Deze folder schetst een beeld van de behandeling van borstkanker met doelgerichte therapie en chemotherapie.Hoe gaat zoiets in zijn werk? Wat gebeurt er met uw lichaam? Wat zijn de bijwerkingen van de verschillende middelen en hoe kunt u daar het best mee omgaan?
Waarom chemotherapie?
Chemotherapie Doxorubicine (Adriamycine®)/Cyclofosfamide (Endoxan®) en Paclitaxel (Taxol®) is de behandeling van kanker met medicijnen,zogenoemde cytostatica, die de celdeling remmen. Na toediening komen ze in het bloed terecht en worden zo door het lichaam verspreid en kunnen zij kankercellen vrijwel overal in het lichaam bereiken. Het hele lichaam wordt aangepakt, inclusief het gezonde deel. Maar de gezonde cellen herstellen zich aanzienlijk sneller dan de kwaadaardige. Daar maakt de chemotherapie gebruik van. Het is erop gericht om kwaadaardige cellen te vernietigen, met optimaal behoud van de gezonde cellen.
Voor het krijgen van chemotherapie moet het lichaam in goede conditie zijn. Vooral het bloedbeeld moet in orde zijn, met name de verschillende soorten bloedcellen die in het beenmerg worden aangemaakt (rode en witte bloedcellen en de bloedplaatjes). Daarom wordt tijdens de behandeling steeds uw bloed gecontroleerd. Als dat niet voldoende hersteld is, of als er andere klachten zijn die een bezwaar vormen voor de toediening van chemotherapie, kan de arts besluiten de kuur uit te stellen of de dosering van de chemotherapie te verlagen.
Het is moeilijk te voorspellen of u veel of weinig last van de chemotherapie ondervindt. Sommige mensen merken nauwelijks iets van bijwerkingen. Anderen voelen zich een paar dagen niet lekker, of zijn echt ziek. Ook kan het zo zijn dat u zich na de ene kuur goed voelt, en na de andere kuur meer klachten heeft. In de ‘rust’ tussen de kuren kunt u lichamelijk en geestelijk weer op krachten komen en voelt u zich aanzienlijk beter.
De behandeling in de praktijk
De kuur wordt gegeven via een infuus. De verpleegkundige verzorgt de toediening op de dagbehandeling, ziekenhuisopname is hiervoor niet nodig. Voor de therapie krijgt u steeds een afspraak op de dagbehandeling van de oncologie; deze bevindt zich op verdieping W4/W5, in hetzelfde gebouw als waar de polikliniek Oncologie zich bevindt (W7).
Uitscheiding
Urine, ontlasting, bloed, braaksel, wond- en drainvocht zijn lichamelijke uitscheidingsproducten. In dit vocht (excreta genoemd) kan de eerste dagen na de behandeling kleine resten chemotherapie aanwezig zijn. Dit kan schadelijk zijn voor de omgeving. De verwachting is dat de aanwezigheid van chemotherapie in sperma en vaginaal vocht minimaal is, het is niet nodig om intimiteit te vermijden.
Deel 1: uitscheiding na behandeling
- Doxorubicine: tot 6 dagen na de behandeling zijn er kleine resten chemotherapie aanwezig.
- Cyclofosfamide: tot 3 dagen na de behandeling zijn er kleine resten chemotherapie aanwezig.
Deel 2: uitscheiding na behandeling
- Paclitaxel: tot 2 dagen na de behandeling zijn er kleine resten chemotherapie aanwezig.
|
Wat kunt u doen?
|
Gevolgen voor vruchtbaarheid en ongeboren kind
Vrouwen wordt afgeraden om tijdens de behandeling, en in sommige gevallen ook in een bepaalde periode daarna, zwanger te worden. Dit komt doordat er gevaren kunnen zijn voor het ongeboren kind door de effecten van de behandeling.
Voor mannen is het niet altijd volledig bekend wat de gevolgen kunnen zijn als er tijdens (of in een periode na) de behandeling een zwangerschap ontstaat.
