Voor uw behandeling is het nodig dat we uw stamcellen oogsten. U krijgt medicijnen om te zorgen dat uw stamcellen in uw bloed komen. Dit heet stamcelmobilisatie.

U heeft voor de stamcelmobilisatie al Neupogen® toegediend. Uw arts heeft besloten dat u ook Plerixafor nodig heeft. Plerixafor zorgt ervoor dat stamcellen die normaal in het beenmerg zitten makkelijker loslaten uit het beenmerg en daardoor eenvoudiger vanuit het beenmerg in het bloed terecht komen. De stamcellen kunnen vervolgens de volgende dag geoogst worden op de leukaferese-afdeling.

U kunt zelf de Plerixafor onder de huid injecteren als u al gewend bent om zelf de Neupogen® te injecteren. De werkwijze is vrijwel gelijk en wordt hieronder toegelicht.

Wilt u de injectie niet thuis toedienen? Dan kunnen wij dit in het ziekenhuis doen. Bespreek dit

met de verpleegkundige. U moet dan om 21.30 uur in het ziekenhuis zijn. Een uur na de injectie mag u weer naar huis. Het is niet mogelijk om u op te nemen in het ziekenhuis voor deze injectie. U kunt eventueel wel gebruik maken van het gastenverblijf.

Meer informatie over Plerixafor-toediening in het ziekenhuis leest u in de folder

Plerixafor – praktische informatie

U krijgt 1 injectiespuit Plerixafor mee naar huis. Het Plerixafor-spuitje hoeft u niet gekoeld te bewaren. In het spuitje zit al de juiste dosering Plerixafor.

Injecteer uzelf rond 22.00 uur.

Vanwege mogelijke bijwerkingen mag u het eerste uur na de injectie niet alleen thuis zijn. Zorg dat er dus - tot minstens 23.00 uur - iemand bij u thuis is, die bij u kan zijn voor het geval u bijwerkingen krijgt. Zie verderop in dit document.

Resultaat

Na deze behandeling gaan we stamcellen verzamelen uit uw bloed. Dit doen we de ochtend na de injectie. We nemen eerst wat bloed af, om te bepalen of er voldoende stamcellen in de bloedbaan aanwezig zijn. Echter starten we wel direct met de afname van stamcellen.

Benodigdheden

Zet de volgende spullen klaar als u gaat spuiten

  • naaldencontainer (deze heeft u al voor de Neupogen® gekregen).
  • injectiespuit met Plerixafor met afsluitdopje
    het spuitje bevat de juiste dosering voor 1 injectie.
  • subcutaan naaldje (deze bevat eventueel een beschermkapje).
  • deppertje/tissue voor eventueel wegvegen van druppeltje bloed of vocht.

Afbeeldingen: Amsterdam UMC

Werkwijze

  1. Was uw handen.
  2. Draai het afsluitdopje van de injectiespuit.
  3. Haal de subcutane naald uit de verpakking en draai deze op de injectiespuit.
    Draai de naald een kwartslag, zodat hij goed vast zit.
  4. Klap eventueel het beschermkapje naar achter.

Afbeeldingen: Amsterdam UMC

  1. Haal de plastic, doorzichtige huls van de naald.
  2. Injecteer de naald (zoals u gewend bent van de Neupogen®).
  3. Spuit de vloeistof rustig en gelijkmatig in.
    De injectiespuit moet helemaal leeg.
  4. Verwijder de naald uit de huid.
  5. Klap het beschermkapje dicht over de naald.
  6. Gooi de injectiespuit met de naald in de naaldcontainer.
  7. Was uw handen ter afsluiting.

Bijwerkingen

  • Zeer vaak (1 op 10)
    • diarree
    • misselijkheid
    • roodheid/irritatie op de injectieplaats.
  • Vaak (1 op 100)
    • hoofdpijn
    • duizeligheid
    • slaapproblemen
    • last van winderigheid
    • harde ontlasting
    • maagproblemen
    • droge mond
    • zweten
    • gewrichts-, spier- en botpijnen.
  • Soms (1 op 1000)
    • kortademigheid
    • abnormale dromen, nachtmerries
    • allergische reactie, zoals een huiduitslag
    • zwelling rond de ogen
    • ernstige allergische reacties (met inbegrip van anafylactische shock).

Wanneer contact opnemen?

Wordt u acuut niet lekker, heel duizelig of benauwd? Bel dan

  • het alarmnummer 112

Maakt u zich zorgen over eventueel andere bijwerkingen?

Neem dan contact op met afdeling 9B, Hematologie van Amsterdam UMC

  • telefoonnummers 020 – 444 42290
    020 – 444 21 90