.

(* Voor het gebruik van de Pegfilgrastim, zie aanvullende patiënteninformatie over

Pegfilgrastim.

Het is moeilijk te voorspellen of u veel of weinig last van de chemotherapie ondervindt. Sommige mensen merken nauwelijks iets van bijwerkingen. Anderen voelen zich een paar dagen niet lekker, of zijn echt ziek. Ook kan het zo zijn dat u zich na de ene kuur goed voelt, en na de andere kuur meer klachten heeft. In de ‘rust’ tussen de kuren kunt u lichamelijk en geestelijk weer op krachten komen en voelt u zich aanzienlijk beter.

De behandeling in de praktijk

De kuur wordt gegeven via een infuus. De verpleegkundige verzorgt de toediening, opname is hiervoor niet nodig. Voor de therapie krijgt u steeds een afspraak op de dagbehandeling van de oncologie; deze bevindt zich op verdieping W4, in hetzelfde gebouw als waar de polikliniek Oncologie zich bevindt (W7).

Combinatiebehandeling

De behandeling bestaat uit 4 verschillende middelen van chemotherapie verdeeld over 2 delen met een toevoeging van immunotherapie in beide delen en daarna als monotherapie. Monotherapie betekent zonder chemotherapie.

Behandeling

Deel 1: Bestaat uit 4 kuren van 3 weken Paclitaxel (Taxol®) elke week + Carboplatine 1x per 3 weken, (PC-kuren zie schema) met om de zes weken Pembrolizumab. De Pembrolizumab wordt doorlopend gegeven a 6 weken. De kuur duurt ongeveer 5 uur.

Deel 2: Bestaat uit Doxorubicine (Adriamycine®) + Cyclofosfamide (Endoxan®) 1x per 2 weken (AC-kuren zie schema) gecombineerd met Pembrolizumab om de 6 weken.

Na afronding van de chemotherapie gaat u nog door met de Pembrolizumab ongeacht verdere behandeling zoals operatie en/of radiotherapie.

Behandelschema: deel 1 en 2 in combinatie met Pembrolizumab

Tabel 1

Afbeelding met tekst, schermopname, ontvangst, nummer
Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Behandelschema: Pembrolizumab mono

Tabel 2

Medicatie

Dosering

Toediening

Dagen/dag cycli

week

1

7

13

19

25

dag

1

43

85

127

169

Immuuntherapie

Pembrolizumab

400mg

intraveneus

DEEL 1

Paclitaxel en Carboplatin: PC-kuur/met Pembrolizumab

Het eerste deel van de kuur bestaat uit chemotherapie Paclitaxel en Carboplatine.

Op dag 1, dag 8 en dag 15 krijgt u Paclitaxel. De toediening duurt ongeveer 2 uur. Deze drie toedieningen worden 1 cyclus genoemd. Op dag 1 van elke cyclus krijgt u Carboplatin erbij. Paclitaxel en Carboplatin worden via een infuus toegediend. De combinatie duurt ongeveer 3 kwartier extra, bovenop de 2 uur Paclitaxel. Er worden in totaal 4 cycli PC toegediend.

Tijdens de eerste en de derde cyclus van de PC kuur krijgt u zowel de immunotherapie als de chemotherapie toegediend. De toediening duurt dan ongeveer 3 kwartier langer.

Het is moeilijk te voorspellen of u veel of weinig last van de behandeling ondervindt.

De toediening van PC-kuur

Voordat de chemotherapie wordt gegeven krijgt u premedicatie toegediend.

  • Denk om het regelen van vervoer!

Deel 1 - Paclitaxel Carboplatin schematisch

Tabel 3

Afbeelding met tekst, kruiswoordpuzzel, schermopname, nummer

Welke bijwerkingen kunnen optreden door de chemotherapie?

Meestvoorkomende bijwerkingen

Doordat de therapie niet alleen de kankercellen aanpakt maar, ook gezonde cellen, kunt u last krijgen van bijwerkingen. Hieronder volgen de meest voorkomende bijwerkingen, steeds gekoppeld aan manieren om ze te verzachten of te voorkomen.

Meestvoorkomende bijwerkingen deel 1 en 2

Minder eetlust en misselijkheid

Veel mensen hebben minder trek tijdens de chemotherapie. Soms verandert de smaak, waardoor plotseling voedsel niet lekker meer kan smaken of zelfs tegenstaat. Misselijkheid kan optreden.