Daarnaast kan de behandeling van kanker invloed hebben op de vruchtbaarheid, zowel op korte als lange termijn. De mate van invloed hangt af van het type medicijnen, de combinatie van medicijnen, de dosering, het type kanker en de leeftijd van de patiënt.
|
Wat kunt u doen? Bespreek voor u begint met de behandeling wat dit in uw situatie betekent. Of en hoelang u maatregelen moet nemen om een zwangerschap te voorkomen. En wat de gevolgen kunnen zijn voor kinderwens in de toekomst. Is er een kinderwens? Bespreek dan met uw behandelend arts de mogelijkheid van invriezen van sperma of eicellen vóór het starten van de behandeling. |
Behandeling
De behandeling bestaat uit 2 delen. Het eerste deel bestaat uit 4x Doxorubicine en Cyclofosfamide 1x per 3 weken, gevolgd door 12x Paclitaxel wekelijks.
- Deel 1 duurt ongeveer 1 uur en 3 kwartier.
- Deel 2, wanneer u de paclitaxel krijgt, duurt 2 uur.
In sommige gevallen is een andere behandeling na de operatie nodig. De arts zal dat met u bespreken.
Behandelschema - deel 1
Doxorubicine(Adriamycine®)/Cyclofosfamide (Endoxan®)
|
Medicatie |
Dosering |
Toediening |
1x per 3 weken, 4 cycli |
||||
|
dag/dagen |
|||||||
|
Chemotherapie |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 - 21 |
||
|
Doxorubicine(Adriamycine®) |
125mg |
oraal |
✓ |
||||
|
Cyclofosfamide (Endoxan®) |
8mg |
via infuus |
✓ |
||||
|
Ondersteunende medicatie |
|||||||
|
Aprepitant(Emend®)* |
125mg |
oraal |
✓ |
||||
|
Ondansetron (Zofran®) |
8mg |
via infuus |
✓ |
||||
|
Dexamethason |
12mg |
✓ |
|||||
|
Ondersteunende medicatie Anti-emetica thuis |
|||||||
|
Aprepitant(Emend®) (* |
80mg 1x daags |
oraal |
✓ |
✓ |
|||
|
Metoclopramide |
10mg 3x daags z.n. |
oraal/rectaal |
✓ |
✓ |
✓ |
||
(* U krijgt recepten mee voor tabletten of zetpillen tegen misselijkheid. Het is verstandig
onderstaand schema te volgen, de misselijkheid is dan over het algemeen goed onder
controle.
- Dag 1, de dag waarop u de kuur krijgt, neemt u minstens 1 uur voor de start van de chemotherapie 1 tablet Aprepitant van 125mg in.
- Dag 2 en 3 neemt u in de ochtend 1 tablet Aprepitant 80mg in. Er zijn helaas geen
- Aprepitant zetpillen beschikbaar.
- Dag 2,3 en 4 kunt u tot 3 maal per dag een tablet Metoclopramide 10mg innemen.
- Als u tabletten niet goed verdraagt, kunt u om zetpillen vragen. De zetpil van Metoclopramide
- is 10mg en kunt u maximaal 3 maal daags gebruiken.
Behandelschema - deel 2
Paclitaxel (Taxol®)
|
Medicatie |
dosering |
toediening |
1 x per week ( 21 dagen), 4 cycli |
|||||||||||
|
dag/dagen cycli |
||||||||||||||
|
Chemotherapie |
1 |
2 |
3 |
4 |
8 |
9 |
10 |
11 |
15 |
16 |
17 |
18-21 |
||
|
Paclitaxel(Taxol®) |
via infuus |
✓ |
✓ |
✓ |
||||||||||
|
Ondersteunende medicatie |
||||||||||||||
|
Cetirizine* |
10 mg, 1 uur voor toediening |
oraal |
✓ |
✓ |
✓ |
|||||||||
|
Dexamethason* (dag 1) |
8 mg, 1 uur voor toediening |
oraal |
✓ |
|||||||||||
|
Dexamethason* (dag 8 en 15) |
kuur 1 dag 8: 4mg kuur 1 dag 15: 2mg daarna stop |
oraal |
✓ |
✓ |
||||||||||
|
Ondersteunende medicatie Anti–Emetica thuis |
oraal/ rectaal |
✓ |
✓ |
✓ |
✓ |
✓ |
✓ |
✓ |
✓ |
✓ |
||||
* Als u de cetirizine/dexamethason vergeten bent in te nemen en de Paclitaxel pas na 60-90 minuten gegeven wordt, alsnog oraal in nemen.
