Deze folder schetst een beeld van een behandeling met de CAPOX/Trastuzumab kuur, welke bestaat uit Capecitabine, Oxaliplatin en Trastuzumab. Hoe gaat zoiets in zijn werk? Wat gebeurt er met uw lichaam? Wat zijn de bijwerkingen en hoe kunt u daar het beste mee omgaan?
Waarom chemotherapie?
Het doel van de chemotherapie is om kankercellen in het hele lichaam te vernietigen. Kankercellen zijn sneldelende cellen, net zoals slijmvlies-, haar- en bloedcellen. Chemotherapie is een celdodend middel en heeft invloed op alle sneldelende cellen in het gehele lichaam. Deze gezonde cellen herstellen aanzienlijk sneller dan kwaadaardige cellen, hier maakt de chemotherapie gebruik van en daarom wordt de behandeling volgens een bepaald schema gegeven.
Het verschilt per persoon hoe u op de behandeling gaat reageren. Maak het bespreekbaar met uw behandelaar als u last krijgt van bijwerkingen. De mate van bijwerkingen zegt niets over het resultaat van de behandeling.
Voor start van de chemotherapie is het belangrijk dat u lichamelijk in staat bent om chemotherapie te krijgen. Een van de voorwaarden om chemotherapie te kunnen krijgen is dat uw bloedwaarden binnen bepaalde waarden vallen. De chemotherapie heeft namelijk invloed op de aanmaak van bloedcellen in het beenmerg. Via het laboratorium worden deze waardes gecontroleerd. Als de bloedwaardes niet voldoende zijn, of andere klachten aanwezig zijn, kan dit een bezwaar zijn voor de toediening van de chemotherapie. Uw behandelaar beoordeelt dit.
Capecitabine, Oxaliplatin en Trastuzumab
Deze kuur is een behandeling bij bepaalde vormen van maag- en slokdarmkanker. De kuur bestaat uit 2 verschillende middelen met celdodende eigenschappen (cytostatica): Capecitabine (Xeloda) en Oxaliplatin, gecombineerd met Trastuzumab (Herceptin). Dit middel behoort tot een monoklonaal antilichaam. Dit is een doelgerichte kankerremmende stof ('targeted therapy'). Het kan aan onderdelen van een kankercel vast gaan zitten en deze daardoor onschadelijk maken. De behandeling wordt 1 keer per 3 weken gegeven.
Naast de celdodende middelen krijgt u nog enkele andere medicijnen. Deze dienen ter ondersteuning van de behandeling, bijvoorbeeld om de bijwerkingen te beperken.
Hoe wordt de kuur gegeven?
2 middelen worden gegeven via de bloedbaan met behulp van een perifeer infuus. De verpleegkundige verzorgt de toediening.
Op dag 1 krijgt u de Trastuzumab en Oxaliplatin en van dag 1 t/m dag 14 slikt u ’s ochtends en ’s avonds de voorgeschreven hoeveelheid Capecitabine tabletten. Bij de eerste toediening van Trastuzumab, die 1½ uur duurt, ontvangt u een hogere dosis dan bij de vervolgtoedieningen, die in 30 minuten worden gegeven. We noemen de eerste toediening de ‘oplaaddosis’.
De tweede kuur begint in principe op dag 22 (3 weken na dag 1).
|
Medicatie |
Toedieningswijze |
1 x per 3 weken |
|||||
|
Dagen/dag cycli |
|||||||
|
Chemotherapie |
1 |
2 |
3 |
4 |
5-14 |
15-21 |
|
|
Trastuzumab* |
Infuus in 30 minuten |
✓ |
|||||
|
Oxaliplatine |
Infuus in 2 uur |
✓ |
|||||
|
Capecitabine |
Tabletten (dag 1-14) 2x per dag |
✓ |
✓ |
✓ |
✓ |
✓ |
|
|
Anti – misselijkheid |
|||||||
|
Dexamethason |
Infuus |
✓ |
|||||
|
Ondansetron |
infuus |
✓ |
|||||
|
Anti – misselijkheid thuis |
|||||||
|
Metoclopramide |
Tablet of zetpil |
✓ |
✓ |
✓ |
|||
* Eerste keer is een oplaaddosis, deze duurt 1½ uur
Welke bijwerkingen kunnen optreden?