Om misselijkheidsklachten zo beperkt mogelijk te houden, kunt u gewenst medicatie innemen. De dag waarop de toediening plaats vindt, krijgt u via het infuus medicatie om misselijkheid te voorkomen. Metoclopramide (Primperan) tabletten of zetpillen 10mg mag u bij klachten 3 keer per dag gebruiken, bij voorkeur een half uur voor de maaltijd. Indien de misselijkheidsklachten hierbij blijven aanhouden, neem dan contact op met uw behandelend arts of verpleegkundig specialist.

Medicatie tegen misselijkheid behorende bij deel 2

U krijgt recepten mee voor tabletten of zetpillen tegen misselijkheid. Het is verstandig onderstaand schema te volgen, de misselijkheid is dan over het algemeen goed onder controle.

  • Dag 1, de dag waarop u de kuur krijgt, neemt u minstens 1 uur voor de start van de chemotherapie 1 tablet Aprepitant van 125 mg in. Daarnaast krijgt u via uw infuus éénmalig Ondansetron en Dexamethason toegediend.
  • Dag 2 en 3 neemt u in de ochtend 1 tablet Aprepitant 80 mg in. Er zijn helaas geen Aprepitant zetpillen beschikbaar.
  • Dag 2,3 en 4 kunt u tot 3 maal per dag een tablet Metoclopramide® 10 mg innemen. Als u tabletten niet goed verdraagt, kunt u om zetpillen vragen. De zetpil van Metoclopramide® is 10 mg en kunt u max. 3 maal daags gebruiken.

Wanneer ondanks het volgen van dit schema, misselijkheid en/of braken onvoldoende onder controle zijn, kan in overleg met uw oncoloog het beleid worden aangepast.

Bijwerkingen van de medicatie tegen misselijkheid

Dexamethason

Van Dexamethason zijn in deze dosering in het algemeen geen bijwerkingen te verwachten. Enkele patiënten kunnen op de dag van toediening een onrustig gevoel en/of warmte of roodheid in het gezicht ervaren of een hongergevoel. Sommige patiënten hebben de nacht na de Dexamethasontoediening last van slapeloosheid. Daarnaast kan Dexamethason invloed hebben op uw stemming. Somberheid of opgewektheid in een mate die u niet van uzelf gewend bent, kunnen voorkomen. Ook kan uw lichaam vocht vasthouden in de weefsels met als gevolg gewichtstoename. Hierdoor kunt u een ‘voller’ gezicht krijgen. Indien u een gevoel van dorst heeft of veel moet plassen, kan dit komen door bloedsuikerspiegelschommelingen. Meld dit aan uw oncoloog.

Ondansetron (Zofran®)

Ondansetron kan obstipatie veroorzaken. Houd uw ontlastingspatroon in de gaten en vraag uw oncoloog zo nodig om een recept voor een laxeermiddel. Hoofdpijn kan ook optreden. Ondansetron kan ook opvliegingen, een verhit gevoel in het hoofd of de hik veroorzaken.

Aprepitant (Emend®)

Aprepitant kan soms: verminderde eetlust, verstopping, diarree, maagklachten, hik, hoofdpijn en vermoeidheid geven. Een bijwerking die zelden optreedt is: plotselinge plaatselijke zwelling van keel, lippen, tong of gezicht, soms met benauwdheid, blaren in de mond, in de vagina, op de top van de penis, met ziek voelen en hoge koorts. In dit geval dient u direct contact op te nemen met uw oncoloog!

Metoclopramide (Primperan®)

Heeft als belangrijkste bijwerking sufheid en vermoeidheid en heeft daardoor een negatieve invloed op uw rijvaardigheid! Ook kunnen een onrustig of gejaagd gevoel en trekkingen in gezichts- en nekspieren optreden (zelden).

Wat u verder tegen misselijkheid kunt doen:

  • Zoek een rustige, frisse omgeving op, vermijd lichtprikkels en extreme geuren (kookluchtjes, parfum).
  • Probeer zoveel mogelijk rechtop te zitten. Vooral na een maaltijd is dit van belang (30 tot 40 minuten).
  • Draag comfortabele, ruim zittende kleding.
  • Gebruik regelmatig kleine maaltijden (kleine beetjes op een groot bord), eet niet te vet, te warm of te sterk gekruid voedsel.
  • Drink in ieder geval goed, tenminste anderhalve liter per dag. Sommige mensen vinden koolzuurhoudende drankjes prettig.
  • Bij aanhoudende misselijkheid kan het verlichting geven wanneer u ieder uur enkele hapjes koude yoghurt (zonder suiker) neemt.
  • U kunt de folder ‘Voeding bij kanker’ meenemen. Zo nodig kunt u zich laten adviseren door een diëtiste van het ziekenhuis.

