Deze folder schetst een beeld van een behandeling met de doxorubicine/ifosfamide-kuur.Hoe gaat zoiets in zijn werk? Wat gebeurt er met uw lichaam? Wat zijn de bijwerkingen en hoe kunt u daar het beste mee omgaan?
Waarom chemotherapie?
Het doel van de chemotherapie is om kankercellen in het hele lichaam te vernietigen. Kankercellen zijn sneldelende cellen, net zoals slijmvlies-, haar- en bloedcellen. Chemotherapie is een celdodend middel en heeft invloed op alle sneldelende cellen in het gehele lichaam. Deze gezonde cellen herstellen aanzienlijk sneller dan kwaadaardige cellen, hier maakt de chemotherapie gebruik van en daarom wordt de behandeling volgens een bepaald schema gegeven.
Het verschilt per persoon hoe u op de behandeling gaat reageren. Maak het bespreekbaar met uw behandelaar als u last krijgt van bijwerkingen. De mate van bijwerkingen zegt niets over het resultaat van de behandeling.
Voor start van de chemotherapie is het belangrijk dat u lichamelijk in staat bent om chemotherapie te krijgen. Een van de voorwaarden om chemotherapie te kunnen krijgen is dat uw bloedwaarden binnen bepaalde waarden vallen. De chemotherapie heeft namelijk invloed op de aanmaak van bloedcellen in het beenmerg. Via het laboratorium worden deze waardes gecontroleerd. Als de bloedwaardes niet voldoende zijn, of andere klachten aanwezig zijn, kan dit een bezwaar zijn voor de toediening van de chemotherapie. Uw behandelaar beoordeelt dit.
De doxorubicine en ifosfamide-kuur
De doxorubicine en ifosfamide-kuur is een behandeling bij sarcomen van de weke delen, waarbij operatie niet mogelijk is. Bij deze kuur krijgt u 2 middelen met celdodende eigenschappen (cytostatica) toegediend: doxorubicine en ifosfamide.
Tegelijkertijd wordt Mesna gegegeven. Dit is een middel dat eventuele schade aan de blaas voorkomt.
De kuur duurt 4 dagen en wordt elke 3 weken herhaald.
Naast het celdodende middel krijgt u nog enkele andere medicijnen. Deze dienen ter ondersteuning van de behandeling, bijvoorbeeld om de bijwerkingen te beperken.
Hoe wordt de kuur gegeven?
Doxorubicine, ifosfamide en Mesna worden gegeven via het bloedvat met behulp van een perifeer infuus. De verpleegkundige verzorgt de toediening, op afdeling medische oncologie - locatie VUmc.
Doxorubicine krijgt u op dag 1 en 2 toegediend, en ifosfamide en Mesna op dag 1, 2 en 3 continu (dat wil zeggen 24 uur per gift).
Omdat de kuur schadelijk kan zijn voor de nieren/blaas, krijgt u voor en na de chemotherapie extra vocht toegediend via het infuus. Het naspoelen (2½ liter) gebeurt elke dag tegelijkertijd met de toediening van de ifosfamide en duurt 24 uur per dag. Aan de naspoeling (de post-hydratie) wordt Mesna toegevoegd om de blaas te beschermen. Indien u geen klachten heeft kunt u op dag 4 van de kuur met ontslag, na het inlopen van de laatste zak naspoeling.
Uw gewicht wordt tijdens de kuur 2 maal per dag gemeten. Als u te veel vocht vasthoudt, krijgt u een plasmiddel (furosemide) om het urineren te bevorderen.
De tweede kuur begint in principe op dag 22 (3 weken na dag 1).
|
Medicatie |
Toedieningswijze |
1x per 3 weken |
||||||
|
Dagen/dag cycli |
||||||||
|
Chemotherapie |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 t/m 21 |
|
|
Doxorubicine |
Infuus in 10 minuten |
✓ |
✓ |
|||||
|
Ifosfamide |
Infuus in 24 uur (3 dagen) |
✓ |
✓ |
✓ |
||||
|
Ondersteunende medicatie |
||||||||
|
Mesna |
Infuus in 10 minuten / 24 uur |
✓ |
✓ |
✓ |
||||
|
Pre-hydratie |
Infuus in 2 uur |
✓ |
||||||
|
Post-hydratie |
Infuus in 24 uur (3 dagen) |
✓ |
✓ |
✓ |
||||
|
Pegfilgrastim |
Injectie (subcutaan) |
✓ |
||||||
|
Anti – misselijkheid |
||||||||
|
Aprepitant (Emend®) |
Tablet |
✓ |
✓ |
✓ |
||||
|
Dexamethason |
Infuus bolus |
✓ |
✓ |
✓ |
||||
|
Ondansetron (Zofran®) |
Infuus bolus |
✓ |
✓ |
✓ |
||||
|
Anti –misselijkheid thuis |
||||||||
|
Metoclopramide (Primperan®) |
Tablet/zetpil zo nodig |
|||||||
Welke bijwerkingen kunnen optreden?
