U komt naar de afdeling Radiotherapie omdat bij u een hersentumor is vastgesteld. Bestraling is een onderdeel van uw behandeling. In deze folder krijgt u meer informatie over bestraling bij een hersentumor. 
Een hersentumor is een tumor die uitgaat van het hersenweefsel. Er zijn veel verschillende soorten hersentumoren. Uw zorgverlener bespreekt met u welke soort hersentumor u heeft.
Wat is het doel van bestralen?
Het doel van de bestraling verschilt per persoon:
- Bestraling kan gericht zijn op het verminderen van klachten of het behoud van de conditie zoals deze nu is.
- Bestraling kan gericht zijn op het remmen van de groei van de tumor.
Soms is een operatie voorafgegaan aan de bestraling. Het kan ook zo zijn dat bestraling wordt gecombineerd met chemotherapie. Over de chemotherapie en de bijwerkingen krijgt u informatie van uw internist-oncoloog.
Welk gebied wordt bestraald?
Het gebied dat bestraald wordt noemen we het doelgebied. Uw zorgverlener bepaalt het gebied van de bestraling met de gegevens van een MRI-scan en een CT-scan.
Wat zijn de voorbereidingen op de bestraling?
Moulage
Om de bestraling heel precies te kunnen uitvoeren, maken we een masker op maat. Dit zorgt ervoor dat uw hoofd elke bestraling in dezelfde positie ligt en tijdens de bestraling niet kan bewegen. Om het masker te maken ligt u op uw rug op een tafel. Het masker is gemaakt van kunststof. De kunststof wordt verwarmd in een bak warm water, zodat het soepel wordt. Dan wordt het materiaal op uw hoofd gelegd en zo om u heen gevormd. Bij het afkoelen houdt het dezelfde vorm als uw hoofd. Het masker wordt tijdens de bestraling aan de tafel vastgeklikt.
Er zijn verschillende soorten maskers. Welk masker gemaakt wordt hangt af van wat we bij u gaan bestralen. Dit zullen we u vooraf vertellen. Het masker kan ook over de schouders heen gaan. U kunt altijd door het masker heen ademen!


Verschillende maskers
Er wordt een CT-scan gemaakt om de plaats van de tumor en de omliggende organen in beeld te brengen. Met deze CT-scan zal het bestralingsplan worden gemaakt.
De CT-scan wordt gemaakt in dezelfde houding als bij de bestralingen. U ligt op uw rug. Het masker zal worden opgezet. Er zullen lijnen op het masker worden getekend. Die lijnen worden gebruikt om u op het bestralingstoestel in de juiste houding neer te leggen.

MRI-scan
Voor het maken van het bestralingsplan is een MRI-scan van de hersenen nodig, die pasgeleden is gemaakt.
Hoe gaat de bestraling?
Het bestralingstoestel richt een bundel röntgenstralen van hoge energie van verschillende kanten op het gebied dat bestraald moet worden. Radiotherapeutisch laboranten voeren de bestralingen uit. De bestralingen vinden plaats op werkdagen. Uw zorgverlener vertelt u hoeveel bestralingen u krijgt.
Nadat u zich bij de balie heeft gemeld kunt u in de wachtkamer gaan zitten. Als u aan de beurt bent vragen wij u plaats te nemen in een kleedkamer. Tijdens de bestraling leggen de radiotherapeutisch laboranten u op het bestralingstoestel in dezelfde houding als tijdens de CT-scan en het masker wordt opgezet. Als eerste wordt er een controle scan gemaakt. Het bestralingsapparaat zal om u heen draaien. De radiotherapeutisch laboranten beoordelen de scan en verplaatsen zo nodig de tafel waarop u ligt. Als u goed ligt wordt er met de bestraling gestart. Van de bestraling zelf voelt u niets.
In totaal duurt de behandeling meestal 15 minuten, waarvan de bestraling zelf maar een paar minuten duurt.
Tijdens of na afloop de bestralingsperiode heeft u meestal afspraken met uw zorgverlener om te kijken of er bijwerkingen zijn en eventuele vragen te bespreken. 

Bestralingstoestellen
Welke bijwerkingen zijn er?
Bijwerkingen die tijdens en kort na de bestraling kunnen optreden (acute bijwerkingen):
Vermoeidheid
Vermoeidheid komt voor tijdens en na de behandeling. Het bestralen zelf kost energie, maar ook het heen en weer reizen. Ook de diagnose met bijbehorende spanningen levert vermoeidheid op. Voldoende beweging kan helpen klachten van vermoeidheid te verminderen.
Hoofdpijn en misselijkheid
Door de toegenomen druk in het hoofd kunt u hoofdpijn krijgen en misselijk worden. Tegen deze klachten zijn goede medicijnen beschikbaar. Het gebruik van deze medicijnen bouwt u na de bestraling weer af.
Haaruitval
U kunt op het behaarde deel van uw hoofd plaatselijk haaruitval krijgen. Dit is afhankelijk van de plaats van de tumor in het hoofd. Dit treedt ongeveer 3 weken na de bestraling op. Het haar groeit meestal in de maanden daarna weer langzaam aan. Als u wilt kunt u een haarstuk of pruik laten maken. De meeste verzekeraars vergoeden (een deel van) deze kosten.
Bijwerkingen die later kunnen optreden:
De bestraling kan bijwerkingen geven die langer aanhouden of pas maanden tot jaren later optreden. Na de bestraling van een hersentumor zijn de late bijwerkingen erg afhankelijk van de plaats waar de tumor zit. Uw behandelend arts zal deze bijwerkingen met u bespreken.
Vermoeidheid en moeite met het denken
Vermoeidheid en moeite met het denken komen veel voor bij patiënten met een hersentumor. Deze klachten worden veroorzaakt door de tumor zelf, door een eventuele operatie, door de medicijnen/chemotherapie of door de bestraling.
Wat gebeurt er na de radiotherapie?
Controleafspraken
Meestal krijgt u een telefonische of fysieke afspraak na afloop van de behandeling. Deze afspraak is bedoeld om te controleren of de acute bijwerkingen verminderd zijn en om eventuele vragen te beantwoorden.
Heeft u nog vragen?
Vragen over uw behandeling kunt u altijd stellen aan uw zorgverlener.
Wilt u meer informatie?
Meer informatie vindt u op de volgende websites:
- www.hersentumorvereniging.nl
- www.kanker.nl
- www.ipso.nl Bij de IPSO inloophuizen kan iedereen die met kanker is geconfronteerd terecht voor een luisterend oor, lotgenotencontact en activiteiten
- Bron afbeeldingen: Amsterdam UMC