* Als u de cetirizine/dexamethason vergeten bent in te nemen en de Paclitaxel binnen 60-90 minuten gegeven wordt, i.v. toediening. Cetirizine wordt dan Clemastine 2 mg i.v.
Overgevoeligheidsreactie behandeling
Taxol wordt opgelost in het middel Cremophor®. Cremophor® kan in een enkel geval een overgevoeligheidsreactie veroorzaken. Dit kan de volgende klachten geven: bloeddrukdaling waardoor een gevoel van duizeligheid of flauwvallen kan ontstaan, benauwdheid, piepende ademhaling en huiduitslag.
|
Wat kunt u doen? U kunt zelf niets doen. In het ziekenhuis krijgt u vaak medicijnen om de reacties zoveel mogelijk te beperken (zoals paracetamol of een middel tegen misselijkheid).
|
Bijwerkingen van de medicatie om misselijkheid te voorkomen
- Aprepitant (Emend®) kan de volgende bijwerking geven
- soms:
- verminderde eetlust
- verstopping
- diarree
- maagklachten
- hik
- hoofdpijn
- vermoeidheid.
- zelden:
- plotselinge plaatselijke zwelling van keel, lippen, tong of gezicht, soms met benauwdheid, blaren in de mond, in de vagina, op de top van de penis, met ziek voelen en hoge koorts.
- In dit geval dient u direct contact op te nemen met uw oncoloog!
- Metoclopramide (Primperan®)
- Heeft als belangrijkste bijwerking sufheid en vermoeidheid en heeft daardoor een negatieve invloed op uw rijvaardigheid!
- Ook kunnen een onrustig of gejaagd gevoel en trekkingen in gezichts- en nekspieren optreden (zelden).
Bijwerkingen van de medicatie om een overgevoeligheidsreactie te voorkomen
- Dexamethason
Van dexamethason zijn in deze dosering in het algemeen geen bijwerkingen te verwachten. Enkele patiënten kunnen op de dag van toediening een onrustig gevoel en/of warmte of roodheid in het gezicht ervaren of een hongergevoel. Sommige patiënten hebben de nacht na de toediening van dexamethason last van slapeloosheid. Daarnaast kan dexamethason invloed hebben op uw stemming. Somberheid of opgewektheid in een mate die u niet van uzelf gewend bent, kunnen voorkomen. Ook kan uw lichaam vocht vasthouden in de weefsels met als gevolg gewichtstoename. Hierdoor kunt u een ‘voller’ gezicht krijgen.
-
- Indien u een gevoel van dorst heeft of veel moet plassen, kan dit komen door bloedsuikerspiegelschommelingen. Meld dit aan uw oncoloog.
- Cetirizine
Cetirizine kan een gevoel van slaperigheid en sufheid teweeg. In principe mag u gewoon autorijden, maar indien u erg veel last van slaperigheid, sufheid en/of duizeligheid heeft, wordt autorijden afgeraden.
|
Wat kunt u doen? Na de eerste kuren heeft u een idee hoe u op Cetirizine reageert, houd hier in uw planning rekening mee. Rij na een kuur niet zelf naar huis! |
Welke bijwerkingen kunnen optreden door de chemotherapie
Minder eetlust en misselijkheid
Veel mensen hebben minder trek tijdens de chemotherapie. Soms verandert de smaak, waardoor plotseling voedsel niet lekker meer kan smaken of zelfs tegenstaat. Misselijkheid kan optreden.