Het is moeilijk te voorspellen hoeveel last u heeft van de chemotherapie. Sommige patiënten merken weinig van de bijwerkingen. Anderen voelen zich een paar dagen niet lekker, of zijn echt ziek. In het volgende deel van deze tekst volgen de meest voorkomende bijwerkingen. Ze zijn gekoppeld aan manieren om ze te verzachten of voorkomen.
Minder eetlust en misselijkheid
Het kan zijn dat u tijdens en na de kuur, een dag of een aantal dagen minder trek heeft. Soms verandert de smaak, waardoor plotseling bepaald voedsel niet lekker meer smaakt of tegenstaat. Daarnaast kan misselijkheid optreden. Soms zo erg, dat u moet overgeven. Gedurende de opname krijgt u medicijnen tegen de misselijkheid: Ondansetron (Zofran) en Dexamethason. Deze medicijnen krijgt u via het infuus. U mag daarnaast Metoclopramide zo nodig innemen, dit kan zowel via het infuus als in tabletvorm of zetpil.
Wat kunt u doen?
U krijgt medicijnen tegen misselijkheid mee via de apotheek van het ziekenhuis, op recept of er wordt een recept naar uw apotheek gefaxt voor Metoclopramide (Primperan®).
Wanneer u weer thuis bent kunt u Metoclopramide zo nodig tot 3 keer per dag gebruiken.
Wanneer u ondanks Metoclopramide-gebruik de misselijkheid onvoldoende onder controle krijgt kan in overleg met uw behandelaar het beleid worden aangepast. Wat u verder tegen misselijkheid kunt doen: zoek een rustige, frisse omgeving op. Vermijd lichtprikkels en extreme geuren (kookluchtjes, parfum). Probeer zoveel mogelijk rechtop te zitten. Vooral na de maaltijd is dit van belang (30 tot 40 minuten). Draag comfortabele, ruim zittende kleding. Gebruik regelmatig kleine maaltijden, eet niet te vet, te warm of te sterk gekruid voedsel. Drink in ieder geval goed, ten minste 2 liter per dag. Sommige mensen vinden koolzuurhoudende drankjes prettig. Bij aanhoudende misselijkheid kan het verlichting geven wanneer u ieder uur enkele hapjes koude yoghurt (zonder suiker) neemt.
U kunt naar de folder “Goede voeding bij kanker” vragen. Eventueel kunt u zich laten adviseren door een diëtiste van het ziekenhuis. Uw behandelaar kan hiervoor een verwijzing regelen.
Bijwerkingen medicijnen tegen misselijkheid
Ondansetron (Zofran®) heeft als belangrijkste bijwerking obstipatie (verstopping).
Dexamethason kan een gevoel van gejaagdheid of nervositeit teweeg brengen. Ook slapeloosheid en een hongergevoel komen voor. Tevens kan uw gezicht een rode kleur krijgen. Daarnaast kan dexamethason invloed hebben op uw stemming. Somberheid of opgewektheid, in een mate die u niet van uzelf gewend bent, kunnen voorkomen. Uw lichaam kan vocht vasthouden in de weefsels met als gevolg gewichtstoename. Ook kunt u hierdoor een “voller” gezicht krijgen.
Uw bloedsuikerspiegel kan gaan schommelen; dit uit zich in een gevoel van dorst en veel plassen.
Metoclopramide (Primperan®) heeft als belangrijkste bijwerking sufheid en vermoeidheid en heeft daardoor een negatieve invloed op uw rijvaardigheid. Ook kunnen een onrustig of gejaagd gevoel en trekkingen in gezicht- en nekspieren optreden (zelden).
Wat kunt u doen?
Houd uw ontlastingspatroon in de gaten. Pas eventueel uw voeding aan (vezelrijk) en drink ten minste 2 liter op een dag. Indien nodig krijgt u van uw behandelaar een recept voor een laxeermiddel om verstopping te voorkomen. Verstopping herkent u onder andere aan uitblijvende of harde ontlasting.
Meld het dorstgevoel: uw bloedsuikerspiegel kan zo nodig gecontroleerd worden.
Na het staken van de medicatie verdwijnen deze bijwerkingen.
