Deze folder schetst een beeld van een behandeling met cisplatin in combinatie met radiotherapie, ook wel chemoradiatie genoemd.Hoe gaat zoiets in zijn werk? Wat gebeurt er met uw lichaam? Wat zijn de bijwerkingen en hoe kunt u daar het beste mee omgaan?
Waarom chemotherapie?
Het doel van de chemotherapie is om kankercellen in het hele lichaam te vernietigen. Kankercellen zijn sneldelende cellen, net zoals slijmvlies-, haar- en bloedcellen. Chemotherapie is een celdodend middel en heeft invloed op alle sneldelende cellen in het hele lichaam. De gezonde cellen herstellen aanzienlijk sneller dan kwaadaardige cellen, hier maakt de chemotherapie gebruik van. De behandeling wordt daarom volgens een bepaald schema gegeven.
Het verschilt per persoon hoe u op de behandeling gaat reageren. Maak het bespreekbaar met uw behandelaar als u last krijgt van bijwerkingen. De mate van bijwerkingen zegt niets over het resultaat van de behandeling.
Voor start van de chemotherapie is het belangrijk dat u lichamelijk in staat bent om chemotherapie te krijgen. Eén van de voorwaarden om chemotherapie te kunnen krijgen is dat uw bloedwaarden binnen bepaalde waarden vallen. De chemotherapie heeft namelijk invloed op de aanmaak van bloedcellen in het beenmerg. Via het laboratorium worden deze waardes gecontroleerd. Als de bloedwaardes niet voldoende zijn, of wanneer er andere klachten aanwezig zijn, kan dit een bezwaar zijn voor de toediening van de chemotherapie. Uw behandelaar beoordeelt dit.
Chemoradiatie
Chemoradiatie is de standaard behandeling bij uitgebreide tumoren in het hoofd-halsgebied. Bij deze behandeling krijgt u cisplatin, een cytostaticum, in combinatie met bestraling (radiotherapie). Een cytostaticum is een middel met celdodende eigenschappen. De combinatie van chemotherapie en bestraling heeft een groter effect op de tumorcellen dan wanneer deze behandelvormen afzonderlijk worden toegepast. Dit betekent echter ook dat de bijwerkingen sterker zullen zijn.
Naast de celdodende middelen krijgt u nog enkele andere medicijnen toegediend. Deze dienen ter ondersteuning van de behandeling, bijvoorbeeld om de bijwerkingen te beperken.
Hoe wordt de kuur gegeven?
U wordt gedurende 7 weken van maandag tot en met vrijdag bestraald, in totaal 35 keer, op de afdeling Radiotherapie in de polikliniek. U ontvangt daar ook de voorbereiding en de voorlichting. Opname is hiervoor niet nodig.
De cisplatin wordt 1 maal per 3 weken met behulp van een infuus in een bloedvat toegediend. In totaal krijgt u 3 keer cisplatin: op dag 1, dag 22 en dag 43.
De behandeling kan poliklinisch plaatsvinden en duurt de hele dag. Omdat de behandeling de hele dag duurt, vragen wij u zich vroeg in de ochtend te melden op de dagbehandeling. Op de dagbehandeling is een bed voor u gereserveerd.
De verpleegkundige brengt het infuus bij u in en verzorgt verder het toedienen van de chemotherapie. U kunt iemand meenemen om u gezelschap te houden. Soms besluit de arts samen met u dat het verstandiger is om na de kuur een nacht te blijven, in dit geval wordt u behandeld op de verpleegafdeling (3C) in het ziekenhuis.
Omdat cisplatin schadelijk kan zijn voor de nieren krijgt u voor en na de chemotherapie extra vocht toegediend via het infuus. Vooraf krijgt u 1 liter in 2 uur tijd, en het naspoelen (2 liter) duurt 4 uur. Uw gewicht wordt tijdens de kuur 2 maal per dag gemeten. Als u te veel vocht vasthoudt, krijgt u een plasmiddel (furosemide) om het urineren te bevorderen.
