Deze oefening doet u samen met uw partner. U oefent zowel in de rol van de Zender (A) als in de rol van de ontvanger (B). De Zender (A) begint met een “gemakkelijk” onderwerp d.w.z. niet een te emotioneel beladen onderwerp voor u beiden. Het is wel goed om een onderwerp te nemen waar u wat bij voelt, wat u geraakt heeft. De ontvanger (B) luistert en vat regelmatig samen in eigen woorden, parafraseren genoemd. Let als ontvanger (B) ook op het non-verbale gedrag van de Zender (A). Hierna wisselt u van rol. Wanneer u beiden vindt dat het goed gaat, dan kunt u over een moeilijker onderwerp iets vertellen.
|
Zender |
Ontvanger |
|
|
Persoon A bedenkt iets waarover hij/zij wat wil vertellen (neem iets waar u ook wat bij voelt, iets wat u geraakt heeft of geërgerd). |
||
|
Persoon A vertelt in het kort wat hij/zij wil zeggen |
||
|
Persoon B luistert ( laat zien met uw houding dat u luistert: knik, hum, maak oog- contact). Vat samen in uw eigen woorden (dit noemen we parafraseren) |
||
|
Persoon A controleert de parafrasering van B. Laat dit ook merken of het goed is door te zeggen: ja dat vind ik inderdaad of nee, niet helemaal……….. |
||
|
Persoon A vertelt verder |
||
|
Persoon B luistert en vat samen in eigen woorden. |
||
|
Persoon A controleert de parafrasering etc. |