Deze folder schetst een beeld van een behandeling met de TPF-kuur, bestaande uit docetaxel, cisplatin en 5FU (fluorouracil).Hoe gaat zoiets in zijn werk? Wat gebeurt er met uw lichaam? Wat zijn de bijwerkingen en hoe kunt u daar het beste mee omgaan?

Waarom chemotherapie?

Het doel van de chemotherapie is om kankercellen in het hele lichaam te vernietigen. Kankercellen zijn sneldelende cellen, net zoals slijmvlies-, haar- en bloedcellen. Chemotherapie is een celdodend middel en heeft invloed op alle sneldelende cellen in het gehele lichaam. Deze gezonde cellen herstellen aanzienlijk sneller dan kwaadaardige cellen, hier maakt de chemotherapie gebruik van en daarom wordt de behandeling volgens een bepaald schema gegeven.

Het verschilt per persoon hoe u op de behandeling gaat reageren. Maak het bespreekbaar met uw behandelaar als u last krijgt van bijwerkingen. De mate van bijwerkingen zegt niets over het resultaat van de behandeling.

Voor start van de chemotherapie is het belangrijk dat u lichamelijk in staat bent om chemotherapie te krijgen. Een van de voorwaarden om chemotherapie te kunnen krijgen is dat uw bloedwaarden binnen bepaalde waarden vallen. De chemotherapie heeft namelijk invloed op de aanmaak van bloedcellen in het beenmerg. Via het laboratorium worden deze waardes gecontroleerd. Als de bloedwaardes niet voldoende zijn, of andere klachten aanwezig zijn, kan dit een bezwaar zijn voor de toediening van de chemotherapie. Uw behandelaar beoordeelt dit.

De TPF-kuur

De TPF-kuur is een behandeling bij tumoren in het hoofd-halsgebied. Deze kuur bestaat uit 3 verschillende middelen met celdodende eigenschappen (cytostatica): docetaxel, cisplatin en 5FU (fluorouracil).

De kuur wordt in principe elke 3 weken gegeven, in totaal maximaal 2 keer.

Naast de celdodende middelen krijgt u nog enkele andere medicijnen. Deze dienen ter ondersteuning van de behandeling, bijvoorbeeld om de bijwerkingen te beperken.

Hoe wordt de kuur gegeven?

De behandeling op dag 1 kan poliklinisch plaatsvinden en duurt bijna de hele dag. Omdat de behandeling de hele dag duurt, vragen wij u zich vroeg in de ochtend te melden op de dagbehandeling (*. Op de dagbehandeling is een bed voor u gereserveerd.

De 3 middelen worden gegeven via het bloedvat met behulp van een PICC-lijn. Op dag 1 krijgt u docetaxel en de cisplatin. De toediening van 5FU op dag 1, 2, 3, 4, 5 kan via de PICC-lijn plaatsvinden met een kleine pomp welke u mee naar huis kunt nemen. Zo bent u dus maar 1 dag in het ziekenhuis voor de behandeling. U krijgt in het ziekenhuis informatie over de pomp en de thuiszorg welke voor u geregeld is.

Houd er rekening mee dat de 5FU van dag 5 in totaal 24 uur loopt, dus op dag 6 kan de thuiszorg bij u thuis komen om de 5FU af te koppelen.

Omdat cisplatin schadelijk kan zijn voor de nieren krijgt u voor en na de kuur extra vocht toegediend via het infuus. Het naspoelen (1 liter) gebeurt direct nadat u de cisplatin heeft gekregen en duurt 2 uur. Ongeveer gelijk met het naspoelen start de toediening van 5FU.

Uw gewicht wordt voorafgaand aan de kuur en na de kuur gemeten. Als u te veel vocht vasthoudt krijgt u een middel (furosemide) om het urineren te bevorderen.

(* In sommige gevallen besluit de arts samen met u dat de behandeling op dag 1, 2, 3, 4, 5, 6 beter kan plaatsvinden in het ziekenhuis. U blijft dat van dag 1 t/m 6 in het ziekenhuis slapen. Het kuurschema is in dit geval hetzelfde. U meldt zich bij aanvang van de kuur op de verpleegafdeling (3C), in plaats van de dagbehandeling.

