Binnenkort start u een behandeling in Amsterdam UMC, locatie VUmc. Hier krijgt u pazopanib. In deze folder leest u meer over uw behandeling.

  • Heeft u nog vragen, neem dan gerust contact op met uw casemanager van de polikliniek of vraag het aan de verpleegkundige op de afdeling.

Contactgegevens

Casemanagers Gynaecologische Oncologie

bereikbaar op werkdagen 09.00–16.00 uur

  • 06 500 930 33
    • dit nummer belt u als u vragen en/of klachten heeft en wilt overleggen.

Verpleegafdeling 3B Gynaecologische Oncologie

24/7 bereikbaar

  • 020 444 22 30
    • dit nummer belt u ’s avonds, ’s nachts en in het weekend bij klachten die niet kunnen wachten tot de volgende dag.

Doelgerichte therapie

Een tumor heeft een aantal dingen nodig om te kunnen groeien, zoals voedingsstoffen en zuurstof. Die stoffen komen via de bloedvaten bij de tumor. Kankercellen zorgen ervoor dat er extra, nieuwe bloedvaten gemaakt worden naar de tumor, zodat ze nog meer voedingsstoffen krijgen. Hierdoor kan een tumor groeien.

Pazopanib is een tyrosinekinaseremmer (afgekort TKI). Ze remmen bepaalde eiwitten en zorgen ervoor dat de cellen stoppen met delen. Hierdoor gaan de kankercellen dood.

Behandelplan

Pazopanib wordt in tablet voorgeschreven en u kunt ze thuis innemen. U neemt de tabletten een keer per dag in. De dosering zal door uw internist oncoloog besproken worden.

Volgt u de instructies over inname van pazopanib op.

  • Neem de tabletten in op een lege maag (minstens 1 uur voor - of 2 uur na een maaltijd) met water.
  • Vermijd grapefruit(sap) tijdens het gebruik, omdat dit de kans op bijwerkingen vergroot.
  • U gebruikt dit medicijn 1x per dag. Kies hiervoor steeds hetzelfde moment van de dag, dan vergeet u minder snel een dosis.

Bijwerkingen en adviezen

Andere smaak

Door de behandeling kan uw smaak veranderen. Smaak en reuk hangen met elkaar samen. Als de geur verandert kan ook de smaak veranderen.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • een bittere, kartonachtige of metaalachtige smaak in de mond
  • eten smaakt niet meer zoals vroeger of kan flauw smaken
  • eten ruikt anders
  • eten dat u eerst niet lekker vond, smaakt nu wel of juist andersom.

Advies

  • Probeer te ontdekken wat u lekker of niet lekker vindt. Dit helpt u om beter te kiezen wat u eet. Een voedingsdagboek kan daarbij helpen.
  • Gebruik kruiden en specerijen om uw eten meer smaak te geven.
  • Als de geur van eten u stoort, probeer dan eten te eten dat koud of op kamertemperatuur is.
  • Als u een metaalsmaak in uw mond heeft, kan het helpen om te eten met plastic bestek.
  • Zorg voor een goede mondhygiëne. Poets uw tanden 2 - 3x per dag. Gebruik hiervoor een zachte (elektrische) tandenborstel.
  • Spoel uw mond met kraanwater of zout water. Los voor zout water 1 theelepel zout op in een glas lauw water. Dit mag u meerdere keren per dag doen.
  • Zorg dat u regelmatig naar de tandarts gaat. Vertel bij een bezoek aan uw tandarts of mondhygiënist altijd dat u behandeld wordt en noem de soort behandeling die u krijgt.

Haarproblemen

Door de behandeling kan uw haar veranderen.

Veranderingen aan het haar

Uw behandeling kan haarveranderingen geven. Het hoofdhaar kan bijvoorbeeld dunner worden, uitvallen of gaan krullen.

Maar ook op andere plekken op uw lichaam kunnen er haarveranderingen optreden: zo kan er donshaar groeien in het gezicht. Soms gaan de haren van de wimpers of wenkbrauwen extreem groeien.