Invloed op het beenmerg

Chemotherapie beïnvloedt niet alleen de remming van kankercellen, maar ook de productie van andere snel delende cellen, zoals de cellen in het beenmerg waaronder de erytrocyten, trombocyten en leukocyten.

  • Erytrocyten (rode bloedlichaampjes): zorgen voor zuurstoftransport in het lichaam. Een tekort leidt tot bloedarmoede. Klachten van moeheid, duizeligheid, bleek zien en/of kortademigheid kunnen optreden.
  • Trombocyten (bloedplaatjes): zijn van belang voor de bloedstolling. Te weinig trombocyten geven een verhoogde kans op bloedingen. Dat is bijvoorbeeld te merken aan ’blauwe plekken’.
  • Leukocyten (witte bloedcellen): spelen een rol bij de afweer. Onvoldoende leukocyten in het bloed leidt tot een verminderde weerstand. U bent dan sneller vatbaar voor infecties. Soms is het nodig dat u met antibioticum behandeld wordt.

Wat kunt u doen?

Zelf kunt u geen invloed uitoefenen op het herstel van het beenmerg, ook niet door voeding. Heeft u klachten zoals hierboven beschreven, meldt ze dan aan uw oncoloog. Wat betreft een verminderde afweer kunt u, indien mogelijk contact met verkouden of grieperige mensen vermijden. Als u denkt dat u verhoging of koorts heeft, controleer dan uw temperatuur.

  • Neem bij koorts (temperatuur boven 38,5°C), bij voorkeur rectaal of met de oorthermometer gemeten, contact op met de afdeling Medische oncologie.

Haaruitval

De behandeling die u krijgt, veroorzaakt haaruitval. De hoofdhuid kan ook gevoelig of zelfs pijnlijk worden. Niet alleen uw hoofdhaar, maar ook uw wenkbrauwen, wimpers, oksel-,

lichaams- en schaambeharing kunnen uitvallen. Het uitvallen van veel haar tegelijk wordt door

de meeste mensen als erg hinderlijk en confronterend ervaren. Uw haar van te voren kort

knippen, kan dan helpen. In alle gevallen is het haaruitval ten gevolge van chemotherapie

tijdelijk. U kunt overwegen een pruik te nemen. Bij de oncoloog kunt u een machtiging krijgen zodat u (een deel van) de kosten van de pruik kunt declareren bij uw verzekering.

Het is aan te raden, voor het haar gaat uitvallen naar de kapper te gaan. Kleur en model van de pruik kunnen dan het beste op uw eigen haar worden afgestemd.

Er zijn ook alternatieven voor een pruik, bijvoorbeeld een mutsje, hoofddoek, pet of hoed. De oncologieverpleegkundige van de dagbehandeling kan u hier informatie over geven en voorbeelden van laten zien.

Aan het eind van de behandeling begint uw haar na ongeveer een maand weer te groeien. Meestal is er na enkele maanden weer een goed herstel van de haargroei. Wanneer uw haar weer aangroeit, kan het (vaak tijdelijk) verschil tonen met uw oorspronkelijke haar. Het kan anders zijn van kleur, sluiker zijn of juist meer slag hebben.

Last van de darmen

Door de behandeling kunt u last krijgen van uw darmen. Het is belangrijk dat uw stoelgang regelmatig is en niet te veel afwijkt van het patroon waaraan u gewend bent. We spreken van diarree als u meer dan twee keer per dag waterige dunne ontlasting heeft.

Wat kunt u doen?

Probeer prikkelende of scherpe voeding te vermijden. Eet geen grote maaltijden, geen vet, geen grove vezels en gasvormende producten. Als u last heeft van diarree is het belangrijk dat u veel drinkt.

  • Als de diarree langer aanhoudt dan 24 uur neemt u contact op met uw oncoloog.

Gevoelige huid

Door de chemotherapie kan uw huid droog aan gaan voelen en is de huid de eerste 6 tot 12 maanden gevoeliger voor zonlicht. Eerder bestraalde huid kan reageren met pijn en roodheid.