De tweede kuur begint in principe op dag 22 (3 weken na dag 1).

Medicatie

Toediening

1x per 3 weken

dag/dagen cycli

Chemotherapie

1

2

3

4

5

6 - 15

16 - 21

Docetaxel

infuus in 1 uur

Cisplatin

infuus in 1 uur

Fluorouracil (5FU)

infuus in 24 uur

(5 dagen)

Ondersteunende medicatie

Pre-hydratie

infuus in 2 uur

Post-hydratie

infuus in 2 uur

Ciprofloxacine

tablet 2x daags

Anti–misselijkheid

Aprepitant (Emend®)

tablet

Dexamethason

infuus of tablet

Ondansetron (Zofran®)

Infuus

Metoclopramide (Primperan®)

tablet/zetpil

zo nodig

Welke bijwerkingen kunnen optreden?

Het is moeilijk te voorspellen hoeveel last u heeft van de chemotherapie. Sommige patiënten merken weinig van de bijwerkingen. Anderen voelen zich een paar dagen niet lekker, of zijn echt ziek. In het volgende deel van deze tekst volgen de meest voorkomende bijwerkingen. Ze zijn gekoppeld aan manieren om ze te verzachten of voorkomen.

Problemen bij eten en drinken

U kunt problemen ondervinden bij het eten. Dit kan komen door de tumor die het kauwen bemoeilijkt of een goede passage van het voedsel belemmert. Daarnaast kan de chemotherapie uw mond- en keelholte zodanig aantasten dat normaal eten niet meer mogelijk is.

Het niet of weinig kunnen eten kan een reden zijn om een voedingssonde in te brengen. Dit zal de behandelaar dan met u bespreken. Het voedingsteam en de verpleegkundige leggen u uit hoe u om moet gaan met de sonde en hoeveel en welke sondevoeding u nodig hebt. Eventueel kunt u thuiszorg krijgen om hulp te bieden bij het toedienen van sondevoeding in de thuissituatie.

Wat kunt u doen?

  • Het is belangrijk om tijdens de behandeling in een goede voedingstoestand te verkeren.
  • Probeer daarom goed te eten en te drinken.
  • Bespreek vragen en klachten met uw behandelaren, diëtist of de verpleegkundige.
  • Wanneer u een voedingssonde heeft, neem dan op regelmatige tijdstippen een portie voeding. Hoeveel en hoe vaak zult u samen met de diëtist vaststellen. Ook water kan via de sonde toegediend worden. Dit is met name belangrijk wanneer u als gevolg van bijvoorbeeld misselijkheid moeilijk voedsel kunt binnen houden (zie ook hieronder ‘misselijkheid’).
  • Door de chemotherapie moeten de nieren veel afvalstoffen uitscheiden. Hier is veel vocht voor nodig. Neem daarom elke dag 2 tot 2½ liter vocht.
  • Houd er rekening mee dat prikkelende stoffen zoals alcohol weefselschade kunnen geven in de mond-keelholte. Daarnaast onttrekt alcohol extra vocht aan uw lichaam.

Misselijkheid

Zonder behandeling zal met name de cisplatin zeker misselijkheid en braken veroorzaken: op en na de toedieningsdag, maar ook rond de 4e en/of 5e dag. U krijgt daarom dagelijks medicijnen tegen de misselijkheid: aprepitant als tablet op dag 1, 2 en 3, ondansetron (Zofran®) via het infuus op dag 1 en dexamethason op dag 0 (let op: de dag voor opname!) in tabletvorm, en daarna op dag 1 t/m 5 via het infuus.

U mag gedurende de gehele periode metoclopramide (Primperan®) zo nodig innemen, dit kan zowel via het infuus als in tabletvorm of zetpil.

Wat kunt u doen?

U krijgt medicijnen tegen misselijkheid mee via de apotheek van Amsterdam UMC, locatie VUmc, of er wordt een recept naar uw apotheek gefaxt.

Wanneer u de misselijkheid onvoldoende onder controle krijgt, kan in overleg met uw behandelaar het beleid worden aangepast.