Advies

Krijgt u door de behandeling dunner haar? U kunt zelf tijdens de behandeling maatregelen nemen:

  • verzorg het haar voorzichtig
  • gebruik een milde shampoo
  • droog het haar voorzichtig, föhn niet te heet en niet te vaak
  • laat geen permanent zetten
  • verf het haar niet
  • soms is het prettiger om het haar kort te laten knippen
  • ga voor meer informatie naar de website www.lookgoodfeelbetter.nl

Verkleuren van haar

Door de behandeling kan uw haar verkleuren. Uw haar kleurt dan wit. Ook uw wenkbrauwen, wimpers, borsthaar, snor en baard (bij mannen) kunnen wit worden.

Advies

  • U kunt zelf niks doen aan het verkleuren van het haar. Als de behandeling stopt, zal de verkleuring langzaam verdwijnen.
  • Praat met mensen om u heen als u emotionele klachten ervaart door het verkleuren van het haar.
  • Look Good Feel Better kan u helpen met praktische tips over make-up, huidverzorging en het verven van het haar.

Huidproblemen

Door de behandeling kan de huid geïrriteerd raken.

Verkleuren van de huid

Door de behandeling kan uw huid en/of nagels verkleuren.

Klachten bij verkleuring kunnen zijn:

  • Tijdens de behandeling kan de huid vaal geel zijn. Dat verdwijnt als de behandeling is gestopt.
  • Bij een lichte huid kunnen donkere vlekjes ontstaan door extra pigment in de huid.
  • Bij een donkere huid kunnen lichte vlekken in de huid ontstaan door het verdwijnen van pigment.
  • Donkere verkleuring van de bloedvaten waar het infuus in heeft gezeten.
  • Donkerder worden van de handlijnen en nagels.
  • Gemakkelijk scheuren of afbrokkelen van de nagels en in een enkel geval zelfs volledig uitvallen.
  • Dwarse strepen op de nagels.
  • Blauwachtige verkleuring van de huid/lippen door te weinig zuurstof in het bloed.

Advies

  • Probeer felle zon te vermijden.
  • Gebruik altijd een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor (factor 30 of hoger).
  • Om de vlekken te verbergen kan er in overleg met de dermatoloog camouflerende crème worden gebruikt.
  • Houd uw nagels kort.
  • Gebruik geen acetonhoudende nagellakremover.
  • Het gebruik van speciale nagelverhardende lak kan goed helpen.
  • Kringen onder de ogen, vlekken, huidverkleuringen en kleine littekens kunt u verhelpen met een camouflagestick: kies een kleur die het dichtst bij uw eigen huidskleur ligt.

Droge huid

Door de behandeling kan de huid droog en/of schilferig worden. De huid is kwetsbaar, omdat de aanmaak van huidcellen door de behandeling wordt verminderd.

U kunt de volgende klachten krijgen:

  • droge en/of schilferige huid
  • overgevoeligheid voor zonlicht
  • roodheid
  • jeuk.

Advies

  • Gebruik bij voorkeur geen zeep tijdens het douchen of baden.
  • Gebruik bij voorkeur lauwwarm water.
  • Gebruik een beetje amandelolie in het badwater om uw huid soepel te houden. Soms is een medicinale badolie nodig. Uw behandelend arts kan u hierover informeren.
  • Vermijd producten op alcoholbasis.
  • Gebruik alcoholvrije, verzachtende en vochtinbrengende crème.
  • Probeer felle zon te vermijden.
  • Gebruik altijd een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor (factor 30 of hoger).
  • Gebruik tegen de jeuk een koelzalf of mentholpoeder.

Hand-voetsyndroom

Tijdens de behandeling kunt u last krijgen van het hand-voetsyndroom. Dit is een reactie op de behandeling die de huid van de handpalmen en voetzolen aantast. De klachten ontstaan binnen dagen, weken of maanden na de start van de behandeling. Hoeveel last u krijgt van het hand-voetsyndroom kan voor iedereen anders zijn. Meestal verdwijnen de klachten binnen 1 of 2 weken nadat de behandeling stopt.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • rode of gevoelige huid
  • zwelling van de handen of voeten
  • minder gevoel of 'doof gevoel' in uw handen en/of voeten
  • pijn of branderig gevoel
  • jeuk; droge huid en/of schilfers
  • kloven en/of blaren.

