In deze tekst vindt u informatie over de CT-geleide longpunctie. Wat is een CT-geleide longpunctie en waarom wordt deze gedaan? Hoe moet u zich voorbereiden en hoe verloopt de punctie? Hoe krijgt u de uitslag? Bij een punctie in de long is er een aantal dingen waar u extra aandacht aan moet besteden.

De informatie in deze folder is algemeen van aard. Dat wil zeggen dat de onderzoeken beschreven zijn zoals ze meestal verlopen. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een radioloog. Het kan zijn dat de radioloog een andere methode kiest, die beter aansluit bij uw situatie. Ook risico’s en bijwerkingen zijn in algemene zin beschreven.

Waarom een longpunctie?

Er is bij u in een eerder onderzoek een afwijking in de long gevonden. Om precies te weten wat de afwijking is moeten wij het weefsel onderzoeken. Dit doen we met een punctie. Bij de punctie zuigen we met een naald weefsel (lichaamscellen) op uit de afwijking.

Voorbereiding op het onderzoek

Extra onderzoeken

In verband met dit onderzoek kan het zijn dat er vooraf één of meer andere onderzoeken moeten plaatsvinden. Uw behandelend specialist heeft u verteld welke onderzoeken u waar en wanneer kunt laten doen.

Voor sommige puncties krijgt u vooraf een infuus. Dit infuus kan gebruikt worden tijdens de punctie voor extra verdoving.

Nuchter

U mag de dag van het onderzoek een licht ontbijt (kop thee met beschuit) gebruiken.

Regel het vervoer naar huis terug

Na het onderzoek mag u niet zelf naar huis rijden. Regel daarom vooraf uw vervoer naar huis terug.

Gebruikt u medicijnen?

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt waarvoor u bij de Trombosedienst komt, overleg dan met uw arts of u met deze medicijnen moet stoppen.

Het gebruik van ascal moet in sommige gevallen enige tijd gestopt worden. Overleg dit ook met uw behandelend arts.

Hebt u vragen over ander medicijngebruik of allergieën, overleg dit dan met uw behandelend arts.

Hoe gaat de CT-geleide longpunctie?

De radioloog bepaalt vooraf aan de punctie de plaats en de grootte van de afwijking. Hiervoor gebruikt de radioloog de CT-scanner. Met behulp van de CT-apparatuur is de plaats van de afwijking goed zichtbaar op een beeldscherm. Op de plaats waar de afwijking zit maken wij op uw huid een merkteken. De huid wordt hierna ontsmet. Het omliggende weefsel wordt verdoofd, zodat u niets voelt. Met een naald prikken we in de afwijking. Vervolgens zuigen we wat weefsel op uit de afwijking. Het Pathologisch Anatomisch Laboratorium onderzoekt dit weefsel. Als we meer weefsel nodig hebben voor onderzoek, prikken we u enkele malen. Na de punctie moet het insteekgaatje (een klein wondje) worden dichtgedrukt. Dit is om een bloeduitstorting (blauwe plek) te voorkomen. Hierna krijgt u een pleister op het insteekgaatje.

Hoe lang duurt de CT-geleide longpunctie?

De punctie duurt 1 uur.

Wat is het risico bij de CT-geleide longpunctie?

Om bij een afwijking in de long te kunnen komen moet er door het longvlies heen geprikt worden. In 10-30% van de ingrepen kan er een kleine luchtlekkage via het gaatje in de long optreden. Hierdoor kan er een klaplong ontstaan. Dit kan tijdens de punctie en in de eerst uren na de punctie gebeuren. U kunt dan pijn op de borstkas krijgen en u kunt u kortademig voelen. Meestal gaat het om een kleine klaplong.

Van wie krijgt u de uitslag?

De uitslag van de punctie ontvangt uw behandelend arts van de patholoog anatoom. Uw behandelend arts zal de uitslag met u bespreken.

Hoe gaat het na de longpunctie?

Na de punctie observeren wij u nog 1 uur. De kans op een klaplong is in het eerste uur na de longpunctie het grootst. Na 1 uur maken wij een controle longfoto (X-thorax). Deze longfoto moet door een radioloog bekeken worden voordat u naar huis mag. Als er op de foto geen klaplong te zien is kunt u naar huis. Ziet de radioloog wel een klaplong dan gaat u naar een longarts. De longarts beoordeelt of de klaplong behandeld moet worden. Soms kan de klaplong vanzelf overgaan. Als u een behandeling voor de klaplong nodig hebt moet u opgenomen worden in een ziekenhuis.

Na de punctie kunt u tijdelijk wat bloed ophoesten. Dit is meestal niet zoveel en verdwijnt vanzelf na een of twee dagen.

Als u thuis klachten krijgt, wat moet u doen?

Als u thuis na de punctie klachten krijgt van pijn op de borstkas, kortademigheid of veel bloed ophoesten ga dan naar de Spoed Eisende Hulp. Als u niet in de buurt van het AMC woont kunt u ook naar de Spoed Eisende Hulp van een ander ziekenhuis gaan. Het is belangrijk dat u laat weten dat u een longpunctie heeft ondergaan.

Kunt u niet op uw afspraak komen?

Als u verhinderd bent op de afspraak te komen, neemt u dan zo spoedig mogelijk contact op met de afdeling Radiologie.

Heeft u nog vragen of wilt u overleggen?

Als u na het lezen van deze tekst nog vragen heeft neemt u dan contact op met uw behandelend arts. Voor overleg of vragen na afloop van het onderzoek kunt u contact opnemen met de radioloog die de longpunctie uitgevoerd heeft of de dienstdoende radioloog. De behandeling van een klaplong gebeurt door een longarts.

Waar moet u zich melden voor het onderzoek?

U meldt u aan bij wachtruimte 6 van de afdeling Radiologie & Nucleaire Geneeskunde. Vanuit de polikliniek kunt u route 78 volgen.

Hoe kunt u de afdeling Radiologie bereiken?

Wij zijn op werkdagen bereikbaar van 09.00-12.00 uur en van 14.00-16.00 uur op de volgende telefoonnummers:

Radiologie afsprakenbureau: 020-566 5765

Voor spoedgevallen: Algemeen nummer AMC: 020-566 9111 vragen naar

sein 59389