Na operatie in verband met schildklierkanker

U bent recent geopereerd aan de schildklier in verband met schildklierkanker. Om alle eventueel achtergebleven schildkliercellen te verwijderen, gaat u binnenkort behandeld worden met radioactief jodium.

Schildklierscan & Speurdosis

Eerst wordt bij u een schildklierscan en een speuronderzoek verricht. Bij deze onderzoeken worden na toediening van een licht radioactieve stof foto's gemaakt van de schildklierregio. Uit de foto's kan worden afgeleid hoeveel schildklierweefsel is achtergebleven na de operatie en wat in uw geval de verdere behandeling moet zijn. De radioactieve stof heeft geen bijwerkingen en is niet schadelijk voor u. De stof verlaat geleidelijk uw lichaam. Het speuronderzoek is bedoeld als voorbereiding op een behandeling met radioactief jodium.

Dag één, schildklierscan en speurdosis radioactief jodium

Op de dag van het onderzoek meldt u zich bij de afdeling radiologie en nucleaire geneeskunde.

U krijgt een injectie in de arm met een licht radioactieve stof. Na ongeveer vijftien minuten is de stof voldoende ingewerkt en kunnen er foto’s van uw hals worden gemaakt. Het apparaat waarmee de foto’s worden gemaakt, wordt boven uw hals geplaatst. Tijdens het maken van de foto’s wordt de hals door de arts onderzocht door deze met de handen te bevoelen. Het totale onderzoek duurt ongeveer 40 minuten.

Op dag één, krijgt u ook een capsule te slikken met een zeer kleine hoeveelheid radioactief jodium, de speurdosis. Deze speurdosis heeft geen bijwerkingen en is niet schadelijk voor u. Het jodium moet 24 uur inwerken. Tijdens deze 24 uur kunt u gewoon naar huis.

Dag twee, speuronderzoek en gesprek met de nucleair geneeskundige

De volgende dag meldt u zich weer op de afgesproken tijd bij de afdeling radiologie en nucleaire geneeskunde. Met een telapparaat dat op de hals wordt gericht, wordt gemeten hoeveel van de speurdosis in uw schildklierrest is opgenomen. Het speuronderzoek duurt ongeveer tien minuten.

Ongeveer een uur na het onderzoek zal de nucleair geneeskundige, de voorbereiding van de radioactief jodium behandeling met u doornemen. Voor de radioactief jodium behandeling die volgt na de schildklierscan en het speuronderzoek wordt u één à twee dagen opgenomen in het ziekenhuis. Meer informatie over deze behandeling en een schriftelijke toelichting ontvangt u tijdens het gesprek met de arts.

U kunt direct na het onderzoek weer gewoon doen wat u gewend bent. De stoffen verlaten vooral via de urine het lichaam. Wij adviseren u daarom de rest van de dag wat meer te drinken dan u gewoonlijk doet. Op die manier wordt de overtollige radioactieve stof snel uit uw lichaam gespoeld. Wij adviseren mannen zittend te plassen.

Uitslag

De foto’s moeten eerst op de computer worden bewerkt voordat ze door de nucleair geneeskundige kunnen worden beoordeeld. De nucleair geneeskundige maakt een verslag van het onderzoek, stuurt dit naar uw behandelend internist. Meestal wordt de uitslag besproken in het multidisciplinair overleg.

Belangrijk

Wij verzoeken u vriendelijk op tijd voor het onderzoek aanwezig te zijn. De stoffen worden speciaal voor u klaargemaakt en zijn maar kort houdbaar. De afspraken zijn voor ieder onderzoek weer anders, daarom luistert het schema erg nauw.

Omdat het onderzoek kostbaar is, stellen wij het op prijs dat u, indien u verhinderd bent, ons hiervan tijdig op de hoogte stelt. Op deze manier kunnen wij een andere patiënt op de opengevallen plaats inplannen of het voor u bestelde materiaal op tijd afzeggen.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, dan kunt u telefonisch contact opnemen met de afdeling radiologie en nucleaire Geneeskunde van 09.00 tot 16.00 uur, telefoon (020) 444 4200.

Voor overige medische vragen kunt het best contact opnemen met uw behandelend internist, via Mijn Dossier of de polikliniek interne geneeskunde/endocrinologie, receptie M: (020) 444 1120.

Alle folders kunt u opvragen via de polikliniek van uw behandelend arts of via de website www.amsterdamumc.nl , locatie VUmc. Ga naar alle specialismen/centra, daar kiest u radiologie en nucleaire geneeskunde. Onder Patiënteninformatie radiologie en nucleaire geneeskunde staan alle folders.

Algemene informatie over radioactiviteit en straling

Straling is overal om ons heen; in de bodem, in muren van woningen, in voedsel en in ons lichaam zelf. Dit heet natuurlijke straling. Daarnaast is er kunstmatige straling die voor uiteenlopende toepassingen gebruikt wordt. Een bekend voorbeeld is röntgenstraling voor het maken van röntgenfoto’s.

Een onderzoek op de afdeling radiologie en nucleaire geneeskunde wordt gedaan met behulp van een kleine hoeveelheid radioactieve stof, die meestal in een bloedvat in de arm wordt gespoten. De stoffen die we gebruiken zenden gedurende een korte tijd straling uit. Afhankelijk van de stof kan die tijd variëren van enkele minuten tot enkele dagen.

In grote hoeveelheden kan straling schadelijk zijn. De hoeveelheid die u krijgt toegediend op de afdeling radiologie en nucleaire geneeskunde is echter zo laag, dat de kans op schadelijke gevolgen voor u verwaarloosbaar is. De stralingsdosis is te vergelijken met de dosis die u krijgt bij een röntgenfoto.

De toegediende stof heeft geen bijwerkingen, u zult het dus niet warm krijgen.

Na enkele uren is de meeste straling al weer verdwenen. Familie of vrienden lopen geen extra risico en kunnen u veilig begeleiden. Wel is het aan te bevelen de eerste uren na het onderzoek geen nauw contact te hebben met kleine kinderen en zwangere vrouwen. Daarom raden wij het dan ook sterk af om zwangere vrouwen en/of kinderen mee te nemen naar het onderzoek. De arts of laborant die u begeleidt, kan u daar meer over vertellen.

Zwangerschap en borstvoeding

Ongeboren baby’s zijn veel gevoeliger voor radioactieve straling dan volwassenen. Wanneer u zwanger bent of denkt het te zijn, meldt u dit dan vóórdat u de injectie krijgt. Na overleg met uw arts wordt besloten om, in het belang van het kind, de hoeveelheid radioactiviteit aan te passen, of het onderzoek uit te stellen tot na de zwangerschap.

Sommige radioactieve stoffen komen in de moedermelk terecht. Als u borstvoeding geeft, laat dit dan vóór de injectie weten. Wij zullen u dan vertellen of het nodig is om tijdelijk de borstvoeding af te kolven. De voeding is in de meeste gevallen na enkele dagen in de koelkast of enkele weken in de diepvries, gewoon te gebruiken.