U heeft met uw uroloog gesproken over het plaatsen van een sfincterprothese voor het verminderen van urineverlies. Dit medische hulpmiddel bootst de blaassluitspier na. In deze folder leest u over hoe u over de sfincterprothese, de operatie en de nazorg.

Wanneer een sfincterprothese

Een sfincterprothese wordt geplaatst als sprake is van ongewild urineverlies bij momenten dat de druk op de blaas verhoogd wordt, zoals bij hoesten ,niezen, lachen enzovoort. Dit wordt ook wel stress-urine-incontinentie genoemd. De sfincter prothese blijkt effectief te zijn voor alle hoeveelheden urineverlies, maar wordt voornamelijk geplaatst bij urineverlies van 250 ml per dag of meer.

Bij urineverlies minder dan 250 ml wordt meestal gekozen het plaatsen van een bandje om de plasbuis, de male sling.

De sfincterprothese

Een sfincterprothese is een medisch hulpmiddel dat de blaassluitspier nabootst. Deze wordt door de uroloog in het lichaam geplaatst middels een operatie. Amsterdam UMC biedt 2 types aan. De uroloog bepaalt samen met u welke van de 2 het beste bij u past. Hieronder leest u meer.

De AMS 800 bestaat uit 3 onderdelen

  • Een manchet houdt de plasbuis net onder de blaas dicht.
    Deze gaat pas open als er een knop wordt ingedrukt.
  • De knop bevindt zich in de balzak.
  • Een ballon naast de blaas dient als reservoir, daarin
    wordt de manchet geleegd als deze moet openen om
    te kunnen plassen.

De ZSI 375 bestaat uit 2 onderdelen

  • Een manchet houdt de plasbuis net onder de blaas dicht.
    Deze gaat pas open als er een knop wordt ingedrukt.
  • De knop bevindt zich in de balzak.

De operatie

AMS 800

Het plaatsen van de sfincterprothese gebeurt onder algehele narcose of met een ruggeprik en duurt ongeveer 1,5 uur. De uroloog maakt een sneetje in de onderbuik voor het plaatsen van de ballon. Een tweede snee wordt gemaakt tussen de balzak en de anus voor het plaatsen van de manchet om de plasbuis. U kunt normaliter dezelfde dag weer naar huis. U krijgt een blaaskatheter die de volgende dag kan worden verwijderd op de polikliniek of bij de huisarts.

De wonden worden gesloten met hechtingen die zelf oplossen.

ZSI 375

Het plaatsen van de sfincterprothese gebeurt onder algehele narcose of met een ruggeprik en duurt ongeveer 1,5 uur. De uroloog maakt een sneetje naast de balzak links voor het plaatsen van de pomp in de balzak. Een tweede snee wordt gemaakt tussen de balzak en de anus, voor het plaatsen van de manchet om de plasbuis. U kunt normaliter dezelfde dag weer naar huis. U krijgt een blaaskatheter die de volgende dag kan worden verwijderd op de polikliniek of bij de huisarts. De wonden worden gesloten met hechtingen die zelf oplossen.

Na de operatie

Normale klachten na de operatie zijn: pijn, zwelling en een blauwe plek. U mag paracetamol innemen tegen de pijn. De zwelling kunt u meerdere dagen per dag 10 minuten koelen. Let daarbij op dat de wond niet week wordt. De blauwe plek zal langzaam door het lichaam worden opgeruimd. Vertrouwt u het niet, neem dan contact op met de polikliniek Urologie voor advies.

Na de operatie heeft het lichaam 6 weken rust nodig voordat de prothese kan worden gebruikt.

We adviseren daarom om 6 weken lang deze dingen niet te doen

  • zwemmen, in bad of naar de sauna 2 - 3 weken niet
  • sporten
  • zwaar tillen (>5kg)
  • fietsen
  • seksueel actief zijn.

De eerste 2 weken is het belangrijk dat u 2x per dag 5 minuten lang het pompje naar beneden trekt in het scrotum. Dit voorkomt dat het pompje te hoog in de lies komt te liggen en het pompje moeilijker te bedienen is.

LET OP: tijdens de operatie wordt de prothese gedeactiveerd. Dit betekent dat de prothese de eerste 6 weken nog niet werkt en er dus nog sprake is van urineverlies.

Risico’s

Elke operatie heeft risico’s. Voor het plaatsen van de sfincterprothese zijn dat

  • Een kleine kans op infectie. Mocht er sprake zijn van infectie, dan zal de arts u antibiotica voorschrijven. Als dit niet helpt, kan het zijn dat de sfincterprothese verwijderd moet worden. Na ongeveer 3 maanden kan de operatie opnieuw plaatsvinden.
  • Een kleine kans dat de plasbuis beschadigd wordt. Mocht dit het geval zijn, houdt u de verblijskatheter langer om de plasbuis te laten helen of wordt de operatie uitgesteld omdat er een verhoogd risico is op infectie van de prothese.

Gebruik van de prothese

Zes weken na de operatie wordt de sfincterprothese geactiveerd. Dit wordt gedaan op de polikliniek Urologie. U leert dan hoe u de prothese zelf kan gebruiken.

Ook kunt u op internet instructiefilmpjes vinden

Informatie en contact

Als u zich ongerust maakt of vragen heeft over diagnose, onderzoek of behandeling, kunt u het beste contact opnemen met uw zorgverlener door hem of haar een bericht te sturen via uw Mijndossier-omgeving.

Voor vragen zonder spoed kunt u telefonisch contact opnemen tijdens het verpleegkundig spreekuur van de afdeling Urologie via (020) 444 11 03. Het verpleegkundig spreekuur is op werkdagen, 8.30 - 9.30 uur en 13.00 – 14.00 uur.

Voor spoedeisende zaken kunt u het ziekenhuis bereiken

  • binnen kantooruren: bel de poli Urologie via (020) 444 11 03 en kies voor de spoedlijn
  • buiten kantooruren: bel het algemene nummer van het ziekenhuis (020) 444 44 44 en vraag naar de dienstdoende uroloog.

Daarnaast kunt u terecht op de webpagina van Urologie

  • https://www.amsterdamumc.nl/nl/urologie/home

Tot slot

Amsterdam UMC is een universitair medisch centrum waar medisch specialisten worden opgeleid. Zij doen zelfstandig spreekuren en assisteren bij operaties. Hierdoor kan het voorkomen dat u een afspraak heeft bij uw uroloog en een andere dokter aantreft. Dit is een assistent in opleiding tot specialist (AIOS). Hij of zij werkt zelfstandig, maar altijd onder verantwoordelijkheid van uw uroloog. Als u liever uw eigen uroloog spreekt, kunt u dit aangeven als u een afspraak maakt. Wij proberen met uw wens rekening te houden.

Deze folder bevat algemene informatie. Het is bedoeld als extra informatie naast het gesprek met uw behandelend arts.