Advies

  • Smeer uw handen en voeten 2 - 3 keer per dag in. Gebruik een vette crème of zalf. Bijvoorbeeld ureumcrème, lanettezalf of vaseline-paraffine zalf.
  • Gebruik geen producten met alcohol op de huid zoals parfum.
  • Probeer de huid zo min mogelijk uit te drogen. Dit doet u door:
  • niet te vaak en niet te lang te douchen of baden.
  • lauw water te gebruiken.
  • uw huid goed af te drogen na het douchen.
  • Draag geen strakke kleren en/of schoenen. Draag geen hoge hakken.
  • Voorkom irritatie aan uw handen en voeten. Trek handschoenen aan als u gaat schoonmaken, tuinieren of zware dingen gaat tillen.
  • Probeer uw handen en voeten niet bloot te stellen aan extreme warmte en kou.
  • Draag handschoenen en pantoffels om uw handen en voeten te beschermen tegen kou.
  • Bescherm de huid tegen de zon. Blijf uit felle zon tussen 12.00 en 15.00 uur. Gebruik zonnebrandcrème met minimaal factor 30.
  • Controleer regelmatig uw handen en voeten op drukplekken of blaren. Een podotherapeut kan u zooltjes geven als u hier last van heeft.
  • Neem direct contact op met uw behandelend arts als u:
    • veel pijn heeft
    • blaren of ernstige kloven heeft
    • wondjes heeft die niet genezen.

Huiduitslag

Door de behandeling kunt u huiduitslag krijgen. We spreken van uitslag wanneer er op de huid bepaalde veranderingen optreden zoals roodheid, vlekken, puisten, pukkels of blaasjes. Dit kan optreden over de gehele huid of in de vorm van een plaatselijke uitslag.

Een veel voorkomende vorm van huiduitslag is een allergische reactie op medicijnen. Netelroos is daar een voorbeeld van. Een ander woord voor netelroos is galbulten. De allergische reactie uit zich door een jeukende, rode uitslag. Deze huiduitslag is vergelijkbaar met de huiduitslag na contact met een brandnetel.

Klachten bij huiduitslag zijn:

  • roodheid van de huid
  • jeuk
  • bultjes
  • verdikte huid
  • overgevoeligheidsreactie/allergische reactie (in de vorm van gordelroos of netelroos).

Advies

  • Huidreacties kunnen verergeren door de blootsteling aan zonlicht. Vermijd daarom fel licht op de huid en bescherm de huid met kleren en zonnebrand-crème (factor 30 of hoger).
  • Verzachtende en beschermende crèmes en zalven bevatten geen werkzame bestanddelen, maar houden de huid wel soepel en voorkomen verdere uitdroging van de huid. Klachten als jeuk, schilfering, kloven en branderige plekken verminderen door deze middelen. Ze zijn zonder recept verkrijgbaar
    • Voorbeelden voor een niet al te droge huid:
      lanettecrème en cetomacrogolcrème
    • Voorbeelden voor een erg droge huid:
      vaseline lanettecrème en vaseline cetomacrogol-crème.
  • Metholgel kan de huid verkoeling geven.

Leverproblemen

Door de behandeling kan de leverfunctie verstoord raken. Stoornissen van de leverfunctie zijn vaak te zien aan afwijkingen in het bloed. Daar zult u in eerste instantie niet veel van merken. Pas bij ernstige leverfunctiestoornissen kunt u klachten krijgen als vermoeidheid, complete malaise of het geel worden van de huid of ogen (geelzucht).

Als er leverfunctiestoornissen optreden, kunnen die het verloop van de behandeling veranderen. U krijgt bijvoorbeeld een lagere dosis toegediend of de behandelend arts schrijft een ander middel voor.

Advies

  • Heeft u klachten die (kunnen) wijzen op ernstige leverfunctiestoornissen, meldt dit dan aan uw behandelend arts.

Maag-darmklachten

Door de behandeling kunt u last krijgen van maag-darmklachten. Dit zijn klachten die te maken hebben met het spijsverteringskanaal. Deze loopt van de mond tot en met de anus.

Klachten kunnen zijn:

  • een ander ontlastingspatroon
  • maag- of buikpijn
  • opgeblazen gevoel of winderigheid.

Misselijk zijn en overgeven

Door de behandeling kunt u misselijk worden en overgeven. Het hangt af van de kankersoort en behandeling hoeveel last u hiervan heeft.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • kokhalzen en overgeven
  • minder zin in eten
  • maagklachten, zoals een vol gevoel of pijn in de maag
  • buikpijn of buikkrampen
  • opgezette buik.

Misselijk zijn en overgeven zijn vervelende bijwerkingen en kunnen u beperken in uw dagelijks leven. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.