Wat u verder tegen misselijkheid kunt doen

  • Zoek een rustige, frisse omgeving op.
  • Vermijd lichtprikkels en extreme geuren (kookluchtjes, parfum).
  • Probeer zoveel mogelijk rechtop te zitten. Vooral na de maaltijd is dit van belang (30 tot 40 minuten).
  • Draag comfortabele, ruim zittende kleding.
  • Gebruik regelmatig kleine maaltijden, eet niet te vet, te warm of te sterk gekruid voedsel.
  • Drink in ieder geval goed, ten minste 2 tot 2½ liter per dag. Sommige mensen vinden koolzuurhoudende drankjes prettig.
  • Ook kunt u voor hulp en begeleiding rondom voeding via uw behandelaar een verwijzing voor de diëtist krijgen.

Bijwerkingen medicijnen tegen misselijkheid

  • Aprepitant (Emend®): verminderde eetlust, verstopping, diarree, maagklachten, hik, hoofdpijn, vermoeidheid.
  • Ondansetron (Zofran®) heeft als belangrijkste bijwerking obstipatie (verstopping).
  • Dexamethason kan een gevoel van gejaagdheid of nervositeit teweeg brengen. Ook slapeloosheid en een hongergevoel komen voor. Tevens kan uw gezicht een rode kleur krijgen. Daarnaast kan dexamethason invloed hebben op uw stemming. Somberheid of opgewektheid, in een mate die u niet van uzelf gewend bent, kunnen voorkomen. Uw lichaam kan vocht vasthouden in de weefsels met als gevolg gewichtstoename. Ook kunt u hierdoor een ‘voller’ gezicht krijgen. Uw bloedsuikerspiegel kan gaan schommelen; dit uit zich in een gevoel van dorst en veel plassen.
  • Metoclopramide (Primperan®) heeft als belangrijkste bijwerking sufheid en vermoeidheid en heeft daardoor een negatieve invloed op uw rijvaardigheid. Ook kunnen een onrustig of gejaagd gevoel en trekkingen in gezicht- en nekspieren optreden (zelden).

Wat kunt u doen?

  • Houd uw ontlastingspatroon in de gaten. Pas eventueel uw voeding aan (vezelrijk) en drink ten minste 2 tot 2½ liter op een dag.
  • Indien nodig krijgt u van uw arts een recept voor een laxeermiddel om verstopping te voorkomen.
  • In geval van slapeloosheid kunt u uw arts om slaapmedicatie vragen.
  • Meld het dorstgevoel: uw bloedsuikerspiegel kan zo nodig gecontroleerd worden.

Na het staken van de medicatie verdwijnen deze bijwerkingen.

Allergische reactie

Docetaxel (of Polysorbaat 80 dat in het product is verwerkt) kan in een enkel geval een allergische reactie veroorzaken. Een allergische reactie kan de volgende klachten geven: rillerig gevoel, koorts, blozen, roodheid van de huid over het gehele lichaam, jeuk, benauwdheid, een beklemmend gevoel op de borst, verlaging van de bloeddruk waardoor een gevoel van duizeligheid of flauwvallen kan ontstaan en rugpijn.

Voorkomen van allergische reactie

Om een allergische reactie te voorkomen krijgt u voor en na de kuur dexamethason: als tablet en via het infuus. Naast het voorkomen van een allergische reactie, werkt dexamethason ook goed tegen de misselijkheid.

Wees alert tijdens de toediening en waarschuw bij klachten direct een verpleegkundige.

Treden er toch allergische klachten op, dan zijn deze met medicatie snel en afdoende te behandelen.

