Deze folder is een aanvulling op de mondelinge informatie die u krijgt van de verpleegkundige of arts over uw familielid of naaste. In deze folder vindt u meer informatie over beademing.Om de folder makkelijk te kunnen lezen spreken we in de folder voortaan over uw ‘familielid’, maar dan kan het ook gaan om uw naaste.

Wat is beademing?

Beademing is het ondersteunen of tijdelijk overnemen van de ademhaling met een beademingsmachine. Dit is nodig vanwege een ziekte of na een operatie.

Uw familielid is met slangen en een buisje verbonden met de beademingsmachine. Dat buisje kan door de mond ingebracht zijn. We spreken dan van een tube (spreek uit als

’tjoep’). Maar de tube kan ook via de hals/keel worden ingebracht. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer uw familielid een langere tijd beademd moet worden. Dan spreken we over een

‘tracheacanule’.

In de twee tekeningen hieronder ziet u de ligging van de tube en de tracheacanule:


Welke vorm van beademing uw familielid nodig heeft, is afhankelijk van de situatie. Wij, de artsen en verpleegkundigen, stellen de beademingsmachine in en bij voor het gewenste resultaat. De beademingsmachine bewaakt ook de ademhaling. Daarvoor stellen wij alarm-grenzen in op het apparaat. Deze alarmen gaan af wanneer de grenzen van de alarmen zijn bereikt. Dit kan verschillende oorzaken hebben waar de verpleegkundigen en/of artsen dan naar zullen kijken.

Zowel de tube als de beademing zelf kunnen erg vervelend zijn voor uw familielid. Het kan daarom zijn dat de arts besluit om uw familielid wat slaapmedicatie of pijnmedicatie te geven. Hierdoor kan het zijn dat het contact met uw familielid moeilijker gaat. U zult merken dat de verpleegkundige altijd tegen uw familielid blijft praten en het is goed als u dat ook doet.

Communicatie met uw familielid, hoe gaat dat?

De tube zit tussen de stembanden geschoven. Tijdens de beademing is het ballonnetje, aan het uiteinde van de tube, opgeblazen. De in- en uitademing gaan nu via de tube.

Nadeel hiervan is dat uw familielid niet kan praten. Dit bemoeilijkt de communicatie voor uw familielid.

Wat u kunt doen om met uw familielid te communiceren:

  • Gesloten vragen stellen, waarbij uw familielid alleen hoeft “ja te knikken” of “nee te schudden”.
  • U kunt uw familielid antwoorden laten schrijven op papier.
  • U kunt uw familielid gebruik laten maken van een letterkaart. De verpleegkundige kan u hierbij helpen.
  • Soms lukt het met liplezen.
  • Eventueel kunt u gebruik maken van een tablet.

Hoe gaat de verzorging van de tube en luchtwegen?

Vanwege de tube en de eventuele slaapmedicatie kan uw familielid slijm en speeksel niet ophoesten en wegslikken. De verpleegkundige haalt daarom regelmatig slijm weg uit de mond, keelholte en longen. Dit kan er onprettig uitzien, de verpleegkundige zal u daarom vragen even op de gang te wachten.

De tube zit vastgeplakt met tape of met een touwtje om het hoofd van uw familielid geknoopt. Dit is om de tube op zijn plek te houden. Het is belangrijk dat de tube op de juiste diepte blijft zitten en niet verschuift. Het kan anders problemen geven om uw familielid te beademen. Het kan nodig zijn om de handen van uw familielid vast te maken, als hij/zij de neiging heeft om aan de tube te zitten. Wij noemen dit ‘fixeren van de handen’.

Zowel de tape als het touwtje zullen regelmatig vervangen worden. Ook zal de tube verplaatst worden van de ene mondhoek naar de andere. Dit is om drukplekken in en aan de mond te voorkomen.

Hoe wordt voeding gegeven?

Wanneer een patiënt een tube heeft, is normaal eten en drinken niet mogelijk. Uw familielid zal daarom sondevoeding krijgen via een maagsonde. De maagsonde is een slangetje dat via de neus of mond ingebracht is tot in de maag. De sondevoeding loopt hier door en komt zo rechtstreeks in de maag. De sondevoeding bevat alle benodigde voedingsstoffen in de juiste verhoudingen. In enkele gevallen is toediening van sondevoeding niet mogelijk. Dan kan het zijn dat uw familielid voeding via de bloedbaan krijgt. De verpleegkundige en/of arts kan u hier uitleg over geven.

Hoe kunt u afleiding bieden aan uw familielid?

Als uw familielid wakker is, is het goed om afleiding te bieden. Door de afleiding kan uw familielid even met iets anders bezig zijn dan alleen met het ziek zijn of het verblijf op de Intensive Care.

U kunt op de volgende manieren afleiding bieden:

  • U kunt tegen uw familielid praten over “gewone” dagelijkse dingen.
  • U kunt favoriete muziek meebrengen bijvoorbeeld op een smartphone.
  • U kunt foto’s van familieleden, geliefden of huisdieren meenemen en ophangen.
  • U kunt persoonlijke spulletjes meenemen, zoals eigen verzorgingsspullen.
  • U kunt uw familielid voorlezen of een luisterboek laten horen.

Op de Intensive Care heeft uw familielid de mogelijkheid om televisie te kijken.

Hoe wordt de beademing afgebouwd?

Wanneer de toestand van uw familielid verbetert, moet hij/zij weer zelfstandig gaan ademen. De ademhalingsondersteuning van de machine wordt steeds verder teruggedraaid. Dit proces noemen we ‘ontwennen van de beademing’. Hoe lang dit proces duurt, verschilt per patiënt. Uiteindelijk zal de tube verwijderd worden, als het niet meer nodig is om uw familielid te beademen. Dit noemen wij “detuberen”.

Uw familielid kan de eerste tijd wat hees zijn en last hebben met slikken, dit komt door irritatie van de stembanden en keel door de tube.

Soms komt het voor dat een patiënt toch nog niet zonder ondersteuning van de beademingsmachine kan, ook al leek dit eerst wel zo. Dit kan verschillende oorzaken hebben. De artsen en verpleegkundigen kunnen dit aan u uitleggen als dat bij uw familielid het geval is. Het is dan nodig om uw familielid opnieuw een tube te geven om hem/haar weer te kunnen beademen.

Wilt u meer informatie of heeft u vragen?

De artsen en verpleegkundigen overleggen dagelijks met elkaar over de voortgang van de behandeling. U kunt met vragen of opmerkingen over de verzorging en de behandeling van uw familielid altijd terecht bij de verpleegkundigen en artsen van de afdeling Intensive Care Volwassenen.

Om de privacy van uw familielid te waarborgen wordt alleen informatie gegeven aan de contactpersonen.