Deze folder is bedoeld om u uit te leggen wat een borstamputatie is en waar u tijdens de gehele behandeling rekening mee moet houden. U vindt hier adviezen voor de operatie, hoe u zich op de operatie kunt voorbereiden tot en met de adviezen voor thuis.
Een borstamputatie
Bij de behandeling van een (kwaadaardige) afwijking van de borst zijn meestal twee opties mogelijk: een borstsparende operatie of een borstamputatie.
Borstsparend betekent dat alleen de afwijking wordt verwijderd en dat de rest van de borst behouden blijft. Bij een borstamputatie, ook wel ablatio genoemd, wordt de hele borst verwijderd.
De keuze voor een van de twee opties wordt gemaakt in overleg met uw arts en/of verpleegkundig specialist en is afhankelijk van uw persoonlijke voorkeur en medische omstandigheden zoals de grootte van de afwijking, agressiviteit en of het op meerdere plaatsen zit.
Een borstamputatie zonder een directe reconstructie is een operatie waarbij al het borstklierweefsel (met vet- en bindweefsel) inclusief de huid en tepel worden verwijderd. De onderliggende borstspieren blijven in principe intact. Indien er sprake is van borstkanker wordt deze operatie meestal gecombineerd met een schildwachtklierprocedure (zie hiervoor apart de folder schildwachtklierprocedure).
Een borstamputatie met reconstructie
Tijdens dezelfde operatie of na een eerdere amputatie kan een reconstructie van de borst worden verricht, waarbij per situatie gekeken wordt of de huid en tepel gespaard kunnen blijven. In gesprekken met uw behandelteam worden de diverse mogelijkheden met u besproken. Voor een borstamputatie met reconstructie is een specifieke folder gemaakt.
Adviezen en voorbereiding voor de operatie
Stoppen met roken
Wij adviseren u minimaal vier weken voor de operatie te stoppen met roken. Roken vergroot namelijk de kans op stoornissen in de wondgenezing en infecties.
Bewegen en sporten
Gedurende uw behandeling is het aan te raden om minimaal de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) aan te houden; 30 minuten per dag matig/intensief bewegen.
Op veel plekken in Nederland kunt u fysiotherapiepraktijken vinden met oncologische beweegprogramma’s en gespecialiseerde oncologiefysiotherapeuten. U kunt in het ziekenhuis waar u behandeld wordt, of aan uw huisarts, een verwijzing vragen naar het juiste adres. Er is een zorgzoeker beschikbaar waar fysiotherapiepraktijken in opgenomen zijn die beschikken over goede beweegprogramma’s gericht op mensen met kanker. Hiervoor kunt u kijken op www.onconet.nu.
Anesthesie (narcose)
De anesthesioloog uit het Flevoziekenhuis neemt voor de operatie telefonisch contact met u op. In dit telefoon gesprek zullen er vragen gesteld worden over u gezondheid en eventuele medicatie gebruik. Bent u 60 jaar of ouder dan wordt er in Amsterdam UMC bloed afgenomen en een hartfilmpje (ECG) gemaakt. De afspraak voor de anesthesiologie wordt door het Flevoziekenhuis voor u gemaakt.
De operatie
De verpleegkundige van de afdeling brengt u naar de operatieafdeling. De operatie duurt vaak één a twee uur en gebeurt onder algehele narcose. De narcose wordt toegediend via een infuus en werkt heel snel, meestal binnen enkele tellen. Van de operatie zelf merkt u dus niets.
De chirurg voert de operatie waar nodig samen met een plastische chirurg uit. Na de operatie wordt het verwijderde weefsel naar het pathologisch laboratorium gebracht voor nader onderzoek.
Een borstoperatie is lichamelijk gezien geen zware operatie. Ook vrouwen op hogere leeftijd kunnen de operatie veilig doorstaan. Echter, het is wel een ingrijpende gebeurtenis. Voorlichting, een goede voorbereiding op de behandeling en begeleiding zijn hierbij van groot belang. De verpleegkundigen van de mamma(borst)poli zijn uw aanspreekpunt in het behandeltraject.
