Deze folder schetst een beeld van een behandeling met de EP-kuur, bestaande uit etoposide en cisplatin. Hoe gaat zoiets in zijn werk? Wat gebeurt er met uw lichaam? Wat zijn de bijwerkingen en hoe kunt u daar het beste mee omgaan?
Waarom chemotherapie?
Het doel van de chemotherapie is om kankercellen in het hele lichaam te vernietigen. Kankercellen zijn sneldelende cellen, net zoals slijmvlies-, haar- en bloedcellen. Chemotherapie is een celdodend middel en heeft invloed op alle sneldelende cellen in het gehele lichaam. Deze gezonde cellen herstellen aanzienlijk sneller dan kwaadaardige cellen, hier maakt de chemotherapie gebruik van en daarom wordt de behandeling volgens een bepaald schema gegeven.
Het verschilt per persoon hoe u op de behandeling gaat reageren. Maak het bespreekbaar met uw behandelaar als u last krijgt van bijwerkingen. De mate van bijwerkingen zegt niets over het resultaat van de behandeling.
Voor start van de chemotherapie is het belangrijk dat u lichamelijk in staat bent om chemotherapie te krijgen. Een van de voorwaarden om chemotherapie te kunnen krijgen is dat uw bloedwaarden binnen bepaalde waarden vallen. De chemotherapie heeft namelijk invloed op de aanmaak van bloedcellen in het beenmerg. Via het laboratorium worden deze waardes gecontroleerd. Als de bloedwaardes niet voldoende zijn, of andere klachten aanwezig zijn, kan dit een bezwaar zijn voor de toediening van de chemotherapie. Uw behandelaar beoordeelt dit.
De EP-kuur
De EP-kuur is een standaard behandeling bij kleincellig blaascarcinoom. De kuur bestaat uit 2 verschillende middelen met celdodende eigenschappen (cytostatica): etoposide en cisplatin. De kuur wordt in principe elke 3 weken gegeven.
Naast de celdodende middelen krijgt u nog enkele andere medicijnen. Deze dienen ter ondersteuning van de behandeling, bijvoorbeeld om de bijwerkingen te beperken.
Hoe wordt de kuur gegeven?
De chemotherapie wordt met behulp van een infuus in een bloedvat toegediend. Op dag 1, 2 en 3 krijgt u de etoposide. De cisplatin krijgt u alleen op dag 1. De gehele behandeling kan poliklinisch plaatsvinden en duurt op dag 1 de hele dag. Omdat de behandeling de hele dag duurt, vragen wij u zich vroeg in de ochtend te melden op de dagbehandeling (*. Op dag 2 en 3 duurt de behandeling korter, ongeveer 2 uur. Op de dagbehandeling is een bed voor u gereserveerd. De verpleegkundige brengt het infuus bij u in en verzorgt verder het toedienen van de chemotherapie.
Omdat cisplatin schadelijk kan zijn voor de nieren krijgt u voor en na de kuur extra vocht toegediend via het infuus. De dagen waarop u cisplatin krijgt start de behandeling met voorspoelen, 1 liter in 2 uur. Als u de chemotherapie heeft gekregen start het naspoelen, 1 liter in 2 uur.
Uw gewicht wordt tijdens de kuur bij aanvang en na het naspoelen gemeten. Als u te veel vocht vasthoudt, krijgt u een plasmiddel (furosemide) om het urineren te bevorderen.
(* In sommige gevallen besluit de arts samen met u dat de behandeling op dag 1, 2 , 3, beter kan plaatsvinden in het ziekenhuis. U blijft dan van dag 1 t/m 3 in het ziekenhuis slapen. Het kuurschema is in dit geval hetzelfde.
U meldt zich bij aanvang van de kuur op de verpleegafdeling (3C), in plaats van op de dagbehandeling.
