U heeft vanuit het ziekenhuis waar uw zoon of dochter onder behandeling is een tweede dosis Rotarix vaccin mee naar huis gekregen om zelf aan uw kind toe te dienen. In dit formulier staat belangrijke informatie over hoe u het vaccin moet bewaren en toedienen.
Bewaren
Het Rotarix vaccin dient gekoeld bewaard te worden bij een temperatuur tussen de 2 en 8 graden Celsius. Voor het vervoer van het vaccin vanuit het ziekenhuis heeft u een koelelement meegekregen. Plaats het vaccin na thuiskomst zo snel mogelijk in de koelkast en bewaar het daar tot het moment dat u het vaccin aan uw kind gaat toedienen.
Toedienen
Bij voorkeur dient u de tweede Rotarix dosis toe wanneer uw kind ongeveer 4 maanden oud is. Wij adviseren u om het Rotarix vaccin toe te dienen op de dag dat uw kind de tweede of derde vaccinaties ontvangt op het consultatiebureau. Het kan op dezelfde dag worden gegeven als het hexavalent vaccin (vaccin tegen polio, difterie, tetanus, kinkhoest, Haemophilus influenzae B en hepatitis B) en het vaccin tegen pneumokokken.
Welk moment u ook kiest, het is belangrijk dat de tweede dosis Rotarix vaccin wordt toegediend minimaal 4 weken na de eerste dosis en niet later dan 24 weken na de geboorte.
Het Rotarix vaccin wordt in de mond toegediend. U dient het vaccin op de volgende wijze toe:
Het vaccin is klaar voor gebruik. Het vaccin moet worden toegediend zonder het te mengen met andere oplossingen of vloeistoffen.
Wanneer u het vaccin hebt toegediend noteert u dit op de RIVAR vaccinatiekaart. Deze kaart heeft u meegekregen uit het ziekenhuis op het moment dat de eerste dosis Rotarix werd toegediend aan uw kind. Op de Rotarix applicator zit een sticker met het lotnummer/batchnummer van het vaccin. Neem deze sticker van de applicator en plak hem op de RIVAR vaccinatiekaart in het vakje voor de tweede dosis. Bewaar de RIVAR vaccinatiekaart bij het Blauwe Groeiboek van uw kind.
Aandachtspunten
Wanneer uw kind het grootste deel van het vaccin uitspuugt neemt u dan contact op de behandelend (kinder)arts van uw kind. Mogelijk is het nodig om een vervangende dosis vaccin toe te dienen.
Uw kind mag gewoon gevoed worden vóór of na toediening van het vaccin. Borstvoeding heeft geen effect op de werkzaamheid van het vaccin.
Melden van bijwerkingen
Bij vermoeden op een bijwerking, meldt u dit dan bij het LAREB. Dit kan via: https://www.lareb.nl/Meld-bijwerking/Meldformulier.aspx
Vermeldt hierbij steeds dat het gaat om rotavirusvaccinatie in het kader van het RIVAR project.
Het vermoeden op een bijwerking dient ook gemeld te worden aan het RIVAR projectteam via:
Email: rivar@umcutrecht.nl of
Telefonisch: 06-50124901