Bij de meesten van ons komt er een moment in het leven dat we gaan nadenken over het sterven. Het kan zijn dat we ons moeten voorbereiden op ons eigen overlijden of op het overlijden van iemand die ons lief is. We weten echter meestal niet precies wat we kunnen verwachten. Om de mogelijke angst voor het onbekende enigszins te verminderen, is deze folder samengesteld. Hierin staan verschillende kenmerken van het overlijdensproces beschreven.

De informatie in deze folder kan u helpen bij mogelijke vragen die u heeft en moedigt u hopelijk aan tot het stellen van nieuwe vragen. Schroom dan ook niet om de oncoloog, zaalarts of verpleegkundigen deze vragen te stellen. We hopen dat de informatie in deze folder u kan helpen om elkaar te ondersteunen. Het is immers belangrijk om te weten wat er kan gebeuren tijdens deze moeilijke en verdrietige periode.

Aan het einde van het leven vinden lichamelijke en geestelijke veranderingen plaats die wijzen op een naderend sterven. Niet alle veranderingen die in deze folder genoemd worden, zien we bij iedere stervende en ook niet in dezelfde mate. Ook de volgorde waarin ze verschijnen verschilt van persoon tot persoon: ieder mens en ieder sterfbed is uniek.

Verminderde behoefte aan eten en drinken

Mensen die sterven, hebben vaak weinig of geen behoefte meer aan voedsel en vocht. Het lichaam verandert: de wangen vallen in, de neus wordt spits en de ogen komen dieper in de oogkassen te liggen. Vochttekort in de stervensfase leidts niet of nauwelijks tot een dorstgevoel. Omdat de lippen en de mond vaak droog zijn, kan het prettig zijn als deze af en toe licht bevochtgid worden. Ondanks een vermindere vochtintake maakt het lichaam nog wel urine aan. De urineproductie zal op den duur afnemen, maar om onrust te voorkomen in de stervensfase wordt er vaak voor gekozen om een urinekatheter in te brengen.

In de stervensfase wordt er ook bijna altijd voor gekozen om eventuele vochttoeding via het infuus en/of sondevoeding te stoppen. Dit zal de stervende niet meer helpen.

Verandering in de ademhaling

Bij mensen die gaan sterven is een stokkende en onregelmatige ademhaling meestal een teken dat het overlijden dichterbij komt. De ademhaling valt dan regelmatig stil om daarna met een diepe zucht weer op gang te komen. De tijd tussen de ademteugen wordt langer en langer, soms kan dit tot wel een halve minuut duren. Doordat de normale hoest- en slikprikkels verdwijnen, kan slijm zich ophopen in de keelholte of de luchtpijp. Dit kan leiden tot een reutelend geluid bij de ademhaling. Deze reutelende ademhaling kan ervaren worden als benauwdheid door naasten, maar het is iets waar de stervende zelf geen last van ondervindt. De fase van onregelmatige ademhaling en reutelen wordt gevolgd door steeds langere adempauzes en oppervlakkiger ademhaling, tot het overlijden.

De bloedsomloop neemt af

Het lichaam houdt zo lang mogelijk de doorbloeding van hart en longen in stand. Doordat het bloed zich meer en meer terugtrekt naar de borst- en buikholte, kunnen handen, armen, voeten, benen en neus koud aanvoelen. Op de benen kunnen paarsblauwe vlekken ontstaan. De gelaatskleur wordt grauw en bij de laatste ademteug trekt de kleur helemaal uit het gezicht weg.

Verandering in bewustzijn

In de stervensfase worden de momenten dat iemand wakker is steeds korter. De stervende lijkt zich terug te trekken en is moeilijker te bereiken. De stervende is zich niet van alles meer bewust maar blijft wel nog gevoelig voor geluid. Rust rondom de stervende is belangrijk: niet teveel mensen tegelijk en geen harde stemmen of geluiden. Aanraking kan rustgevend zijn maar verschilt per persoon en per moment. Het bewustzijn daalt steeds verder. In de laatste uren komt de stervende meestal in een diepe slaaptoestand.

Waken

Als het sterven nabij is, kan er afgesproken worden om over te gaan tot waken: op een rustige manier dag en nacht bij de stervende aanwezig zijn. Dit om de beurt of samen. Er kan indien gewenst rust gecreërd worden door het branden of juist dempen van licht, luisteren naar muziek of iets voorlezen. Waken kan ook een tijd zijn voor afscheidsrituelen.

Op de afdeling is voor u een waakmand beschikbaar, waar u ook bij de verpleegkundigen naar kunt vragen. Het overlijden kan lang op zich laten wachten dus zorg ervoor dat u elkaar daarom afwisselt en voldoende rust neemt. Het waken kan een hele waardevolle periode zijn, waarin men elkaar als familie en vrienden zeer nabij is.

Het leven loslaten

Sterven betekent het leven loslaten. Achterlaten wat je lief is.

Ieder sterfbed kent een eigen tijd en heeft een eigen tempo. Soms lijkt de geest klaar, maar is het lichaam nog niet zo ver en soms is het andersom. De stervende moet de tijd en ruimte krijgen om het op zijn of haar eigen manier te doen. Het sterven kan niet bespoedigd worden, wel kunnen medische handelingen die het leven verlengen gestaakt worden. Denk hierbij aan vochttoedinging, sondevoeding of bepaalde medicamenten. Ook zuurstof kan afgebouwd of gestopt worden, zolang de stervende hier geen klachten van ondervindt.

Na het overlijden – in het ziekenhuis

Nadat uw naaste is overleden zal de arts langs komen om het overlijden vast te stellen. Hierbij zal geluisterd worden naar het hart en wordt er in de ogen gekeken. Als het overlijden door de arts is vastgesteld zal de overledene door de verpleegkundigen verzorgd worden. Wees u ervan bewust dat eventuele infusen, katheter of andere lijnen moeten blijven zitten en alleen afgedopt worden. De verpleegkundige zorgt ervoor dat de overledene er verzorgd bij ligt, zodat eventuele andere naasten nog langs kunnen komen. Het echte wassen en de kleding aantrekken zal door de uitvaartondernemer gedaan worden. Het is daarom ook belangrijk dat u contact opneemt met een uitvaartondernemer. De verpleegkundige zal na het afscheid op de afdeling de overledene naar het mortuarium brengen. De uitvaartondernemer regelt met het ziekenhuis dat de overledene opgehaald wordt