Het is moeilijk te voorspellen of u veel of weinig last heeft van de chemotherapie. Sommige patiënten merken nauwelijks iets van de bijwerkingen. Anderen voelen zich een paar dagen niet lekker, of zijn echt ziek. Tijdens de behandeling met deze kuur zullen frequente controles ingepland worden om uw bijwerkingen en bloedwaardes te monitoren.
In het volgende deel van deze tekst volgen de meest voorkomende bijwerkingen en de manieren om de klachten te voorkomen of te verzachten.
Minder eetlust en misselijkheid
Het kan zijn dat u tijdens en na de kuur minder trek heeft. Soms verandert de smaak, waardoor plotseling bepaald voedsel niet meer lekker smaakt of tegenstaat. Daarnaast kan misselijkheid optreden, soms zo erg dat u moet overgeven.
Gedurende de opname in het ziekenhuis krijgt u verschillende middelen tegen de misselijkheid, sommigen in tabletvorm (metoclopramide, aprepitant), anderen via het infuus (dexamethason, ondansetron). U mag gedurende de gehele behandelperiode metoclopramide zo nodig innemen, dit kan zowel in tabletvorm als zetpil.
Wat kunt u doen?
U krijgt medicijnen tegen misselijkheid (metoclopramide) mee via de apotheek van Amsterdam UMC, of er wordt een recept naar uw apotheek gefaxt. Wanneer u weer thuis bent is het verstandig om 3 maal per dag voor de maaltijden metoclopramide tablet of zetpil te gebruiken indien u misselijk bent.
Wanneer u ondanks metoclopramide-gebruik de misselijkheid onvoldoende onder controle krijgt, kan in overleg met uw arts het beleid worden aangepast. Wat u verder tegen misselijkheid kunt doen: zoek een rustige, frisse omgeving op. Vermijd lichtprikkels en extreme geuren (kookluchtjes, parfum). Probeer zoveel mogelijk rechtop te zitten. Vooral na de maaltijd is dit van belang (30 tot 40 minuten). Draag comfortabele, ruim zittende kleding. Gebruik regelmatig kleine maaltijden, eet niet te vet, te warm of te sterk gekruid voedsel. Drink in ieder geval goed, ten minste twee liter per dag. Sommige mensen vinden koolzuurhoudende drankjes prettig. Bij aanhoudende misselijkheid kan het verlichting geven wanneer u ieder uur enkele hapjes koude yoghurt (zonder suiker) neemt.
U kunt de folder “Goede voeding bij kanker” opvragen op de afdeling. Eventueel kunt u zich laten adviseren door een diëtiste van het ziekenhuis. Uw arts kan hiervoor een verwijzing regelen.
Bijwerkingen medicijnen tegen misselijkheid
Aprepitant (Emend®): verminderde eetlust, verstopping, diarree, maagklachten, hik, hoofdpijn, vermoeidheid.
Ondansetron (Zofran®) heeft als belangrijkste bijwerking obstipatie (verstopping).
Dexamethason kan een gevoel van gejaagdheid of nervositeit teweeg brengen. Ook slapeloosheid en een hongergevoel komen voor. Tevens kan uw gezicht een rode kleur krijgen. Daarnaast kan dexamethason invloed hebben op uw stemming. Somberheid of opgewektheid, in een mate die u niet van uzelf gewend bent, kunnen voorkomen. Uw lichaam kan vocht vasthouden in de weefsels met als gevolg gewichtstoename. Ook kunt u hierdoor een “voller” gezicht krijgen.
Uw bloedsuikerspiegel kan gaan schommelen; dit uit zich in een gevoel van dorst en veel plassen.
Metoclopramide (Primperan®) heeft als belangrijkste bijwerking sufheid en vermoeidheid en heeft daardoor een negatieve invloed op uw rijvaardigheid. Ook kunnen een onrustig of gejaagd gevoel en trekkingen in gezicht- en nekspieren optreden (zelden).