Invloed op het beenmerg

De chemokuur beïnvloedt niet alleen de remming van kankercellen, maar ook de productie van andere sneldelende cellen, zoals in het beenmerg:

  • Erytrocyten (rode bloedlichaampjes) zorgen voor zuurstoftransport in het lichaam. Een tekort leidt tot bloedarmoede. Klachten van moeheid, duizeligheid, bleek zien en/of kortademigheid kunnen optreden. Bij een tekort aan rode bloedlichaampjes kan de behandelaar besluiten tot een bloedtransfusie.
  • Leukocyten (witte bloedcellen) spelen een rol bij de afweer. Onvoldoende leukocyten in het bloed leidt tot een verminderde weerstand. U bent dan sneller vatbaar voor infecties. Mocht u koorts krijgen dan kunt u na overleg met uw behandelaar mogelijk antibiotica krijgen.
  • Trombocyten (bloedplaatjes) zijn van belang voor de bloedstolling. Een laag trombocytengetal geeft een verhoogde kans op bloedingen. Dat is bijvoorbeeld te merken aan ‘blauwe plekken’ of een spontane bloedneus. Bloedplaatjes kunnen indien nodig toegediend worden via een transfusie.

Tijdens de behandeling wordt uw bloed zeer regelmatig gecontroleerd. Een kuur kan pas gegeven worden als het beenmerg voldoende hersteld is. Soms kan de bloeduitslag reden zijn voor de behandelaar om (een deel van) de behandeling uit te stellen of de dosering aan te passen.

Om infecties te voorkomen krijgt u na de toediening van de chemokuur preventief een antibioticum gedurende 10 dagen (dag 6 t/m 15): ciprofloxacine.

Wat kunt u doen?

Zelf kunt u geen invloed uitoefenen op het herstel van het beenmerg, ook niet door voeding.

Wel is het verstandig contact met verkouden of grieperige mensen te vermijden.

Als u denkt dat u verhoging of koorts heeft, controleer dan uw temperatuur. Dit is bijvoorbeeld te herkennen aan koude rillingen of het ervaren van een onwel gevoel.

Neem bij koorts (temperatuur boven 38.5 C met een oorthermometer of via de anus gemeten) altijd contact op met de afdeling Medische oncologie, locatie VUmc.

Invloed op de nieren

In de nieren bevinden zich veel kleine buisjes, de niertubuli, die afvalstoffen uit het bloed filteren en uitscheiden met de urine. Cisplatin kan deze buisjes beschadigen. In principe merkt u hier niets van. Het is wel te zien in de uitslag van het bloedonderzoek dat bij elke opname en elk poli-bezoek wordt gedaan. Op deze manier wordt uw nierfunctie in de gaten gehouden.

Een verminderde nierfunctie kan voor de behandelaar een reden zijn extra voor- en/of na te spoelen met infuusvloeistof en in het uiterste geval de dosis van de cisplatin aan te passen en/of de kuur uit te stellen.

Wat kunt u doen?

Naast het spoelen via het infuus (zie: Hoe wordt de kuur gegeven?) kunt u zelf ook uw aandeel leveren door veel te drinken of via de sonde in te nemen (2 tot 2½ liter per dag). Met name wanneer u weer thuis bent is dit zeer belangrijk. U heeft dan immers geen infuus meer.

Als het, om welke reden dan ook, niet mogelijk is 2 tot 2½ liter per 24 uur binnen te krijgen dient u contact op te nemen met de afdeling medische oncologie, locatie VUmc.

! Schade aan de nieren door te weinig vochtgebruik moet te allen tijde voorkomen worden.

Mocht er bloed in uw urine zitten, dan dient u dit te melden bij uw behandelend arts.

Haaruitval

Het valt niet te voorkomen dat er tijdens de behandeling met de BEP-kuur kaalheid optreedt. Deze haaruitval begint meestal tussen de eerste en de tweede kuur en kan gepaard gaan met haarpijn: een prikkelend gevoel op de hoofdhuid.

Wat kunt u doen?

  • Het is te overwegen om aan het begin van de behandeling het haar kort te laten knippen zodat u minder last zult hebben van de uitvallende haren.
  • Er is inmiddels veel keuze om een kaal hoofd op een modieuze wijze en naar uw eigen stijl ‘aan te kleden’. Als het haar dunner wordt kunt u bijvoorbeeld een pet of een hoed opzetten.
  • Ook kunt u de aanschaf van een pruik overwegen. In dat geval is het aan te raden een kapper in te schakelen voor of direct na de eerste kuur. Met een verklaring van de arts worden de kosten grotendeels vergoed (ziektekostenverzekering).

