Uw behandelend arts heeft u een behandeling met lanreotide (Somatuline®) aangeraden. Lanreotide is de naam van de werkzame stof in de injectie. Dit is een behandeling door middel van een injectie in de spier. Hieronder volgt informatie over het doel van de behandeling en over de werking, de dosering en de mogelijke bijwerkingen van lanreotide.

Werking

Lanreotide lijkt op het lichaamseigen hormoon somatostatine dat een remmende werking heeft

op allerlei andere hormonen. Hormonen die nu juist bij NET teveel worden gemaakt.

Lanreotide bindt zich aan neuro-endocriene tumorcellen. Door deze binding wordt de productie van de hormonen verminderd, waardoor klachten als diarree en opvliegers zullen afnemen.

Toediening van lanreotide kan uw klachten van de overmatige hormoonproductie verminderen

en daarnaast heeft het een remmende werking op de groei van de tumoren en uitzaaiingen.

Dus ook als u geen klachten heeft van de overmatige hormoonproductie, kan lanreotide werken.

Toediening

Door middel van een injectie in de spier wordt het middel elke 4 weken met een dosering van 120mg toegediend. Het kan zijn dat de arts bij u een afwijkende dosis voorschrijft.

De toediening kunt u zelf aanleren, of laten uitvoeren door iemand in uw omgeving. Ook bestaat de mogelijkheid dit door een thuisservice te laten prikken, of uw huisarts kan hier een rol inspelen.

De verpleegkundig consulent kan u hierbij instrueren en spuitinstructies geven.

Bijwerkingen

Diarree

Diarree kan tijdelijk verergeren en neemt vaak binnen enkele weken na start van lanreotide af. U kunt tegen waterdunne diarree zo nodig loperamide gebruiken. Na de eerste lozing diarree start u met 2 tabletten van 2mg, vervolgens 1 tablet van 2mg bij elke lozing van diarree.

Het is belangrijk om tijdig te stoppen, aangezien u door de tabletten geobstipeerd kunt raken.

Maximaal mag u 8 tabletten per dag innemen.

Zorgt u ervoor dat u voldoende blijft drinken zolang u diarree heeft, 1,5 tot 2 liter per dag.

Indien de diarree blijft aanhouden ondanks gebruik van de loperamide neemt u dan contact op

met het ziekenhuis.

Misselijkheid en braken

Sommige patiënten krijgen klachten van misselijkheid, braken en of een verminderde eetlust. Zo

nodig kunt u hiervoor metoclopramide nemen.

Deze klachten treden meestal in het begin van de behandeling op en verdwijnen meestal na

een paar maanden als het lichaam gewend is aan de lanreotide.

Pijn, zwelling, roodheid en ontsteking van de injectieplaats

Dit kunt u voorkomen door steeds een andere injectieplaats te kiezen op buik of bovenbenen.

Diabetes

Lanreotide kan de afgifte van insuline verlagen, waardoor uw bloedsuiker te hoog wordt. U

merkt dit aan veel dorst krijgen en veel moeten plassen. Als u al bekend was met diabetes, dan

moet u uw bloedglucose vaker controleren.

Zelden ontstaat er juist een te lage bloedsuiker door gebruik van lanreotide. Dit geeft klachten

van duizeligheid, rilleringen, transpireren, verwardheid en kan leiden tot bewusteloosheid. Als

u al bekend met diabetes moet ook om deze reden uw bloedglucose vaker controleren en alert

zijn op tekenen van een te lage bloedsuiker.

Galstenen

Door het gebruik van lanreotide kunnen galstenen ontstaan. In de meeste gevallen merkt u hier

niets van en kunnen de galstenen in de galblaas blijven zitten. Als u echter plotse pijn in de

rechterbovenbuik krijgt met eventueel misselijkheid daarbij, dan kan dat wijzen op

galsteenlijden. Neemt u dan contact op met het ziekenhuis.

Overgevoeligheid / allergie

U merkt dit aan huiduitslag, galbulten en jeuk. Bij een ernstige overgevoeligheid kunt u ook last

krijgen van een opgezwollen gezicht, benauwdheid of flauwvallen. Als u denkt dat u een allergische reactie heeft op de lanreotide neem dan contact op met het ziekenhuis.