Advies

  • Het is belangrijk dat u uw medicijnen altijd inneemt zoals u met uw behandelend arts hebt besproken. Houdt u aan de vaste tijden om uw medicijnen in te nemen, ook als u niet misselijk bent.
  • Door het overgeven verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 - 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10 - 12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
  • Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.
  • Forceer het eten niet. Eet op momenten wanneer u minder misselijk bent en pauzeer bij hevige misselijkheid.
  • Eet geen vet, gefrituurd, zoet, zuur of scherp gekruid eten.
  • Vermijd sterke geuren tijdens het eten. Als de geur van eten u stoort, vraag anderen om het eten klaar te maken.
  • Als de geur van eten u stoort, probeer uw maaltijd dan koud of op kamertemperatuur te eten.
  • Maak het eten zo ontspannen mogelijk. Voor sommige mensen is het fijn om afleiding te hebben van de televisie, muziek of gezelschap. Anderen vinden het juist fijn om in een rustige ruimte te eten.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals buiten wandelen of yoga, kan ervoor zorgen dat u minder last heeft van misselijk zijn en overgeven.
  • Doe ontspanningsoefeningen. Massages, luisteren naar muziek en mediteren kunnen helpen tegen misselijk zijn.
  • Wilt u acupunctuur of acupressuur proberen? Bespreek dit dan eerst met uw arts.
  • Neem direct contact op met uw behandelend arts als u:
    • langer dan 24 uur moet overgeven
    • niet voldoende kunt drinken (minder dan 1,5 liter per dag) en/of als u last heeft van uitdroging. Dit is bijvoorbeeld te merken aan een droge mond en droge huid. En aan weinig of niet kunnen plassen en donkerbruine plas.

Uw behandelend arts kan samen met u kijken wat er mogelijk is. Dit hangt af van uw klachten. U kunt bijvoorbeeld extra medicijnen krijgen tegen het misselijk zijn.

Buikpijn

Door de behandeling kunt u pijn in de buik krijgen. Dat kan van de maagstreek tot in de onderbuik zijn.

Diarree

Diarree is waterige dunne ontlasting waarvoor u meer dan 3x per dag naar de wc moet. Bij diarree nemen de darmen minder vocht en voedingsstoffen op. Dit komt door irritatie van de darmen, waardoor de darmen minder goed werken. Vaak komt de aandrang plotseling. En is het ophouden van de diarree moeilijk of lukt het zelfs helemaal niet.

De volgende klachten kunnen optreden:

  • een waterige of dunne ontlasting
  • bloed of slijm bij de ontlasting
  • buikpijn en/of buikkrampen
  • opgeblazen gevoel
  • vaak naar de wc moeten
  • misselijk zijn en overgeven
  • koorts
  • als u een stoma heeft voor de ontlasting, moet u het zakje vaker legen dan normaal.

Advies

Wat moet u doen bij diarree:

  • Neem contact op met uw behandelend arts als u:
    • langer dan 24 uur diarree heeft
    • bloed of slijm bij de ontlasting heeft
    • moet overgeven en diarree heeft.
  • Houd bij hoe vaak en hoe veel ontlasting u heeft.
  • Door de diarree verliest u meer vocht dan normaal. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10-12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade. Varieer met zowel zoete als zoute dranken. Genoeg drinken kan in het begin lastig zijn, omdat u niet altijd dorst heeft. Het kan dan helpen om op te schrijven wat u heeft gedronken.

Wat kunt u nog meer doen bij diarree:

  • Voeding is meestal niet de oorzaak van diarree. Een streng dieet is niet nodig. Wel kan het helpen om verschillende dingen te eten. Vasten of minder eten is niet verstandig.
  • Vermijd koffie, alcohol, zure dranken, producten met zoetstoffen of producten met lactose.
  • Eet of drink (tijdelijk) meer zout. Als u diarree heeft, verliest u meer zout dan normaal. Neem regelmatig een kopje soep of bouillon. Overleg met uw behandelend arts als u niet te veel zout mag eten.
  • Eet kleine porties. Kies in plaats van 3 grote maaltijden voor kleinere porties verdeeld over de dag.

Neem nooit medicijnen, supplementen of probiotica (bacteriën die de darmen kunnen helpen) tegen diarree zonder dit met uw behandelend arts te bespreken.

