Deze folder schetst een beeld van een behandeling met Bevacizumab, Carboplatin en Gemcitabine. Hoe gaat zoiets in zijn werk? Wat gebeurt er met uw lichaam? Wat zijn de bijwerkingen en hoe kunt u daar het best mee omgaan?
Waarom Bevacizumab (Avastin®)?
Bevacizumab behoort tot de zogenaamde monoklonale antistoffen.
Monoklonale antistoffen zijn eiwitten die buiten het lichaam zijn geproduceerd. Ze herkennen andere eiwitten, bijvoorbeeld eiwitten op kankercellen. De werking van Bevacizumab is gericht tegen het eiwit VEGF (Vascular Endothelial Growth Factor), een groeifactor die van belang is bij het ontstaan van nieuwe bloedvaten.
Tumoren hebben bloedvaten nodig om te groeien. Uit de tumorcel komt o.a. VEGF vrij, een eiwit dat cellen die in de buurt van de tumor liggen aanzet tot het aanmaken van nieuwe bloedvaten. Dit proces heet angiogenese.
Er ontstaat zo, ten behoeve van de tumor een ‘eigen’ bloedvatenstelsel waarmee voeding en zuurstof naar de tumor gevoerd wordt.
Ook kunnen tumorcellen zich op den duur door deze nieuwe bloedvaten gaan verspreiden. Tumoren maken relatief veel VEGF waardoor er een continue angiogenese plaatsvindt.
Bevacizumab bindt zich aan VEGF waardoor dit zijn functie niet kan vervullen en voorkomt zo dat er nieuwe bloedvaten ontstaan. Ook normaliseert het de bestaande bloedvaten in de tumor. Tevens heeft Bevacizumab invloed op de doorlaatbaarheid van de tumorvaten waardoor bijvoorbeeld chemotherapie beter in de tumor kan doordringen. Veelal wordt een behandeling met Bevacizumab gecombineerd met chemotherapie.
|
Medicatie |
Dag |
Dag |
Dag |
Wijze van toediening |
|
1 |
8 |
15 |
||
|
Bevacizumab |
x |
rust |
rust |
Via het infuus |
|
Carboplatin |
x |
rust |
rust |
Via het infuus |
|
Gemcitabine |
x |
x |
rust |
Via het infuus |
Waarom chemotherapie?
Doel van de chemotherapie is de kanker-cellen, waar die zich in het lichaam ook mogen bevinden, te vernietigen. Bij de behandeling worden bepaalde celdodende middelen in het lichaam verspreid. Het hele lichaam wordt dus aangepakt, inclusief het gezonde deel. Maar de gezonde cellen herstellen zich aanzienlijk sneller dan de kwaadaardige. En daar maakt de chemotherapie nu juist gebruik van. Ze is erop gericht om kwaadaardige cellen te vernietigen, met optimaal behoud van de gezonde cellen.
Voor het krijgen van chemotherapie en of Bevacizumab moet het lichaam in goede conditie zijn. Vooral het bloed moet in orde zijn, met name de verschillende soorten bloedcellen die in het beenmerg worden aangemaakt.
Daarom wordt tijdens de behandeling steeds uw bloed gecontroleerd. Als dat niet voldoende hersteld is, of als er andere klachten zijn die een bezwaar vormen voor de toediening van de kuur, kan de oncoloog besluiten de kuur uit te stellen.
Het aantal kuren dat toegediend wordt kan per patiënt verschillend zijn. Dit hangt samen met de wijze waarop men de kuur verdraagt en de mate waarin de tumor reageert op de behandeling. Verdraagt u de kuur goed en neemt de tumor in omvang af of blijft stabiel, dan zal de behandeling voortgezet worden. Veelal wordt begonnen met drie kuren, waarna geëvalueerd wordt hoe u op de behandeling reageert. Het kan zijn dat u na zes tot tien combinatiekuren, u verder gaat met mono-therapie Bevacizumab.
Anderen voelen zich een paar dagen niet lekker. Ook kan het zo zijn dat u zich na de ene kuur goed voelt, en na de andere kuur meer klachten heeft.
Het is moeilijk te voorspellen of u veel of weinig last van de chemotherapie ondervindt.