Invloed op het beenmerg
De chemokuur beïnvloedt niet alleen de remming van kankercellen, maar ook de productie van andere sneldelende cellen, zoals in het beenmerg:
- erytrocyten (rode bloedlichaampjes): zorgen voor zuurstoftransport in het lichaam. Een tekort leidt tot bloedarmoede. Klachten van moeheid, duizeligheid, bleek zien en/of kortademigheid kunnen optreden. Bij een tekort aan rode bloedlichaampjes kan de behandelaar besluiten tot een bloedtransfusie.
- leukocyten (witte bloedcellen): spelen een rol bij de afweer. Onvoldoende leukocyten in het bloed leidt tot een verminderde weerstand. U bent dan sneller vatbaar voor infecties. Mocht u koorts krijgen dan kunt u na overleg met uw behandelaar mogelijk antibiotica krijgen.
- trombocyten (bloedplaatjes): van belang voor de bloedstolling. Een laag trombocytengetal geeft een verhoogde kans op bloedingen. Dat is bijvoorbeeld te merken aan “blauwe plekken” of een spontane bloedneus. Bloedplaatjes kunnen indien nodig toegediend worden via een transfusie.
Tijdens de behandeling wordt uw bloed regelmatig gecontroleerd. Een kuur kan pas gegeven worden als het beenmerg voldoende hersteld is. Soms kan de bloeduitslag reden zijn voor de behandelaar om (een deel van) de behandeling uit te stellen.
Wat kunt u doen?
Zelf kunt u geen invloed uitoefenen op het herstel van het beenmerg, ook niet door voeding.
Wel is het verstandig contact met verkouden of grieperige mensen te vermijden. Als u denkt dat u verhoging of koorts heeft, controleer dan uw temperatuur. Tekenen van koorts kunnen zich bijvoorbeeld uiten in koude rillingen of een onwel gevoel. Neem bij koorts (temperatuur boven 38.5oC met een oorthermometer of via de anus gemeten) altijd contact op met de afdeling medische oncologie.
Tintelingen en kramp
Oxaliplatin kan een tintelend of doof gevoel in de vingers en tenen veroorzaken. Soms kan dit gepaard gaan met kramp. Ook in het strottenhoofd kan tijdens de toediening en tot enkele uren erna kramp optreden. Dit kan een vervelend gevoel van vernauwing in de keelholte teweeg brengen hoewel er geen werkelijke vernauwing optreedt. Deze gevoelens kunnen worden versterkt of uitgelokt door kou.
Wat kunt u doen?
Vermijd temperatuurverschillen tijdens en na de toediening van de chemokuur. Drink geen koude dranken. Zorg dat de handen en voeten lekker warm blijven. Let vooral ’s winters op dat u bij het verlaten van het ziekenhuis geen koude lucht inademt: wikkel een sjaal om mond en neus en adem daar doorheen.
Treden deze gevoelens op tijdens de toediening, meld dit dan aan uw verpleegkundige. In overleg met de behandelaar kunnen krampen met medicatie bestreden worden. Heeft u thuis last van tintelingen en/of kramp, meld dit dan bij uw bezoek aan de behandelaar. Als u er teveel hinder van ondervindt kunt u natuurlijk ook telefonisch contact opnemen
Matige haaruitval
Complete kaalheid als gevolg van de kuur zal niet optreden. Wel is het mogelijk dat het haar wat dunner en brosser wordt. Deze haaruitval is van tijdelijke aard en zal overgaan wanneer de behandeling stopt.
Wat kunt u doen?
Het is te overwegen om aan het begin van de behandeling het haar kort te laten knippen zodat u minder last zult hebben van de uitvallende haren. Er is inmiddels veel keuze om een kaal hoofd op een modieuze wijze en naar uw eigen stijl ‘aan te kleden’. Als het haar dunner wordt kunt u bijvoorbeeld een pet of een hoed opzetten. Wees tijdens de behandeling voorzichtig met uw haar. Verven of permanenten wordt afgeraden.
Ook kunt u de aanschaf van een pruik overwegen. Zo nodig kunt u van uw behandelaar een machtiging voor een vergoeding van een pruik krijgen. Deze machtiging kunt u bij uw ziektekostenverzekeraar inleveren. De kapsalon van Amsterdam UMC heeft veel ervaring met pruiken. Ook kunt u terecht bij Pruikenthuiszorg Nederland: www.pruikenthuiszorg.nl.
