In deze folder leest u hoe u borstvoeding kunt geven de eerste dagen na de bevalling.
Voordelen van borstvoeding
Borstvoeding is de beste start voor een kind. Het wordt aanbevolen ten minste 6 maanden borstvoeding te geven. Hoe langer een baby borstvoeding krijgt, hoe meer hij profiteert van de voordelen hiervan. Moedermelk bevordert een gezonde groei en ontwikkeling en beschermt bovendien tegen veel ziekten. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die borstvoeding krijgen minder vaak en minder ernstig ziek zijn. Borstvoeding biedt ook bescherming tegen allergische aandoeningen. De voedingsstoffen uit de melk worden gemakkelijk opgenomen en de samenstelling is afgestemd op de leeftijd van het kind. De vetzuren uit de borstvoeding zijn belangrijk voor de ontwikkeling van de hersenen.
Door het geven van borstvoeding herstelt de baarmoeder zich sneller na de bevalling. Borstvoeding zorgt er voor dat u de zwangerschapskilo’s eerder weer kwijt bent. Er is ook een beschermend effect aangetoond tegen botontkalking en eierstok- en borstkanker als een moeder geruime tijd borstvoeding heeft gegeven. En het blijkt dat er op latere leeftijd minder kans is op onder andere hart en vaatziekten, diabetes en overgewicht.
Hoe vaak moet de baby gevoed worden?
Na de bevalling wordt uw kind zo snel mogelijk bloot op uw buik gelegd (huid-op-huid). Dit heeft een aantal voordelen: u houdt uw kind lekker warm, uw kind kan u goed ruiken, voelen en zien. U kunt ongestoord kennis met elkaar maken. Meestal kan een baby binnen een uur zelf de borst vinden en drinken en anders kunt u uw baby daar een beetje bij helpen. Ook na de eerste kennismaking blijft huid-op-huidcontact belangrijk: hierdoor kan uw kind steeds makkelijk drinken uit uw borst, komt uw borstvoeding sneller op gang en u leert elkaar goed kennen.
De eerste dagen is er een kleine hoeveelheid melk beschikbaar voor de baby. Deze eerste melk heet colostrum. In colostrum zitten alle voedingsstoffen die uw baby nodig heeft.
De eerste dagen is het normaal dat de baby wel acht tot twaalf keer per dag gevoed wil worden. Het is belangrijk uw baby aan de borst te leggen wanneer hij/zij daarom vraagt. Hierdoor komt de melkproductie snel op gang en krijgt uw kind voldoende voeding.
Let op de voedingssignalen die uw kind geeft:
- sabbelen op de handjes,
- in lichte slaap verkeren;
- zoekbewegingen.
Wanneer u voedingssignalen waarneemt, is dit het beste moment om te starten met aanleggen. Huilen is het uiterste teken van honger en niet een geschikt moment om aan te leggen.
Het gebruik van een fopspeen raden wij de eerste week af: mogelijk mist u de voedingssignalen die de eerste dagen zo belangrijk zijn. Indien u en uw kind door opname van elkaar gescheiden zijn, dan kan een fopspeen troost geven aan uw kind.
Meldt de baby zich niet acht keer per dag voor een voeding, wek hem/haar dan in de eerste week, in ieder geval na drie uur. Zo zorgt u ervoor dat uw baby voldoende drinkt. Als de borstvoeding na enkele dagen (drie à vier dagen) goed op gang is, zal er meer regelmaat komen in de voedingstijden. Uw baby gaat zelf aangeven wanneer het wil drinken. Als uw baby erg slaperig is kunt u hem/haar wekken door een luier te verschonen, bloot huid-op-huid bij u op de borst te leggen, zachtjes te wrijven over het voetje en zachtjes tegen hem/haar te praten.
Hoe lang drinkt de baby aan de borst?
