In deze folder vindt u informatie over de Percutane Transhepatische Cholangiografie Drainage, vanaf nu de PTCD procedure genoemd. Hoe moet u zich op het onderzoek voorbereiden en hoe verloopt het? Wat gebeurt er na het onderzoek en kunnen er complicaties optreden?De informatie in deze folder is algemeen van aard. Dat wil zeggen dat de onderzoeken beschreven zijn zoals ze meestal verlopen. Ook risico’s en bijwerkingen zijn in algemene zin beschreven. Een interventieradioloog zal de behandeling doen. Het kan zijn dat de interventieradioloog een andere methode kiest dan hier beschreven, als die beter aansluit bij uw situatie.

PTCD, wat is dat?

Uw arts heeft u verwezen naar de afdeling Radiologie voor een PTCD procedure.

Een PTCD staat voor:

  • Percutane: via de huid;
  • Transhepatische: door de lever;
  • Cholangiografie: röntgenonderzoek van de galwegen;
  • Drainage: afvoer of afvloed.

Kortweg een galwegdrainage. Tijdens een PTCD wordt met behulp van röntgenstraling en echografie een slangetje (katheter) geplaatst in de galwegen in de lever. Dit gaat via een prik (punctie) door de huid. Voor de PTCD-procedure brengt een medewerker van de Anesthesie u in een korte maar diepe slaap (sedatie). Ook krijgt u medicijnen tegen de pijn.

Hoe is de voorbereiding?

Hoe gaat de opname?

Voor deze behandeling wordt u opgenomen in het ziekenhuis. Op de verpleegafdeling, of soms in de wachtkamer Radiologie, wordt u volgens de bestaande afspraken voorbereid op de behandeling. U krijgt een naaldje in uw arm (infuus) om antibiotica en pijnstillende medicijnen toe te dienen.

Als u vanuit een ander ziekenhuis komt voor de behandeling, dan gaat u meestal na de behandeling met de ambulance terug naar uw eigen ziekenhuis.

Zijn er extra onderzoeken nodig?

Het kan zijn dat er vooraf aan deze behandeling één of meer andere onderzoeken moeten plaatsvinden. Uw behandelend specialist heeft u verteld welke onderzoeken dat zijn. Hij heeft ook verteld waar en wanneer u die kunt laten doen.

In het gesprek over uw afspraak met de administratie krijgt u meer informatie over de verdoving of rustgevende medicijnen.

Nuchter zijn

Voor de PTCD-procedure, moet u vanaf 24.00 uur ‘s nachts nuchter blijven. Dat houdt in dat u vanaf die tijd niets meer mag eten of drinken. Als u medicijnen gebruikt mag u die met een klein beetje water innemen.

Gebruikt u medicijnen?

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt waarvoor u bij de Trombosedienst komt, overleg dan met uw arts of u met deze medicijnen moet stoppen. Hebt u vragen over ander medicijngebruik of allergieën, overleg dit dan met uw behandeld arts.

Gebruikt u bloedverdunners dan staat er in de afsprakenbrief een advies over het stoppen van uw bloedverdunners.

Ben u zwanger of denkt u dit te zijn?

Als u zwanger bent of denkt zwanger te zijn, neem dan contact op met uw behandelend arts en meld dit ook vooraf bij de afdeling Radiologie.

Bent u overgevoelig voor contrastvloeistof?

Als u overgevoelig bent voor contrastvloeistof moet u dit melden aan uw behandelend arts en de radioloog. Er kunnen dan eventueel voorzorgsmaatregelen worden genomen zodat u geen allergische reactie krijgt.

Waar meldt u zich voor het onderzoek?

U kunt zich melden op de afdeling zoals met u besproken is. De verpleegkundige brengt u naar de afdeling Interventieradiologie.

Hoe gaat de behandeling?

De radiodiagnostisch laborant begeleidt u naar de onderzoekskamer. U neemt plaats op de onderzoekstafel. Eerst bekijkt de radioloog met behulp van de echografie hoe hij het beste de galwegen kan bereiken. Vervolgens brengt de anesthesie medewerker u in een diepe slaap.

De interventieradioloog prikt met een naald de galwegen aan (punctie). Hierna brengt de interventieradioloog een drainageslangetje (katheter) in. Afhankelijk van uw situatie kan er besloten worden een stent (buisje) te plaatsen. Aan de katheter wordt een opvangzak bevestigd. De katheter wordt vastgehecht en vastgeplakt op de huid.

Hoe lang duurt het onderzoek?

Een PTCD-procedure duurt meestal 60 minuten.

Hoe krijgt u de uitslag?

De radioloog maakt een verslag van de behandeling. De uitslag krijgt u van uw behandelend arts. Het is mogelijk dat de behandeling een vervolg krijgt. Dit wordt achteraf met u besproken.

Uw behandelend arts zal u na de procedure goed in de gaten houden en vervolgafspraken met u maken.

Wat zijn de complicaties?

Elke medische behandeling kent risico’s en mogelijke complicaties. De interventieradioloog bespreekt deze met u voor het onderzoek. Mocht u nog vragen hierover hebben, dan kunt u deze dan stellen.

Voorbeelden van mogelijke complicaties zijn:

  • Soms doet de plek waar de punctie is geweest pijn na afloop. Hiervoor mag u pijnstillers gebruiken, bijvoorbeeld paracetamol.
  • Heel zelden ontstaat er na plaatsing van de PTC-drain een bloeding bij de lever. Na de procedure houden we u goed in de gaten. Als er een bloeding optreedt, dan stopt dit meestal vanzelf. Een heel enkele keer moeten we het bloedende bloedvaatje dichtmaken. Soms kan na plaatsing van de drain, nog wat bloed in de drainzak komen. Dit verdwijnt meestal snel.
  • Soms kan koorts ontstaan na plaatsing of op een later moment als de drain verstopt is. Als u koorts krijgt, overleg dan met de Interventieradiologie.
  • Het komt soms voor dat na enige tijd de drain iets verplaatst en dan ligt de drain niet meer goed (bijvoorbeeld teveel naar binnen of naar buiten). Als u koorts krijgt, u toegenomen geelzucht hebt of pijn, neem dan contact op met de Interventieradiologie.

Twijfelt u dan is het altijd verstandig een verpleegkundige of uw behandelend arts te waarschuwen.

Hoe gaat het na het onderzoek?

Na het onderzoek blijft u nog minimaal een uur bij ons in de uitrustruimte. De verpleegkundige houdt u in de gaten. U kunt nog wat suf en slaperig zijn. De verpleegkundige zal een aantal controles bij u doen, zoals controle van bloeddruk, pols en ademhaling.

Het eerste uur na de behandeling mag u niet eten of drinken. Daarna mag u voorzichtig iets eten.

De gal in de opvangzak kan enige tijd wat bloederig zijn. Dit gaat vanzelf over.

Uw behandelend arts coördineert de verdere nazorg en bepaalt wanneer u naar huis gaat. Als u na het lezen van deze tekst nog vragen heeft, neemt u dan contact op met uw behandelend arts.

Kunt u niet komen?

Als u niet kunt komen op de afspraak, neemt u dan zo snel mogelijk contact op met de afdeling Interventieradiologie (020-444 4200).

De afdeling Radiologie is op werkdagen bereikbaar van 09.00-12.00 uur en van

14.00-16.00 uur.

Telefoonnummers:

Algemeen nummer AMC: 020-566 9111

Interventieradiologie: 020-444 4200 (kies voor interventie)

(bij spoed buiten kantooruren dienstdoende interventieradioloog: 020-56 69111 en vragen naar sein 59389).