Veel gestelde vragen

Hoe weet ik of de behandeling effect heeft?

Effect op klachten: De meeste patiënten hebben vrij snel na start van de lanreotide een

duidelijke verlichting van hun klachten.

Effect op de tumorgroei wordt beoordeeld door uw behandelend arts aan de hand van

bloedonderzoek en/of een scan (CT of DOTATATE-PET-CT).

Een zogenaamde tumormerkstof, Chromogranine A, kan in uw bloed verhoogd zijn voor start

van de behandeling. Een daling hiervan tijdens de behandeling zal betekenen dat uw

behandeling een goed effect heeft. Soms zijn alleen bepaalde stoffen (5-HIAA’s) in de 24-uurs

urine verhoogd, dan kan dat worden gebruikt om de effectiviteit van de behandeling te

beoordelen.

Indien in uw bloed en/of urine de tumormerkstof niet verhoogd is bij start van de behandeling,

dan wordt er (ook) middels een scan beoordeeld wat het effect van de behandeling is op de

tumorgroei.

Meestal gebeuren deze onderzoeken in het begin na 3 maanden en daarna iedere 6-12

maanden tijdens de behandeling.

Hoe lang wordt de therapie gegeven?

De behandeling met lanreotide wordt in principe gecontinueerd totdat de kankercellen niet meer afgeremd kunnen worden door het medicijn en er groei optreedt van de kanker. Uw arts kan met u bespreken of er een andere behandeling mogelijk is voor u.

Had u echter klachten van de overmatige hormoonproductie voordat u startte met de behandeling, dan wordt de lanreotide niet gestopt, om de klachten te blijven onderdrukken. Een

eventuele andere behandeling om de tumorgroei af te remmen kan dan samen worden gegeven met de lanreotide.

Wat mag ik eten en drinken?

In principe mag u alles eten en drinken (zelfs met mate alcohol). Als gevolg van NET kunt u last

hebben van diarree, buikpijn, opgeblazen buik en misselijkheid. Er is geen algemeen dieet dat

wordt geadviseerd en dat bij iedereen zal werken. Het is even uitproberen welke voedingsmiddelen bij u klachten kunnen veroorzaken. Er zijn een aantal voedingsmiddelen en dranken waarvan bekend is dat ze meer diarree en opvliegers kunnen veroorzaken: sterk gekruid voedsel, Franse kaas, rode wijn. Soms kan het helpen om in plaats van drie grote maaltijden, de maaltijden te verdelen over de dag in bijvoorbeeld zes tot acht kleine porties.

Wat mag ik wel en niet doen?

U mag eigenlijk net zoals anders alles doen. Als u niet goed weet of iets wel mag/kan tijdens de behandeling, vraag dit dan aan uw behandelend arts in het ziekenhuis.

Neem contact op met het ziekenhuis bij:

  • Misselijkheid/braken waardoor meer dan 24 uur geen drinken binnen kunnen houden.
  • Ernstige diarree: meer dan 24 uur diarree ondanks loperamide.
  • Plots ontstane hevige pijn in de rechterbovenbuik met eventueel misselijkheid daarbij.
  • Klachten van een allergische reactie: huiduitslag, galbulten, jeuk, benauwdheid, gezwollen gelaat of flauwvallen.
  • Klachten van te hoge bloedsuiker: veel dorst en veel plassen.
  • Klachten van te lage bloedsuiker: duizeligheid, rillen, transpireren, verwardheid of flauwvallen.

Bereikbaarheid bij lichamelijke klachten

Levensbedreigende situatie: bel 112.

Bij vragen lichamelijke klachten 9.00-16.00: 020-444 05 22 (optie 1)

Bij vragen lichamelijke klachten buiten kantoortijden: 020-444 21 31

(Verpleegafdeling oncologie 3C)

Max den Holder

Verpleegkundig consulent neuro-endocriene tumoren 06-257 16 198

(maandag-dinsdag-vrijdag 8.30-15.30)

Email: net-amsterdam@amsterdamumc.nl