U kunt uw baby voeden zolang hij/zij effectief drinkt. Uw kind drinkt effectief wanneer het met lange teugen regelmatig drinkt. Als uw baby begint te doezelen of te sabbelen heeft de baby voldoende gedronken aan die borst en kunt u de andere borst aanbieden. Gemiddeld duurt een voeding ongeveer 20 minuten, maar dit kan ook wel eens korter of langer zijn.
Uw baby goed aanleggen, hoe moet dat?
Om uw baby goed aan te leggen moet u ervoor zorgen dat uw baby helemaal op zijn zij ligt, met de buik tegen uw buik. Uw baby doet zijn mondje wijd open als u met uw tepel over de bovenlip streelt. U houdt de tepel ter hoogte van de neus en brengt uw baby naar u toe. Uw baby moet niet alleen de tepel, maar ook een gedeelte van de tepelhof in de mond nemen. Het aanzuigen van de tepel - bij het begin van het aanleggen - kan even gevoelig zijn. Dit ongemakkelijke gevoel neemt echter snel af. Wanneer het aanleggen pijnlijk blijft, moet u de baby opnieuw aanleggen en ervoor zorgen dat het voldoende borstweefsel in de mond heeft. Borstvoeding geven hoort geen pijn te doen.
Avond-/nachtvoedingen
In de avond kan het voorkomen dat uw kind vaker wil drinken, dit is normaal.
Het prolactinegehalte (het hormoon wat ervoor zorgt dat de melkproductie op gang komt) is in de avond lager, zodat er dan wat minder melk per voeding beschikbaar is.
Het is belangrijk uw kind ook ’s nachts ten minste éénmaal te voeden. Uw kind heeft het nodig en de melkproductie komt op deze manier goed op gang.
Stuwing
Stuwing kan ontstaan vanaf dag drie of vier na de geboorte. Tijdens de stuwing komt de melkproductie op gang en dit voelt aan als een vol gevoel in de borsten.
U kunt dit voorkomen door:
- uw baby regelmatig aan te leggen;
- duur van de borstvoeding niet te beperken;
- te voeden wanneer het kindje voedingssignalen afgeeft.
Zorg ervoor dat uw baby op de juiste manier aan de borst ligt. Als er toch veel stuwing optreedt, kunt u voor het voeden uw borsten licht masseren. Ook kunt u warmte toedienen door een warme doek tegen de borst te houden, waardoor de melk makkelijker zal stromen. Na de voeding kan een koud kompres verlichting geven. Meestal neemt de stuwing na enkele dagen af en worden de borsten weer soepel. Dit is geen teken dat de melkproductie afneemt.
Tepelkloven
Tepelkloven horen niet bij borstvoeding, maar zijn een teken dat uw baby niet goed aan de borst drinkt.
Laat de baby een grote ‘hap’ borst nemen. Dus niet alleen de tepel, maar ook de tepelhof.
Ligt de baby niet goed aan uw borst? Haal hem dan van de borst af en laat hem opnieuw happen. Verbreek dan het vacuüm met uw vinger door de vinger in de mondhoek van de baby te plaatsen voordat u hem van de borst afhaalt.
De baby moet als het ware in de borst liggen met zijn onderkaak.
De eerste dagen ondersteunt u als de baby drinkt de gehele voeding uw borst met uw hand. Op deze manier voorkomt u dat de baby op de top van de tepel gaat zuigen.
Behandelen van tepelkloven
Wanneer u toch tepelkloven krijgt, kunt u het beste voor het voeden met de hand de borst masseren, zodat de toeschietreflex plaats kan vinden. U legt de baby eerst aan de minst pijnlijke kant aan. De kloven kunnen alleen genezen wanneer de baby goed aangelegd is. Dus wanneer de tepel zich achter in de mondholte van de baby bevindt.
Heeft u toch teveel pijn tijdens het aanleggen? Dan kunt u voor een korte periode gaan kolven, zodat de tepels kunnen genezen. Als de tepels genezen zijn, kunt u weer starten met het goed leren aanleggen van uw baby.
