Kern

Nodulaire fasciitis is een goedaardige, zelfbeperkende laesie in de weke delen, gekenmerkt door een uitbundige myofibroblastaire proliferatie. Door de snelle groei en cellulaire histologie kan de laesie klinisch en pathologisch sterk imponeren als een sarcoom. Typische lokalisaties zijn de flexorzijde van de onderarm, romp, hoofd-halsregio en onderste extremiteit, overwegend bij jongvolwassenen tussen 20 en 40 jaar. Karakteristiek is een USP6-genrearrangement, dat de laesie onderscheidt van echte sarcomen. Spontane regressie treedt vaak op binnen enkele maanden.

Aandachtspunten zorgpad

  • Diagnostiek: lokaal echografie en/of MRI van het aangedane gebied ter beoordeling van lokalisatie, grootte en relatie tot fascia en omliggend weefsel; op indicatie aanvullend CT-scan. Disseminatie-onderzoek is niet geïndiceerd, gezien het benigne karakter.
  • Biopsie conform sarcoomprincipes, omdat de klinische presentatie (snelle groei, pijn) en histologische kenmerken kunnen imponeren als een sarcoom. Pathologische bevestiging met aantonen van een USP6-genrearrangement ondersteunt de diagnose en helpt een sarcoom uit te sluiten.
  • Bespreking MDO Bot- en Wekedelentumoren vóór behandeling.
  • Chirurgische behandeling: gezien het zelfbeperkende karakter is een expectatief beleid met actieve surveillance in veel gevallen geïndiceerd. Indien chirurgie is aangewezen bij aanhoudende klachten, persisterende groei of diagnostische twijfel: excisie (marginale resectie).
  • Aanvullende behandeling: Radiotherapie en systemische therapie zijn niet geïndiceerd.
  • Recidiefkans na marginale excisie is zeer laag (<2%); bij recidief altijd herbeoordeling van de diagnose (exclusie sarcoom).

Follow-up

  • Bijlage C: geen specifiek schema opgenomen voor nodulaire fasciitis; follow-up op maat, analoog aan goedaardige wekedelen-afwijkingen.
  • Homepage - Sarcomen Team AmsterdamFollow-up duur: beperkt tot klinische controle na initiële evaluatie (wondcontrole), daarna op indicatie.
  • Lokale controle: klinisch onderzoek, aangevuld met echo of MRI op indicatie.
  • Longscreening: niet geïndiceerd.