Ook kunt u bij diarree last krijgen van wondjes en pijn rondom de anus. Hieronder vindt u adviezen wat u moet doen als u wondjes en/of pijn rondom uw anus heeft:

  • Maak uw huid schoon met zacht toiletpapier.
  • Was de huid al deppend zonder zeep.
  • Gebruik vette zalf rondom het anale gebied om de jeuk te verzachten.

Minder zin in eten

Uw behandeling kan ervoor zorgen dat u minder zin hebt in eten. Meestal is dit tijdelijk. Als u last heeft van minder zin in eten, kunnen de volgende klachten optreden:

  • minder eten dan normaal, of helemaal niet eten
  • weinig of geen interesse in eten
  • afvallen
  • andere smaak
  • moe zijn.

Het is belangrijk om genoeg energie (calorieën), eiwitten, vocht en voedingsstoffen zoals vitamines en mineralen binnen te krijgen. Hieronder vindt u adviezen over wat u kunt doen als u minder zin heeft in eten.

Advies

  • Eet wanneer u honger heeft. U hoeft niet te wachten op vaste eetmomenten.
  • Eet kleine porties. Neem meerdere kleinere maaltijden en/of tussendoortjes op een dag, in plaats van 3 grote maaltijden.
  • Kies voor energierijke voeding en volle producten.
  • Probeer ander eten uit dan normaal of maak het eten op een andere manier klaar.
  • Zorg dat u een (energierijk) tussendoortje bij u heeft als u ergens naar toe gaat.
  • Drinken gaat soms makkelijker dan eten. U kunt bijvoorbeeld een smoothie drinken met kwark, fruit en wat havermout.
  • Probeer vlak voor of tijdens een maaltijd niet veel te drinken, daardoor neemt de eetlust af.
  • Als de geur van eten u stoort, probeer dan voedsel dat koud te eten, of op kamertemperatuur.
  • Maak de maaltijden zo ontspannen mogelijk. Voor sommige mensen is het fijn om afleiding te hebben van de televisie, muziek of gezelschap. Anderen vinden het juist fijn om in een rustige ruimte te eten.
  • Bespreek uw klachten met uw behandelend arts. Deze gaat samen met u bekijken wat er mogelijk is.

Minder bloedcellen

In het beenmerg worden nieuwe bloedcellen aangemaakt. Door de behandeling kan de aanmaak van nieuwe bloedcellen door het beenmerg verminderen. Dan treedt een tekort aan verschillende bloedcellen op. Meestal merkt u daar weinig of niets van, maar het is wel belangrijk te weten op welke signalen of veranderingen u moet letten.

Te weinig bloedplaatjes

Door de behandeling kunt u tijdelijk te weinig bloedplaatjes in uw bloed hebben. Dit heet ook wel trombocytopenie. Bloedplaatjes zijn belangrijk voor de bloedstolling. Ze zorgen dat er een korstje op een wond komt. Bij te weinig bloedplaatjes blijven wondjes langer bloeden. Ook krijgt u sneller blauwe plekken.

Uw behandelend arts controleert uw bloed. Als het aantal bloedplaatjes in het bloed te laag wordt, kan de arts dit gaan behandelen. Zelf kunt u niets doen om een tekort te voorkomen.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • blauwe plekken zonder dat u zich heeft gestoten
  • snel een bloedneus krijgen. Ook duurt het soms lang voor de bloedneus over is.
  • bloedend tandvlees of een bloedblaar in de mond
  • bloed in de plas of poep, bij hoesten of overgeven
  • rode puntvormige bloedinkjes op de huid
  • meer bloedverlies als u ongesteld bent
  • hoofdpijn of wazig zien
  • in de war of duizelig zijn.

Advies

  • Neem direct contact op met uw behandelend arts als u:
    • een bloeding heeft die niet stopt
    • rode puntvormige bloedinkjes op de huid heeft
    • hevige hoofdpijn heeft, minder goed ziet, problemen met uw evenwicht heeft, in de war of slap bent.
  • Heeft u een wondje? Druk dit dan een paar minuten stevig dicht. Liefst met een steriel gaasje. Krab korstjes niet open.
  • Pas op met stoten. Zo voorkomt u blauwe plekken. Kijk ook uit met sport of activiteiten waarbij u meer kans heeft om gewond te raken.
  • Draag buiten altijd schoenen.
  • Zorg ervoor dat poepen makkelijk gaat. Eet genoeg vezels. Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 - 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10 - 12 glazen.
  • Gebruik verzorgingsproducten tegen een droge huid of lippen.
  • Gebruik bij het scheren liever een elektrisch scheerapparaat in plaats van een mesje.
  • Gebruik bij het tandenpoetsen een zachte (elektrische) tandenborstel. Wees voorzichtig met flosdraad, ragers en tandenstokers.
  • Vertel bij een bezoek aan uw tandarts of mondhygiënist dat u een behandeling krijgt waardoor u sneller kunt gaan bloeden.