Wat kunt u doen?
Pas eventueel uw voeding aan (vezelrijk) en drink ten minste 2 liter op een dag. Indien nodig krijgt u van uw arts een recept voor een laxeermiddel om verstopping te voorkomen.
Meld het dorstgevoel: uw bloedsuikerspiegel kan zo nodig gecontroleerd worden.
Na het staken van de medicatie verdwijnen deze bijwerkingen.
Invloed op het beenmerg
De chemokuur beïnvloedt niet alleen de remming van kankercellen, maar ook de productie van andere sneldelende cellen, zoals in het beenmerg:
- erytrocyten (rode bloedlichaampjes): zorgen voor zuurstoftransport in het lichaam. Een tekort leidt tot bloedarmoede. Klachten van moeheid, duizeligheid, bleek zien en/of kortademigheid kunnen optreden. Bij een tekort aan rode bloedlichaampjes kan de behandelaar besluiten tot een bloedtransfusie.
- leukocyten (witte bloedcellen): spelen een rol bij de afweer. Onvoldoende leukocyten in het bloed leidt tot een verminderde weerstand. U bent dan sneller vatbaar voor infecties. Mocht u koorts krijgen dan kunt u na overleg met uw behandelend arts mogelijk antibiotica voorgeschreven krijgen.
- trombocyten (bloedplaatjes): van belang voor de bloedstolling. Een laag trombocytengetal geeft een verhoogde kans op bloedingen. Dat is bijvoorbeeld te merken aan “blauwe plekken” of een spontane bloedneus. Bloedplaatjes kunnen indien nodig toegediend worden via een transfusie.
Tijdens de behandeling wordt uw bloed zeer regelmatig gecontroleerd. Een kuur kan pas gegeven worden als het beenmerg voldoende hersteld is. Soms kan de bloeduitslag reden zijn voor de behandelaar om (een deel van) de behandeling uit te stellen.
Wat kunt u doen?
Zelf kunt u geen invloed uitoefenen op het herstel van het beenmerg, ook niet door voeding.
Wel is het verstandig contact met verkouden of grieperige mensen te vermijden. Als u denkt dat u verhoging of koorts heeft, controleer dan uw temperatuur. Neem bij koorts (temperatuur boven 38.5oC met een oorthermometer of via de anus gemeten) altijd contact op met de afdeling medische oncologie, locatie VUmc.
Haaruitval
Het valt niet te voorkomen dat er tijdens de behandeling met doxorubicine en ifosfamide kaalheid optreedt. Deze haaruitval begint meestal tussen de eerste en de tweede kuur en kan gepaard gaan met haarpijn: een prikkelend gevoel op de hoofdhuid.
Wat kunt u doen?
Het is te overwegen om aan het begin van de behandeling het haar kort te laten knippen zodat u minder last zult hebben van de uitvallende haren. Er is inmiddels veel keuze om een kaal hoofd op een modieuze wijze en naar uw eigen stijl ‘aan te kleden’. Als het haar dunner wordt kunt u bijvoorbeeld een pet of een hoed opzetten.
Ook kunt u de aanschaf van een pruik overwegen. In dat geval is het aan te raden een kapper in te schakelen voor of direct na de eerste kuur.
Met een verklaring van de arts worden de kosten grotendeels vergoed (ziektekostenverzekering).
Invloed op de nieren en blaas
In de nieren bevinden zich veel kleine buisjes, de niertubuli, die afvalstoffen uit het bloed filteren en uitscheiden met de urine. De chemokuur kan deze buisjes beschadigen. In principe merkt u hier niets van. Het is wel te zien in de uitslag van het bloedonderzoek dat bij elke opname wordt gedaan. Op deze manier wordt uw nierfunctie in de gaten gehouden. Een verminderde nierfunctie kan voor de behandelaar een reden zijn extra voor- en/of na te spoelen met infuusvloeistof en in het uiterste geval de dosis van de kuur aan te passen en/of de kuur uit te stellen. Middelen in deze kuur kunnen tevens de blaas beschadigen. Om deze reden krijgt u vóór de ifosfamide via het infuus een beschermend medicijn toegediend: Mesna. Dit middel zit ook in het infuus bij het naspoelen.
Wat kunt u doen?