Invloed op de slijmvliezen

Onder invloed van de chemotherapie kunnen uw slijmvliezen in de mond en het maag-darm-stelsel beschadigd raken. Uw mond wordt droog, gevoelig of pijnlijk en het mondslijmvlies ziet rood. Door een verminderde afweer kunnen het tandvlees en het slijmvlies gaan ontsteken en er kunnen blaartjes ontstaan. De mond wordt droog als gevolg van minder speekselproductie, de kans op cariës neemt daardoor toe. Er kunnen kloofjes ontstaan in de lippen en de mondhoeken. Wanneer de slijmvliezen in het maag-darm-stelsel beschadigd zijn, kunt u last krijgen van pijnklachten en diarree.

Wat kunt u doen?

  • Verzorg de mond na iedere maaltijd. Gebruik een zachte tandenborstel, tandpasta met fluoride en houten tandenstokers. Ga voorzichtig met het tandvlees om.
  • Verwijder eenmaal daags zorgvuldig alle tandplak, ook uit de ruimte tussen de tanden, door uw tanden te poetsen en hulpmiddelen als ragers en tandenstokers te gebruiken.
  • Verzorg ook het slijmvlies door de mond 6 - 8 maal per dag krachtig te spoelen en te gorgelen met een zoutoplossing (1 afgestreken theelepel op een grote mok water of een kant en klare fysiologisch zout oplossing).
  • Heeft u een gebitsprothese, dan is het belangrijk dit ook schoon te maken en deze bij het spoelen uit te doen, zodat de hele mond goed schoon wordt.
  • Voorkom kloofjes door lippen en mondhoeken vet te houden.
  • Moet u naar de tandarts, vertel dan dat u een behandeling met chemotherapie ondergaat. Dit kan betekenen dat sommige tandheelkundige ingrepen beter even kunnen wachten.
  • Bij diarree is het belangrijk goed te blijven drinken (minimaal 2 tot 2½ liter per dag). Het zoutgehalte in uw lichaam kan door het vochtverlies verstoord raken. U kunt dit op peil houden door 2 tot 3 maal per dag een zakje ORS (oral rehydration salts) te gebruiken, mits dit geadviseerd wordt door uw behandelend arts. U kunt dit kopen bij de drogist of apotheek. Vermijd sterk gekruid voedsel, uien, kool en dergelijke. Neem daarentegen wel vezels (bruin brood, fruit), dit zorgt er voor dat u minder vocht verliest.
    • Neem direct contact op met uw arts als u niet meer kunt drinken of uw medicijnen niet kunt innemen. Ook wanneer de diarree langer aanhoudt dan 24 uur moet u contact opnemen met de afdeling Medische oncologie, locatie VUmc.

Invloed op het gehoor

Cisplatin heeft als specifieke bijwerking dat het uw gehoor kan beschadigen. Met name hoge tonen zijn dan moeilijker te horen. Piepen en oorsuizen kunnen optreden. Ook gesprekken met meer dan één persoon zijn soms moeilijker te volgen. Deze mogelijke schade kan van blijvende aard zijn. Zo nodig zal tijdens de behandeling een gehoortest (audiogram) verricht worden om het ontstaan van schade aan het gehoor in de gaten te houden. Een gehoor dat erg aangetast is kan voor de behandelaar een reden zijn de dosis aan te passen of over te stappen op een ander cytostaticum.

Wat kunt u doen?

Helaas kunt u geen invloed uitoefenen op een eventuele beschadiging van uw gehoor.

Wees alert op gehoorklachten en meld klachten bij uw behandelaar of de verpleegkundige.

Invloed op het zenuwstelsel

Cisplatin kan gevolgen hebben voor het zenuwstelsel. Dit kan zich uiten in een gevoel van spierzwakte en een verminderd of veranderd gevoel in handen en voeten. Dit kan gepaard gaan met tintelingen en pijn (neuropathie). Autorijden wordt in dat geval afgeraden. Ook kunt u door een verminderde spieractiviteit last krijgen van verstopping in de darmen.

De pijn en tintelingen kunnen lang aanhouden, maar zijn meestal van voorbijgaande aard.

Wat kunt u doen?