Voor meer informatie zie o.a. de websites: www.Mooihoofd.nl en www.hatsjiekidee.nl.
Invloed op de slijmvliezen
Onder invloed van de chemotherapie kunnen uw slijmvliezen in de mond en het maag-darm-stelsel beschadigd raken. Uw mond wordt droog en gevoelig, het mondslijmvlies ziet rood. Door een verminderde afweer kunnen het tandvlees en het slijmvlies gaan ontsteken en er kunnen blaartjes ontstaan. De mond wordt droog als gevolg van minder speekselproductie, de kans op cariës neemt daardoor toe. Er kunnen kloofjes ontstaan in de lippen en de mondhoeken.
Wanneer de slijmvliezen in het maag-darm-stelsel beschadigd zijn, kunt u last krijgen van diarree.
Wat kunt u doen?
Verzorg de mond na iedere maaltijd. Gebruik een zachte tandenborstel, tandpasta met fluoride en houten tandenstokers. Ga voorzichtig met het tandvlees om. Verwijder eenmaal daags zorgvuldig alle tandplak, ook uit de ruimte tussen de tanden, door uw tanden te poetsen en hulpmiddelen als ragers en tandenstokers te gebruiken.
Verzorg ook het slijmvlies door de mond 6-8 maal per dag krachtig te spoelen en te gorgelen met een zoutoplossing (1 afgestreken theelepel zout op een grote mok water of een kant en klare nacl-oplossing). Heeft u een gebitsprothese, dan is het belangrijk dit ook schoon te maken en deze bij het spoelen uit te doen, zodat de hele mond goed schoon wordt. Voorkom kloofjes door lippen en mondhoeken vet te houden. Moet u naar de tandarts, vertel dan dat u een behandeling met chemotherapie ondergaat. Dit kan betekenen dat sommige tandheelkundige ingrepen beter even kunnen wachten.
Bij diarree is het belangrijk goed te blijven drinken (minimaal 2,5 liter per dag). Het zoutgehalte in uw lichaam kan door het vochtverlies verstoord raken. U kunt dit op peil houden door 2 tot 3 maal per dag een zakje ORS (oral rehydration salts) van Nutricia te gebruiken, mits dit geadviseerd wordt door uw behandelaar. U kunt dit kopen bij de drogist of apotheek. Vermijd sterk gekruid voedsel, uien, kool e.d. Neem daarentegen wel vezels (bruin brood e.d.) Dit zorgt er voor dat u minder vocht verliest. Neem direct contact op met uw behandelaar als u niet meer kunt drinken of uw medicijnen niet kunt innemen. Ook wanneer de diarree langer aanhoudt dan 24 uur moet u contact opnemen met de afdeling medische oncologie.
Huidafwijkingen door Capecitabine
De handen en voeten kunnen er tijdens de behandeling rood en gezwollen uitzien en kunnen pijnlijk, tintelend of doof aanvoelen. De huid kan schilferen en er kunnen zweren of blaren op de huid ontstaan.
Bij de meeste mensen zijn de symptomen mild verdwijnen binnen 1 of 2 weken. Soms zijn de symptomen ernstiger en zijn medicijnen nodig.
Wat kunt u doen?
Verzorg uw huid goed. Gebruik ongeparfumeerde verzorgingsproducten zonder alcohol. Douche kort met niet te warm water. Nat scheren wordt afgeraden. Reinig de scheerkoppen van een elektrisch scheerapparaat regelmatig met alcohol 70%.
Zonlicht verergert de huidafwijkingen, vermijdt daarom direct zonlicht. Draag een hoed of pet om uw gezicht te beschermen, ook bij bewolkt weer. Gebruik ongeparfumeerde zonnebrandcrème of sunblock op waterbasis.
Bij jeuk of heftige huidafwijkingen zal uw behandelaar de huidarts in consult vragen.
Ook hier geldt: drink 1½ tot 2 liter vocht op een dag.
Droge huid, huidkloven
De huid kan rood en schilferig worden, kloven kunnen ontstaan aan de vingertoppen, tenen, ellebogen en hielen. Vooral bij koud winterweer droogt de huid uit. Deze bijwerkingen kunnen na de eerste 4 weken van de behandeling ontstaan.