Naast het spoelen via het infuus (zie: Hoe wordt de kuur gegeven?) kunt u zelf ook uw aandeel leveren door veel te drinken (minimaal 2 liter per dag). Met name wanneer u weer thuis bent is dit belangrijk. U heeft dan immers geen infuus meer. Als het u, om welke reden dan ook, niet lukt om 2 liter per 24 uur te drinken dient u contact op te nemen met de afdeling medische oncologie. Schade aan de nieren door te weinig vochtgebruik moet te allen tijde voorkomen worden. Mocht er bloed in uw urine zitten, dan dient u dit te melden bij uw behandelaar.
Invloed op het hart
Doxorubicine kan invloed hebben op de werking van uw hart. De hartspier kan beschadigd raken en het ritme verstoord. Deze bijwerking kan maanden of zelfs jaren na de therapie optreden, maar komt echter zelden voor.
Wat kunt u doen?
Op deze bijwerking kunt u zelf geen invloed uitoefenen. Meld echter altijd klachten van pijn op de borst, uitstralende pijn naar de linkerarm of een gevoel van kramp in uw linkerarm, zowel tijdens opname als wanneer u thuis bent.
Invloed op de slijmvliezen
Onder invloed van de chemotherapie kunnen uw slijmvliezen in de mond en het maag-darm-stelsel beschadigd raken. Uw mond kan droog en gevoelig worden, het mondslijmvlies ziet rood. Door een verminderde afweer kunnen het tandvlees en het slijmvlies gaan ontsteken en er kunnen blaartjes ontstaan. De mond wordt droog als gevolg van minder speekselproductie, de kans op cariës neemt daardoor toe. Er kunnen kloofjes ontstaan in de lippen en de mondhoeken. Het eten kan hierdoor bemoeilijkt worden.
Wanneer de slijmvliezen in het maag-darm-stelsel beschadigd zijn, kunt u last krijgen van pijnklachten en diarree.
Wat kunt u doen?
Verzorg de mond na iedere maaltijd. Gebruik een zachte tandenborstel, tandpasta met fluoride en houten tandenstokers. Ga voorzichtig met het tandvlees om. Verwijder eenmaal daags zorgvuldig alle tandplak, ook uit de ruimte tussen de tanden, door uw tanden te poetsen en hulpmiddelen als ragers en tandenstokers te gebruiken.
Verzorg ook het slijmvlies door de mond 6-8 maal per dag krachtig te spoelen en te gorgelen met een zoutoplossing (één afgestreken theelepel op een grote mok water of een kant en klare fysiologisch zout oplossing). Heeft u een gebitsprothese, dan is het belangrijk dit ook schoon te maken en deze bij het spoelen uit te doen, zodat de hele mond goed schoon wordt. Voorkom kloofjes door lippen en mondhoeken vet te houden. Moet u naar de tandarts, vertel dan dat u een behandeling met chemotherapie ondergaat. Dit kan betekenen dat sommige tandheelkundige ingrepen beter even kunnen wachten.
Bij diarree is het belangrijk goed te blijven drinken (minimaal twee liter per dag). Het zoutgehalte in uw lichaam kan door het vochtverlies verstoord raken. U kunt dit op peil houden door twee tot drie maal per dag een zakje ORS (oral rehydration salts) te gebruiken, mits dit geadviseerd wordt door uw behandelend arts. U kunt dit kopen bij de drogist of apotheek. Vermijd sterk gekruid voedsel, uien, kool en dergelijke. Neem daarentegen wel vezels (bruin brood, fruit), dit zorgt er voor dat u minder vocht verliest. Neem direct contact op met uw arts als u niet meer kunt drinken of uw medicijnen niet kunt innemen. Ook wanneer de diarree langer aanhoudt dan 24 uur moet u contact opnemen met de afdeling medische oncologie, locatie VUmc.
Invloed op het zenuwstelsel
De chemokuur kan gevolgen hebben voor het zenuwstelsel. Dit kan zich uiten in een gevoel van spierzwakte en een verminderd of veranderd gevoel in handen en voeten. Dit kan gepaard gaan met tintelingen en pijn (neuropathie). Autorijden wordt in dat geval afgeraden. Ook kunt u door een verminderde spieractiviteit last krijgen van verstopping in de darmen.
De pijn en tintelingen kunnen lang aanhouden, maar zijn meestal van voorbijgaande aard.
