In deze folder vindt u informatie over subcutane immunotherapie. Aan de orde komen; wat is Immunotherapie?, wanneer wordt immunotherapie gegeven?, wat zijn mogelijke bijwerkingen, en hoe kunt u die voorkomen?

Wat is SCIT immunotherapie?

De arts heeft uw kind subcutane immunotherapie door middel van injecties aangeraden, ook wel SCIT genoemd. Bij deze behandeling wordt bij uw kind de stof waar uw kind allergisch voor is onder de huid ingespoten. Bijvoorbeeld als uw kind allergisch is voor graspollen, wordt bij uw kind een extract van graspollen ingespoten. Het wordt ook wel ook wel hyposensibilisatie of allergievaccinatie genoemd. Het doel van deze behandeling is uw kind minder gevoelig te maken voor deze stof. Uw kind komt in aanmerking voor SCIT als het niet lukt met medicatie en het vermijden van de stof waar uw kind allergische voor, is de allergische klachten te onderdrukken. Voor deze behandeling moet u met uw kind regelmatig naar het ziekenhuis komen voor de injecties. Eerst komt u wekelijks en daarna maandelijks, gedurende 3 tot 5 jaar.

Wanneer SCIT?

Immunotherapie wordt gegeven voor allergische klachten van huisstofmijt, graspollen en boompollen, maar ook voor ernstige klachten na een steek van een wesp, bij of hommel. Veelal blijft naast de injectiekuur aanvullende behandeling met geneesmiddelen nodig, hoewel minder dan voor de injectiekuur.

Hoe gaat SCIT in zijn werk?

Er bestaan nationale en internationale richtlijnen voor de uitvoering van de injectiekuur. Deze zorgen ervoor dat de behandeling zo veilig mogelijk verloopt. Aan ouders wordt gevraagd om toestemming te verlenen aan deze behandeling. Dit gebeurt in het kader van de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). De getekende verklaring vormt een soort contract met de arts waarbij wordt aangegeven dat de patiënt en ouders zijn ingelicht over deze behandeling en vormt ook een verklaring dat de patiënt en de arts zich zullen houden aan de richtlijnen en spelregels voor een dergelijke behandeling. Voor de patiënt is het daarbij vooral belangrijk om na de prik een half uur te wachten in het ziekenhuis (zie onderstaande tekst over bijwerkingen).

De injectiekuur wordt altijd gestart in een relatief klachtenvrije periode, bijvoorbeeld voor hooikoortspatiënten ruim voor het begin van het hooikoortsseizoen.

De injectiekuur bestaat uit 2 fasen:

  • de instelfase
  • de onderhoudsfase

Bij de instelfase worden er elke week 1 of meerdere onderhuidse injecties toegediend afhankelijk van het aantal te behandelen allergieën. De hoeveelheid wordt in de instelfase wekelijks opgehoogd totdat na een aantal maanden een bepaald maximum wordt bereikt.

Daarna gaat de behandeling over in een onderhoudsfase waarbij iedere maand gedurende 3 tot 5 jaar de injecties worden toegediend.

Wat zijn de risico's van SCIT?

Immunotherapie is - mits het wordt uitgevoerd door geschoold medisch personeel – een goede en veilige therapie. Er kunnen echter net als bij andere medicatie, als antibiotica en pijnstillers wel bijwerkingen optreden. Deze bijwerkingen verdelen we onder in: lokaal en systemisch. Hieronder leggen we uit wat dat is.

Locale bijwerkingen zijn zwelling en jeuk op de plaats van de prik. Dit kan direct na de injectie optreden of een aantal uren later. Als het direct optreedt, zal degene die de injectie geeft er gelijk wat zalf opsmeren. Mogelijk krijgt uw kind ook een tabletje tegen de klachten. Als de zwelling pas na een aantal uren optreedt, kunt u zelf een paar dingen doen om de klachten bij uw kind te verminderen, zoals koelen van de zwelling door middel van een ijspakking. Als de klachten heel hevig zijn, kunt u uw kind een ontstekingsremmende pijnstiller geven. Meld op de volgende afspraak dat uw kind na een aantal uur een zwelling had, dan kan direct na de injectie zalf gesmeerd worden. Ook het innemen van een antiallergietablet ten minste 1 uur voor de injectie heeft vaak een goed effect.