Om misselijkheidsklachten zo beperkt mogelijk te houden, kunt u gewenst medicatie innemen. De dag waarop de toediening plaats vindt, krijgt u via het infuus medicatie om misselijkheid te voorkomen. Metoclopramide (Primperan®) tabletten of zetpillen 10mg mag u bij klachten 3 keer per dag gebruiken, bij voorkeur een half uur voor de maaltijd. Indien de misselijkheidsklachten hierbij blijven aanhouden, neem dan contact op met uw behandelend arts of verpleegkundig specialist.
|
Wat kunt u doen?
|
Haaruitval
De behandeling die u krijgt, veroorzaakt haaruitval. De hoofdhuid kan ook gevoelig of zelfs pijnlijk worden. Niet alleen uw hoofdhaar, maar ook uw wenkbrauwen, wimpers, oksel-,
lichaams- en schaamhaar kunnen uitvallen.
Het uitvallen van veel haar tegelijk wordt door de meeste mensen als erg hinderlijk en confronterend ervaren. Uw haar van te voren kort knippen, kan dan helpen. In alle gevallen is het haaruitval ten gevolge van chemotherapietijdelijk.
U kunt overwegen een pruik te nemen. Bij de oncoloog kunt u een machtiging krijgen zodat u (een deel van) de kosten van de pruik kunt declareren bij uw verzekering. Het is aan te raden, voor het haar gaat uitvallen naar de kapper te gaan. Kleur en model van de pruik kunnen dan het beste op uw eigen haar worden afgestemd.
Er zijn ook alternatieven voor een pruik, bijvoorbeeld een mutsje, hoofddoek, pet of hoed. De oncologieverpleegkundige van de dagbehandeling kan u hier informatie over geven en voorbeelden van laten zien.
Aan het eind van de behandeling begint uw haar na ongeveer een maand weer te groeien. Meestal is er na enkele maanden weer een goed herstel van de haargroei. Wanneer uw haar weer aangroeit, kan het (vaak tijdelijk) verschil tonen met uw oorspronkelijke haar. Het kan anders zijn van kleur, sluiker zijn of juist meer slag hebben.
Invloed op aanmaak van bloedcellen
Chemotherapie beïnvloedt niet alleen de remming van kankercellen, maar ook de productie van andere snel delende cellen, zoals de cellen in het beenmerg waaronder de erytrocyten, trombocyten en leukocyten.
- Erytrocyten (rode bloedlichaampjes) zorgen voor zuurstoftransport in het lichaam. Een tekort leidt tot bloedarmoede. Klachten van moeheid, duizeligheid, bleek zien en/of kortademigheid kunnen optreden.
- Trombocyten (bloedplaatjes) zijn van belang voor de bloedstolling. Te weinig trombocyten geven een verhoogde kans op bloedingen. Dat is bijvoorbeeld te merken aan ’blauwe plekken’.
- Leukocyten (witte bloedcellen) spelen een rol bij de afweer. Onvoldoende leukocyten in het bloed leidt tot een verminderde weerstand. U bent dan sneller vatbaar voor infecties. Soms is het nodig dat u met antibioticum behandeld wordt.
|
Wat kunt u doen? Zelf kunt u geen invloed uitoefenen op het herstel van het beenmerg, ook niet door voeding. Heeft u klachten zoals hierboven beschreven, meldt ze dan aan uw oncoloog. Wat betreft een verminderde afweer kunt u, indien mogelijk contact met verkouden of grieperige mensen vermijden. Als u denkt dat u verhoging of koorts heeft, controleer dan uw temperatuur.
|
Last van de darmen
Door de behandeling kunt u last krijgen van uw darmen. Het is belangrijk dat uw stoelgang regelmatig is en niet te veel afwijkt van het patroon waaraan u gewend bent. We spreken van diarree als u meer dan twee keer per dag waterige dunne ontlasting heeft.
|
Wat kunt u doen?
