Een gezonde op tijd geboren baby met een normaal geboortegewicht heeft geen andere voeding nodig dan borstvoeding. Het is normaal als uw pasgeboren baby 8-12 keer per 24 uur wil drinken. Heeft uw baby na de borstvoeding nog honger, dan is het belangrijk dat u hulp vraagt bij het aanleggen. Mogelijk drinkt uw baby niet goed genoeg aan de borst. Hoe vaker uw baby bij u drinkt, hoe sneller uw melkproductie op gang komt. Bijvoeding is dan niet nodig.

Bij u is sprake van een uitzondering: uw baby is opgenomen in Amsterdam UMC en de kinderarts of verloskundige heeft voorgeschreven dat uw kind bijvoeding moet krijgen. Bijvoeding is alle voeding die uw kind krijgt naast borstvoeding. Bijvoeding is bij voorkeur uw afgekolfde moedermelk eventueel aangevuld met kunstvoeding.

Uw kind moet bijgevoed worden omdat uw kind nog onvoldoende uit de borst drinkt.

Dit kan 2 redenen hebben:

  1. Uw melkproductie is nog onvoldoende op gang gekomen terwijl uw kind van de kinderarts of verloskundige wel een bepaalde hoeveelheid voeding moet krijgen. Dit kan bijvoorbeeld zo zijn als uw kind een te laag glucose gehalte in het bloed heeft, uw baby erg geel ziet of uw baby ziek is.
  2. Uw baby kan nog onvoldoende goed uit uw borst drinken.

In deze folder geven wij u advies hoe u uw kind naast borstvoeding ook bijvoeding kan geven.

Bijvoeden = kolven

Een nadeel van bijvoeding is dat uw borsten minder gestimuleerd worden. De melkproductie kan hierdoor minder worden.

Wij adviseren u in deze situatie af te kolven om uw borsten toch voldoende te stimuleren en zo voldoende melk te maken.

Methoden van bijvoeden

U kunt bijvoeding geven tijdens of na de borstvoeding. De verpleegkundige bespreekt met u wat het best past bij u en uw baby.

Borstvoedingshulpset

Met de borstvoedingshulpset kunt u op een natuurlijke manier bijvoeding geven. Een borstvoedingshulpset is een voedingsspuit met daaraan een zacht slangetje. Als uw baby goed aan de borst drinkt wordt het slangetje naast de tepel in de mond geschoven.

Uw baby drinkt zo uit uw borst en ook uit de borstvoedingshulpset.

Op deze manier leert uw baby uit de borst te drinken, wordt uw borst gestimuleerd en wordt uw kind aan de borst bijgevoed.

In Amsterdam UMC geven wij de voorkeur aan deze manier van bijvoeden.

Vingervoeding

Als drinken aan de borst nog niet lukt, of u als u en uw kind van elkaar gescheiden zijn krijgt uw kind de eerste 5 dagen na de geboorte bijvoeding met vingervoeding. Degene die bijvoeding geeft doet zijn/haar pink in de mond van de baby (de verpleegkundige gebruikt een handschoen). Als uw baby na een aantal seconden goed zuigt, krijgt het naast de pink een zacht slangetje in de mond met daaraan een voedingsspuit. Hiermee wordt de bijvoeding gegeven.

Vingervoeding is een methode die geschikt is als u bijvoeding geeft in de eerste 5 dagen na de geboorte. Als het geven van bijvoeding dan nog nodig is, kunt u overstappen op het geven van de bijvoeding via een fles.

Cupvoeding

Cupvoeding wordt toegepast bij kinderen die te vroeg geborenen zijn en oefenen met drinken aan de borst. Als uw kindje aangeeft te willen drinken en u bent er niet, dan kan de verpleegkundige in overleg met u cupvoeding geven. De verpleegkundige plaatst dan een speciaal cupje tegen

de onderlip van uw baby. Het is de bedoeling dat de baby de melk zelf oplikt. Cupvoeding gebruiken we bij kleine hoeveelheden bijvoeding, meestal voor korte duur. Voorkeur heeft leren drinken aan de borst.

Bijvoeden met een fles

Om het op gang komen van de borstvoeding zo min mogelijk te verstoren, zijn we voorzichtig met het aanbieden van een fles als u maar een dagen bijvoeding geeft.

Als uw baby voor langere tijd bijvoeding nodig heeft en uw baby kan goed uit de borst drinken, dan kunt u starten met bijvoeden via een fles.

Het is aan te raden om een eigen fles te gebruiken. Kies een fles met een speen die past bij de leeftijd van uw kind.

Bijvoeden via de maagsonde

Een maagsonde is een slangetje dat via de neus of keelholte en de slokdarm naar de maag gaat. Een maagsonde gebruiken we bij baby’s die in een slechte conditie verkeren en/of die niet in staat zijn zelf te drinken. Alleen de kinderarts kan een maagsonde voorschrijven.

De verpleegkundige is verantwoordelijk voor het geven van de voeding via de maagsonde.

Als uw kind voor een lange periode sondevoeding moet krijgen, dan kunt u dit leren.

Soort voeding

Bijvoeding is bij voorkeur uw afgekolfde moedermelk. Soms heeft u tijdelijk onvoldoende moedermelk om uw kind mee bij te voeden. Uw moedermelk wordt dan aangevuld met kunstvoeding. Uw kind krijgt in Amsterdam UMC standaard zuigelingenvoeding.

Van bijvoeding naar borstvoeding

Meestal geeft u voor een korte periode bijvoeding. Streven is dat u zo snel mogelijk alleen borstvoeding geeft. In de folder ‘Opbouwen borstvoeding, afbouwen bijvoeding’ kunt u hier alles over lezen. U kunt deze folder vinden op www.amc.nl, onder het kopje ‘Zorg > Patiëntenfolders’.

Tot slot

We hopen dat u na het lezen van deze folder voldoende informatie heeft over het geven van bijvoeding naast borstvoeding.

Als u nog vragen heeft kunt u deze altijd stellen aan de behandelend arts of uw verpleegkundige.