De opname
U wordt meestal de dag van de operatie opgenomen op afdeling Heelkunde/chirurgie. In principe mag u de volgende dag weer naar huis, een enkele keer wordt de opname verlengd indien noodzakelijk.
U wordt na de operatie wakker in de uitslaapkamer waar u in de gaten wordt gehouden door verpleegkundigen. Om uw arm zit een band om de bloeddruk te kunnen meten. Aan uw vinger zit een soort knijpertje. Hiermee wordt het zuurstofgehalte in uw bloed gemeten. U heeft in uw arm een infuus.
Na een borstamputatie, en met name indien er een directe reconstructie heeft plaatsgevonden kan het zijn dat er tijdens de operatie één of twee dunne slangetjes (drains) in het wondgebied worden achtergelaten om het bloed en wondvocht of te voeren. Dit is noodzakelijk voor de wondgenezing. Hoe lang de drain blijft zitten verschilt per patiënt.
Als uw lichamelijke toestand stabiel is, gaat u van de uitslaapkamer terug naar de afdeling.
Mocht u na de operatie pijnklachten ervaren, dan kunt u dit het beste aan de verpleging doorgeven. Zij kunnen u dan goede pijnstilling geven. Thuis mag u paracetamol gebruiken tot maximaal 6 tabletten per dag.
Redenen om contact op te nemen
- koorts, hoger dan 38,5°C
- roodheid van de wond
- aanzienlijk bloedverlies via de littekens
- pijn
- aanhoudende misselijkheid
- problemen met de drain
- veel wondvocht in het littekengebied met klachten
- plotselinge aanzienlijk verdikking van het operatiegebied
- ongerustheid of twijfel
Mogelijke complicaties
Iedere ingreep geeft kans op complicaties. De meest voorkomende complicaties bij een borstoperatie zijn:
- Direct na de operatie kan er een nabloeding ontstaan. Soms is dan een tweede operatie noodzakelijk om de bloeding te verhelpen.
- Er kan een wondinfectie optreden. Deze complicatie treedt pas na meerdere dagen op. Hierbij kan koorts ontstaan, de wond kan pijnlijk zijn, en er kunnen roodheid, zwelling en pus optreden. In overleg met de chirurg wordt hiervoor een behandeling gestart, welke meestal uit antibiotica zal bestaan.
- Er kan zich wondvocht (seroom) ophopen onder het litteken. Dit is niet verontrustend. Is er veel vocht neem dan contact op met de mammapoli. Dit wondvocht kan een gespannen gevoel en klotsend geluid geven. Soms wordt het in overleg met de chirurg, verpleegkundig specialist of verpleegkundig consulent verwijderd. Het wegzuigen van het wondvocht gebeurt met een naald en opvangcontainer waarin het vocht wordt opgevangen. Dit is over het algemeen niet pijnlijk. Wondvocht is niet hetzelfde als lymfoedeem. Het is een ander soort vocht. Ook geeft de aanwezigheid van wondvocht geen verhoogde kans op lymfoedeem.
- Optreden van een ‘Frozen Shoulder’ doordat men de arm en schouder onvoldoende beweegt i.v.m. pijnklachten aan de borst en/of oksel.
Wondverzorging/wondfolie
De wond is inwendig gehecht met oplosbare hechtingen. Na de operatie wordt de wond droog gelaten of afgedekt met een doorzichtig wondfolie, verband of trekpleisters. Na 24 uur mag u douchen en mag het eventuele verband verwijdert worden.
Het gebruik van zeep, deodorant, poeder of bodylotion in het wondgebied is sterk af te raden totdat de wond dicht is, in verband met het risico op huidirritatie.
Compressie/sport BH
Koop een goed zittende postoperatieve compressie-BH of sport-BH zonder beugels. Voorkeur met de sluiting aan de voorkant. De verpleegkundig consulent kan u adviseren welke BH in uw situatie passend is en waar u deze kunt aanschaffen. Het heeft de voorkeur om de BH dag en nacht te dragen tot aan het polibezoek 1 week na de operatie, mits dit comfortabel genoeg voor u is. Dit bevordert het herstel en voorkomt (toename) van vocht/seroom.