Wat kunt u doen?

Behandel uw huid met zorg; gebruik een goede crème, bijvoorbeeld met vitamine E. Zit niet in de volle zon, u kunt veel sneller verbranden dan u gewend bent.

Gevoelige mondholte

Treden er klachten op dan zijn de eerste symptomen een droge, gevoelige mond en rood

mondslijmvlies. Het tandvlees en slijmvlies kan door de verminderde afweer gaan ontsteken en

er kunnen blaartjes ontstaan. U kunt een droge mond krijgen door verminderde speeksel

productie en de kans op cariës neemt toe. Er kunnen kloofjes ontstaan in de lippen en

mondhoeken. Het eten kan hierdoor bemoeilijkt worden.

Wat kunt u doen?

Verzorg de mond na iedere maaltijd. Gebruik een zachte tandenborstel, tandpasta met fluoride en houten tandenstokers. Ga voorzichtig met het tandvlees om.

  • Verwijder één maal daags zorgvuldig alle tandplak, ook uit de ruimten tussen de tanden.
  • Verzorg ook het mondslijmvlies door de mond krachtig te spoelen en te gorgelen met een zoutoplossing (1 afgestreken theelepel zout op een grote mok water).
  • Voorkom kloofjes door de lippen en mondhoeken vet te houden.
  • Moet u naar de tandarts, vertel dan dat u een behandeling met chemotherapie ondergaat. Dit kan betekenen dat sommige tandheelkundige ingrepen beter even kunnen wachten.
  • Heeft u een kunstgebit, dan is het belangrijk dit ook schoon te maken en het bij het spoelen uit te doen, zodat de hele mond goed schoon wordt.

Vermoeidheid

Ernstige vermoeidheid kan een vervelend gevolg zijn van de chemotherapie. Tot voor kort werd vaak geadviseerd het rustig aan te doen tijdens de chemotherapie en vooral niet inspannend bezig te zijn. Uit onderzoek is nu gebleken dat dit rustig aan doen ernstige vermoeidheid niet kan voorkomen. Er is zelfs aangetoond dat bewegen tijdens de chemotherapie vermoeidheid beperkt en een positieve invloed heeft op het lichamelijke en emotioneel functioneren. Het advies is dus niet rust, maar juist bewegen. Met bewegen wordt niet intensief sporten bedoeld maar lopen, fietsen, zwemmen, etc. Het is belangrijk te streven naar ongeveer 2,5 uur per week lichamelijk actief te zijn, bijvoorbeeld elke dag 20 - 30 minuten in eigen tempo. Voor iemand die al voldoet aan de streefwaarde is het advies om dit tijdens de chemotherapie ook zo lang mogelijk vol te houden.

Uitscheiding

Urine, ontlasting, bloed, braaksel, wond- en drainvocht zijn lichamelijke uitscheidingsproducten. In dit vocht (excreta genoemd) kan de eerste dagen na de behandeling kleine resten chemotherapie aanwezig zijn. Dit kan schadelijk zijn voor de omgeving. Er is onvoldoende onderzoek verricht om een uitspraak te kunnen doen over de aanwezigheid van resten chemotherapie in sperma en vaginaal vocht. Ga intimiteit dus niet uit de weg!

Deel 1:

  • Paclitaxel: tot 2 dagen na de behandeling zijn er kleine resten aanwezig.
  • Carboplatin: tot 4 dagen na de behandeling zijn er kleine resten aanwezig.

Deel 2:

  • Doxorubicine: tot 6 dagen na de behandeling zijn er kleine resten aanwezig.
  • Cyclofosfamide: tot 3 dagen na de behandeling zijn er kleine resten aanwezig.

Wat kunt u doen?

  • Toilet gebruik: voorkom spetteren of morsen ter verspreiding van resten chemotherapie. Trek tweemaal door met een gesloten deksel. Mannen wordt geadviseerd zittend te plassen.
  • Bevuilde kleding of linnengoed eerste dagen na de behandeling: is uw kleding bevuild bijvoorbeeld door misselijkheidsklachten? Spoel uw kleding eerst met koud water af, hierna mag het meegewassen worden op een normaal programma van de wasmachine.
  • Zorg dat er tijdens een behandeling met chemotherapie geen zwangerschap kan ontstaan. Gebruik bij seksueel contact goede anticonceptiemiddelen zoals een condoom.