Sommige mensen merken nauwelijks iets van bijwerkingen.
Een kuur in de praktijk
Bevacizumab, Carboplatin en Gemcitabine worden via een infuus toegediend.
Indien u Bevacizumab dient te krijgen starten we hiermee (dag 1) in twintig minuten..
Vervolgens wordt de chemotherapie gegeven. De Carboplatin krijgt u ook één keer per drie weken toegediend in een half uur; dag 1
Echter de Gemcitabine krijgt u toegediend op dag 1 en 8 ook in een half uur. (zie schema).
De verpleegkundige brengt het infuus bij u in en verzorgt verder het toedienen van de kuur.
Op dag 1 neemt de toediening van de Bevacizumab, Carboplatin en Gemcitabine ongeveer twee uur in beslag.
Gemcitabine op dag 8 neemt ongeveer 1 uur in beslag. Het is mogelijk dat u iemand mee brengt die u gezelschap houdt.
Bijwerkingen van de chemotherapie
Doordat de therapie niet alleen de kankercellen aanpakt maar ook gezonde cellen, kunt u last krijgen van bijwerkingen. Hieronder volgen de meest voorkomende bijwerkingen, steeds gekoppeld aan manieren om ze te verzachten of te voorkomen.
Minder eetlust en misselijkheid
Veel mensen hebben minder trek tijdens de chemotherapie. Soms verandert de smaak, waardoor plotseling voedsel niet lekker meer kan smaken of zelfs tegenstaat. Misselijkheid, variërend van vaag tot fors, wil nog wel eens optreden. Dankzij nieuwe medicijnen hoeft dit niet meer zo erg te zijn.
Wat kunt u doen?
U krijgt recepten mee voor tabletten of zetpillen tegen misselijkheid.
Het is verstandig om onderstaand schema op dag 1 van de kuur (Carboplatin + Gemcitabine) te volgen, de misselijkheid is dan over het algemeen goed onder controle.
Dag 1, de dag waarop u de kuur krijgt, neemt u minstens 1 uur voor de start van de chemotherapie twee tabletten Ondansetron 8 mg in of krijgt u het via het infuus op de dagbehandeling. Daarnaast krijgt u via uw infuus éénmalig Dexamethason toegediend.
Dag 2 tot en met 4 neemt u zo nodig 3 maal per dag een tablet Metoclopramide 10 mg in.
Als u tabletten niet goed verdraagt, kunt u om zetpillen vragen.
De zetpillen van Ondansetron zijn 16 mg en gebruikt u 1 maal daags.
Wanneer ondanks het volgen van dit schema, misselijkheid en/of braken onvoldoende onder
controle zijn, kan in overleg met uw oncoloog het beleid worden aangepast.
Wanneer u met dag 8 alleen Gemcitabine krijgt, is het verstandig onderstaand schema te volgen, de misselijkheid is dan over het algemeen goed onder controle.
Dag 8: de dag waarop u de kuur krijgt, neemt u minstens 1 uur voor de start van de
chemotherapie twee tabletten Ondansetron 8 mg in of krijgt u het via het infuus op de dagbehandeling..
Dag 9 tot en met 11: kunt u tot 3 maal per dag een tablet Metoclopramide 10 mg innemen.
Als u tabletten niet goed verdraagt, kunt u om zetpillen vragen. De zetpillen van Ondansetron zijn 16 mg en gebruikt u 1 maal daags.
Wanneer ondanks het volgen van dit schema, misselijkheid en/of braken onvoldoende onder controle zijn, kan in overleg met uw oncoloog het beleid worden aangepast.
Bevacizumab heeft geen invloed op uw eetlust.
Wat u verder tegen misselijkheid kunt doen:
- Zoek een rustige, frisse omgeving op, vermijd lichtprikkels en extreme geuren (kookluchtjes, parfum).
- Probeer zoveel mogelijk rechtop te zitten. Vooral na een maaltijd is dit van belang (30 tot 40 minuten). Draag comfortabele, ruim zittende kleding.
- Gebruik regelmatig kleine maaltijden (kleine beetjes op een groot bord), eet niet te vet, te warm of te sterk gekruid voedsel.