Daarnaast kan ifosfamide als zeldzame bijwerking encefalopathie geven, een aandoening die letterlijk vertaald kan worden als “ziekte van de hersenen”. Dit kunt u herkennen aan bijvoorbeeld verwardheid of agitatie.
Wat kunt u doen?
Geef uw klachten duidelijk aan bij uw behandelend oncoloog, of tijdens opname bij uw verpleegkundige of arts.
Houd er rekening mee dat u tot minder in staat kunt zijn: bewegen en lopen kan minder soepel gaan. Houd uw ontlastingspatroon in de gaten. Pas uw voeding aan en drink tenminste twee liter per dag. Om verstopping te voorkomen kunt u zo nodig van uw arts een recept voor movicolon krijgen. Dit middel zorgt ervoor dat er voldoende vocht aan de ontlasting wordt toegevoegd zodat deze soepel blijft. Gebruik in geval van verstopping één tot twee maal per dag zakjes movicolon, zoals uw behandelend arts voorschrijft.
Indien u thuis symptomen ervaart van encefalopathie moet u contact opnemen met het ziekenhuis (contactgegevens onderaan deze voorlichting). Deze bijwerking is goed te behandelen met medicatie.
Gevoelige huid en nagels
Mesna kan soms een overgevoeligheidsreactie veroorzaken. Dit kan zich uiten in jeuk, huiduitslag en/of een lokale zwelling. Daarnaast kan Mesna wat irritatie geven bij de insteekopening van het infuus.
Doxorubicine kan roodheid en irritatie van de huid veroorzaken op de plaats van de injectie. Daarnaast kan er ernstige beschadiging van het weefsel optreden als de vloeistof tijdens de toediening buiten de bloedbaan terecht komt.
Uw nagels kunnen gevoelig worden en donker of licht verkleuren. Soms kunnen ze loslaten.
Ook de huid kan verkleuren (pigmentatie). Daarnaast is er soms een zwelling te zien, met name bij huidplooien en drukplekken (bijvoorbeeld bij de ellebogen, handpalmen en voetzolen).
De gehele huid kan droog aanvoelen en is gevoeliger voor zonlicht.
Wat kunt u doen?
Meld het uw behandelaar of verpleegkundige wanneer u klachten hebt van jeuk, uitslag, zwelling en/of irritatie.
Waarschuw direct als u pijn heeft tijdens het inlopen van deze middelen. Hoewel controle van te voren altijd plaats vindt, bestaat de kans dat het infuus opnieuw moet worden ingebracht.
Behandel uw nagels en huid met zorg. Gebruik een goede crème, bijvoorbeeld met vitamine E. Een loszittende nagel en het nagelbed kunt u beschermen tegen stoten door er een pleister op te plakken.
Vermijd de volle zon; bescherm uw huid buiten met een zonnebrandcrème die een hogere beschermingsfactor bevat dan u normaal gebruikt. U kunt veel sneller verbranden dan u gewend bent.
Irritatie van het bloedvat
Irritatie kan ontstaan rond en/of boven de insteekopening van het infuus. Dit wordt veroorzaakt door de prikkelende werking van de chemotherapie op de wand van het bloedvat. Het bloedvat kan ontstoken raken. De huid kan rood worden en het bloedvat kan hard en pijnlijk aanvoelen.
Wat kunt u doen?
Laat indien mogelijk de plaats van toediening afwisselen, zodat het bloedvat de kans krijgt te herstellen. Ontstaan er thuis pijnklachten dan kan een verband, dat u met water vochtig en koel houdt, verlichting geven. Vaak verdwijnen de klachten vanzelf. Het is belangrijk deze klachten te melden voor de volgende toediening.
Verkleurde urine/traanvocht
Doxorubicine, dat rood van kleur is, geeft de eerste uren na de toediening een rode kleur aan de urine. Ook het traanvocht kan rood zien. Hierdoor kunnen eventuele contactlenzen verkleuren de eerste dagen na de kuur.
Wat kunt u doen?
De rode kleur verdwijnt na een aantal dagen weer vanzelf en geeft geen klachten. Draag de eerste dagen na de kuur geen contactlenzen.
Vermoeidheid en lusteloosheid
Onder invloed van de chemotherapie kunt u zich moe en futloos voelen. Slap, tot niks in staat. Soms begint dit al bij het begin van de behandeling, soms pas later. De vermoeidheid/ lusteloosheid kan lang aanhouden, ook als de behandeling al achter de rug is.