De tweede kuur begint in principe op dag 22 (3 weken na dag 1).
|
Medicatie |
Toediening |
1x per 3 weken |
||||||
|
dagen/dag cycli |
||||||||
|
Chemotherapie |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 - 21 |
|
|
Cisplatin |
infuus in 2 uur |
✓ |
||||||
|
Etoposide |
infuus in 1 uur |
✓ |
✓ |
✓ |
||||
|
Ondersteunende medicatie |
||||||||
|
Pre-hydratie |
infuus in 2 uur |
✓ |
||||||
|
Post-hydratie |
infuus in 2 uur |
✓ |
||||||
|
Anti–misselijkheid |
||||||||
|
Aprepitant (Emend®) |
tablet |
✓ |
✓ |
✓ |
||||
|
Dexamethason |
infuus of tablet |
✓ |
✓ |
✓ |
✓ |
|||
|
Ondansetron (Zofran®) |
infuus |
✓ |
||||||
|
Anti–misselijkheid thuis |
||||||||
|
Metoclopramide (Primperan®) |
tablet/zetpil zo nodig |
|||||||
Welke bijwerkingen kunnen optreden?
Het is moeilijk te voorspellen of u veel of weinig last heeft van de chemotherapie. Sommige patiënten merken nauwelijks iets van de bijwerkingen. Anderen voelen zich een paar dagen niet lekker, of zijn echt ziek. Tijdens de behandeling met deze kuur zullen frequente controles ingepland worden om uw bijwerkingen en bloedwaardes te monitoren.
In het volgende deel van deze tekst volgen de meest voorkomende bijwerkingen en de manieren om de klachten te voorkomen of te verzachten.
Minder eetlust en misselijkheid
Het kan zijn dat u tijdens en na de kuur minder trek heeft. Soms verandert de smaak, waardoor plotseling bepaald voedsel niet meer lekker smaakt of tegenstaat. Daarnaast kan misselijkheid optreden, soms zo erg dat u moet overgeven.
Gedurende de opname in het ziekenhuis krijgt u verschillende middelen tegen de misselijkheid, sommigen in tabletvorm (metoclopramide, aprepitant), anderen via het infuus (dexamethason, ondansetron). U mag gedurende de gehele behandelperiode metoclopramide zo nodig innemen, dit kan zowel in tabletvorm als zetpil.
Met name de cisplatin kan ook thuis nog klachten van misselijkheid en braken geven.
|
Wat kunt u doen? U krijgt medicijnen tegen misselijkheid (metoclopramide) mee via de apotheek van Amsterdam UMC, locatie VUmc, of er wordt een recept naar uw apotheek gefaxt. Wanneer u weer thuis bent is het verstandig om 3 maal per dag voor de maaltijden metoclopramide tablet of zetpil te gebruiken indien u misselijk bent. Wanneer u ondanks metoclopramide-gebruik de misselijkheid onvoldoende onder controle krijgt, kan in overleg met uw arts het beleid worden aangepast. Wat u verder tegen misselijkheid kunt doen
|
Bijwerkingen medicijnen tegen misselijkheid
- Aprepitant (Emend®): verminderde eetlust, verstopping, diarree, maagklachten, hik, hoofdpijn, vermoeidheid.
- Ondansetron (Zofran®) heeft als belangrijkste bijwerking obstipatie (verstopping).
- Dexamethason kan een gevoel van gejaagdheid of nervositeit teweeg brengen. Ook slapeloosheid en een hongergevoel komen voor. Tevens kan uw gezicht een rode kleur krijgen. Daarnaast kan dexamethason invloed hebben op uw stemming. Somberheid of opgewektheid, in een mate die u niet van uzelf gewend bent, kunnen voorkomen. Uw lichaam kan vocht vasthouden in de weefsels met als gevolg gewichtstoename. Ook kunt u hierdoor een “voller” gezicht krijgen. Uw bloedsuikerspiegel kan gaan schommelen; dit uit zich in een gevoel van dorst en veel plassen.