Effect seksualiteit en vruchtbaarheid

Voor zowel mannen als vrouwen is het normaal dat door vermoeidheid tijdens de behandeling, behoefte aan geslachtsgemeenschap afneemt. Vermoeidheid kan tot lang na de behandeling aanhouden. De menstruatie kan van slag raken. Dit kan variëren van een keer overslaan tot helemaal wegblijven. Langer bloedverlies dan normaal komt ook voor. Bij vrouwen ouder dan veertig jaar kan de menstruatie definitief wegblijven. Ook kunnen vrouwen last hebben van een droge vagina, doordat de slijmvliezen worden aangetast.

Wat kunt u doen?

  • Goede anticonceptie is noodzakelijk omdat tijdens de behandeling zowel zaad- als eicellen
  • door de chemotherapie beschadigd worden. De Cyclofosfamide kan zelfs tot infertiliteit leiden (dosis- en leeftijdsafhankelijk).
  • Luister naar uw lichaam en forceer uzelf niet.
  • Licht uw partner in.
  • In geval van pijn bij het vrijen zijn er bij de drogist verschillende middelen in de handel ter bevochtiging van het vaginaslijmvlies.

Meest voorkomende bijwerkingen – bij deel 1

Overgevoeligheidsreactie

Paclitaxel wordt opgelost in het middel Cremophor®. Cremophor® kan in een enkel geval een allergische reactie

veroorzaken. Dit kan de volgende klachten geven: bloeddrukdaling waardoor een gevoel van duizeligheid of flauwvallen kan ontstaan; benauwdheid; piepende ademhaling en huiduitslag.

Om dit te voorkomen neemt u een uur voor iedere toediening van Paclitaxel een tablet cetirizine en een tablet dexamethason in. Als u geen overgevoeligheidsreactie hebt zal de Dexamethason afgebouwd worden voor de kuur Paclitaxel. Voor de combinatie Carboplatin + Paclitaxel moet u altijd wel dexamethason innemen.

Wat kunt u doen?

Wees alert tijdens de toediening en waarschuw bij klachten direct een verpleegkundige.

Welke bijwerkingen kunnen optreden door deze ondersteunende medicatie?

Dexamethason (Corticosteroïd)

Van dexamethason zijn in deze dosering in het algemeen geen bijwerkingen te verwachten. Enkele patiënten kunnen op de dag van toediening een onrustig gevoel en/of warmte of roodheid in het gezicht ervaren of een hongergevoel. Sommige patiënten hebben de nacht na de toediening van dexamethason last van slapeloosheid. Daarnaast kan dexamethason invloed hebben op uw stemming. Somberheid of opgewektheid in een mate die u niet van uzelf gewend bent, kunnen voorkomen. Ook kan uw lichaam vocht vasthouden in de weefsels met als gevolg gewichtstoename. Hierdoor kunt u een ‘voller’ gezicht krijgen. Indien u een gevoel van dorst heeft of veel moet plassen, kan dit komen door bloedsuikerspiegelschommelingen. Meld dit aan uw oncoloog.

Cetirizine

Cetirizine kan een gevoel van slaperigheid en sufheid teweeg. In principe mag u gewoon autorijden, maar indien u erg veel last van slaperigheid, sufheid en/of duizeligheid heeft, wordt autorijden afgeraden.

Wat kunt u doen?

Na de eerste kuren heeft u een idee hoe u op Cetirizine reageert, houd hier in uw planning rekening mee. Rij niet zelf naar huis!

Gewrichts- en spierpijn

Enkele dagen na de behandeling met Paclitaxel kan gewrichtspijn, spierpijn of spierzwakte optreden. Deze klachten verdwijnen meestal binnen een week.

Wat kunt u doen?

Om deze klachten te verlichten kunt u tot (maximaal) 3 keer per dag twee tabletten paracetamol 500 mg gebruiken. Wanneer dit onvoldoende effect heeft kunt u overleggen met uw oncoloog over andere mogelijkheden om de klachten te verlichten.

Invloed op het zenuwstelsel (neuropathie)

Paclitaxel kan invloed hebben op het zenuwstelsel. Dit kan zich uiten in een branderig, tintelend, pijnlijk gevoel in de handen en voeten en dan met name in de vingertoppen, in de tenen en de voetzolen. Er kan op deze plaatsen een ‘doof’ gevoel ontstaan. Deze klachten kunnen toenemen in de loop van de behandeling. Een doof gevoel in de vingers kan allerlei handelingen bemoeilijken. Een doof gevoel in de voeten kan u het gevoel geven dat u ‘zweeft’.

