U vindt in deze tekst uitleg over kwaadaardige aandoeningen van de galwegen. U leest wat deze ziekten zijn, welke klachten u kunt krijgen, hoe het onderzoek en de behandeling gaan, en wat u kunt verwachten.
Vetgedrukte woorden worden uitgelegd onderaan deze tekst.
Wat zijn kwaadaardige galwegaandoeningen
Kwaadaardige galwegaandoeningen zijn ziektes waarbij een tumor groeit in de galwegen of in de galblaas. De belangrijkste vormen zijn:
- Galwegkanker (cholangiocarcinoom): dit is een kwaadaardige tumor in de buisjes die gal van de lever naar de darm brengen. Voor uitgebreide informatie over cholangiocarcinoom verwijzen wij u naar de pagina Link naar patiëntenfolder Lever: kwaadaardige aandoeningen
- Galblaaskanker (galblaascarcinoom): dit is een zeldzame, maar ernstige vorm van kanker die ontstaat in de wand van de galblaas.
Klachten bij galwegaandoeningen
Klachten ontstaan vaak pas als de tumor groot is of de galwegen afsluit.
U kunt dan last krijgen van:
- Geelzucht (gele huid en ogen)
- Jeuk
- Donkere plas en lichtgekleurde poep
- Pijn of een vol gevoel rechts boven in de buik
- Minder eetlust of misselijkheid
- Afvallen zonder duidelijke reden
- Koorts als er een ontsteking is
- Soms een opgezette buik
Onderzoek en diagnose
De arts doet verschillende onderzoeken om te zien of het om galwegkanker of galblaaskanker gaat en hoe ver de ziekte is.
U krijgt meestal:
- Bloedonderzoek om te kijken naar de lever, gal en tumormarkers
- Beeldvormend onderzoek, zoals echo, CT-scan, MRI-scan of PET-scan
- ERCP (kijkonderzoek waarbij via een slangetje de galwegen van binnen worden bekeken, soms wordt meteen een biopt genomen)
- Bij twijfel: extra onderzoek van hart en longen
De uitslagen worden besproken in een MDO (bespreking tussen artsen met verschillende specialisaties). Samen stellen zij het beste behandelplan voor u op.
Behandelopties
Welke behandeling u krijgt, hangt af van de plek, de uitbreiding van de tumor en uw algemeen gezondheid. Mogelijke behandelingen:
Operaties
- Galblaaskanker:
Als de tumor alleen in de galblaaswand zit en vroeg ontdekt wordt, kan de arts de galblaas verwijderen. Soms wordt ook een deel van de lever en omliggende lymfeklieren weggehaald.
Als de ziekte verder verspreid is, kan de operatie uitgebreider zijn of niet meer mogelijk. - Galwegkanker:
Galwegkanker is meestal moeilijk te opereren, omdat de tumor vaak rondom bloedvaten groeit. Als het kan, haalt de chirurg het aangedane deel van de galwegen weg. Soms verwijdert de arts ook delen van de lever en lymfeklieren. Daarna maakt de chirurg een nieuwe verbinding tussen de overgebleven galwegen en de darm.Voor uitgebreide informatie over de operaties bij galwegkanker (cholangiocarcinoom) verwijzen wij u naar de pagina Link naar patiëntenfolder Lever: kwaadaardige aandoeninge
Als de arts tijdens de operatie merkt dat de tumor zich te veel heeft uitgebreid, stopt de operatie en wordt gekozen voor een andere behandeling.
Overige behandelingen
- Plaatsen van een stent:
Is de galweg geblokkeerd, dan kan de arts via een kijkonderzoek (meestal een ERCP) een buisje (stent) plaatsen. Hierdoor stroomt de gal weer naar de darm en verdwijnen klachten zoals geelzucht en jeuk. - Chemotherapie:
Deze medicijnen doden kankercellen of remmen de groei.- Soms krijgt u chemotherapie als extra behandeling ná een operatie (adjuvant).
- Als de tumor niet te opereren is, of als de ziekte terugkomt, kan chemotherapie helpen klachten te verminderen of het leven te verlengen (palliatief).
- Bestraling:
In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij pijn of uitzaaiingen kan bestraling helpen om klachten te verminderen of de groei van de tumor te remmen. Bestraling wordt soms samen met chemotherapie gegeven.
Palliatieve zorg
Als genezen niet meer mogelijk is, richt de behandeling zich op het verminderen van klachten en het verbeteren van de kwaliteit van leven. U kunt dan ondersteuning krijgen van een team gespecialiseerd in palliatieve zorg. Denk aan hulp bij pijn, jeuk, voeding of begeleiding bij het verwerken van het ziekteproces.
Opname en herstel
Hoe lang u in het ziekenhuis blijft, hangt af van de operatie en het herstel. U krijgt begeleiding van het artsenteam, verpleegkundigen, de diëtist en soms de fysiotherapeut. Na ontslag komt u terug op de polikliniek voor controle. De arts bespreekt de uitslagen en de verdere behandeling met u.
Let op: Deze informatie is bedoeld als algemene voorlichting. Uw arts bespreekt altijd uw persoonlijke situatie met u.
Uitleg vetgedrukte woorden
- Kwaadaardig: kanker; cellen delen ongecontroleerd, kunnen uitzaaien en omliggend weefsel aantasten.
- Galwegen: buizen in het lichaam die gal van de lever naar de darm brengen.
- Galblaas: klein orgaan dat gal opslaat; gal helpt bij het verteren van vet.
- Tumor: een gezwel of knobbel; kan goedaardig of kwaadaardig zijn.
- Geelzucht: het geel worden van de huid en het oogwit, door ophoping van gal in het bloed.
- Echo: onderzoek waarbij geluidsgolven worden gebruikt om naar organen in het lichaam te kijken.
- CT-scan: een onderzoek waarbij met röntgenfoto’s dwarsdoorsneden van het lichaam worden gemaakt.
- MRI-scan: onderzoek waarbij met een grote magneet en radiogolven beelden worden gemaakt van binnen het lichaam.
- PET-scan: een onderzoek waarmee de arts kan zien waar in het lichaam veel activiteit van cellen zit.
- ERCP: een kijkonderzoek waarbij de arts via een slangetje vanuit de mond de galwegen en alvleesklier bekijkt en eventueel behandelt.
- Biopt: klein stukje weefsel dat wordt weggehaald om te laten onderzoeken onder de microscoop.
- Stent: een dun buisje dat in de galwegen wordt geplaatst om deze open te houden zodat gal kan wegstromen.
- MDO: multidisciplinair overleg; een bespreking tussen meerdere artsen met verschillende specialisaties om samen het behandelplan te bepalen.
- Chemotherapie: medicijnen die kankercellen doden of de groei remmen, gegeven via infuus of tabletten.
- Bestraling: behandeling waarbij kankercellen met straling kleiner worden gemaakt of worden gedood.
- Adjuvant: aanvullende behandeling na een operatie, bijvoorbeeld chemotherapie, om terugkeer van de ziekte te voorkomen.
- Palliatieve zorg: zorg als genezen niet mogelijk is, met als doel klachten te verminderen en de kwaliteit van leven zo goed mogelijk te houden.