- Metoclopramide (Primperan®) heeft als belangrijkste bijwerking sufheid en vermoeidheid en heeft daardoor een negatieve invloed op uw rijvaardigheid. Ook kunnen een onrustig of gejaagd gevoel en trekkingen in gezicht- en nekspieren optreden (zelden).
|
Wat kunt u doen?
Na het staken van de medicatie verdwijnen deze bijwerkingen. |
Invloed op het beenmerg
De EP-kuur beïnvloedt niet alleen de remming van kankercellen, maar ook de productie van andere sneldelende cellen, zoals in het beenmerg:
- Erytrocyten (rode bloedcellen) zorgen voor zuurstoftransport in het lichaam. Een tekort leidt tot bloedarmoede. Klachten van moeheid, duizeligheid, bleek zien en/of kortademigheid kunnen optreden. Bij een tekort aan rode bloedlichaampjes kan de behandelaar besluiten tot een bloedtransfusie.
- Leukocyten (witte bloedcellen) spelen een rol bij de afweer. Onvoldoende leukocyten in het bloed leidt tot een verminderde weerstand. U bent dan sneller vatbaar voor infecties.
- Trombocyten (bloedplaatjes) zijn van belang voor de bloedstolling. Een laag trombocytengetal geeft een verhoogde kans op bloedingen. Dat is bijvoorbeeld te merken aan ‘blauwe plekken’ of een spontane bloedneus. Bloedplaatjes kunnen indien nodig toegediend worden via een transfusie.
Tijdens de behandeling wordt uw bloed regelmatig gecontroleerd. Een kuur kan pas gegeven worden als het beenmerg voldoende hersteld is. Soms kan de bloeduitslag reden zijn voor de behandelaar om (een deel van) de behandeling uit te stellen.
|
Wat kunt u doen? Zelf kunt u geen invloed uitoefenen op het herstel van het beenmerg, ook niet door voeding. Wel is het verstandig contact met verkouden of grieperige mensen te vermijden. Als u denkt dat u verhoging of koorts heeft, controleer dan uw temperatuur. Neem bij koorts (temperatuur boven 38.5 ○C met een oorthermometer of via de anus gemeten) altijd contact op met de afdeling Medische oncologie, locatie VUmc. |
Invloed op de nieren
In de nieren bevinden zich veel kleine buisjes, de niertubuli, die afvalstoffen uit het bloed filteren en uitscheiden met de urine. Cisplatin kan deze buisjes beschadigen. In principe merkt u hier niets van. Het is wel te zien in de uitslag van het bloedonderzoek dat bij elke opname wordt uitgevoerd. Op deze manier wordt uw nierfunctie in de gaten gehouden.
Een verminderde nierfunctie kan voor de behandelaar een reden zijn extra voor- en/of na te spoelen met infuusvloeistof en in het uiterste geval de dosis van de chemotherapie aan te passen en/of de kuur uit te stellen.
|
Wat kunt u doen? Naast het spoelen via het infuus (zie: ‘Hoe wordt de kuur gegeven’?) kunt u zelf ook uw aandeel leveren door veel te drinken (minimaal 2 liter per dag). Vooral wanneer u weer thuis bent is dit belangrijk. U heeft dan immers geen infuus meer. Als het u, om welke reden dan ook, niet lukt om 2 liter per 24 uur te drinken dient u contact op te nemen met de afdeling medische oncologie, locatie VUmc. ! Schade aan de nieren door te weinig vochtgebruik moet te allen tijde voorkomen worden. Mocht er bloed in uw urine zitten, dan dient u dit te melden bij uw behandelend arts. |
Invloed op de slijmvliezen
Onder invloed van de chemotherapie kunnen uw slijmvliezen in de mond en het maag-darm-stelsel beschadigd raken. Uw mond kan droog en gevoelig worden, het mondslijmvlies ziet rood. Door een verminderde afweer kunnen het tandvlees en het slijmvlies gaan ontsteken en er kunnen blaartjes ontstaan. De mond wordt droog als gevolg van minder speekselproductie, de kans op cariës neemt daardoor toe. Er kunnen kloofjes ontstaan in de lippen en de mondhoeken. Het eten kan hierdoor bemoeilijkt worden.