Wat kunt u doen?

Geef neuropathieklachten goed aan bij uw behandelend arts of verpleegkundig specialist. Wees voorzichtig met beschadigingen aan handen en voeten. Draag goed aansluitende, niet knellende schoenen. Bescherm uw handen en voeten tegen kou.

Meest voorkomende bijwerkingen – bij deel 2

Irritatie van het bloedvat

Irritatie kan ontstaan rond en/of boven de insteekopening van het infuus. Dit wordt veroorzaakt door de prikkelende werking van de chemotherapie op de wand van het vat. Het bloedvat kan ontstoken raken. De huid kan rood worden en het vat kan hard en pijnlijk aanvoelen.

Wat kunt u doen?

Wissel zo mogelijk de plaats waar u het infuus in laat brengen af, zodat het bloedvat de kans krijgt te herstellen. Ontstaan thuis pijnklachten dan kan een verband, dat u met water vochtig en koel houdt verlichting geven. Veelal verdwijnen de klachten vanzelf. Het is belangrijk deze klachten, voordat u de volgende toediening krijgt te melden.

Pijn bij het plassen

Er kunnen klachten ontstaan die lijken op een blaasontsteking; een branderig gevoel of pijn bij het plassen.

Wat kunt u doen?

Probeer tenminste anderhalve liter vocht per dag te drinken. Stoffen die de blaas irriteren verlaten zo sneller uw lichaam.

Rode urine

De rode doxorubicine (Adriamycine®), geeft de eerste uren na de toediening van de kuur een rode kleur aan de urine en/of traanvocht.

Wat kunt u doen?

De rode kleur verdwijnt na een aantal dagen weer vanzelf en geeft geen reden tot klachten.

Invloed op het hart

Van Adriamycine is bekend dat het boven een bepaalde totale dosis schade aan het hart veroorzaakt. Dit kan vermoeidheid, benauwdheid of een versnelde polsslag tot gevolg hebben. Om dit te voorkomen wordt de dosis waarbij schade optreedt niet overschreden.

Om het effect van de chemotherapie op het hart te controleren is het mogelijk dat uw oncoloog het nodig vindt om het functioneren van de hartspier te meten (‘ejectiefractie bepaling’).

Wat kunt u doen?

Wees alert op bovenstaande klachten en meldt ze aan uw oncoloog of verpleegkundig specialist.

Bijwerkingen Pembrolizumab

Over het algemeen wordt een behandeling met Pembrolizumab goed verdragen. Mogelijke bijwerkingen die gezien kunnen worden zijn onder meer vermoeidheid, hoesten, misselijkheid, huiduitslag, verstopping of diarree, jeuk, longontsteking, gewrichtspijn en stoornissen in de functie van de hormoonproducerende klieren. De meeste van deze bijwerkingen zijn mild en kunnen met gewone geneesmiddelen worden behandeld.

  • Let op: 4 weken vóór tot en met 4 weken na de behandeling met Pembrolizumab mag u niet gevaccineerd (ingeënt) worden.

Wat kunt u doen?

Wees alert tijdens toediening en waarschuw bij klachten direct een verpleegkundige. Indien u thuis bent neem contact op met uw behandelaar of bel buiten kantoortijden naar Amsterdam UMC, locatie VUmc, afdeling Medische oncologie (3C).

  • Voor schematisch voorbeeld Pembrolizumab - zie tabel 1 en tabel 2 (bladzijde 2 en 3).

DEEL 2

Doxorubicine (Adriamycine®) + Cyclofosfamide (Endoxan®)

Doxorubicine (Adriamycine®) en Cyclofosfamide: AC. De AC-kuren worden poliklinisch eenmaal per twee weken gegeven. Tussen de kuren is er dus steeds twee weken ‘rust’. Het aantal kuren dat toegediend wordt kan per patiënt verschillend zijn (de frequentie kan ook verschillend). Dit hangt samen met de wijze waarop men de chemotherapie verdraagt en de mate waarin de tumor reageert op de behandeling.