|
Toediening |
1x per 3 weken; 3 cycli |
||||||||
|
dag/dagen cycli |
|||||||||
|
Chemotherapie |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 - 21 |
|
|
Cisplatin |
infuus in 1 uur |
✓ |
|||||||
|
Ondersteunende medicatie |
|||||||||
|
pre-hydratie |
infuus in 2 uur |
✓ |
|||||||
|
post-hydratie |
infuus in 4 uur |
✓ |
|||||||
|
Anti–misselijkheid |
|||||||||
|
Aprepitant (Emend®) |
tablet |
✓ |
✓ |
||||||
|
Dexamethason |
infuus/tablet |
✓ |
✓ |
||||||
|
Ondansetron (Zofran®) |
infuus |
✓ |
|||||||
|
Metoclopramide (Primperan®) |
infuus/tablet/zetpil zo nodig |
✓ |
✓ |
||||||
|
Anti–misselijkheid thuis |
oraal/rectaal |
||||||||
|
Aprepitant (Emend®) |
tablet |
✓ |
|||||||
|
Dexamethason |
tablet |
✓ |
✓ |
||||||
|
Metoclopramide (Primperan®) |
tablet/zetpil zo nodig |
||||||||
|
Radiotherapie |
✓ |
✓ |
✓ |
✓ |
✓ |
Week 1 t/m 7* |
|||
* Wekelijks op dag 1 t/m 5 gedurende 7 weken (totaal 35 keer), de laatste 2 weken van cyclus 3
dus GEEN radiotherapie
Welke bijwerkingen kunnen optreden?
Het is moeilijk te voorspellen hoeveel last u heeft van de chemotherapie. Sommige patiënten merken weinig van de bijwerkingen. Anderen voelen zich een paar dagen niet lekker of zijn echt ziek. In het volgende deel van deze tekst volgen de meest voorkomende bijwerkingen. Ze zijn gekoppeld aan manieren om ze te verzachten of voorkomen.
Problemen bij eten en drinken
Het is belangrijk om tijdens de behandeling in een goede voedingstoestand te verkeren. Dan zijn de bijwerkingen minder heftig en herstelt u sneller na de behandeling. U kunt echter problemen krijgen met eten en drinken. Dit kan komen door de tumor zelf die het kauwen bemoeilijkt of een goede passage van het voedsel belemmert. Daarnaast kunnen de chemotherapie en de bestraling uw mond- en keelholte zodanig aantasten dat normaal eten niet meer mogelijk is (zie ook de Amsterdam UMC-folder ‘Radiotherapie’). Daarom wordt regelmatig een voedingssonde geplaatst voorafgaand aan of tijdens de behandeling. Het kan een sonde zijn die via de neus en slokdarm naar de maag loopt of een sonde die via de buikhuid rechtstreeks naar de maag gaat (PEG-sonde). Het voordeel van een sonde is dat u direct kunt starten met sondevoeding zodra dat nodig is. Het voedingsteam en/of de verpleegkundige legt u uit hoe u om moet gaan met de sonde en hoeveel/welke sondevoeding u nodig hebt. Eventueel kunt u thuiszorg krijgen om hulp te bieden bij het toedienen van sondevoeding in de thuissituatie. Ook zult u tijdens en na de behandeling ondersteund en begeleid worden door een diëtist.
|
Wat kunt u doen?
|
Misselijkheid
Zonder behandeling zal met name de cisplatin zeker misselijkheid en braken veroorzaken: op en na de toedieningsdag, maar ook rond de 4e en/of 5e dag. U krijgt daarom dagelijks medicijnen tegen de misselijkheid: aprepitant als tablet op dag 1, 2 en 3, ondansetron (Zofran®) via het infuus op dag 1 en dexamethason op dag 1 via het infuus en daarna op dag 2, 3 en 4 als tablet.
U mag, zo nodig, gedurende de gehele periode metoclopramide (Primperan®) innemen. Dit kan zowel via het infuus als in tabletvorm of zetpil.
|
Wat kunt u doen? U krijgt medicijnen tegen misselijkheid mee via de apotheek van Amsterdam UMC, locatie VUmc, of er wordt een recept naar uw apotheek gefaxt. Wanneer u weer thuis bent is het verstandig het volgende schema te volgen:
Wanneer u de misselijkheid onvoldoende onder controle krijgt, kan in overleg met uw arts het beleid worden aangepast. Wat u verder tegen misselijkheid kunt doen:
|
Bijwerkingen medicijnen tegen misselijkheid
- Aprepitant (Emend®): verminderde eetlust, verstopping, diarree, maagklachten, hik, hoofdpijn, vermoeidheid.