Wat kunt u doen?
Bescherm uw huid bij koud weer met warme kleding en handschoenen. Draag geen knellende kleding of schoenen.
Verzorg uw huid goed. Gebruik bij een droge huid wel een vette crème. Draag bij huishoudelijk werk katoenen handschoenen waar overheen rubber handschoenen om uw handen te beschermen tegen vocht en schoonmaakmiddelen. Katoenen handschoenen zijn verkrijgen bij de apotheek. Voorkom wondjes.
Ook bij kloven kan de huidarts in consult gevraagd worden.
Invloed op het hart
De behandeling die u krijgt, bevat een medicijn wat invloed kan hebben op de spiercellen van het hart. De spiercellen kunnen beschadigd raken, waardoor de werking van de hartspier kan afnemen. Uw hart heeft dan een verminderde pompkracht of klopt onregelmatig. Deze bijwerking hangt af van de totale hoeveelheid van dit medicijn, die per behandeling en per patiënt verschillend is.
Wat kunt u doen?
Als u een van de volgende klachten heeft, neem dan contact op met uw behandelaar:
- extreme vermoeidheid bij lichamelijke inspanning
- pijn de borst
- kortademigheid
- hartbonzen (vooral ‘s nachts), een onregelmatige hartslag of een erg snelle hartslag
- vocht vasthouden in de benen (dikke enkels, onderbenen).
Invloed op de bloedvaten
Irritatie kan ontstaan rond en/of boven de insteekopening van het infuus. Dit wordt veroorzaakt door de prikkelende werking van de middelen op de wand van het vat. Het bloedvat kan ontstoken raken. De huid kan rood worden en het vat kan hard en pijnlijk aanvoelen.
Wat kunt u doen?
Wissel zo mogelijk de plaats van toediening af, zodat het bloedvat de kans krijgt te herstellen. Ontstaan thuis pijnklachten dan kan een verband, dat u met water vochtig en koel houdt, verlichting geven. Vaak verdwijnen de klachten vanzelf. Het is belangrijk deze klachten te melden voor de volgende toediening.
Benauwdheidsklachten
Binnen enkele uren na toediening van de Trastuzumab kunnen benauwdheidklachten ontstaan. Dit komt echter zelden voor.
Wat kunt u doen?
De benauwdheidklachten verdwijnen meestal weer vanzelf, zonder dat er een behandeling voor nodig is. Wanneer de klachten blijven aanhouden, neem dan contact op met uw behandelaar of de afdeling oncologie.
Griepachtige verschijnselen
Op de dag van toediening van de Trastuzumab kunnen zich griepachtige verschijnselen voordoen. Deze verschijnselen zijn: koorts, hoofd-, rug- en spierpijn, slapte, weinig eetlust, hoesten, verkoudheid, transpireren en slapeloosheid. Als er koorts optreedt, gebeurt dit 2-6 uur na de toediening.
Wat kunt u doen?
Voor de koorts kunt u eventueel een paracetamol tablet innemen (max. 6x per dag 500 mg). Houd bij koorts uw temperatuur in de gaten. Neem bij aanhoudende koorts contact op met uw behandelaar of de afdeling medische oncologie.
Vermoeidheid en lusteloosheid
Onder invloed van de chemotherapie kunt u zich moe en futloos voelen. Slap, tot niks in staat. Soms begint dit al bij het begin van de behandeling, soms pas later. De vermoeidheid/ lusteloosheid kan lang aanhouden, ook als de behandeling achter de rug is.
Wat kunt u doen?
Wanneer u last krijgt van directe slaperigheid, dient u niet deel te nemen aan het verkeer. Zorg ervoor dat er iemand anders is die u naar huis kan brengen of neem een taxi.
Probeer een balans te vinden tussen rust en beweging. Forceer niets en luister naar de stem van uw lichaam. Neem rust indien nodig en probeer vooraf hulp te regelen voor boodschappen en dergelijke.