Wanneer de slijmvliezen in het maag-darm-stelsel beschadigd zijn, kunt u last krijgen van pijnklachten en diarree.
|
Wat kunt u doen? Verzorg de mond na iedere maaltijd. Gebruik een zachte tandenborstel, tandpasta met fluoride en houten tandenstokers. Ga voorzichtig met het tandvlees om.
|
Invloed op het gehoor
Cisplatin heeft als specifieke bijwerking dat het uw gehoor kan beschadigen. Met name hoge tonen zijn dan moeilijker te horen. Piepen en oorsuizen kunnen optreden. Ook gesprekken met meer dan één persoon zijn soms moeilijker te volgen. Deze mogelijke schade kan van blijvende aard zijn. Zo nodig zal tijdens de behandeling een gehoortest (audiogram) verricht worden om het ontstaan van schade aan het gehoor in de gaten te houden. Een gehoor dat erg aangetast is kan voor de behandelaar een reden zijn de dosis aan te passen.
|
Wat kunt u doen? Helaas kunt u geen invloed uitoefenen op een eventuele beschadiging van uw gehoor. Wees alert op gehoorklachten en meld klachten bij uw behandelaar of de verpleegkundige. |
Invloed op het zenuwstelsel
Cisplatin kan gevolgen hebben voor het zenuwstelsel. Dit kan zich uiten in een gevoel van spierzwakte en een verminderd of veranderd gevoel in handen en voeten, wat gepaard kan gaan met tintelingen en pijn (neuropathie). Autorijden wordt in dat geval afgeraden. Ook kunt u door een verminderde spieractiviteit last krijgen van verstopping in de darmen.
De pijn en tintelingen kunnen lang aanhouden, maar zijn meestal van voorbijgaande aard.
|
Wat kunt u doen?
|
Gevoelige huid en nagels
Uw nagels kunnen gevoelig worden en donker of licht verkleuren. Soms kunnen ze loslaten.
Ook de huid kan verkleuren (pigmentatie). Daarnaast is er soms een zwelling te zien, met name bij huidplooien en drukplekken (bijvoorbeeld: bij de ellebogen, handpalmen en voetzolen).
De gehele huid kan droog aanvoelen en is gevoeliger voor zonlicht.
|
Wat kunt u doen?
|
Haaruitval
Het valt niet te voorkomen dat er tijdens de behandeling met de EP-kuur kaalheid optreedt. Deze haaruitval begint meestal tussen de eerste en de tweede kuur en kan gepaard gaan met haarpijn: een prikkelend gevoel op de hoofdhuid.
|
Wat kunt u doen?
|
Vermoeidheid en lusteloosheid
Onder invloed van de chemotherapie kunt u zich moe en futloos voelen. Slap, tot niks in staat. Soms begint dit al bij het begin van de behandeling, soms pas later. De vermoeidheid/ lusteloosheid kan lang aanhouden, ook als de behandeling al achter de rug is.
|
Wat kunt u doen?
