Kern
Goedaardige, lokaal agressieve osteoblastaire bottumor (>2 cm; onderscheid met osteoïd osteoom), kenmerkend in de posterieure elementen van de wervelkolom, daarnaast in proximale humerus, heup en lange pijpbeenderen. Presentatie overwegend in het 2e – 3e decennium (jongvolwassenen), met lichte mannelijke predominantie. Niet zelf-limiterend; lokaal recidief is reëel (gerapporteerd ~15 – 25%, hoger na curettage), met name bij incomplete verwijdering. Zeldzaam maligne transformatie na herhaalde recidieven.
Aandachtspunten zorgpad
- Diagnostiek: Lokaal röntgenfoto, aangevuld met CT-scan (botarchitectuur, matrixmineralisatie) en MRI van het aangedane bot (wekedelen-uitbreiding, kanaal-/zenuwbetrokkenheid). Diagnose op klinische, radiologische en histopathologische gronden.
- Biopsie conform sarcoomprincipes.
- Bespreking MDO Bot- en Wekedelentumoren vóór behandeling.
- Chirurgische behandeling: intralesionale curettage ± lokaal adjuvans bij goed bereikbare laesies; marginale of en-bloc resectie bij uitgebreide/agressieve laesies (m.n. mobiele wervelkolom) ter reductie van het recidiefrisico.
- Aanvullende behandeling: thermale ablatie (RFA/cryo-ablatie) als minder invasief alternatief bij kleine, goed benaderbare laesies of bij recidief op voldoende afstand van vitale structuren; radiotherapie zeldzaam, gereserveerd voor niet-resectabele laesies.
- Bescherming van neurologische structuren essentieel bij spinale lokalisatie; preoperatieve embolisatie te overwegen bij vaatrijke/uitgebreide spinale laesies.
Follow-up
- Conform Bijlage C, schema 'Benigne latent/actief’, inclusief follow-upduur.
- Lokale controle: röntgenfoto lokaal, op indicatie aangevuld met MRI.
- Longscreening: niet van toepassing (benigne tumor zonder metastaseringsrisico).