Uitwendige borstprothese
Vóór uw ontslag op de verpleegafdeling kan de verpleegkundige, als u dat wilt, een tijdelijke prothese aanmeten. Op de poli bij de controle afspraak informeert de verpleegkundig consulent u over de mogelijkheden voor een definitieve prothese en prothese BH’s.
Als de huid goed hersteld is na de operatie en eventuele nabehandeling, laat u een definitieve prothese aanmeten die past bij uw andere borst. De verpleegkundig consulent (mammacare) bespreekt met u wanneer hiervoor de geschikte periode is. Dit is afhankelijk van de mogelijke behandeling die u na de operatie nog moet ondergaan. Deze definitieve prothese bestaat uit siliconen, heeft de kleur van uw huid en wordt in de BH gedragen. U kunt ook voor een contactprothese kiezen, ook wel plakprothese genoemd. Deze kan worden gedragen een half jaar na de laatste nabehandeling.
Een prothese wordt voor een groot deel vergoed (tot een bepaald maximumbedrag) door de zorgverzekeraar. U heeft hiervoor een machtiging nodig. Deze krijgt u van de verpleegkundig consulent (mammacare).
Beperkingen en leefregels
Na een borstamputatie kunt u het beste de eerste twee weken wat rustiger aan doen. Dit houdt in geen zwaar huishoudelijk werk met repetitieve bewegingen (denk aan ramen lappen, tillen en stofzuigen) en/of bewegingen boven schouderniveau. Dit bevordert de wondgenezing en voorkomt toename van wondvocht. Verder heeft u geen beperkingen. U krijgt van de mammacare een eenvoudige oefening mee om een ‘Frozen Shoulder’ te voorkomen.
De uitslag
Ongeveer twee weken na de operatie zijn de uitslagen van het weefsel bekend. Aan de hand van de uitslagen wordt het behandelplan in de multidisciplinaire vergadering vastgesteld. Dit kan radiotherapie (bestraling), anti-hormonale therapie, immuuntherapie, chemotherapie of een combinatie hiervan zijn. De definitieve behandelkeuze maakt u samen met uw specialist tijdens het controlebezoek. Soms kan het nodig zijn om voor het definitieve plan nog een afspraak bij een ander specialisme te maken.
Ter informatie
Borstoperaties worden meestal gedaan in het Flevoziekenhuis, te Almere door een oncologisch chirurg van Amsterdam UMC en een arts uit het Flevoziekenhuis.
Bereikbaarheid
Afsprakenlijn
Voor het maken of wijzigen van uw poli afspraak of overige vragen, kunt u contact
opnemen met het algemene nummer van de polikliniek Heelkunde: 020 444 11 00.
Verpleegkundig telefonisch spreekuur
Voor een medisch-inhoudelijke vraag bij klachten of verandering van de medische situatie kunt u contact opnemen met de verpleegkundig consulent. Zij hebben maandag, dinsdag en donderdag van 10 uur tot 12 uur een verpleegkundig spreekuur waarvoor u dan een terugbelafspraak krijgt: 020 444 11 00 (met doorkiesnummer 1, 2, 4).
U kunt ook een bericht sturen via de mail: mammacare.info@vumc.nl.
Spoed
Heeft u klachten die niet kunnen wachten tot het eerstvolgende verpleegkundig spreekuur zoals:
- Tekenen van infectie: roodheid, zwelling, pijn, koorts (>38,5).
- Tekenen van nabloeding: forse zwelling, verkleuring en pijn.
Neem dan contact op met de (verpleegkundig) spoedlijn: 06-50087912.
De spoedlijn is bereikbaar van maandag t/m donderdag van 8:00 uur tot 16:00 uur
Buiten kantooruren kunt u bij spoed contact opnemen met de spoedeisende hulp:
020 44 43 636 (voor overleg met een dienstdoende arts van de chirurgie).
Bij spoedklachten na de operatie en na het plaatsen van een (tijdelijke) prothese vragen wij u contact op te nemen met de plastische chirurgie waar u bent geopereerd.