- Ondansetron (Zofran®) heeft als belangrijkste bijwerking obstipatie (verstopping).
- Dexamethason kan een gevoel van gejaagdheid of nervositeit teweeg brengen. Ook slapeloosheid en een hongergevoel komen voor. Tevens kan uw gezicht een rode kleur krijgen. Daarnaast kan dexamethason invloed hebben op uw stemming. Somberheid of opgewektheid, in een mate die u niet van uzelf gewend bent, kunnen voorkomen. Uw lichaam kan vocht vasthouden in de weefsels met als gevolg gewichtstoename. Ook kunt u hierdoor een ‘voller’ gezicht krijgen. Uw bloedsuikerspiegel kan gaan schommelen; dit uit zich in een gevoel van dorst en veel plassen.
- Metoclopramide (Primperan®) heeft als belangrijkste bijwerking sufheid en vermoeidheid en heeft daardoor een negatieve invloed op uw rijvaardigheid. Ook kunnen een onrustig of gejaagd gevoel en trekkingen in gezicht- en nekspieren optreden (zelden).
|
Wat kunt u doen?
Na het staken van de medicatie verdwijnen deze bijwerkingen. |
Invloed op het beenmerg
De chemokuur beïnvloedt niet alleen de remming van kankercellen, maar ook de productie van andere sneldelende cellen, zoals in het beenmerg:
- Erytrocyten (rode bloedlichaampjes): zorgen voor zuurstoftransport in het lichaam. Een tekort leidt tot bloedarmoede. Klachten van moeheid, duizeligheid, bleek zien en/of kortademigheid kunnen optreden. Bij een tekort aan rode bloedlichaampjes kan de behandelaar besluiten tot een bloedtransfusie.
- Leukocyten (witte bloedcellen): spelen een rol bij de afweer. Onvoldoende leukocyten in het bloed leidt tot een verminderde weerstand. U bent dan sneller vatbaar voor infecties. Mocht u koorts krijgen dan kunt u na overleg met uw behandelaar mogelijk antibiotica krijgen.
- Trombocyten (bloedplaatjes): van belang voor de bloedstolling. Een laag trombocytengetal geeft een verhoogde kans op bloedingen. Dat is bijvoorbeeld te merken aan ‘blauwe plekken’ of een spontane bloedneus. Bloedplaatjes kunnen indien nodig toegediend worden via een transfusie.
Tijdens de behandeling wordt uw bloed zeer regelmatig gecontroleerd. Een kuur kan pas gegeven worden als het beenmerg voldoende hersteld is. Soms kan de bloeduitslag reden zijn voor de behandelaar om (een deel van) de behandeling uit te stellen of de dosering aan te passen.
|
Wat kunt u doen? Zelf kunt u geen invloed uitoefenen op het herstel van het beenmerg, ook niet door voeding. Wel is het verstandig contact met verkouden of grieperige mensen te vermijden. Als u denkt dat u verhoging of koorts heeft, controleer dan uw temperatuur. Neem bij koorts (temperatuur boven 38.5ºC met een oorthermometer of via de anus gemeten) altijd contact op met de afdeling Medische oncologie, locatie VUmc. |
Invloed op de nieren
In de nieren bevinden zich veel kleine buisjes, de niertubuli, die afvalstoffen uit het bloed filteren en uitscheiden met de urine. Cisplatin kan deze buisjes beschadigen. In principe merkt u hier niets van. Het is wel te zien in de uitslag van het bloedonderzoek dat bij elke opname en elk poli-bezoek wordt gedaan. Op deze manier wordt uw nierfunctie in de gaten gehouden.
Een verminderde nierfunctie kan voor de behandelaar een reden zijn extra voor- en/of na te spoelen met infuusvloeistof en in het uiterste geval de dosis van de cisplatin aan te passen en/of de kuur uit te stellen.
|
Wat kunt u doen? Naast het spoelen via het infuus (zie hierboven: ‘Hoe wordt de kuur gegeven?’) kunt u zelf ook uw aandeel leveren door veel te drinken of via de sonde in te nemen (2½ liter per dag). Met name wanneer u weer thuis bent is dit zeer belangrijk. U heeft dan immers geen infuus meer. Als het, om welke reden dan ook, niet mogelijk is 2½ liter per 24 uur binnen te krijgen dient u contact op te nemen met de afdeling Medische oncologie, locatie VUmc. ! Schade aan de nieren door te weinig vochtgebruik moet te allen tijde voorkomen worden. Mocht er bloed in uw urine zitten, dan dient u dit te melden bij uw behandelend arts. |
Matige haaruitval
Complete kaalheid als gevolg van de kuur zal niet optreden. Wel is het mogelijk dat het haar wat dunner wordt. Deze haaruitval is van tijdelijke aard en zal overgaan wanneer de behandeling stopt.