|
Gevoelige huid
Door de chemotherapie kan uw huid droog aan gaan voelen en is de huid de eerste 6 tot 12 maanden gevoeliger voor zonlicht. Eerder bestraalde huid kan reageren met pijn en roodheid.
|
Wat kunt u doen?
|
Gevoelige mondholte
Treden er klachten op dan zijn de eerste symptomen een droge, gevoelige mond en rood
mondslijmvlies. Het tandvlees en slijmvlies kan door de verminderde afweer gaan ontsteken en
er kunnen blaartjes ontstaan. U kunt een droge mond krijgen door verminderde speeksel
productie en de kans op cariës neemt toe. Er kunnen kloofjes ontstaan in de lippen en
mondhoeken. Het eten kan hierdoor bemoeilijkt worden.
|
Wat kunt u doen?
|
Vermoeidheid
Ernstige vermoeidheid kan een vervelend gevolg zijn van de chemotherapie.
|
Wat kunt u doen? Tot voor kort werd vaak geadviseerd het rustig aan te doen tijdens de chemotherapie en vooral niet inspannend bezig te zijn. Uit onderzoek is nu gebleken dat dit rustig aan doen ernstige vermoeidheid niet kan voorkomen. Er is zelfs aangetoond dat bewegen tijdens de chemotherapie vermoeidheid beperkt en een positieve invloed heeft op het lichamelijke en emotioneel functioneren. Het advies is dus niet rust, maar juist bewegen. Met bewegen wordt niet intensief sporten bedoeld maar lopen, fietsen, zwemmen, etc. Het is belangrijk te streven naar ongeveer 2,5 uur per week lichamelijk actief te zijn, bijvoorbeeld elke dag 20 - 30 minuten in eigen tempo. Voor iemand die al voldoet aan de streefwaarde is het advies om dit tijdens de chemotherapie ook zo lang mogelijk vol te houden. De app ‘Untire Now’ is een app die u helpt tegen moe zijn bij kanker. In deze app krijgt u handige tips en adviezen die u kunnen helpen bij het omgaan met moe zijn. |
Gewrichts- en spierpijn
Enkele dagen na de behandeling met Paclitaxel kan gewrichtspijn, spierpijn of spierzwakte optreden. Deze klachten verdwijnen meestal binnen een week.
|
Wat kunt u doen? Om deze klachten te verlichten kunt u tot (maximaal) 3 keer per dag 2 tabletten paracetamol 500 mg gebruiken. Wanneer dit onvoldoende effect heeft kunt u overleggen met uw oncoloog over andere mogelijkheden om de klachten te verlichten. |
Invloed op het zenuwstelsel (neuropathie)
Paclitaxel kan invloed hebben op het zenuwstelsel. Dit kan zich uiten in een branderig, tintelend, pijnlijk gevoel in de handen en voeten en dan met name in de vingertoppen, in de tenen en de voetzolen. Er kan op deze plaatsen een ‘doof’ gevoel ontstaan. Deze klachten kunnen toenemen in de loop van de behandeling. Een doof gevoel in de vingers kan allerlei handelingen bemoeilijken. Een doof gevoel in de voeten kan u het gevoel geven dat u ‘zweeft’.
|
Wat kunt u doen? Geef neuropathieklachten goed aan bij uw behandelend arts of verpleegkundig specialist.
|
Irritatie van het bloedvat
Irritatie kan ontstaan rond en/of boven de insteekopening van het infuus. Dit wordt veroorzaakt door de prikkelende werking van de chemotherapie op de wand van het vat. Het bloedvat kan ontstoken raken. De huid kan rood worden en het vat kan hard en pijnlijk aanvoelen.
|
Wat kunt u doen? Wissel zo mogelijk de plaats waar u het infuus in laat brengen af, zodat het bloedvat de kans krijgt te herstellen. Ontstaan thuis pijnklachten dan kan een verband, dat u met water vochtig en koel houdt verlichting geven. Veelal verdwijnen de klachten vanzelf.