Na de voeding kunt u het beste wat moedermelk over de tepel uitsmeren. Dit werkt genezend. Eventueel kunt u ook lanoline gebruiken: dit heelt de tepels niet, maar kan comfortabel zijn. Lees voor gebruik de bijsluiter.
Bijvoeding
Een gezonde voldragen baby heeft geen andere voeding nodig dan borstvoeding. Tenzij de kinderarts u dit voorschrijft. Alle voeding die u naast de borstvoeding geeft heet bijvoeding. Dit is bij voorkeur afgekolfde moedermelk eventueel aangevuld met kunstvoeding.
Zonder medische noodzaak is het beter geen bijvoeding te geven omdat dit het principe van vraag/aanbod van de borstvoeding in gevaar kan brengen.
Voor meer informatie over bijvoeding zie de AMC-folder: ‘Wanneer, waarom en hoe geef ik bijvoeding?’en ‘Opbouwen borstvoeding, afbouwen bijvoeding’.
Verstopt melkkanaaltje/borstontsteking (mastitis)
Wanneer u een verstopt melkkanaaltje heeft, is het essentieel dat u doorgaat met het geven van borstvoeding. U kunt een verstopt melkkanaaltje herkennen aan:
een warme pijnlijke harde rode plek op de borst, of
een knobbeltje aan de binnenkant van de borst onder de rode plek.
Het is aan te raden voor het voeden de borst te behandelen met warmte: bijvoorbeeld een warme douche of warme handdoek. Daarna kunt het beste de baby eerst aan de pijnlijke borst aanleggen, zodat deze borst goed leeggedronken wordt en de verstopping kan verdwijnen (indien mogelijk met de kin van de baby op pijnlijke plek). Tijdens het voeden is het aan te raden om de borst te masseren: zachtjes ronde bewegingen maken op de harde plek.
Wanneer u onverhoopt hoge koorts krijgt, die langer dan 24 uur aanhoudt, dan raden wij u aan de huisarts te consulteren. Waarschijnlijk heeft u dan een borstontsteking en kan behandeling met antibiotica nodig zijn. Heeft u een borstontsteking? Dan is het raadzaam om u goed te laten informeren over het voeden/kolven. Dit is niet het moment om te stoppen met het geven van borstvoeding! Maar juist blijven ledigen van de borst, het liefst elke 2 uur.
Voedingshoudingen
De volgende tekeningen maken duidelijk op welke manieren u uw baby de borst kunt
geven.
Liggende houding
U ligt in zijligging op bed. Uw kind ligt ook in zijligging, met zijn gezicht naar u toe. Het kind moet zo liggen dat het zijn/haar hoofd niet hoeft te draaien om de tepel in de mond te kunnen krijgen.
Zittende houding (concorde)
Uw kind ligt met zijn hoofd in uw armplooi en zijn lijfje ligt naar beneden. U ondersteunt met één hand uw borst in de greep. Het is belangrijk dat u de borst zo ‘voorvormt’ zodat de baby makkelijk de borst in zijn mond kan krijgen. Daarna gaat u met de tepel via de neus van de baby naar beneden bewegen en als hij/zij de mond opent drukt u zacht uw arm tegen uw lijf aan. Op deze manier komt de baby goed met de wang tegen de borst.
U ondersteunt daarbij de borst met uw hand en duwt de borst aan de onderkant iets omhoog, zodat de onderkaak van de baby verder naar voren komt en de baby effectief kan drinken. Daarbij ligt de wang van de baby tegen de borst. De kin in de borst en de neus iets naar achter, zodat ademhalen makkelijker is.
Het is belangrijk dat uw borst de gehele voeding blijft vasthouden en uw schouder ontspannen laat rusten. Uw andere arm ondersteunt uw baby bij de schouders en rust daarbij eventueel op een kussen. Op deze manier zorgt u ervoor dat de baby niet aan de top van de tepel gaat zuigen en uw pijnlijke tepels krijgt.
