Tijdens de opname is er met u besloten om een duodenumsonde te plaatsen. Deze informatiefolder geeft informatie over hoe de voorbereiding en de plaatsing in zijn gang gaan.

Welke functie heeft de voedingssonde?

Een voedingssonde is een dun slangetje die door de neus in de dunne darm (duodenum) wordt geplaatst. Wij noemen dit ook wel een duodenumsonde.

Een voedingssonde wordt geplaatst bij mensen die tijdelijk geen of te weinig voeding kunnen innemen en met de sondevoeding weer belangrijke voedingsstoffen binnen krijgen. De arts plaatst de voedingssonde via de neus met behulp van een dunne en flexibele slang die een kleine camera bevat. Daarmee kan de arts zien of de sonde op zijn plek komt.

Voorbereiding

Voordat u naar de endoscopie gaat is het belangrijk dat u uw sieraden en waardevolle spullen afdoet en in uw kluisje legt.

Het onderzoek kan alleen worden uitgevoerd als uw slokdarm en maag leeg zijn.

Vaak is de plaatsing van de voedingssonde op afroep. Dit betekent dat zodra er ruimte is op het programma u naar de endoscopie gebracht wordt. U moet daarom vaak vanaf mindernacht nuchter zijn. Als u nog wel wat mag eten of drinken dan zal de verpleegkundige u dit vertellen.

Sedatie

Het onderzoek wordt in principe zonder lichte sedatie uitgevoerd. Mocht u dit wel willen, bespreek dit dan met uw behandelend arts. Lichte sedatie betekent dat er via een infuus een lage dosering slaapmedicatie en/of pijnstiller wordt toegediend.

Inbrengen van de voedingssonde

Gedurende de behandeling wordt u begeleid door de arts en de endoscopieverpleegkundigen.

Zodra u aan de beurt bent wordt u vanaf de afdeling door een collega van het patiëntenvervoer naar de endoscopie afdeling gebracht.

De arts neemt nog eens kort de procedure met u door en controleert uw gegevens. Als u losse gebitsdelen hebt, vragen wij u deze uit te doen. In uw linker of rechterneusgat wordt met een spuitje verdovende gelei ingebracht. U gaat op de linkerzij op het bed liggen. Tijdens de behandeling is het belangrijk dat u probeert te ontspannen door op uw ademhaling te concentreren.

Er zijn 2 verschillende methodes de arts bepaald welke methode hij of zij gaat uitvoeren.

Methode 1

  • De arts brengt de endoscoop in via het neusgat en zuigt eventueel overtollig slijm weg.
  • Het kan zijn dat u tijdens de behandeling moet kokhalzen of van de ingeblazen lucht moet boeren, hier hoeft u zich niet voor te schamen.
  • Als de endoscoop in de dunne darm is, brengt de arts een voerdraad via de endoscoop in en trekt hij de endoscoop voorzichtig terug.
  • Over de voerdraad plaatsen wij de voedingssonde.
  • Als deze op zijn plaats zit, wordt de voerdraad verwijderd.
  • De voedingssonde wordt op uw neus vastgeplakt.
  • Om te kijken of de sonde na het plaatsen ook daadwerkelijk op zijn plek zit wordt eventueel op de röntgenafdeling een foto gemaakt.
  • Het inbrengen van de voedingssonde duurt gemiddeld 15 - 30 minuten.

Methode 2

  • U krijgt een mondstukje in de mond geplaatst en de arts brengt via uw mond de endoscoop naar de dunne darm. De voedingssonde wordt via een kanaaltje in de endoscoop in de dunne darm geplaatst waarna de scoop wordt verwijderd terwijl de sonde achter blijft. Er wordt een blauw flexibel buisje geplaatst via uw neusgat waardoor een wisseltruc gaat plaats vinden zodat de sonde via uw neus naar buiten komt. De sonde wordt op uw neus vastgeplakt.

Complicaties

Uw behandelend arts informeert u over eventuele complicaties die kunnen optreden. Meer informatie over de procedure en eventuele complicaties vindt u op

Na het plaatsen van de voedingssonde

Heeft u sedatie gekregen? Dan dient u nog even uit te slapen op de herstelkamer. Zodra u klaar bent wordt u door de afdeling opgehaald. Op de afdeling wordt gestart met een opbouwschema voor de sondevoeding.