Wat kunt u doen?
Wanneer u last krijgt van directe slaperigheid, dient u niet deel te nemen aan het verkeer. Zorg ervoor dat er iemand anders is die u naar huis kan brengen of neem een taxi.
Probeer een balans te vinden tussen rust en beweging. Forceer niets en luister naar de stem van uw lichaam. Neem rust indien nodig en probeer vooraf hulp te regelen voor boodschappen en dergelijke.
Wel is uit onderzoek gebleken dat bewegen bijdraagt aan een betere lichamelijke en geestelijke gezondheid. Het leidt tot een hogere levenskwaliteit, het minder ervaren van klachten en het versnelt uw herstel na chemotherapie. Denk bij bewegen aan fietsen, wandelen of naar de sportschool gaan. Het is dus belangrijk niet inactief te worden. Zie voor tips hieromtrent de KWF-folder “Vermoeidheid na kanker”. Voor ondersteuning bij bewegen tijdens en/of na uw behandeling kunt u bij uw behandelaar een verwijzing vragen voor fysiotherapie.
Effect op seksualiteit en vruchtbaarheid
De behandeling kan de vruchtbaarheid aantasten. Soms herstelt deze zich weer, maar helaas kan dit ook van blijvende aard zijn. Het verlies van de vruchtbaarheid kan een probleem zijn wanneer er een kinderwens is. Wanneer u een kinderwens heeft is het mogelijk sperma of eicellen in te laten vriezen. Dit gebeurt in de IVF-kliniek van het Amsterdam UMC, locatie VUmc. Uw behandelaar zal deze mogelijkheid met u bespreken.
Het is af te raden om tijdens de behandeling een kind te verwekken omdat zaad- en eicellen door de chemotherapie beschadigd worden. Goede anticonceptie blijft dus noodzakelijk.
Als gevolg van de chemotherapie kunt u minder zin in vrijen hebben. De vermoeidheid kan nog lang na de behandeling aanhouden. Meestal komt de zin in vrijen na de behandeling geleidelijk terug.
Bij een vrouw kunnen de eierstokken tijdelijk of blijvend beschadigd raken. Deze produceren daardoor minder hormonen. De vaginawand kan dunner en kwetsbaarder worden met als mogelijke gevolgen jeuk, verminderde vochtproductie, afscheiding en een branderig gevoel tijdens en na de geslachtsgemeenschap. Als u nog niet in de overgang bent kan de menstruatie uitblijven en kunt u overgangsklachten krijgen.
De meeste mannen blijven in staat om een erectie te krijgen gedurende de behandeling. Soms is dit vlak na de kuur wat moeilijker. Daarnaast kan de zaadproductie verminderd zijn. Bij het vrijen merkt u daar niks van.
Wat kunt u doen?
Forceer niets en licht uw partner in over de effecten van de kuur op seksualiteit en vruchtbaarheid. Voor meer informatie: KWF-folder ”Kanker en seksualiteit”. Met vragen over seksualiteit kunt u terecht bij uw zorgverleners in het ziekenhuis. Ook zijn er andere mogelijkheden voor vragen, advies en begeleiding omtrent problemen bij seksualiteit.
Chemotherapie en uitscheidingsproducten
Direct contact met cytostatica of uitscheidings- producten daarvan kan voor anderen schadelijk zijn voor de gezondheid. Dit geldt speciaal voor hen die dagelijks met chemotherapie werken en is niet van toepassing voor uw naasten. Ga intimiteit dus vooral niet uit de weg!
Onder direct contact verstaan we huidcontact met het (opgeloste) cytostaticum of contact met uitscheidingsproducten.
In urine, ontlasting, drain- en wondvocht, transpiratievocht en bloed kunnen nog geruime tijd resten van cytostatica voorkomen. Braaksel is alleen risicovol als de chemotherapie als tablet, capsule of drank is ingenomen, en dan tot 2 uur na inname.
Er is onvoldoende onderzoek verricht om een uitspraak te kunnen doen over de aanwezigheid van resten chemotherapie in sperma en vaginaalvocht.
De periode waarin uitscheidingsproducten als risicovol bestempeld moeten worden is voor deze chemokuur kuur: doxorubicine 6 dagen en ifosfamide 3 dagen.
Wat kunt u doen?
Voorkom verspreiding van resten chemotherapie in uitscheidingsproducten door spetteren of morsen. Urine en ontlasting kunnen via het riool geloosd worden; u kunt (thuis) dus gewoon het toilet gebruiken.