De behandeling bestaat uit twee soorten chemotherapie:

  • Doxorubicine (Adriamycine®)
  • Cyclofosfamide (Endoxan®)

De Doxorubicine is rood van kleur, de Cyclofosfamide is helder als water. De chemotherapie wordt via een infuus toegediend. De verpleegkundige brengt het infuus bij u in en verzorgt het toedienen. Tijdens het inlopen van de doxorubicine kan de arm waarin het infuus is ingebracht wat gevoelig worden. Dit is te verhelpen door de infuussnelheid iets langzamer in te stellen. Via een zijlijn loopt extra vocht om de Adriamycine te verdunnen.

De Cyclofosfamide kan een warm, soms wat prikkelend gevoel in de neus geven, waardoor je zelfs kan gaan niezen. Dit gevoel verdwijnt na korte tijd vanzelf. Ook kunt u hoofdpijn ervaren.

De totale infuusduur is afhankelijk van de infuussnelheid en bedraagt ongeveer 1 uur. Het is moeilijk te voorspellen of u veel of weinig last van de chemotherapie ondervindt. Sommige mensen merken nauwelijks iets van bijwerkingen. Anderen voelen zich een paar dagen niet lekker, of zijn echt ziek. Ook kan het zo zijn dat u zich na de ene kuur goed voelt, en na de andere kuur meer klachten heeft.

Deel 2 - Doxorubicine (Adriamycine®) + Cyclofosfamide (Endoxan®) schematisch

Tabel 4

MEDICATIE

DOSERING

TOEDIENING

1x per 2 weken,

4 cyli

dagen/dag cycli

Chemotherapie

1

2

3

4

5-14

Doxorubicine (Adriamycine®)

1dd 60 mg/m2

via infuus

Cyclofosfamide (Endoxan®)

1dd 600 mg/m2

via infuus

Ondersteunende medicatie

Pegfilgrastim

(Neulasta®)

1dd 6 mg

subcutaan

24 - 48 uur na AC

Anti–emetica

via infuus of

in pilvorm

Aprepitant

125mg 1x 1 uur vooraf aan de chemotherapie

pilvorm

Ondansetron

via infuus

Dexamethason

via infuus

Anti-Emetica thuis

Aprepitant

80 mg 1x daags

oraal

Metoclopramide

10 mg

zo nodig 3x daags

oraal of zetpil

Wanneer contact met Amsterdam UMC – locatie VUmc?

Bij een kuur kunnen zich dus tal van ‘normale’ bijwerkingen voordoen. Deze kunnen vervelend zijn, maar vormen geen reden tot ongerustheid. Het is goed te weten dat de mate waarin de bijwerkingen optreden niets zegt over het uiteindelijke resultaat van de behandeling. Uiteraard staat u niet alleen. U kunt rekenen op hulp en steun van Amsterdam UMC. Met vragen of problemen kunt u bij ons terecht. Doet zich iets ongewoons voor, dat u niet vertrouwt, aarzelt u dan niet om contact op te nemen met de afdeling Medische oncologie.

Neem in ieder geval contact op bij:

  • koorts (temperatuur boven 38,5°C bij voorkeur rectaal of met de oorthermometer gemeten)
  • koude rillingen
  • spontane blauwe plekken of aanhoudend bloedverlies
  • aanhoudende diarree
  • ontstoken mondslijmvlies.

Ook bij elk ander nieuw verschijnsel waarvan u denkt dat het belangrijk kan zijn.

Wie kunt u bellen indien u contact moet opnemen of vragen heeft?

  • Administratie polikliniek - voor alle vragen over kuurplanning, afspraken en klachten
  • werkdagen van 8.30 - 15.30 uur, telefoon: 020 – 444 05 22
  • Verpleegafdeling 3C voor acute vragen buiten kantooruren, telefoon: 020 - 444 21 31

Ten slotte

Als u meer wilt weten of in contact wilt komen met andere patiënten met kanker, dan kunt u zich wenden tot de volgende adressen:

Informatie en voorlichting

U kunt bij de verpleegkundig specialist (Medische oncologie) terecht voor vragen over voorlichtingsmateriaal. Zij biedt folders aan van de afdeling, van Amsterdam UMC en van het Voorlichtingscentrum van KWF Kankerbestrijding, die betrouwbare informatie bevatten over ziektebeelden, leefstijl en andere relevante onderwerpen.

Daarnaast kan zij u ook wijzen op websites en andere betrouwbare bronnen waar u meer informatie kunt vinden.