|
Wat kunt u doen?
|
Invloed op de slijmvliezen
Onder invloed van de chemotherapie (en radiotherapie) kunnen uw slijmvliezen in de mond en het maag-darm-stelsel beschadigd raken. Uw mond wordt droog, gevoelig of pijnlijk en het mondslijmvlies ziet rood. Door een verminderde afweer kunnen het tandvlees en het slijmvlies gaan ontsteken en er kunnen blaartjes ontstaan. De mond wordt droog als gevolg van minder speekselproductie, de kans op cariës neemt daardoor toe. Er kunnen kloofjes ontstaan in de lippen en de mondhoeken. Wanneer de slijmvliezen in het maag-darm-stelsel beschadigd zijn, kunt u last krijgen van pijnklachten en diarree.
|
Wat kunt u doen? Verzorg uw mond na iedere maaltijd. Gebruik een zachte tandenborstel, tandpasta met fluoride en houten tandenstokers. Ga voorzichtig met het tandvlees om.
|
Invloed op het gehoor
Cisplatin heeft als specifieke bijwerking dat het uw gehoor kan beschadigen. Met name hoge tonen zijn dan moeilijker te horen. Piepen en oorsuizen kunnen optreden. Ook gesprekken met meer dan één persoon zijn soms moeilijker te volgen. Deze mogelijke schade kan van blijvende aard zijn. Zo nodig zal tijdens de behandeling een gehoortest (audiogram) verricht worden om het ontstaan van schade aan het gehoor in de gaten te houden. Een gehoor dat erg aangetast is kan voor de behandelaar een reden zijn de dosis aan te passen.
|
Wat kunt u doen? Helaas kunt u geen invloed uitoefenen op een eventuele beschadiging van uw gehoor. Wees alert op gehoorklachten en meld klachten bij uw behandelaar of de verpleegkundige. |
Invloed op het zenuwstelsel
Cisplatin kan gevolgen hebben voor het zenuwstelsel. Dit kan zich uiten in een gevoel van spierzwakte en een verminderd of veranderd gevoel in handen en voeten. Dit kan gepaard gaan met tintelingen en pijn (neuropathie). Autorijden wordt in dat geval afgeraden. Ook kunt u door een verminderde spieractiviteit last krijgen van verstopping in de darmen.
De pijn en tintelingen kunnen lang aanhouden, maar zijn meestal van voorbijgaande aard.
|
Wat kunt u doen?
|
Invloed op de huid
Als gevolg van de chemotherapie kan de gehele huid droog aanvoelen en gevoeliger zijn voor zonlicht. Soms komt een huiduitslag voor.
Daar waar de huid bestraald wordt treedt vaak irritatie op. Na een tijd wordt de huid rood. Soms ontstaan er kleine blaasjes op het bestraalde gebied doordat zich onder de huid extra vocht heeft gevormd. Daarnaast kan de huid vervellen. Meestal herstelt de huid zich weer v
anaf 2 weken na afloop van de bestralingen.
|
Wat kunt u doen? Behandel uw huid met zorg. Gebruik een goede vocht inbrengende crème, bijvoorbeeld met vitamine E.
|
Irritatie op de bloedvaten
Irritatie kan ontstaan rond en/of boven de insteekopening van het infuus. Dit wordt veroorzaakt door de prikkelende werking van de chemotherapie op de wand van het bloedvat. Het bloedvat kan ontstoken raken. De huid kan rood worden en het bloedvat kan hard en pijnlijk aanvoelen.
|
Wat kunt u doen?
Vaak verdwijnen de klachten vanzelf. Het is belangrijk deze klachten te melden voor de volgende toediening. |
Vermoeidheid en lusteloosheid
Onder invloed van de chemotherapie kunt u zich moe en futloos voelen. Slap, tot niks in staat. Soms begint dit al bij het begin van de behandeling, soms pas later. De vermoeidheid/ lusteloosheid kan lang aanhouden, ook als de behandeling al achter de rug is.
|
Wat kunt u doen?