- Drink in ieder geval goed, tenminste anderhalve liter per dag. Sommige mensen vinden koolzuurhoudende drankjes prettig.
- Bij aanhoudende misselijkheid kan het verlichting geven wanneer u ieder uur enkele hapjes koude yoghurt (zonder suiker) neemt. U kunt de folder ‘Voeding bij kanker’ meenemen. Zo nodig kunt u zich laten adviseren door een diëtiste van het ziekenhuis.
Bijwerkingen van de medicatie tegen misselijkheid
Dexamethason
Van Dexamethason zijn in deze dosering in het algemeen geen bijwerkingen te verwachten.
Enkele patiënten kunnen op de dag van toediening/inname een onrustig gevoel en/of warmte of roodheid in het gezicht ervaren of een hongergevoel. Sommige patiënten hebben de nacht na de toediening van Dexamethason last van slapeloosheid. Daarnaast kan Dexamethason invloed hebben op uw stemming. Somberheid of opgewektheid in een mate die u niet van uzelf gewend bent, kunnen voorkomen. Ook kan uw lichaam vocht vasthouden in de weefsels met als gevolg gewichtstoename. Hierdoor kunt u een ‘voller’ gezicht krijgen. Indien u een gevoel van dorst heeft of veel moet plassen, kan dit komen door bloedsuikerspiegelschommelingen. Meld dit aan uw oncoloog.
Ondansetron (Zofran®)
Ondansetron kan obstipatie veroorzaken. Houd uw ontlastingspatroon in de gaten en vraag uw oncoloog zo nodig om een recept voor een laxeermiddel. Ook hoofdpijn kan optreden.
Ondansetron kan opvliegingen, een verhit gevoel in het hoofd of de hik veroorzaken.
Metoclopramide (Primperan®)
Heeft als belangrijkste bijwerking sufheid en vermoeidheid en heeft daardoor een negatieve invloed op uw rijvaardigheid. Ook kunnen een onrustig of gejaagd gevoel en trekkingen in gezichts- en nekspieren optreden (zelden).
Invloed op het beenmerg
Chemotherapie beïnvloedt niet alleen de remming van kankercellen, maar ook de productie van andere snel delende cellen, zoals de cellen in het beenmerg waaronder de erytrocyten, trombocyten en leucocyten.
Erytrocyten (rode bloedlichaampjes); zorgen voor zuurstoftransport in het lichaam. Een tekort leidt tot bloedarmoede. Klachten van moeheid, duizeligheid, bleek zien en/of kortademigheid kunnen optreden.
Trombocyten (bloedplaatjes); zijn van belang voor de bloedstolling. Te weinig trombocyten geven een verhoogde kans op bloedingen. Dat is bijvoorbeeld te merken aan ’blauwe plekken’.
Leucocyten (witte bloedcellen); spelen een rol bij de afweer. Onvoldoende leucocyten in het bloed leidt tot een verminderde weerstand.
U bent dan sneller vatbaar voor infecties. Soms is het nodig dat u met antibioticum behandeld wordt.
Wat kunt u doen?
Zelf kunt u geen invloed uitoefenen op het herstel van het beenmerg, ook niet door voeding.
Heeft u klachten zoals hierboven beschreven, meldt ze dan aan uw oncoloog.
Wat betreft een verminderde afweer kunt u, indien mogelijk contact met verkouden of grieperige mensen vermijden.
Als u denkt dat u verhoging of koorts heeft, controleer dan uw temperatuur.
Neem bij koorts (temperatuur boven 38,5° C, bij voorkeur rectaal of met de Oor thermometer gemeten, contact op met de afdeling Medische Oncologie.
Haarverlies
De behandeling die u krijgt, veroorzaakt haaruitval. De hoofdhuid kan ook gevoelig of zelfs pijnlijk worden. Niet alleen uw hoofdhaar, maar ook uw wenkbrauwen, wimpers, oksel-, lichaams- en schaambeharing kunnen uitvallen. Het uitvallen van veel haar tegelijk wordt door de meeste mensen als erg hinderlijk en confronterend ervaren. Uw haar van te voren kort knippen, kan dan helpen. In alle gevallen is het haaruitval ten gevolge van chemotherapie tijdelijk. U kunt overwegen een pruik nemen. Bij de oncoloog kunt u een machtiging krijgen zodat u (een deel van) de kosten van de pruik kunt declareren bij uw verzekering.