Baker-/Rugbyhouding
Deze houding wordt aanbevolen bij een prematuur (te vroeg) geboren kindje of na een keizersnede. U houdt uw kind onder de arm, laat het lijfje in uw zij liggen en ondersteunt het hoofdje (schouders). De baby ligt op een groot kussen.
Aanleggen stap voor stap
Stap 1
Verschoon uw baby.
Was uw handen.
Zorg voor voldoende privacy (bedgordijnen sluiten indien gewenst).
Breng uw bed eventueel met kussens in de gewenste positie.
Stap 2
Zorg dat de baby goed gesteund tegen u aan ligt, met hoofd en lijfje in een lijn en met het neusje bij de tepel.
De baby zoekt de borst en doet het mondje open.
U ondersteunt de borst door middel van de U-greep (de vingers aan de zijkanten van de borst). Op deze manier kunt u met de tepel langs de mond van uw baby strijken en als uw baby de mond opent kunt u hem/haar naar de borst brengen. Houdt daarbij de borst vast.
Wacht met aanleggen tot de baby zijn mond wijd open heeft.
Wanneer de baby de mond open heeft, kunt u tepel en borstweefsel heel gemakkelijk op de tong van de baby leggen en intussen uw kindje naar uw borst toehalen.
Houd de borst in de U-greep.
In het begin zuigt de baby snel; na een poosje gaat hij rustig drinken. De baby houdt het hoofdje iets achterover.
De toeschietreflex ontstaat, u voelt soms een tintelend gevoel in de tepel of borst of u voelt dat de melk begint te stromen; vervolgens hoort u de baby slikken.
Als voeden na het eerste aanzuigen pijn blijft doen, haalt u de baby van de borst. Dat doet u door de met de pink in de mondhoek het vacuüm te verbreken.
Het is niet nodig het neusje van de baby vrij te houden, omdat het zo gemaakt is dat de baby vrij kan blijven adem halen. Als u uw borst indrukt klemt u melkgangen af waardoor u meer kans heeft op ontstekingen. Er kan ook tepelirritatie ontstaan door het indrukken van de borst, omdat de tepel hierdoor verkeerd in de mond kan komen te liggen.
De baby laat de borst vanzelf los wanneer hij voldoende gedronken heeft. Het is raadzaam de baby vervolgens aan de andere kant te laten drinken tot de baby deze los laat. Zo stimuleert u bij beide borsten de melkaanmaak en weet u zeker dat uw kind voldoende heeft gedronken.
Stap 3
Smeer enkele druppels moedermelk uit over de tepel en laat deze aan de lucht drogen. Borstvoeding is antiseptisch en houdt de tepel in goede conditie.
Breng schone zoogkompressen aan.
Houd de baby tegen u aan met het hoofdje hoger dan zijn lijfje; in deze houding kan hij/zij een boertje laten.
Tenslotte
Voeden aan de borst vraagt enige oefening want moeder en kind moeten aan elkaar wennen en een eigen ritme opbouwen. Het is belangrijk geduldig te zijn en vertrouwen te hebben in uzelf bij het geven van borstvoeding. U kunt gerust zijn dat uw kind voldoende drinkt als deze na de eerste week 140-200 gram per week groeit, tevreden is, zes natte plasluiers en minimaal één poepluier per dag heeft. Daarbij is het belangrijk dat uw kind tijdens het drinken alert is en na de borstvoeding tevreden is.
Meer informatie
Voor informatie en advies over borstvoeding kunt u terecht bij de verpleegkundige die voor u zorgt.
U kunt ook meer informatie vinden op de volgende websites:
Lactatiekundige hulp in de thuissituatie
U kunt op de website: www.nvlborstvoeding.nl een lactatiekundige zoeken, die werkzaam is in uw woonomgeving. Als u aanvullend verzekerd bent vergoeden ziektekostenverzekeraars lactatiekundige hulp.