U vindt in deze tekst uitleg over verschillende goedaardige aandoeningen van de alvleesklier. U leest welke klachten u kunt krijgen, hoe we de diagnose stellen en welke behandelingen er zijn.

Vetgedrukte woorden worden uitgelegd onderaan deze tekst.

Wat zijn goedaardige alvleesklieraandoeningen?

Goedaardige alvleesklieraandoeningen zijn afwijkingen aan de alvleesklier die geen kanker zijn. De meest voorkomende zijn:

  • Acute alvleesklierontsteking, chronische alvleesklierontsteking of auto-immuun alvleesklierontsteking (allemaal vormen van pancreatitis)
  • Alvleeskliercysten, zoals een pancreascyste, IPMN of pseudocyste
  • Goedaardige tumoren van de alvleesklier, zoals een sereus cystadenoom of een solide pseudopapillaire tumor

Acute alvleesklierontsteking (pancreatitis)

Een acute alvleesklierontsteking begint plotseling. Dit kan komen door galstenen, veel alcohol drinken, een auto-immuunziekte of zonder duidelijke reden.

De meest voorkomende klachten zijn:

  • Hevige pijn in de bovenbuik, soms met uitstraling naar de rug
  • Misselijkheid en overgeven
  • Koorts
  • Soms geelzucht (gele huid of ogen)

De arts stelt de diagnose meestal met bloedonderzoek (verhoogde enzymen zoals amylase en lipase) en een echo, CT-scan of MRI.

De behandeling bestaat uit:

  • Rust en nuchter blijven (niet eten of drinken)
  • Vocht via een infuus
  • Pijnstilling
  • Bij problemen, zoals een infectie of verstopping door galstenen, kan een ERCP of andere ingreep nodig zijn

Als het ernstig is en er ontstaat afgestorven weefsel in of rond de alvleesklier, kan soms een operatie nodig zijn.
De arts kan dan een VARD-operatie doen. Hierbij wordt het afgestorven weefsel via een kleine snee onder begeleiding van een camera weggehaald en de holte schoongespoeld. Na de operatie blijft vaak een drain achter.

Chronische pancreatitis

Chronische alvleesklierontsteking is een langdurige ontsteking die steeds kan terugkomen. De alvleesklier raakt hierdoor blijvend beschadigd en er kan littekenweefsel ontstaan. Oorzaken zijn vaak roken, alcoholgebruik, of een auto-immuunziekte.

Klachten zijn meestal:

  • Aanhoudende of steeds terugkerende buikpijn
  • Problemen met de spijsvertering (vette poep, afvallen)
  • Soms suikerziekte

De diagnose wordt gesteld met bloedonderzoek, onderzoek van de poep en scans (CT, MRI of echo).

De behandeling bestaat uit:

  • Behandeling van pijn
  • Toevoegen van enzymen om het eten te verteren
  • Behandeling van suikerziekte (als dat ontstaat)
  • Soms is een operatie nodig bij ernstige klachten zoals een vernauwing of grote cyste

Cysten in de alvleesklier

Een cyste is een met vocht gevulde holte in de alvleesklier. Er zijn verschillende soorten:

  • Pseudocysten (ontstaan na een ontsteking)
  • Goedaardige cysten (serieuze cystadenomen)
  • Slijmcysten (mucineuze cysten, bijvoorbeeld IPMN)

De meeste cysten geven geen klachten. Soms merkt u pijn in de buik, een vol gevoel of misselijkheid.

De arts stelt de diagnose meestal met een echo, CT- of MRI-scan. Soms wordt er vocht uit de cyste gehaald voor onderzoek.

Behandeling:

  • Als er geen klachten zijn, is controle meestal voldoende.
  • Bij klachten of als de cyste kan veranderen in kanker, kan de arts kiezen voor het leegzuigen met een naald, of het verwijderen van de cyste of een deel van de alvleesklier met een operatie.
    • Whipple-operatie: verwijderen van de kop van de alvleesklier, een deel van de dunne darm, galweg en soms een stukje maag.
    • Distale pancreatectomie: verwijderen van de staart van de alvleesklier, meestal zonder de milt.
    • Enucleatie: alleen de cyste wordt weggehaald als deze klein en aan de buitenkant zit.

Na een alvleesklieroperatie blijft u meestal een aantal dagen in het ziekenhuis. Soms heeft u daarna extra enzymen of insuline nodig.

Goedaardige gezwellen van de alvleesklier

Naast cysten kunnen er goedaardige gezwellen (bijvoorbeeld serieuze cystadenomen of solide pseudopapillaire tumoren) voorkomen. Meestal merkt u hier niets van, ze worden vaak bij toeval ontdekt. Alleen als ze groeien of klachten geven, wordt een operatie overwogen.

Wat kunt u verwachten na de diagnose?

De arts bespreekt met u of behandeling nodig is of dat controle voldoende is. Vaak is alleen afwachten genoeg als u geen klachten heeft. Bij nieuwe klachten of veranderingen neemt u contact op met uw arts.

Uitleg vetgedrukte woorden

  1. Alvleesklier: orgaan in de buik dat helpt bij het verteren van eten en regelen van suiker in het bloed.
  2. Goedaardig: niet kwaadaardig, geen kanker.
  3. Kanker: een ziekte waarbij cellen zich ongecontroleerd delen en uitzaaien.
  4. Acute alvleesklierontsteking: een plotselinge, hevige ontsteking van de alvleesklier.
  5. Chronische alvleesklierontsteking: een langdurige of telkens terugkerende ontsteking van de alvleesklier.
  6. Auto-immuun alvleesklierontsteking: een ontsteking doordat het afweersysteem het eigen lichaam aanvalt.
  7. Pancreatitis: andere naam voor alvleesklierontsteking.
  8. Alvleeskliercyste/pancreascyste: een met vocht gevulde holte in de alvleesklier.
  9. IPMN: bepaald type cyste in de alvleesklier die slijm maakt en soms kwaadaardig wordt.
  10. Pseudocyste: een cyste die ontstaat na een ontsteking, gevuld met vocht.
  11. Serues cystadenoom: een goedaardige met vocht gevulde holte in de alvleesklier.
  12. Solide pseudopapillaire tumor: een zeldzame, meestal goedaardige tumor in de alvleesklier.

Let op: Deze informatie is bedoeld als algemene voorlichting. Uw arts bespreekt altijd uw persoonlijke situatie met u.