Het is aan te raden, voor het haar gaat uitvallen naar de kapper te gaan. Kleur en
model van de pruik kunnen dan het beste op uw eigen haar worden afgestemd.
Aan het eind van de behandeling begint uw haar na ongeveer een maand weer te groeien.
Meestal is er na enkele maanden weer een goed herstel van de haargroei. Wanneer uw
haar weer aangroeit, kan het (vaak tijdelijk) verschil tonen met uw oorspronkelijke haar. Het kan anders zijn van kleur, meer sluik zijn of juist meer slag hebben.
Er zijn ook alternatieven voor een pruik, bijvoorbeeld een mutsje, hoofddoek, pet of hoed. De oncologieverpleegkundige van de dagbehandeling kan u hier informatie over geven en voorbeelden van laten zien
Roodheid van de huid / jeuk / huiduitslag
Er kan in de dagen na toediening jeuk en milde roodheid van de huid over het gehele lichaam optreden.
Wat kunt u doen?
Roodheid en jeuk verdwijnen vanzelf en geven geen reden tot klachten.
Behandel uw huid met zorg; gebruik een goede crème, bijvoorbeeld met vitamine E.
Het is echter van belang dit bij de volgende toediening te vermelden omdat het een teken kan zijn van overgevoeligheid (allergie) voor Carboplatin.
Allergische reactie
Heel zelden kan Carboplatin een allergische reactie veroorzaken. Als deze reactie zich voordoet is het meestal halverwege of tegen het eind van de infusie.
Een allergische reactie kan de volgende klachten geven: een gevoel van onrust, benauwdheid, een beklemmend gevoel op de borst, versnelde hartslag, verhoging of verlaging van de bloeddruk waardoor een gevoel van duizeligheid of flauwvallen kan ontstaan en rode uitslag.
Wat kunt u doen?
Wees alert tijdens de toediening en waarschuw bij klachten direct een verpleegkundige.
Treden er klachten op dan zijn deze met medicijnen via het infuus snel en afdoende te behandelen.
Griepachtige verschijnselen
Na een Gemcitabine toediening kunnen zich griepachtige klachten zoals vermoeidheid, koude rillingen, koorts, spierpijn, hoofdpijn, rugpijn, hoesten, neusverkoudheid, weinig
eetlust en slapeloosheid voordoen.
Gewoonlijk zijn deze klachten mild van aard en kortdurend.
Wat kunt u doen?
De klachten verdwijnen na korte tijd vanzelf. U kunt om koorts en spierpijn te onderdrukken een tablet Paracetamol 500 mg innemen. Tot 6 maal per dag. Neem bij aanhoudende koorts contact op met de afdeling Medische Oncologie.
Irritatie van het bloedvat
Tijdens het inlopen van Gemcitabine kan bij de insteekplaats van het infuus een pijnlijk, branderig gevoel ontstaan. Dit wordt veroorzaakt door de prikkelende werking van de chemotherapie op de wand van het bloedvat.
Wat kunt u doen?
Meld uw klachten aan een verpleegkundige. Een warmtepakking kan verlichting geven. Ook kan er via een zijlijn extra vocht toegediend worden.
Gevoelige mondholte
De eerste symptomen zijn een droge, gevoelige mond en rood mondslijmvlies. Het tandvlees en slijmvlies kan door de verminderde afweer gaan ontsteken en er kunnen blaartjes ontstaan. U kunt een droge mond krijgen door verminderde speeksel-productie en de kans op cariës neemt toe.
Er kunnen kloofjes ontstaan in de lippen en mondhoeken. Het eten kan hierdoor bemoeilijkt worden.
Wat kunt u doen?
Verzorg de mond na iedere maaltijd. Gebruik een zachte tandenborstel, tandpasta met fluoride en houten tandenstokers. Ga voorzichtig met het tandvlees om. Verwijder éénmaal daags zorgvuldig alle tandplak, ook uit de ruimten tussen de tanden.