Aan mannen het advies om zittend te plassen. Druppels kunt u met toiletpapier verwijderen. Voordat u doortrekt dient u het deksel naar beneden te doen om spatten te voorkomen, en het liefst twee maal doortrekken. Is er sprake van wondverzorging of incontinentie, vraag dan de folder “Cytostatica en uitscheidingsproducten”.
Impact van kanker
De diagnose en behandeling van kanker vragen lichamelijk, geestelijk en emotioneel veel van patiënten. Het ziekte- en behandeltraject kan gepaard gaan met onder andere angst, somberheid, boosheid, machteloosheid, teleurstelling, druk op relaties of lichamelijke beperkingen. Tevens kan de ziekte gevolgen hebben ten aanzien van uw beroep en/of uw financiële situatie.
Wat kunt u doen?
Er bestaat geen antwoord op de vraag hoe je het beste met kanker kunt leven. Iedereen verwerkt het hebben van kanker op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Soms lukt dit met hulp van familie en vrienden. Ook kan hulp en begeleiding wenselijk zijn, dan is aanvullende psychosociale hulp vanuit het Amsterdam UMC mogelijk. U kunt een verwijzing aan uw behandelaar vragen voor medisch maatschappelijk werk, geestelijke verzorging of de psychologie.
Naast de hulpverlening in het ziekenhuis zijn er in Nederland verscheidene inloophuizen voor patiënten met kanker en hun naasten. Via internet kunt u kijken voor een inloophuis in uw woonomgeving. Tot slot vinden sommige patiënten het contact met lotgenoten prettig voor het delen van ervaringen en gevoelens omtrent het ziekte- en behandeltraject. U kunt lotgenotencontact zoeken via de verwijsgids van het IKNL op internet.
AYA (adolescents and young adults) – zorg
AYA-zorg is leeftijdsspecifieke zorg voor jongvolwassenen, tussen de 18 t/m 39 jaar, gediagnosticeerd met kanker. De zorg richt zich op alle aspecten die spelen in het leven van deze jongvolwassenen. Denk aan vragen over ziekte en behandeling, maar ook over sporten, opleiding, werk, het kopen van een huis, zelfstandigheid, relaties, vruchtbaarheid en seksualiteit. De vraag ‘Wie ben jij en wat heb jij nodig’ staat binnen AYA-zorg centraal. In het Amsterdam UMC, locatie VUmc en AMC zijn er AYA-spreekuren waarbij zorg wordt verleend door het AYA-team. Het AYA-team bestaat uit diverse disciplines: verpleegkundige (specialist), medisch specialist, fysiotherapeut, diëtist, medisch maatschappelijk werk en een psycholoog.
Via uw behandelaar kunt u als jongvolwassene een doorverwijzing krijgen voor AYA-zorg.
Meer informatie is te vinden op/bij:
Wanneer contact met het Amsterdam UMC?
Bij een behandeling met deze kuur kunnen zich dus diverse bijwerkingen voordoen. Deze kunnen vervelend zijn, maar vormen niet altijd reden tot ongerustheid. Uiteraard staat u niet alleen. U kunt rekenen op hulp en steun van het ziekenhuis. Met vragen of problemen kunt u altijd bij ons terecht. Doet zich iets ongewoons voor, dat u niet vertrouwt, aarzelt u dan niet om contact op te nemen.
Neem in ieder geval contact op bij:
- ernstige huidafwijkingen, wonden en branderige pijn aan de ogen
- koorts (temperatuur boven 38.5ºC)
- koude rillingen
- spontane blauwe plekken
- aanhoudend bloedverlies
- aanhoudende diarree
- pijnlijke/harde/uitblijvende ontlasting
- ontstoken mondslijmvlies
- aanhoudend braken
- onvoldoende/niet kunnen eten en/of drinken
- toenemende pijn
- bij elk ander nieuw verschijnsel waarvan u denkt dat het belangrijk kan zijn.
Wie kunt u bellen indien u contact moet opnemen of vragen heeft?
Administratie polikliniek AMC
Werkdagen van 8:30 – 16:30 uur
Telefoon (020) 5662096
Alle vragen binnen kantooruren
Verpleegafdeling 3C, medische oncologie VUmc
Telefoon (020) 4442131
Alle vragen over (her)opname en overige vragen buiten kantooruren