Niet lokale bijwerkingen, algemene allergische reacties, komen sporadisch voor en treden vrijwel altijd op binnen 30 minuten na de injectie. Heel zelden krijgt iemand na 30 minuten nog systemische klachten. Onder een systemische reactie verstaan we klachten die optreden op een andere plaats dan de plaats van injectie.

De klachten die kunnen wijzen op een systemische reactie zijn:

  • jeuk over het gehele lichaam
  • galbulten
  • roodheid van de huid
  • dik gevoel in de keel en moeite met slikken
  • misselijkheid
  • duizeligheid
  • niet lekker worden
  • benauwdheid

Als uw kind één van deze klachten krijgt of zich om een andere reden niet lekker voelt na de

injectie moet u direct de arts of verpleegkundige waarschuwen!

Omdat deze klachten acute behandeling vereisen, vragen we de patiënt altijd 30 minuten

te wachten na de injectie en af te melden bij vertrek.

Waardoor ontstaan systemische bijwerkingen?

Het optreden van een systemische bijwerking kan vele oorzaken hebben. De meest bekende

oorzaken zijn:

  • Uw kind is net ziek geweest (griep, verkouden, andere infecties).
  • Uw kind is om een andere reden niet in goede conditie.
  • Uw kind heeft veel klachten van de allergie.
  • Er zijn veel pollen in de lucht.
  • Uw kind wordt geprikt met insektengif en is recent gestoken door het desbetreffend insect.
  • Er is een fout gemaakt met de dosering van de injectie.

Het kan echter ook dat uw kind een reactie krijgt zonder dat duidelijk is waarom.

Wat kunt u doen om een reactie bij uw kind te voorkomen?

Er zijn veel factoren die meespelen bij het ontstaan van een systemische reactie en aan niet

alle factoren kunt u iets doen. Zoals eerder gezegd weet de arts soms ook niet waarom een

reactie ontstaan is. U kunt wel een aantal dingen doen om het prikken zo veilig mogelijk te

maken:

  • Geef uw kind de medicijnen volgens voorschrift. Stop niet zomaar met de voorgeschreven medicijnen, maar alleen in overleg met de behandelend arts (en) van uw kind. Als uw kind met de medicatie stopt, bestaat de kans dat de klachten verergeren en wordt de kans op een reactie groter.
  • Als uw kind medicijnen krijgt van een andere arts, meldt u dit aan de verpleegkundige ofde arts. Niet alle medicijnen zijn toegestaan bij immunotherapie.
  • Als uw kind op de dag van de injectie ziek is (bijvoorbeeld verkouden, griep, koorts), kan de prik niet doorgaan. Wij verzoeken in dat geval de afspraak af te zeggen.
  • Als uw kind net ziek is geweest, vertel dat dan aan degene die uw kind gaat prikken. Hij of zij kan dan beoordelen of het verstandig is om de injectie te geven, of dat misschien de dosis van de prik aangepast moet worden, of dat uw kind even langs de arts moet.
  • Als uw kind veel klachten heeft van de allergie, vertel dat dan aan degene die uw kind prikt. Hij of zij kan dan beoordelen of het verstandig is om de prik te geven.

Immunotherapie en andere vaccinaties

Tussen de immunotherapie (de laatste injectie) en andere vaccinaties (bijvoorbeeld BMR of

reisvaccinaties) moet altijd minstens 1 week zitten.

Vragen?

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stelt u de ze gerust via ons email adres:

allergiekinderen@amsterdamumc.nl