Verzorg ook het mondslijmvlies door de mond krachtig te spoelen en te gorgelen met een zoutoplossing ( 1 afgestreken theelepel zout op een grote mok water). Heeft u een kunstgebit, dan is het belangrijk dit ook schoon te maken en het bij het spoelen uit te doen, zodat de hele mond goed schoon wordt.
Voorkom kloofjes door de lippen en mondhoeken vet te houden. Moet u naar de tandarts, vertel dan dat u een behandeling met chemotherapie ondergaat. Dit kan betekenen dat sommige tandheelkundige ingrepen beter even kunnen wachten.
Vermoeidheid
Ernstige vermoeidheid kan een vervelend gevolg zijn van de chemotherapie. Tot voor kort werd vaak geadviseerd het rustig aan te doen tijdens de chemotherapie en vooral niet inspannend bezig te zijn. Uit onderzoek is nu gebleken dat dit rustig aan doen ernstige vermoeidheid niet kan voorkomen. Er is zelfs aangetoond dat bewegen tijdens de chemotherapie vermoeidheid beperkt en een positieve invloed heeft op het lichamelijke en emotioneel functioneren. Het advies is dus niet rust, maar juist bewegen. Met bewegen wordt niet intensief sporten bedoeld maar lopen, fietsen, zwemmen, etc. Het is belangrijk te streven naar ongeveer 2,5 uur per week lichamelijk actief te zijn, bijvoorbeeld elke dag 20-30 minuten in eigen tempo.
Voor iemand die al voldoet aan de streefwaarde is het advies om dit tijdens de chemotherapie ook zo lang mogelijk vol te houden.
Invloed op het zenuwstelsel
Deze bijwerking komt zelden voor maar het kan zijn dat Carboplatin invloed heeft op het zenuwstelsel. Tintelingen en een verminderde werking van peesreflexen kunnen dan optreden.
Wat kunt u doen?
Houdt er rekening mee dat u tot minder in staat kunt zijn: bewegen en lopen kan minder soepel gaan. Autorijden wordt in dit geval afgeraden.
Invloed op het gehoor
Er kan licht gehoorschade optreden onder invloed van Carboplatin; een lichte afname voor het horen van hoge tonen. U zult dit niet tot nauwelijks merken en het zal geen invloed hebben op uw functioneren.
Invloed op de nieren
Een lichte achteruitgang van de nierfunctie kan onder invloed van Carboplatin optreden. Uw oncoloog zal d.m.v. de laboratoriumwaarden van uw bloedonderzoek het functioneren van uw nieren controleren.
Wat kunt u doen?
Het is heel belangrijk dat u thuis goed drinkt om zo de doorstroming van de nieren te waarborgen. Als het u, om welke reden dan ook niet mogelijk is anderhalve liter per 24 uur te drinken, dient u contact op te nemen met uw oncoloog.
Benauwdheid
Een gevoel van lichte benauwdheid kan binnen enkele uren na toediening van Gemcitabine optreden.
Wat kunt u doen?
De klachten verdwijnen meestal weer snel zonder dat hier een behandeling voor nodig is.
Neem bij aanhoudende klachten contact op met uw oncoloog.
Vochtretentie
Gemcitabine kan leiden tot oedeem: het vasthouden van vocht in de weefsels. Dit uit zich in zwelling en een strak gevoel van handen, voeten of benen, en in gewichts-toename.
Wat kunt u doen?Houdt uw gewicht in de gaten. Neem, bij een toename van meer dan drie kilo in de dagen na de kuur, contact op met uw oncoloog.
Slaperigheid
Lichte tot matige slaperigheid kan na Gemcitabine toediening optreden.
Wat kunt u doen?
Wees alert op deze bijwerking, neem in dit geval geen deel aan het verkeer en bedien geen machines.
Verandering van het ontlasting patroon
Na toediening van Gemcitabine kunnen diarree of obstipatie (zelden) optreden.
Wat kunt u doen?
Houd uw ontlastingspatroon in de gaten.
Raadpleeg uw oncoloog als diarreeklachten langer dan 48 uur aanhouden of als u langer dan 4 dagen geen ontlasting heeft gehad.
Effect op seksualiteit en vruchtbaarheid
Vrouwen: menstruatie kan van slag raken. Dit kan variëren van een keer overslaan tot helemaal wegblijven. Langer bloedverlies dan normaal komt ook voor. Bij vrouwen ouder dan veertig jaar kan de menstruatie definitief wegblijven. Dat betekent dat u onvruchtbaar bent geworden.