Wel is uit onderzoek gebleken dat bewegen bijdraagt aan een betere lichamelijke en geestelijke gezondheid. Het leidt tot een hogere levenskwaliteit, het minder ervaren van klachten en het versnelt uw herstel na chemotherapie. Denk bij bewegen aan fietsen, wandelen of naar de sportschool gaan. Het is dus belangrijk niet inactief te worden. Zie voor tips hieromtrent de website van KWF Kankerbestrijding onder ‘Vermoeidheid na kanker’. Voor ondersteuning bij bewegen tijdens en/of na uw behandeling kunt u bij uw behandelaar een verwijzing vragen voor fysiotherapie. |
Effect op seksualiteit en vruchtbaarheid
De behandeling kan de vruchtbaarheid aantasten. Soms herstelt deze zich weer, maar helaas kan dit ook van blijvende aard zijn. Het verlies van de vruchtbaarheid kan een probleem zijn wanneer er een kinderwens is. Wanneer u een kinderwens heeft is het mogelijk sperma of eicellen in te laten vriezen. Dit gebeurt in de IVF-kliniek van Amsterdam UMC, locatie VUmc. Uw behandelaar zal deze mogelijkheid met u bespreken.
Het is af te raden om tijdens de behandeling een kind te verwekken omdat zaad- en eicellen door de chemotherapie beschadigd worden. Goede anticonceptie blijft dus noodzakelijk.
Als gevolg van de chemotherapie kunt u minder zin in vrijen hebben. De vermoeidheid kan nog lang na de behandeling aanhouden. Meestal komt de zin in vrijen na de behandeling geleidelijk terug.
Vrouwen
Bij een vrouw kunnen de eierstokken tijdelijk of blijvend beschadigd raken. Deze produceren daardoor minder hormonen. De vaginawand kan dunner en kwetsbaarder worden met als mogelijke gevolgen jeuk, verminderde vochtproductie, afscheiding en een branderig gevoel tijdens en na de geslachtsgemeenschap. Als u nog niet in de overgang bent kan de menstruatie uitblijven en kunt u overgangsklachten krijgen.
Mannen
De meeste mannen blijven in staat om een erectie te krijgen gedurende de behandeling. Soms is dit vlak na de kuur wat moeilijker. Daarnaast kan de zaadproductie verminderd zijn. Bij het vrijen merkt u daar niks van.
|
Wat kunt u doen? Forceer niets en licht uw partner in over de effecten van de kuur op seksualiteit en vruchtbaarheid. Kijk voor meer informatie op de website van Kanker.nl onder ‘Kanker en seksualiteit’. Met vragen over seksualiteit kunt u terecht bij uw zorgverleners in het ziekenhuis. Ook zijn er andere mogelijkheden voor vragen, advies en begeleiding omtrent problemen bij seksualiteit. |
Chemotherapie en uitscheidingsproducten
Direct contact met cytostatica of uitscheidings- producten daarvan kan voor anderen schadelijk zijn voor de gezondheid. Dit geldt speciaal voor hen die dagelijks met chemotherapie werken en is niet van toepassing voor uw naasten. Ga intimiteit dus vooral niet uit de weg!
Onder direct contact verstaan we huidcontact met het (opgeloste) cytostaticum of contact met uitscheidingsproducten.
- In urine, ontlasting, drain- en wondvocht, transpiratievocht en bloed kunnen nog geruime tijd resten van cytostatica voorkomen.
- Braaksel is alleen risicovol als de chemotherapie als tablet, capsule of drank is ingenomen, en dan tot 2 uur na inname.
- Er is onvoldoende onderzoek verricht om een uitspraak te kunnen doen over de aanwezigheid van resten chemotherapie in sperma en vaginaalvocht.
- De periode waarin uitscheidingsproducten als risicovol bestempeld moeten worden is voor de EP-kuur: cisplatin 7 dagen en etoposide 5 dagen.
|
Wat kunt u doen? Voorkom verspreiding van resten chemotherapie in uitscheidingsproducten door spetteren of morsen. Urine en ontlasting kunnen via het riool geloosd worden; u kunt (thuis) dus gewoon het toilet gebruiken.
|
Impact van kanker
De diagnose en behandeling van kanker vragen lichamelijk, geestelijk en emotioneel veel van patiënten. Het ziekte- en behandeltraject kan gepaard gaan met onder andere angst, somberheid, boosheid, machteloosheid, teleurstelling, druk op relaties of lichamelijke beperkingen. Tevens kan de ziekte gevolgen hebben ten aanzien van uw beroep en/of uw financiële situatie.