Wel is uit onderzoek gebleken dat bewegen bijdraagt aan een betere lichamelijke en geestelijke gezondheid. Het leidt tot een hogere levenskwaliteit, het minder ervaren van klachten en het versnelt uw herstel na chemotherapie. Denk bij bewegen aan fietsen, wandelen of naar de sportschool gaan. Het is dus belangrijk niet inactief te worden. Zie voor tips de website van KWF Kankerbestrijding onder ‘Veel (ex)kankerpatiënten zijn na hun behandeling extreem moe’. Voor ondersteuning bij bewegen tijdens en/of na uw behandeling kunt u bij uw behandelaar een verwijzing vragen voor fysiotherapie. |
Effect op seksualiteit en vruchtbaarheid
De behandeling kan de vruchtbaarheid aantasten. Soms herstelt deze zich weer, maar helaas kan dit ook van blijvende aard zijn. Het verlies van de vruchtbaarheid kan een probleem zijn wanneer er een kinderwens is.
Wanneer u en uw partner een kinderwens hebben is het mogelijk sperma/eicellen in te laten vriezen. Dit gebeurt in de IVF-kliniek van Amsterdam UMC, locatie VUmc. Uw arts zal deze mogelijkheid met u bespreken. Het is overigens af te raden om tijdens de behandeling een kind te verwekken omdat zaad- en eicellen door de chemotherapie beschadigd worden. Goede anticonceptie blijft dus noodzakelijk.
Als gevolg van de chemotherapie kunt u minder zin in vrijen hebben. De vermoeidheid kan nog lang na de behandeling aanhouden. Meestal komt de zin in vrijen na de behandeling geleidelijk terug.
Vrouwen
Bij een vrouw kunnen de eierstokken tijdelijk of blijvend beschadigd raken. Deze produceren daardoor minder hormonen. De vaginawand kan dunner en kwetsbaarder worden met als mogelijke gevolgen jeuk, verminderde vochtproductie, afscheiding en een branderig gevoel tijdens en na de geslachtsgemeenschap. Als u nog niet in de overgang bent kan de menstruatie uitblijven en kunt u overgangsklachten krijgen.
Mannen
De meeste mannen blijven in staat om een erectie te krijgen gedurende de behandeling. Soms is dit vlak na de kuur wat moeilijker. Daarnaast kan de zaadproductie verminderd zijn. Bij het vrijen merkt u daar niks van.
|
Wat kunt u doen? Forceer niets en licht uw partner in over de effecten van de kuur op seksualiteit en vruchtbaarheid. Voor meer informatie: kijk op de website van KWF Kankerbestrijding onder: ‘Kanker en seksualiteit’. Met vragen over seksualiteit kunt u terecht bij uw zorgverleners in het ziekenhuis. Ook zijn er andere mogelijkheden voor vragen, advies en begeleiding omtrent problemen bij seksualiteit. |
Chemotherapie en uitscheidingsproducten
Direct contact met cytostatica of uitscheidingsproducten daarvan kan voor anderen schadelijk zijn voor de gezondheid. Dit geldt speciaal voor hen die dagelijks met chemotherapie werken en is niet van toepassing voor uw naasten. Ga intimiteit dus vooral niet uit de weg!
Onder direct contact verstaan we huidcontact met het (opgeloste) cytostaticum of contact met uitscheidingsproducten.
- In urine, ontlasting, drain- en wondvocht, transpiratievocht en bloed kunnen nog geruime tijd resten van cytostatica voorkomen.
- Braaksel is alleen risicovol als de chemotherapie als tablet, capsule of drank is ingenomen, en dan tot 2 uur na inname.
- Er is onvoldoende onderzoek verricht om een uitspraak te kunnen doen over de aanwezigheid van resten chemotherapie in sperma en vaginaalvocht.
