In deze tekst leest u meer over het röntgenonderzoek van de blaas. U leest hier wat het onderzoek inhoudt, hoe het gaat en wat u kunt verwachten.

  • Vetgedrukte woorden worden uitgelegd onderaan deze tekst.

Wat is het röntgenonderzoek van de blaas?

We maken bij dit onderzoek foto's van uw blaas. Uw botten zijn op deze foto's direct zichtbaar. Maar uw urinewegen zijn zonder hulp niet zichtbaar. Daarom krijgt u contrastvloeistof in uw blaas. Door de contrastvloeistof is uw blaas goed zichtbaar op de foto's.

Hoe bereidt u zich voor?

U hoeft zich niet voor te bereiden op dit onderzoek. Wel neemt u uw patiëntenpas van Amsterdam UMC mee.

Bent u overgevoelig voor contrastmiddel?

Als u overgevoelig bent voor contrastvloeistof moet u dit melden aan uw behandelend arts. Er kunnen dan eventueel voorzorgsmaatregelen genomen worden tegen het optreden van een allergische reactie.

Bent u zwanger?

Als u zwanger bent of daar een vermoeden van heeft, neem dan contact op met uw behandelend arts en meld dit ook voorafgaand aan het onderzoek bij de afdeling Radiologie en Nucleaire Geneeskunde.

Hoe gaat het onderzoek?

Een radiodiagnostisch laborant haalt u uit de wachtkamer. Deze laborant vertelt u wat er gaat gebeuren. Daarna gebeurt het volgende.

  • U gaat op de röntgentafel liggen.
  • De laborant sluit de contrastvloeistof aan op de katheter in uw blaas.
  • De radioloog laat de contrastvloeistof in uw blaas lopen.
  • U geeft het duidelijk door als u bijna moet plassen.
  • De radioloog stopt dan met de contrastvloeistof.
  • De laborant maakt foto's van uw blaas.
  • U draait hiervoor een beetje naar links en rechts.

Na de foto's

Hierna laat de laborant de contrastvloeistof uit uw blaas lopen. Daarna sluit de laborant de zak voor uw plas weer aan op de katheter. Nu is het onderzoek klaar. Het hele onderzoek duurt ongeveer 15 tot 20 minuten.

Wat gebeurt er na het onderzoek?

Waar krijgt u de uitslag? De radioloog bekijkt na het onderzoek alle foto's. De radioloog schrijft hierover een verslag. U krijgt de uitslag bij de arts die dit onderzoek aanvroeg. U maakt hiervoor zelf een afspraak met deze arts.

De katheter eruit

Soms gaat de katheter na het onderzoek eruit. Maar wij doen dit niet. Uw behandelend arts of de verpleegkundige haalt de katheter eruit.

Afspraak afzeggen

Kunt u niet komen? Bel dan met de afdeling Radiologie en Nucleaire Geneeskunde. U vindt het telefoonnummer bij Contactgegevens onderaan deze tekst.

Contactgegevens

Wij hopen dat u voldoende geïnformeerd bent over het onderzoek. Heeft u nog vragen en/of opmerkingen, dan kunt u contact opnemen met afdeling Radiologie en Nucleaire Geneeskunde

  • telefoonnummer 020 444 42 00
    bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 08.30 - 16.30 uur

Uitleg vetgedrukte woorden

  1. Urinewegen - de organen en buisjes waar uw plas doorheen loopt. Dit zijn de nieren, de blaas en de plasbuis.
  2. Contrastvloeistof - een vloeistof voor het maken van foto's. Een ander woord hiervoor is contrastmiddel. Door deze vloeistof is uw blaas goed zichtbaar op de foto's.
  3. Jodium - een stof in de contrastvloeistof. Sommige mensen zijn overgevoelig voor deze stof.
  4. Overgevoelig - u reageert erg sterk op een stof. U bent dan allergisch voor deze stof.
  5. Nierfunctie - hoe goed uw nieren werken.
  6. Radiodiagnostisch laborant - een medewerker van de afdeling Radiologie en Nucleaire Geneeskunde. Deze medewerker maakt röntgenfoto's en helpt u tijdens het onderzoek.
  7. Katheter - een dun buisje in uw blaas. Via dit buisje kan uw plas uit uw blaas lopen.
  8. Radioloog - een arts die veel weet van röntgenfoto's. Deze arts bekijkt de foto's en schrijft er een verslag over.