|
Pijn bij het plassen
Er kunnen klachten ontstaan die lijken op een blaasontsteking; een branderig gevoel of pijn bij het plassen.
|
Wat kunt u doen? Probeer tenminste anderhalve liter vocht per dag te drinken. Stoffen die de blaas irriteren verlaten zo sneller uw lichaam. |
Verkleuring urine/traanvocht – Doxorubicine (Adriamycine®),
De urine kan roodgekleurd zijn en in uitzonderlijke gevallen ook het traanvocht. Dit kan mogelijk aanleiding geven tot verkleuring van contactlenzen. Het is daarom aan te raden deze de eerste 48 uur na toediening niet te dragen.
|
Wat kunt u doen? De rode kleur verdwijnt na een aantal dagen weer vanzelf en geeft geen reden tot klachten. |
Invloed op het hart
Van Adriamycine is bekend dat het boven een bepaalde totale dosis schade aan het hart veroorzaakt.
Dit kan vermoeidheid, benauwdheid of een versnelde polsslag tot gevolg hebben. Om dit te voorkomen wordt de dosis waarbij schade optreedt niet overschreden.
Om het effect van de chemotherapie op het hart te controleren is het mogelijk dat uw oncoloog het nodig vindt om het functioneren van de hartspier te meten (‘ejectiefractie-bepaling’).
Effect op seksualiteit en vruchtbaarheid
Voor zowel mannen als vrouwen is het normaal dat door vermoeidheid tijdens de behandeling, behoefte aan geslachtsgemeenschap afneemt. Vermoeidheid kan tot lang na de behandeling aanhouden. De menstruatie kan van slag raken. Dit kan variëren van een keer overslaan tot helemaal wegblijven. Langer bloedverlies dan normaal komt ook voor. Bij vrouwen ouder dan
40 jaar kan de menstruatie definitief wegblijven. Ook kunnen vrouwen last hebben van een droge vagina, doordat de slijmvliezen worden aangetast.
|
Wat kunt u doen?
|
Wanneer contact met Amsterdam UMC – locatie VUmc?
Bij een kuur kunnen zich dus tal van ‘normale’ bijwerkingen voordoen.
Deze kunnen vervelend zijn, maar vormen geen reden tot ongerustheid. Het is goed te weten dat de mate waarin de bijwerkingen optreden niets zegt over het uiteindelijke resultaat van de behandeling. Uiteraard staat u niet alleen. U kunt rekenen op hulp en steun van
Amsterdam UMC. Met vragen of problemen kunt u bij ons terecht. Doet zich iets ongewoons voor, dat u niet vertrouwt, aarzelt u dan niet om contact op te nemen, met de afdeling Medische oncologie.
Neem in ieder geval contact op bij:
- koorts (temperatuur boven 38,5°C bij voorkeur rectaal of met de oorthermometer gemeten)
- koude rilling
- spontane blauwe plekken
- aanhoudend bloedverlies
- aanhoudende diarree
- ontstoken mondslijmvlies.
Ook bij elk ander nieuw verschijnsel waarvan u denkt dat het belangrijk kan zijn.
Wie kunt u bellen indien u contact moet opnemen of vragen heeft?
Verpleegafdeling 3C
voor acute vragen ’s avonds, ’s nachts in het weekend
- telefoonnummer: 020 444 21 31
Administratie polikliniek
voor alle vragen over kuurplanning, afspraken en klachten
maandag t/m zondag van 8.30 -15.30 uur
- telefoonnummer: 020 444 05 22
Meer informatie en voorlichting
U kunt bij de verpleegkundig specialist (Medische Oncologie) terecht voor vragen over voorlichtingsmateriaal. Zij biedt folders aan van de afdeling, van Amsterdam UMC en van
KWF Kankerbestrijding. Deze folders bevatten betrouwbare informatie over ziektebeelden, leefstijl en andere relevante onderwerpen.
Daarnaast kan de verpleegkundig specialist u ook wijzen op websites en andere betrouwbare bronnen waar u meer informatie kunt vinden.