Geef uw klachten duidelijk aan bij uw behandelend oncoloog, of tijdens opname bij uw verpleegkundige of arts.

  • Houd er rekening mee dat u tot minder in staat kunt zijn: bewegen en lopen kan minder soepel gaan. Houd uw ontlastingspatroon in de gaten.
  • Pas uw voeding aan en drink tenminste 2 tot 2½ liter per dag (mag ook via sonde). Om verstopping te voorkomen kunt u zo nodig van uw arts een recept voor movicolon krijgen. Dit middel zorgt ervoor dat er voldoende vocht aan de ontlasting wordt toegevoegd zodat deze soepel blijft. Gebruik in geval van verstopping één tot twee maal per dag zakjes movicolon, zoals uw behandelend arts voorschrijft.

Tranende ogen

Door de 5FU kan het traanvocht minder goed afgevoerd worden waardoor tranende ogen ontstaan. Aan tranende ogen valt helaas niets te doen.

Invloed op de huid en nagels

Als gevolg van de chemotherapie kan de gehele huid droog aanvoelen. Bij sommige patiënten komt er huiduitslag voor. Door de 5FU kunnen handpalmen en voetzolen een rode kleur krijgen.

Uw nagels kunnen door de docetaxel gevoelig worden en donker of licht verkleuren. Soms kunnen ze loslaten.

Ook de huid kan verkleuren (pigmentatie). Daarnaast is er soms een zwelling te zien, met name bij huidplooien en drukplekken (bijvoorbeeld bij de ellebogen, handpalmen en voetzolen).

De gehele huid kan droog aanvoelen en is gevoeliger voor zonlicht.

Wat kunt u doen?

  • Behandel uw nagels en huid met zorg. Gebruik een goede crème, bijvoorbeeld met vitamine E.
  • Een loszittende nagel en het nagelbed kunt u beschermen tegen stoten door er een pleister op te plakken.
  • Vermijd de volle zon; bescherm uw huid buiten met een zonnebrandcrème die een hogere beschermingsfactor bevat dan u normaal gebruikt. U kunt veel sneller verbranden dan u gewend bent.

Irritatie op de bloedvaten

Irritatie kan ontstaan rond en/of boven de insteekopening van het infuus. Dit wordt veroorzaakt door de prikkelende werking van de chemotherapie op de wand van het bloedvat. Het bloedvat kan ontstoken raken. De huid kan rood worden en het bloedvat kan hard en pijnlijk aanvoelen.

Wat kunt u doen?

  • Laat indien mogelijk de plaats van toediening afwisselen, zodat het bloedvat de kans krijgt te herstellen.
  • Ontstaan er thuis pijnklachten dan kan een verband, dat u met water vochtig en koel houdt, verlichting geven.

Vaak verdwijnen de klachten vanzelf. Het is belangrijk deze klachten te melden voor de volgende toediening.

Vermoeidheid en lusteloosheid

Onder invloed van de chemotherapie kunt u zich moe en futloos voelen. Slap, tot niks in staat. Soms begint dit al bij het begin van de behandeling, soms pas later. De vermoeidheid/ lusteloosheid kan lang aanhouden, ook als de behandeling achter de rug is.

Wat kunt u doen?

  • Wanneer u last krijgt van directe slaperigheid, dient u niet deel te nemen aan het verkeer. Zorg ervoor dat er iemand anders is die u naar huis kan brengen of neem een taxi.
  • Probeer een balans te vinden tussen rust en beweging. Forceer niets en luister naar de stem van uw lichaam. Neem rust indien nodig en probeer vooraf hulp te regelen voor boodschappen en dergelijke.

Wel is uit onderzoek gebleken dat bewegen bijdraagt aan een betere lichamelijke en geestelijke gezondheid. Het leidt tot een hogere levenskwaliteit, het minder ervaren van klachten en het versnelt uw herstel na chemotherapie. Denk bij bewegen aan fietsen, wandelen of naar de sportschool gaan. Het is dus belangrijk niet inactief te worden. Zie voor tips hieromtrent de webpagina van KWF Kankerbestrijding: ‘Vermoeidheid na kanker’.