Te weinig witte bloedcellen

Witte bloedcellen zijn belangrijk in het afweersysteem van het lichaam. Ze helpen om infecties tegen te gaan. Door de behandeling kunt u een tekort aan witte bloedcellen in uw bloed hebben. Dit heet ook wel neutropenie of in de dip-periode zitten. Wanneer de dip optreedt en hoelang deze duurt hangt af van de behandeling.

Uw behandelend arts controleert uw bloed. Als het aantal witte bloedcellen in het bloed te laag wordt, kan de arts de behandeling aanpassen. Zelf kunt u niets doen om een tekort te voorkomen. In de dipperiode bent u het meest vatbaar voor infecties.

Bij een infectie kunnen de volgende klachten voorkomen:

  • koorts (38,5ºC of meer)
  • koude rillingen en/of zweten
  • grieperig voelen
  • buikpijn
  • diarree
  • veel hoesten, soms met slijm
  • benauwd of kortademig zijn
  • pijn in de mond of keel, pijn bij het slikken
  • oorpijn
  • pijn bij het plassen, vaak (kleine beetjes) plassen, troebele of stinkende plas
  • hoofdpijn en/of een stijve nek.

Advies

  • Neem direct contact op met uw behandelend arts als u:
    • koorts (38,5ºC of meer) heeft
    • koude rillingen (klappertanden en rillen) heeft
    • in de war of suf bent
    • ergens over twijfelt of ongerust bent.
  • Was regelmatig uw handen met water en zeep.
  • Probeer wondjes te voorkomen. Trek bijvoorbeeld bij het in de tuin werken handschoenen aan. Heeft u een wondje? Controleer dan of het gaat ontsteken. Let op rood of warm worden, zwelling en pijn.
  • Verzorg uw mond en tanden goed. Bijvoorbeeld door regelmatig uw mond te spoelen met water.
  • Gebruik bij het tandenpoetsen een zachte (elektrische) tandenborstel. Wees voorzichtig met flosdraad, ragers en tandenstokers.
  • Zorg dat u regelmatig naar de tandarts gaat. Vertel bij een bezoek aan uw tandarts of mondhygiënist altijd dat u behandeld wordt en noem de soort behandeling die u krijgt (chemotherapie, doelgerichte therapie, immuuntherapie, hormonale therapie).
  • Let op dat u vatbaarder bent om een infectie op te lopen. Zeker tijdens de dip-periode. Blijf uit de buurt bij mensen die verkouden of ziek zijn.
  • Vermijd plekken waar veel mensen dicht bij elkaar komen. Bijvoorbeeld een concert of kroeg.
  • Bespreek met uw behandelend arts of het verstandig is om bepaalde vaccinaties te halen.

Moe zijn

Tijdens de behandeling van kanker, kunt u zich erg moe voelen. Dit kan ook nog na de behandeling voorkomen. Moe zijn wordt veroorzaakt door de kanker zelf en/of door de bijwerkingen van de behandeling. Doordat u moe bent, lukt het niet meer om dagelijkse activiteiten, zoals bewegen, werk of hobby’s goed te kunnen doen. De klachten worden ook niet minder door rust en/of slaap. Na een activiteit heeft u meer of langer rust nodig. Het lukt niet goed meer om de dingen te doen die u graag wilt of moet doen.

De volgende klachten kunnen optreden:

  • weinig/geen energie hebben
  • nergens zin in hebben
  • prikkelbaar zijn
  • meer willen slapen en/of meer moeite hebben met slapen
  • last van stemmingswisselingen
  • als u beweegt, bent u snel moe
  • geheugen- en concentratieproblemen
  • minder belangstelling hebben voor de omgeving.

Deze klachten kunnen ook na de behandeling nog lang blijven duren. Soms een paar maanden, soms zelfs jaren. Hieronder vindt u adviezen over hoe u kunt omgaan met deze klachten.

