In deze folder leest u informatie over pegfilgrastim. Deze folder is samengesteld door de afdeling medische oncologie van het Amsterdam UMC – locatie VUmc. In elke wegwerpspuit van 0,6ml zit 6mg pegfilgrastim. Er zijn verschillende merken zoals Neulasta®, Pelgraz®, Pelmeg® en Ziextenzo®.

Wat doet pegfilgrastim?

Pegfilgrastim wordt toegediend om de duur van neutropenie (laag aantal witte bloedcellen) te verkorten. Neutropenie wordt veroorzaakt door het gebruik van chemotherapie (geneesmiddelen die snel delende cellen vernietigen). Witte bloedcellen zijn belangrijk, omdat zij uw lichaam helpen infecties te bestrijden. De witte bloedcellen zijn zeer gevoelig voor de effecten van chemotherapie, waardoor het aantal witte bloedcellen tot een laag niveau kan dalen. Het kan zijn dat uw lichaam hierdoor tijdelijk te weinig witte bloedcellen heeft om bacteriën te bestrijden en u dus in die periode een groter risico heeft op infecties met bacteriën. De arts schrijft in dit geval pegfilgrastim voor om het beenmerg (het binnenste deel van het bot dat bloedcellen aanmaakt) te stimuleren om meer witte bloedcellen te produceren, die uw lichaam helpen het immuunsysteem in kortere tijd te herstellen en waardoor het lichaam sneller in staat is om infecties te bestrijden.

Bewaaradvies

Pegfilgrastim dient in de koelkast bewaard te worden. U krijgt daarom de wegwerpspuit pas vlak voor ontslag mee naar huis. Zodra u thuis bent moet u deze wegwerpspuit weer in de koelkast leggen.

Haal de wegwerpspuit een half uur voor het toedienen uit de koelkast om op kamertemperatuur te laten komen. Verwarm de wegwerpspuit niet, dan wordt deze minder werkzaam.

Gebruiksaanwijzing

U krijgt de pegfilgrastim wegwerpspuit van de oncologieverpleegkundige op de medische oncologie voor uw ontslag mee. De injectie dient 24-48 uur na inlopen van de (laatste druppel) chemotherapie toegediend te worden.

De injectie wordt onder de huid (subcutaan) toegediend door middel van een voorgevulde spuit voor handmatige toediening. De injectie dient aangebracht te worden op een gave, niet-geïrriteerde huid in het bovenbeen of de buik. De achterkant van de bovenarm kan ook, maar dient alleen gebruikt te worden indien een zorgverlener of naaste in staat is de injectie toe te dienen.

  • Controleer eerst de uiterste gebruiksdatum op het etiket.
  • Neem de spuit uit de verpakking.
  • Voel of de injectie op kamertemperatuur is.
  • Controleer de vloeistof: heldere, kleurloze vloeistof.
  • Was uw handen.
  • Kies de injectieplaats uit ( been, buik of eventueel arm als een ander de toediening uitvoert).
  • Haal de rubberen beschermdop van de naald.
  • Pak een huidplooi tussen duim en wijsvinger vast, zonder te knijpen.
  • De voorgevulde spuit is klaar om te injecteren.
  • Steek de naald volledig in de huid.
  • Spuit de vloeistof langzaam en gelijkmatig in en houd hierbij nog steeds de huid vast.
  • Nadat alle vloeistof is ingespoten, trekt u de naald voorzichtig terug met de stamper nog helemaal ingedrukt en laat u de huid los. Houd druk op de stamper terwijl u de naald uit de huid verwijderd.
  • Laat langzaam de stamper los, zodat de spuit automatisch omhoog kan bewegen totdat de volledige naald bedekt is door de naaldenbeschermer.

LET OP: de automatische naaldbeschermer wordt alleen geactiveerd als de voorgevulde spuit volledig leeg is.

  • Deponeer de spuit met naald in de naaldencontainer.

Overige informatie

Stamper

Niet gebruiken bij:

Overgevoeligheid voor pegfilgrastim.

Voorzichtigheid geboden bij:

Een aangeboren afwijking aan de rode bloedcellen (sikkelcelanemie).

Bijwerkingen

Voorbijgaande botpijn (gewoonlijk licht tot matig), hoofdpijn, misselijkheid, spierpijn, gewrichtspijn, pijn op de injectieplaats. Tegen pijnklachten kunt u paracetamol innemen. Bij leverfunctiestoornissen dient u eerst te overleggen voor het gebruik van paracetamol.

Ook kunnen er plotselinge blauwe plekken, rode puntjes op de huid, onverwachte bloedneuzen of wondjes ontstaan die moeilijk stoppen met bloeden. Neem dan contact op met de afdeling medische oncologie.

Zelden kunnen overgevoeligheidsreacties ontstaan. Deze zijn te merken aan bijvoorbeeld jeuk, huiduitslag, benauwd zijn, zwellingen (van bijvoorbeeld gezicht, lippen of tong) of een snelle hartslag.

Neem ook dan contact op met de afdeling medische oncologie.

In deze folder worden alleen de meest voorkomende bijwerkingen benoemd. Naast deze zijn er nog meer bijwerkingen die kunnen voorkomen. Bij twijfel kunt u hiervoor contact opnemen met de afdeling medische oncologie.

Contactgegevens

Maakt u zich zorgen of heeft u een andere vraag met betrekking tot de toediening van de pegfilgrastim, dan kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling medische oncologie van Amsterdam UMC, locatie VUmc, telefoonnummer: 020-4442130 (24 uur per dag bereikbaar).