Soms doen zich overgangsklachten voor, zoals opvliegers. Ook kunnen vrouwen last hebben van een droge vagina, doordat de slijmvliezen worden aangetast.
Wat kunt u doen?
In geval van pijn bij het vrijen zijn er bij de drogist verschillende middelen in de handel ter bevochtiging van het vaginaslijmvlies. Overleg ‘pil’-gebruik met uw behandelend oncoloog.
Voor zowel mannen als vrouwen: het is normaal dat door vermoeidheid tijdens de behandeling, behoefte aan geslachts-gemeenschap afneemt. Vermoeidheid kan tot lang na de behandeling aanhouden.
Goede anticonceptie is noodzakelijk omdat tijdens de behandeling zaad- en eicellen door de chemotherapie beschadigd worden. Luister naar uw lichaam en forceer u niet. Licht uw partner in.
Chemotherapie en uitscheidingsproducten
In uitscheidingsproducten kunnen nog geruime tijd resten cytostatica voorkomen. Het gaat hier om urine, ontlasting, drain- en wondvocht en bloed.
Direct contact met cytostatica of resten in uitscheidingsproducten kan voor anderen schadelijk zijn voor de gezondheid.
Dit geldt speciaal voor hen die dagelijks met chemotherapie werken en is niet van toepassing voor uw naasten. Ga intimiteit dus vooral niet uit de weg!
Braaksel is alleen risicovol als de chemotherapie als tablet, capsule of drank is ingenomen, en dan tot twee uur na inname.
Er is onvoldoende onderzoek verricht om een uitspraak te kunnen doen over de aanwezigheid van resten chemotherapie in sperma en vaginaal vocht.
Na de combinatie toediening op dag 1 zijn er gedurende 4 dagen resten chemotherapie aanwezig in uitscheidingsproducten, met name in de ontlasting.
Op dag 8 en wordt alleen Gemcitabine toegediend. Dan zijn er gedurende 2 dagen resten chemotherapie aanwezig in uitscheidingsproducten.
Bij een behandeling met een monoklonale antilichaam zoals Bevacizumab behoeft u, in tegenstelling tot een behandeling met chemotherapie, geen maatregelen te nemen.
Wat kunt u doen?
Voorkom verspreiding van resten cytostatica in uitscheidingsproducten door spetteren of morsen. Urine en ontlasting kunnen via het riool geloosd worden; u kunt dus gewoon het toilet gebruiken. Mannen wordt geadviseerd zittend te plassen. Druppels kunt u met toiletpapier verwijderen. Voordat u doortrekt dient u het deksel naar beneden te doen om spatten te voorkomen. Als u na een kuur op de polikliniek voor vertrek naar het toilet wilt, dient u het toilet van de dagbehandeling te gebruiken.
Is er sprake van wondverzorging of incontinentie vraag dan de folder ‘Cytostatica en uitscheidingsproducten’.
Welke bijwerkingen kan Bevacizumab veroorzaken?
Bevacizumab veroorzaakt over het algemeen geen ernstige bijwerkingen. De meeste bijwerkingen komen tijdens of net na de eerste toediening voor en zijn van tijdelijke aard.
Hoge bloeddruk
Door de invloed van Bevacizumab op de bloedvaten kan (tijdelijk) een verhoogde bloeddruk ontstaan. Daarom wordt uw bloeddruk bij toediening gecontroleerd.
Wat kunt u doen?
Een verhoogde bloeddruk geeft over het algemeen geen klachten. U kunt zelf geen invloed uitoefenen op uw, onder een behandeling met Bevacizumab verhoogde bloeddruk. Zo nodig kan uw bloeddruk onder controle gehouden worden met bloeddruk- verlagende medicatie.
Complicaties bij wondgenezing
Door de invloed van Bevacizumab op het aanmaken van nieuwe bloedvaten kan wondgenezing bemoeilijkt worden. Daarom kan een behandeling met Bevacizumab niet direct na een operatie plaatsvinden.
Wat kunt u doen?