Advies

  • Meld uw klachten aan uw behandelend arts. Deze kan uw klachten met u bespreken en samen met u bekijken wat er mogelijk is. Bij sommige klachten kan de arts u doorverwijzen voor een behandeling met cognitieve gedragstherapie (CGT). Bij deze vorm van therapie leert u hoe u beter met de klachten kan omgaan.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals wandelen of yoga, zorgt ervoor dat u zich minder moe voelt. Een (oncologisch) fysiotherapeut kan u hierbij helpen.
  • Eet gezond en veel eiwitten. Een diëtist kan u hierbij helpen.
  • Stel grenzen. Bepaal zelf waaraan u uw energie wil besteden.
  • Zoek balans en wissel momenten van inspanning en ontspanning/rust met elkaar af. Plan niet te veel activiteiten op 1 dag. En wissel dingen die u moet doen af met dingen waar u energie van krijgt. Zorg ook voor een goede verdeling van mentale, sociale en lichamelijke activiteiten over de dag en de week.
  • Probeer op vaste tijden naar bed te gaan en op te staan. Ook zijn er andere adviezen die ervoor kunnen zorgen dat u beter kunt slapen. Bijvoorbeeld door vlak voor het slapen niet meer naar fel licht van een tv of mobiel te kijken.
  • De app ‘Untire Now’ is een app die u helpt tegen moe zijn bij kanker. In deze app krijgt u handige tips en adviezen die u kunnen helpen bij het omgaan met moe zijn.
  • Vraag familie, vrienden en kennissen om te helpen met dingen die u te vermoeiend vindt om te doen.

Afvallen

Tijdens de behandeling kunt u gewicht verliezen.

Afvallen kan het gevolg zijn van:

  • een pijnlijke mond (ontstekingen van mondslijmvlies) waardoor eten moeilijker wordt
  • sterk verminderde eetlust, door misselijkheid of veranderde reuk- en smaak
  • maagdarmproblemen: vertraagde maagontlediging (uw eten verteert slecht of kan niet goed door de maag passeren), buikpijn, verstopping of diarree
  • eten niet binnen kunnen houden door braken.

Advies

Overleg met uw behandelend arts welke van de onderstaande adviezen bruikbaar zijn voor u.

  • neem eten wat u lekker vindt en waarvan u kunt genieten, want het genot van eten en drinken is minstens zo belangrijk als de voedingswaarde.
  • drink voldoende, minstens 1,5 - 2 liter per dag; dit zijn 10 - 12 glazen.
  • neem geen grote maaltijden ineens, maar vaak kleine en voedzame beetjes

U kunt bij uw arts vragen naar een doorverwijzing naar een diëtist.

Hoge bloeddruk

Door de behandeling kunt u een hoge bloeddruk krijgen. De bloeddruk is de druk in je bloedvaten. Deze druk is nodig om bloed rond te pompen in het lichaam. Bij een hoge bloeddruk is de bovendruk hoger dan 140 en/of de onderdruk hoger dan 90. Uw behandelend arts meet uw bloeddruk regelmatig. Als uw bloeddruk te hoog is, kan uw behandelend arts u medicatie geven. Een hoge bloeddruk voelt u meestal niet.

Maar soms kunt u wel last krijgen van klachten zoals:

  • hoofdpijn
  • moe zijn
  • misselijk zijn
  • kortademig zijn
  • problemen met zien
  • duizelig zijn.

Advies

  • Eet gezond en gevarieerd. Eet niet te veel zout, drop, zoethoutthee of zoute snacks.
  • Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals wandelen of fietsen, helpt om de bloeddruk goed te houden.
  • Streef een gezond gewicht na.
  • Rook niet en drink geen alcohol.
  • Vermijd of verminder koffie drinken.
  • Meet uw temperatuur. Heeft u een temperatuur van boven de 38,5ºC? Neem dan direct contact op met uw behandelend arts. 

Hoofdpijn

Door de behandeling kunt u last krijgen van hoofdpijn. Hoofdpijn is pijn of druk in je hoofd.

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • een drukkend, knellend of bonzend gevoel in het hoofd
  • last hebben van (fel) licht of geluid
  • misselijk zijn en overgeven
  • duizelig zijn
  • wazig of dubbel zien
  • loopneus of verstopte neus
  • stijve nek.