- De periode waarin uitscheidingsproducten als risicovol bestempeld moeten worden is voor cisplatin 7 dagen.
|
Wat kunt u doen? Voorkom verspreiding van resten chemotherapie in uitscheidingsproducten door spetteren of morsen. Urine en ontlasting kunnen via het riool geloosd worden; u kunt (thuis) dus gewoon het toilet gebruiken.
|
Impact van kanker
De diagnose en behandeling van kanker vragen lichamelijk, geestelijk en emotioneel veel van patiënten. Het ziekte- en behandeltraject kan gepaard gaan met onder andere angst, somberheid, boosheid, machteloosheid, teleurstelling, druk op relaties of lichamelijke beperkingen. Tevens kan de ziekte gevolgen hebben ten aanzien van uw beroep en/of uw financiële situatie.
|
Wat kunt u doen? Er bestaat geen antwoord op de vraag hoe je het beste met kanker kunt leven. Iedereen verwerkt het hebben van kanker op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Soms lukt dit met hulp van familie en vrienden. Ook kan hulp en begeleiding wenselijk zijn, dan is aanvullende psychosociale hulp vanuit Amsterdam UMC mogelijk. U kunt een verwijzing aan uw behandelaar vragen voor medisch maatschappelijk werk, geestelijke verzorging of de psychologie. Naast de hulpverlening in het ziekenhuis zijn er in Nederland verscheidene inloophuizen voor patiënten met kanker en hun naasten. Via internet kunt u kijken voor een inloophuis in uw woonomgeving. Tot slot vinden sommige patiënten het contact met lotgenoten prettig voor het delen van ervaringen en gevoelens omtrent het ziekte- en behandeltraject. U kunt lotgenotencontact zoeken via de verwijsgids van het IKNL op internet. |
AYA (adolescents and young adults) – zorg
AYA-zorg is leeftijdsspecifieke zorg voor jongvolwassenen, tussen de 18 tot 39 jaar, gediagnosticeerd met kanker. De zorg richt zich op alle aspecten die spelen in het leven van deze jongvolwassenen. Denk aan vragen over ziekte en behandeling, maar ook over sporten, opleiding, werk, het kopen van een huis, zelfstandigheid, relaties, vruchtbaarheid en seksualiteit. De vraag ‘Wie ben jij en wat heb jij nodig’ staat binnen AYA-zorg centraal.
In Amsterdam UMC, locatie VUmc en AMC zijn er AYA-spreekuren waarbij zorg wordt verleend door het AYA-team. Het AYA-team bestaat uit diverse disciplines: verpleegkundige (specialist), medisch specialist, fysiotherapeut, dietist, medisch maatschappelijk werk en een psycholoog.
Via uw behandelaar kunt u als jongvolwassene een doorverwijzing krijgen voor AYA-zorg.
Meer informatie
Meer informatie over uw ziekte en de behandeling vindt u op de volgende websites:
Voor informatie en lotgenotencontact kunt u ook terecht bij de volgende patiëntenvereniging:
- Patiëntenvereniging HOOFD-HALS
- https://pvhh.nl
- e-mail: info@pvhh.nl
- telefoon: 030 232 14 83
Wanneer contact met Amsterdam UMC locatie VUmc?
Bij een behandeling met deze kuur kunnen zich dus diverse bijwerkingen voordoen. Deze kunnen vervelend zijn, maar vormen niet altijd reden tot ongerustheid. Uiteraard staat u niet alleen. U kunt rekenen op hulp en steun van het ziekenhuis. Met vragen of problemen kunt u altijd bij ons terecht. Doet zich iets ongewoons voor, dat u niet vertrouwt, aarzelt u dan niet om contact op te nemen.
Neem in ieder geval contact op bij:
- ernstige huidafwijkingen, wonden en branderige pijn aan de ogen
- koorts (temperatuur boven 38.5ºC)
- koude rillingen
- spontane blauwe plekken
- aanhoudend bloedverlies
- aanhoudende diarree
- pijnlijke/harde/uitblijvende ontlasting
- ontstoken mondslijmvlies
- aanhoudend braken
- onvoldoende/niet kunnen eten en/of drinken
- toenemende pijn
- bij elk ander nieuw verschijnsel waarvan u denkt dat het belangrijk kan zijn.
Wie kunt u bellen indien u contact moet opnemen of vragen heeft?
- Administratie polikliniek
- Alle vragen binnen kantooruren
- werkdagen van 9.00 – 16.00 uur
- telefoon: (020) 444 05 22
- Verpleegafdeling 3C, medische oncologie, locatie VUmc
- Alle vragen over (her)opname en overige vragen buiten kantooruren
- telefoon: (020) 444 21 31