Voorkom verwondingen (blaren, schaafplekjes e.d.). Houd wondjes goed droog en schoon. Meld wonden die al dicht waren en weer opengaan en nieuwe verwondingen direct aan uw oncoloog.
Bloeding / perforatie
Er bestaat een kleine maar verhoogde kans op een bloeding of perforatie in de tumor.
Wat kunt u doen?
Neem bij pijn in de buikstreek of bij rectaal bloedverlies direct contact op met uw oncoloog.
Trombose
Er bestaat een kleine kans op een trombose. Dit kan zich manifesteren als een stolsel in de long (longembolie) of een stolsel in het been (trombosebeen). Bij een trombosebeen kan het been dik, rood en pijnlijk worden. De klachten die bij een longembolie kunnen optreden zijn kortademigheid en pijn bij de ademhaling.
Wat kunt u doen?
Neem bij deze klachten direct contact op met uw oncoloog.
Eiwit in de urine
Door een behandeling met Bevacizumab kan er eiwitverlies in de nieren ontstaan. Daarom wordt voor iedere toediening uw urine door een verpleegkundige gecontroleerd op de aanwezigheid van eiwit.
Dit eiwitverlies blijft over het algemeen beperkt en u ondervindt hier geen klachten van.
Wanneer contact met Amsterdam UMC, locatie VUmc?
Bij een kuur kunnen zich dus tal van ‘normale’ bijwerkingen voordoen. Deze kunnen vervelend zijn, maar vormen geen reden tot ongerustheid. Het is goed te weten dat de mate waarin de bijwerkingen optreden niets zegt over het uiteindelijk resultaat van de behandeling. Uiteraard staat u niet alleen.
U kunt rekenen op de hulp en steun van het VU medisch centrum. Met vragen of problemen kunt u bij ons terecht. Doet zich iets ongewoons voor, dat u niet vertrouwt, aarzelt u dan niet om contact op te nemen met de afdeling Medische Oncologie.
Neem in ieder geval contact op bij: koorts (temperatuur boven 38,5° C) bij voorkeur rectaal of met de oor thermometer gemeten, spontane blauwe plekken, aanhoudend bloedverlies aanhoudende diarree of ontstoken mondslijmvlies. Ook bij elk ander nieuw verschijnsel waarvan u denkt dat het belangrijk kan zijn.
Wie kunt u bellen indien u contact moet opnemen of vragen heeft?
Administratie polikliniek
Werkdagen van 8.30 -15.30 uur
telefoon(020) 4440522
alle overige vragen
Verpleegafdeling 3C
telefoon (020) 444 2131
alle vragen over (her)opname en overige vragen buiten kantooruren
Ten slotte
Als u meer wilt weten of in contact wilt komen met andere patiënten met kanker, dan kunt u zich wenden tot de hiernaast genoemde adressen.
|
Anti-misselijkheid |
Tijdstip |
Dosering |
Toedieningswijze |
Dg 1 |
Dg 8 |
Dg 2 +9 |
Dg 3 +10 |
Dg 4 +11 |
|
Ondansetron |
Voor kuur |
2 tabletten van 8 mg |
Via de mond of Via het infuus |
X |
X |
|||
|
Dexamethason |
Voor kuur |
Via infuus |
X |
|||||
|
Anti-misselijkheid thuis |
||||||||
|
Metoclopramide |
Zo nodig Max.3 x daags |
1 tablet van 10 mg |
Via de mond |
X |
X |
X |
X |
Stichting Olijf
Netwerk van Vrouwen met
Gynaecologische kanker:
Churchilllaan 11 (4e etage),
3527 GV Utrecht
Telefoon: 020 303 9292
https://www.kanker.nl/verwijsgids
Hier kunt u oncologisch gespecialiseerde hulpverlener opzoeken bijvoorbeeld voor revalidatie.
Daarnaast kunt u onderstaande folders van de Nederlandse kankerbestrijding/KWF in de wachtruimte vinden of bij de verpleging opvragen:
- Eierstokkanker
- Verder leven met kanker
- Vermoeidheid na kanker
- Kanker en erfelijkheid
- Chemotherapie
- Voeding bij kanker
- Look Good…Feel Better
- Cytostatica en uitscheidingsproducten