Wel is uit onderzoek gebleken dat bewegen bijdraagt aan een betere lichamelijke en geestelijke gezondheid. Het leidt tot een hogere levenskwaliteit, het minder ervaren van klachten en het versnelt uw herstel na chemotherapie. Denk bij bewegen aan fietsen, wandelen of naar de sportschool gaan. Het is dus belangrijk niet inactief te worden. Zie voor tips hieromtrent de KWF-folder “Vermoeidheid na kanker”. Voor ondersteuning bij bewegen tijdens en/of na uw behandeling kunt u bij uw behandelaar een verwijzing vragen voor fysiotherapie.
Effect op seksualiteit en vruchtbaarheid
De behandeling kan de vruchtbaarheid aantasten. Soms herstelt deze zich weer, maar helaas kan dit ook van blijvende aard zijn. Het verlies van de vruchtbaarheid kan een probleem zijn wanneer er een kinderwens is.
Het is overigens af te raden om tijdens de behandeling een kind te verwekken omdat zaad- en eicellen door de chemotherapie beschadigd worden. Goede anticonceptie blijft dus noodzakelijk.
Als gevolg van de chemotherapie kunt u minder zin in vrijen hebben. De vermoeidheid kan nog lang na de behandeling aanhouden. Meestal komt de zin in vrijen na de behandeling geleidelijk terug.
Bij een vrouw kunnen de eierstokken tijdelijk of blijvend beschadigd raken. Deze produceren daardoor minder hormonen. De vaginawand kan dunner en kwetsbaarder worden met als mogelijke gevolgen jeuk, verminderde vochtproductie, afscheiding en een branderig gevoel tijdens en na de geslachtsgemeenschap. Als u nog niet in de overgang bent kan de menstruatie uitblijven en kunt u overgangsklachten krijgen.
De meeste mannen blijven in staat om een erectie te krijgen gedurende de behandeling. Soms is dit vlak na de kuur wat moeilijker. Daarnaast kan de zaadproductie verminderd zijn. Bij het vrijen merkt u daar niks van.
Wat kunt u doen?
Forceer niets en licht uw partner in over de effecten van de kuur op seksualiteit en vruchtbaarheid. Voor meer informatie: KWF-folder ”Kanker en seksualiteit”. Met vragen over seksualiteit kunt u terecht bij uw zorgverleners in het ziekenhuis. Ook zijn er andere mogelijkheden voor vragen, advies en begeleiding omtrent problemen bij seksualiteit.
Chemotherapie en uitscheidingsproducten
Direct contact met cytostatica of uitscheidingsproducten kan voor anderen schadelijk zijn voor de gezondheid. Dit geldt speciaal voor hen die dagelijks met chemotherapie werken en niet voor uw naasten. Ga intimiteit dus vooral niet uit de weg. Onder direct contact verstaan we huidcontact met het (opgeloste) cytostaticum of contact met uitscheidingsproducten.
In urine, ontlasting, drain- en wondvocht, transpiratievocht en bloed kunnen nog geruime tijd resten van cytostatica voorkomen. Braaksel is alleen risicovol als de chemotherapie als tablet, capsule of drank is ingenomen, en dan tot 2 uur na inname.
Er is onvoldoende onderzoek verricht om een uitspraak te kunnen doen over de aanwezigheid van resten chemotherapie in sperma en vaginaalvocht.
De periode waarin uitscheidingsproducten als risicovol bestempeld moeten worden is voor beide middelen 7 dagen.
Wat kunt u doen?
Voorkom verspreiding van resten chemotherapie in uitscheidingsproducten door spetteren of morsen. Urine en ontlasting kunnen via het riool geloosd worden; u kunt (thuis) dus gewoon het toilet gebruiken. Aan mannen het advies om zittend te plassen. Druppels kunt u met toiletpapier verwijderen. Voordat u doortrekt dient u het deksel naar beneden te doen om spatten te voorkomen. Is er sprake van wondverzorging of incontinentie vraag dan de folder “Cytostatica en uitscheidingsproducten”.
Impact van kanker
De diagnose en behandeling van kanker vragen lichamelijk, geestelijk en emotioneel veel van mensen. Het ziekte- en behandeltraject kan gepaard gaan met onder andere angst, somberheid, boosheid, machteloosheid, teleurstelling, druk op relaties of lichamelijke beperkingen. Tevens kan de ziekte gevolgen hebben ten aanzien van uw beroep en/of uw financiële situatie.