|
Wat kunt u doen? Er bestaat geen antwoord op de vraag hoe je het beste met kanker kunt leven. Iedereen verwerkt het hebben van kanker op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Soms lukt dit met hulp van familie en vrienden. Ook kan hulp en begeleiding wenselijk zijn, dan is aanvullende psychosociale hulp vanuit Amsterdam UMC mogelijk. U kunt een verwijzing aan uw behandelaar vragen voor medisch maatschappelijk werk, geestelijke verzorging of de psychologie. Naast de hulpverlening in het ziekenhuis zijn er in Nederland verscheidene inloophuizen voor patiënten met kanker en hun naasten. Via internet kunt u kijken voor een inloophuis in uw woonomgeving. Tot slot vinden sommige patiënten het contact met lotgenoten prettig voor het delen van ervaringen en gevoelens omtrent het ziekte- en behandeltraject. U kunt lotgenotencontact zoeken via de verwijsgids van het IKNL op internet. |
AYA (adolescents and young adults) – zorg
AYA-zorg is leeftijdsspecifieke zorg voor jongvolwassenen, tussen de 18 en 39 jaar, gediagnosticeerd met kanker. De zorg richt zich op alle aspecten die spelen in het leven van deze jongvolwassenen. Denk aan vragen over ziekte en behandeling, maar ook over sporten, opleiding, werk, het kopen van een huis, zelfstandigheid, relaties, vruchtbaarheid en seksualiteit. De vraag ‘Wie ben jij en wat heb jij nodig’ staat binnen AYA-zorg centraal. In Amsterdam UMC, locatie VUmc en AMC zijn er AYA-spreekuren waarbij zorg wordt verleend door het AYA-team. Het AYA-team bestaat uit diverse disciplines: verpleegkundige (specialist), medisch specialist, fysiotherapeut, diëtist, medisch maatschappelijk werk en een psycholoog.
Via uw behandelaar kunt u als jongvolwassene een doorverwijzing krijgen voor AYA-zorg.
Meer informatie
- www.kwf.nl
- www.kanker.nl
- www.verwijsgidskanker.nl
- www.tegenkanker.nl
- www.ayazorgnetwerk.nl
- Patiëntenvereniging Blaas- of nierkanker
Wanneer contact met Amsterdam UMC locatie VUmc?
Bij een behandeling met deze kuur kunnen zich dus diverse bijwerkingen voordoen. Deze kunnen vervelend zijn, maar vormen niet altijd reden tot ongerustheid. Uiteraard staat u niet alleen. U kunt rekenen op hulp en steun van het ziekenhuis. Met vragen of problemen kunt u altijd bij ons terecht. Doet zich iets ongewoons voor, dat u niet vertrouwt, aarzelt u dan niet om contact op te nemen.
Neem in ieder geval contact op bij:
- ernstige huidafwijkingen, wonden en branderige pijn aan de ogen
- koorts (temperatuur boven 38.5ºC)
- koude rillingen
- spontane blauwe plekken
- aanhoudend bloedverlies
- aanhoudende diarree
- pijnlijke/harde/uitblijvende ontlasting
- ontstoken mondslijmvlies
- aanhoudend braken
- onvoldoende/niet kunnen eten en/of drinken
- toenemende pijn
- bij elk ander nieuw verschijnsel waarvan u denkt dat het belangrijk kan zijn.
Wie kunt u bellen indien u contact moet opnemen of vragen heeft?
- Administratie polikliniek
- alle vragen – maandag t/m vrijdag van 9.00 – 16.00 uur
- telefoon: (020) 444 05 22
- Verpleegafdeling 3C, Medische oncologie locatie VUmc
- alle vragen over (her)opname en overige vragen – ’s avonds, ’s nachts en in het weekend
- Telefoon: (020) 444 21 31