Advies

  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 - 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10 - 12 glazen. Denk aan water, thee, bouillon, sap of limonade.
  • Probeer op vaste tijden naar bed te gaan en op te staan.
  • Zorg dat u voldoende beweegt overdag. Denk hierbij aan wandelen of yoga.
  • Probeer niet te veel drankjes te drinken waar cafeïne in zit. Bijvoorbeeld koffie, cola of energiedrank. Drinkt u dit vaak? Probeer dit dan rustig te verminderen. Stop niet opeens helemaal, want dat kan juist hoofdpijn geven.
  • Door stress en spanning kunt u soms ook hoofdpijn krijgen. Zorg voor ontspanning.
  • Verminder de tijd die u kijkt naar een tv, computer of telefoon om vermoeide ogen te voorkomen.
  • Rust uit in een koele, donkere, rustige kamer.
  • Als u veel last heeft van uw hoofdpijn, kunt u een pijnstiller nemen. Bijvoorbeeld paracetamol. Maar doe dit niet te vaak en niet te lang achter elkaar. Overleg met uw behandelend arts als u vaak een pijnstiller nodig heeft.
  • Neem direct contact op met uw behandelend arts als u:
    • pijn in de nek heeft bij het buigen van uw nek
    • koorts heeft (38,5ºC of meer)
    • klachten heeft zoals een scheve mond, onduidelijk of verward praten of minder gevoel of kracht in een arm of been
    • langer dan 24 uur moet overgeven.

Pijnlijke mond

Door de behandeling tegen kanker kan het slijmvlies in de mond ontstoken en beschadigd raken. Dit wordt ook wel orale mucositis genoemd. Deze klachten verdwijnen weer na het stoppen met de behandeling. Hoe snel dat is hangt af van de behandeling die u heeft gehad.

De volgende klachten kunnen optreden:

  • zweren/blaren in de mond
  • rood mondslijmvlies
  • zwelling van het tandvlees of mondslijmvlies
  • snel bloedend tandvlees
  • brandend gevoel in mond of keel
  • pijn in de mond
  • problemen met slikken
  • problemen met eten
  • andere smaak
  • droge mond.

Advies

  • Het is belangrijk om een goed verzorgd en gezond gebit te hebben voor de behandeling. Maak daarom bij voorkeur vóór de start van de behandeling een controleafspraak bij uw tandarts. Ga daarna ook regelmatig naar de tandarts. Moet u tijdens de behandeling naar de tandarts? Vertel dan altijd dat u behandeld wordt en noem de soort behandeling die u krijgt.
  • Spoel uw mond met kraanwater of zout water. Los voor zout water één theelepel zout op in een glas lauw water. Dit mag u meerdere keren per dag doen.
  • Zorg voor een goede mondhygiëne. Poets uw tanden 2 - 3x per dag. Gebruik hiervoor een zachte (elektrische) tandenborstel en tandpasta met fluoride. Is uw mondslijmvlies gevoelig? Gebruik dan een tandpasta met fluoride, maar zonder menthol of SLS. Menthol en SLS kunnen het mondslijmvlies irriteren en gevoeliger maken.
  • Het is belangrijk om genoeg te blijven drinken, minstens 1,5 - 2 liter per dag. Dit zijn ongeveer 10 - 12 glazen. Denk aan water, thee of bouillon.
  • Vermijd scherp gekruide producten, zure producten, erg zoute producten, dranken met prik, vruchtensappen, alcohol en sportdrank. 
  • Kies voor zacht en/of vloeibaar eten.
  • Neem bij de volgende klachten contact op met uw behandelend arts:
    • koorts (38,5ºC of meer)
    • bloedende zweren of blaren in de mond of keel
    • de pijn te erg wordt of u niet meer goed kunt eten, drinken en slikken.

Neem bij twijfel altijd contact op met uw behandelend arts. Uw behandelend arts kan samen met u kijken wat er mogelijk is. U kunt bijvoorbeeld medicijnen tegen de pijn krijgen.

Adviezen voor mensen met een kunstgebit

  • Draag het kunstgebit niet in de nacht.
  • Borstel het kunstgebit schoon met neutrale zeep.
  • Als u last heeft van mucositis, draag het kunstgebit dan zo weinig mogelijk om de slijmvliezen genoeg rust te geven.

Bron: Pazopanib - Bijwerkingenbijkanker.nl

Datum: 10 mei 2026