Voor ondersteuning bij bewegen tijdens en/of na uw behandeling kunt u bij uw behandelaar een verwijzing vragen voor fysiotherapie.

Effect op seksualiteit en vruchtbaarheid

De behandeling kan de vruchtbaarheid aantasten. Soms herstelt deze zich weer, maar helaas kan dit ook van blijvende aard zijn. Het verlies van de vruchtbaarheid kan een probleem zijn wanneer er een kinderwens is. Wanneer u een kinderwens heeft is het mogelijk sperma of eicellen in te laten vriezen. Dit gebeurt in de IVF-kliniek van Amsterdam UMC, locatie VUmc. Uw behandelaar zal deze mogelijkheid met u bespreken.

Het is af te raden om tijdens de behandeling een kind te verwekken omdat zaad- en eicellen door de chemotherapie beschadigd worden. Goede anticonceptie blijft dus noodzakelijk.

Als gevolg van de chemotherapie kunt u minder zin in vrijen hebben. De vermoeidheid kan nog lang na de behandeling aanhouden. Meestal komt de zin in vrijen na de behandeling geleidelijk terug.

Vrouwen

Bij een vrouw kunnen de eierstokken tijdelijk of blijvend beschadigd raken. Deze produceren daardoor minder hormonen. De vaginawand kan dunner en kwetsbaarder worden met als mogelijke gevolgen jeuk, verminderde vochtproductie, afscheiding en een branderig gevoel tijdens en na de geslachtsgemeenschap. Als u nog niet in de overgang bent kan de menstruatie uitblijven en kunt u overgangsklachten krijgen.

Mannen

De meeste mannen blijven in staat om een erectie te krijgen gedurende de behandeling. Soms is dit vlak na de kuur wat moeilijker. Daarnaast kan de zaadproductie verminderd zijn. Bij het vrijen merkt u daar niks van.

Wat kunt u doen?

Forceer niets en licht uw partner in over de effecten van de kuur op seksualiteit en vruchtbaarheid.

Meer informatie over dit onderwerp leest u op Kanker.nl, onder: ‘Kanker en seksualiteit’. Met vragen over seksualiteit kunt u terecht bij uw zorgverleners in het ziekenhuis. Ook zijn er andere mogelijkheden voor vragen, advies en begeleiding omtrent problemen bij seksualiteit.

Chemotherapie en uitscheidingsproducten

Direct contact met cytostatica of uitscheidings- producten daarvan kan voor anderen schadelijk zijn voor de gezondheid. Dit geldt speciaal voor hen die dagelijks met chemotherapie werken en is niet van toepassing voor uw naasten. Ga intimiteit dus vooral niet uit de weg!

Onder direct contact verstaan we huidcontact met het (opgeloste) cytostaticum of contact met uitscheidingsproducten.

  • In urine, ontlasting, drain- en wondvocht, transpiratievocht en bloed kunnen nog geruime tijd resten van cytostatica voorkomen.
    • Braaksel is alleen risicovol als de chemotherapie als tablet, capsule of drank is ingenomen, en dan tot 2 uur na inname.
  • Er is onvoldoende onderzoek verricht om een uitspraak te kunnen doen over de aanwezigheid van resten chemotherapie in sperma en vaginaalvocht.
  • De periode waarin uitscheidingsproducten als risicovol bestempeld moeten worden is voor deze kuur: docetaxel 4 dagen, cisplatin 7 dagen en 5FU 2 dagen.

Wat kunt u doen?

Voorkom verspreiding van resten chemotherapie in uitscheidingsproducten door spetteren of morsen. Urine en ontlasting kunnen via het riool geloosd worden; u kunt (thuis) dus gewoon het toilet gebruiken.

  • Aan mannen het advies om zittend te plassen. Druppels kunt u met toiletpapier verwijderen. Voordat u doortrekt dient u het deksel naar beneden te doen om spatten te voorkomen, en het liefst 2 maal doortrekken.
  • Is er sprake van wondverzorging of incontinentie, vraag dan de folder ‘Cytostatica en uitscheidingsproducten’.