Wat kunt u doen?
Er bestaat geen antwoord op de vraag hoe je het beste met kanker kunt leven. Iedereen verwerkt het hebben van kanker op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Soms lukt dit met hulp van familie en vrienden. Ook kan hulp en begeleiding wenselijk zijn, dan is aanvullende psychosociale hulp vanuit het Amsterdam UMC mogelijk. U kunt een verwijzing aan uw behandelaar vragen voor Medisch maatschappelijk werk, Geestelijke verzorging of de Psychologie.
Naast de hulpverlening in het ziekenhuis zijn er in Nederland verscheidene inloophuizen voor mensen met kanker. Via internet kunt u kijken voor een inloophuis in uw woonomgeving. Tot slot vinden sommige mensen het contact met lotgenoten prettig voor het delen van ervaringen en gevoelens omtrent het ziekte- en behandeltraject. U kunt lotgenotencontact zoeken via de verwijsgids van het IKNL op het internet.
AYA (adolescents and young adults) – zorg
AYA-zorg is leeftijdsspecifieke zorg voor jongvolwassenen, tussen de 18 tot 39 jaar, gediagnosticeerd met kanker. De zorg richt zich op alle aspecten die spelen in het leven van deze jongvolwassenen. Denk aan vragen over ziekte en behandeling, maar ook over sporten, opleiding, werk, het kopen van een huis, zelfstandigheid, relaties, vruchtbaarheid en seksualiteit. De vraag ‘Wie ben jij en wat heb jij nodig’ staat binnen AYA-zorg centraal. In het Amsterdam UMC, locatie VUmc en AMC zijn er AYA-spreekuren waarbij zorg wordt verleend door het AYA-team. Het AYA-team bestaat uit diverse disciplines: verpleegkundige (specialist), medisch specialist, fysiotherapeut, dietist, medisch maatschappelijk werk en een psycholoog.
Via uw behandelaar kunt u als jongvolwassene een doorverwijzing krijgen voor AYA-zorg.
Tot dusver genoemde folders:
van KWF Kankerbestrijding:
- Goede voeding bij kanker
- Vermoeidheid na kanker
- Seksualiteit en kanker
VUmc-folders:
- Cytostatica en uitscheidingsproducten
Daarnaast kunt u onderstaande folders opvragen van KWF Kankerbestrijding bij de verpleging :
- Chemotherapie
- Teamwerk
- Herstel en balans
Meer informatie is te vinden op/bij:
- www.KWFkankerbestrijding.nl
- www.allesoverchemotherapie.nl
- www.herstel-en-balans.nl
- www.verwijsgidskanker.nl
- www.ayazorgnetwerk.nl
Wanneer contact met het Amsterdam UMC locatie VUmc?
Bij een behandeling met deze kuur kunnen zich dus tal van ‘normale’ bijwerkingen voordoen. Deze kunnen vervelend zijn, maar vormen niet altijd reden tot ongerustheid. Uiteraard staat u niet alleen. U kunt rekenen op hulp en steun van het ziekenhuis. Met vragen of problemen kunt u altijd bij ons terecht. Doet zich iets ongewoons voor, dat u niet vertrouwt, aarzelt u dan niet om contact op te nemen.
Neem in ieder geval contact op bij:
- ernstige huidafwijkingen, wonden en branderige pijn aan de ogen.
- koorts (temperatuur boven 38,5ºC)
- koude rillingen
- spontane blauwe plekken
- aanhoudend bloedverlies
- aanhoudende diarree
- pijnlijke/harde/uitblijvende ontlasting
- ontstoken mondslijmvlies
- aanhoudend braken
- onvoldoende/niet kunnen eten en/of drinken
- toenemende pijn
- roodheid bij de PICC-lijn of port-a-cath
- bij elk ander nieuw verschijnsel waarvan u denkt dat het belangrijk kan zijn.
Wie kunt u bellen indien u contact moet opnemen of vragen heeft?
Administratie polikliniek
Werkdagen van 9.00 – 16.00 uur
Telefoon (020) 4440522
Alle vragen binnen kantooruren
Verpleegafdeling 3C, medische oncologie VUmc
Telefoon (020) 4442131
Alle vragen over (her)opname en overige vragen buiten kantooruren