Impact van kanker

De diagnose en behandeling van kanker vragen lichamelijk, geestelijk en emotioneel veel van patiënten. Het ziekte- en behandeltraject kan gepaard gaan met onder andere angst, somberheid, boosheid, machteloosheid, teleurstelling, druk op relaties of lichamelijke beperkingen. Tevens kan de ziekte gevolgen hebben ten aanzien van uw beroep en/of uw financiële situatie.

Wat kunt u doen?

Er bestaat geen antwoord op de vraag hoe je het beste met kanker kunt leven. Iedereen verwerkt het hebben van kanker op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Soms lukt dit met hulp van familie en vrienden. Ook kan hulp en begeleiding wenselijk zijn, dan is aanvullende psychosociale hulp vanuit Amsterdam UMC mogelijk. U kunt een verwijzing aan uw behandelaar vragen voor medisch maatschappelijk werk, geestelijke verzorging of de psychologie.

Naast de hulpverlening in het ziekenhuis zijn er in Nederland verscheidene inloophuizen voor patiënten met kanker en hun naasten. Via internet kunt u kijken voor een inloophuis in uw woonomgeving.

Tot slot vinden sommige patiënten het contact met lotgenoten prettig voor het delen van ervaringen en gevoelens omtrent het ziekte- en behandeltraject. U kunt lotgenotencontact zoeken via de verwijsgids van het IKNL op internet.

AYA (adolescents and young adults) – zorg

AYA-zorg is leeftijdsspecifieke zorg voor jongvolwassenen, tussen de 18 en 39 jaar, gediagnosticeerd met kanker. De zorg richt zich op alle aspecten die spelen in het leven van deze jongvolwassenen. Denk aan vragen over ziekte en behandeling, maar ook over sporten, opleiding, werk, het kopen van een huis, zelfstandigheid, relaties, vruchtbaarheid en seksualiteit. De vraag ‘Wie ben jij en wat heb jij nodig’ staat binnen AYA-zorg centraal. In Amsterdam UMC, locatie VUmc en AMC zijn er AYA-spreekuren waarbij zorg wordt verleend door het AYA-team. Het AYA-team bestaat uit diverse disciplines: verpleegkundige (specialist), medisch specialist, fysiotherapeut, diëtist, medisch maatschappelijk werk en een psycholoog.

Via uw behandelaar kunt u als jongvolwassene een doorverwijzing krijgen voor AYA-zorg.

Meer informatie

Meerinformatie over uw ziekte en de behandeling, vindt u op de volgende websites:

Voor informatie en lotgenotencontactkunt u ook terecht bij de volgende patientenvereniging:

Wanneer contact met Amsterdam UMC, locatie VUmc?

Bij een behandeling met deze kuur kunnen zich dus diverse bijwerkingen voordoen. Deze kunnen vervelend zijn, maar vormen niet altijd reden tot ongerustheid. Uiteraard staat u niet alleen. U kunt rekenen op hulp en steun van het ziekenhuis. Met vragen of problemen kunt u altijd bij ons terecht. Doet zich iets ongewoons voor, dat u niet vertrouwt, aarzelt u dan niet om contact op te nemen.

Neem in ieder geval contact op bij:

  • ernstige huidafwijkingen, wonden en branderige pijn aan de ogen
  • koorts (temperatuur boven 38.5ºC)
  • koude rillingen
  • spontane blauwe plekken
  • aanhoudend bloedverlies
  • aanhoudende diarree
  • pijnlijke/harde/uitblijvende ontlasting
  • ontstoken mondslijmvlies
  • aanhoudend braken
  • onvoldoende/niet kunnen eten en/of drinken
  • toenemende pijn
  • bij elk ander nieuw verschijnsel waarvan u denkt dat het belangrijk kan zijn.

Wie kunt u bellen indien u contact moet opnemen of vragen heeft?

  • Administratie polikliniek
  • Alle vragen - werkdagen van 9.00 – 16.00 uur
  • telefoon 020 444 05 22
  • Verpleegafdeling 3C, medische oncologie locatie VUmc
  • Alle vragen over (her)opname en overige vragen ’s avonds, ’s nachts en in het weekend
  • telefoon: 020 444 21 31